Risicofactoren en vooruitzichten

  • Massaprotesten als gevolg van diepgewortelde sociaaleconomische problemen.
  • Sinds het ontslag van Bouteflika heeft het leger het land de facto geleid. Het zal de komende jaren waarschijnlijk een belangrijke rol spelen. 
  • Grote tekorten door snel verslechterde liquiditeitspositie als gevolg van het ineenstorten van de olieprijs midden 2014.
  • Vrijwel geen buitenlandse schulden, dus wel een solide financiële situatie.
  • Hervormingskoers van de overheid sinds de daling van de olieprijs is zeer beperkt gebleven. 

Feiten & cijfers

Pro's

  • Grote olie- en gasreserves
  • Zeer beperkte buitenlandse schuld
  • Bruto buitenlandsedeviezenreserves zijn nog ruim, maar staan onder druk

Contra's

  • Zonder hervormingen zien de economische vooruitzichten er niet goed uit
  • Het nationalistisch ontwikkelingsplan verhindert buitenlandse investeringen
  • Bureaucratische overheid
  • Hoge werkloosheid, zeker bij jongeren

Staatshoofd

  • Abdelmadjid Tebboune

Regeringsleider

  • Abdelaziz Djerad

Bevolking

  • 42,2 miljoen

Bbp per capita

  • 4.060 USD

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Olie/gas (78,4% van de totale ontvangsten op de lopende rekening), private transfers (6,7%)

Beoordeling landenrisico

Einde van het Bouteflika-tijdperk

Abdelaziz Bouteflika regeerde in Algerije van 1999 tot 2019. Nadat hij in 2013 een hartaanval kreeg, rezen een aantal vragen over zijn gezondheid en of hij wel in staat was om het land te leiden. Sinds 2014 heeft hij geen openbare toespraak meer gehouden en tijdens zijn laatste presidentstermijn (2014-2019) is hij nog zelden in het openbaar verschenen. De algemene veronderstelling is dat het eerder zijn vertrouwelingen en vooral een groepje mensen rond zijn broer Said Bouteflika waren die het land hebben geleid. 

In februari 2019 braken grootschalige protesten uit toen Bouteflika in een ondertekende verklaring aankondigde dat hij voor de vijfde keer opnieuw zou opkomen voor de verkiezingen, hoewel hij al lange tijd niet in het openbaar was verschenen. Hij probeerde aanvankelijk de protesten nog te bedaren door aan te kondigen dat hij zich niet herverkiesbaar zou stellen, maar dit bleek ijdele hoop te zijn. Op 2 april 2019 zag hij zich onder druk van het leger genoodzaakt zijn ontslag aan te kondigen. Het waren nooit eerder geziene protesten sinds de Algerijnse burgeroorlog in de jaren 1990. 

Hoewel de protesten ontstonden door zijn aankondiging over de verkiezingen, zijn ze een weerspiegeling van de diepgewortelde problemen die ongewijzigd zijn gebleven sinds de protesten van de Arabische Lente in 2011. Er leeft in het bijzonder frustratie onder de bevolking door de regerende elite ('le pouvoir’) die corrupt wordt geacht en ongeschikt om het land correct te leiden. Er is ook frustratie ontstaan door sociaaleconomische problemen, zoals het gebrek aan economische vooruitgang en de hoge werkloosheidsgraad, die de afgelopen jaren steeds meer uitgesproken is geworden. Aangezien de economie van Algerije al te veel vertrouwt op de olie-inkomsten, heeft de ineenstorting van de olieprijs in 2014 gecombineerd met een gebrek aan hervormingen geleid tot een scherpe verslechtering van de gezondheid van de economie. 

Het leger heeft het land stevig in zijn greep

Sinds het ontslag van Bouteflika heeft stafchef generaal Ahmed Gaid Salah het land de facto geleid terwijl het leger er alles aan deed om het politieke proces onder controle te blijven houden. Wel werd een overgangsregering onder leiding van Noureddine Bedoui ingesteld. Om de frustratie van de protestanten over de hoge mate van corruptie te bedaren, werd een reeks spraakmakende corruptierechtszaken aangespannen. Deze hebben geleid tot lange gevangenisstraffen voor enkele van de zeer onpopulaire leden van de vertrouwelingen van Bouteflika, met name zijn broer en een aantal andere zakenlui die banden hadden met het oude regime. Evenwel zouden deze rechtszaken eerder beschouwd moeten worden als een afrekening onder de elite dan als een echte manier om de hoge corruptie aan te pakken. 

Verwacht wordt dat het leger de controle over het politieke proces zal behouden, zelfs nadat Abdelmadjid Tebboune op 12 december 2019 tot president werd verkozen en na het onverwachte overlijden van generaal Ahmed Gaid Salah. Deze verkiezingen werden al twee keer uitgesteld omdat er geen geloofwaardige kandidaten waren. Verschillende oppositiepartijen hebben de verkiezingen geboycot en de protestanten eisten uitstel. De deelname van enkele belangrijke kandidaten heeft het leger evenwel voldoende geloofwaardigheid geboden om ermee door te gaan. Abdelmadjid Tebboune heeft net als een andere kandidaat ooit gediend als eerste minister onder Bouteflika. Wel geniet Abdelmadjid nog enige geloofwaardigheid aangezien hij in 2017 slechts enkele maanden in functie was als eerste minister en vrij snel ontslag heeft moeten nemen na het opstarten van een anti-corruptieproces dat indruiste tegen de belangen van Said Bouteflika. Het overlijden van generaal Ahmed Gaid Salah zorgt voor meer onzekerheid aangezien de macht van de waarnemend stafchef Said Changriha nog niet eerder op de proef werd gesteld. Dit zou kunnen leiden tot meer interne fracties binnen het leger en president Tebboune wat meer manoeuvreerruimte kunnen bieden.

Verwacht wordt dat het leger zal aansturen op een snelle overgang na de verkiezingen. Er zijn evenwel geen aanwijzingen dat er een structurele breuk zal ontstaan met het beleid (of gebrek aan economisch beleid) van het vorige regime. Ook zullen de protesten waarschijnlijk blijven voortduren te midden van wijdverbreide sociale ontevredenheid, wat de implementatie van de hervorming bijkomend zal vertragen. 

Een economische situatie die blijft verslechteren

Sinds het ineenstorten van de olieprijs heeft Algerije te kampen met een aanzienlijk dubbel tekort en heeft het land amper ingrijpende hervormingsmaatregelen genomen. Dit is een groot probleem aangezien het geleid heeft tot grote binnenlandse en buitenlandse onevenwichten. In 2013, vóór het ineenstorten van de olieprijzen, vertegenwoordigden de olie-inkomsten een aanzienlijk aandeel van de overheidsinkomsten en zelfs een nog groter aandeel van de totale ontvangsten op de lopende rekening. 

De impact op de overheidsfinanciën was dan ook aanzienlijk, vooral omdat Algerije, zelfs tijdens de hoogdagen van de olieprijzen, met een overheidstekort kampte. In de jaren 2012-2013, toen de olieprijs gemiddeld 100 USD per vat bedroeg, bedroeg het fiscaal tekort nog altijd gemiddeld 2,4% van het bbp. Dit vertaalde zich een veel hoger tekort eenmaal de olieprijs daalde. Zo belandde het tekort in 2015 op 15% van het bbp. Daarna daalde het gestaag tot 4,8% in 2018, maar voor 2019 wordt opnieuw een stijging tot 8,1% van het bbp verwacht. De daling van het overheidstekort tussen 2015 en 2018 was toe te schrijven aan de hogere belastinginkomsten (vooral als gevolg van hogere importtarieven) en een herstel van de olieprijzen tussen 2015 en 2018. Als gevolg van het structureel fiscaal tekort is de overheidsschuld gestegen van 7,7% van het bbp in 2013 tot 38,3% in 2018. Verwacht wordt dat het tekort in 2019 zal oplopen tot 46,1% van het bbp. Voor de komende jaren is het IMF nog vrij optimistisch aangezien het een gestage consolidatie van de overheidsfinanciën vooropstelt, wat zou moeten resulteren in een primair overschot tegen 2023. In de huidige politieke context is het evenwel hoogst onzeker of de autoriteiten in staat zullen zijn een dergelijke fiscale consolidatie te bewerkstelligen. 

De impact op het saldo op de lopende rekening was zelfs nog groter. Terwijl Algerije in 2013 nog een overschot van 0,3% van het bbp had op de lopende rekening, is dit tegen 2016 uitgemond in een tekort van 16,5%. Tegen het einde van 2018 daalde dit tot 9,6% van het bbp, maar de verwachting is nog steeds dat het in 2019 zal oplopen tot 12,6% van het bbp en dat het tot 2023 boven de drempel van 10% van het bbp zal blijven hangen. Het is opmerkelijk dat Algerije zijn tekort op de lopende rekening vrijwel volledig heeft gefinancierd met zijn buitenlandsedeviezenreserves en het oliestabilisatiefonds. Het is inderdaad zo dat het land geweigerd heeft om extern te lenen aangezien het in de jaren 1990 een schuldencrisis heeft gekend en de buitenlandse investeringen in het land op een zeer laag pitje staan, terwijl er geen portefeuille-investeringen zijn. 

Het resultaat was dat de reserves aan een snel tempo zijn gedaald. Tegen het einde van 2013 stonden de buitenlandsedeviezenreserves van Algerije nog op 192 miljard USD, terwijl het oliestabilisatiefonds goed was voor nog eens 70 miljard USD. In totaal was deze buffer goed voor 42 maanden importdekking en kwam het bedrag overeen met 125% van het bbp. Het overdreven gebruik van beide leidde tot een volledige uitputting van het oliestabilisatiefonds tegen eind 2017, terwijl de reserves tegen eind juli 2019 daalden tot 65 miljard USD, goed voor 12 maanden importdekking. Gelet op het aanhoudend hoge (maar afnemende) tekort op de lopende rekening, wordt verwacht dat de reserves de komende jaren nog verder zullen dalen.

Een positief element is wel dat het land vrijwel geen buitenlandse schuld torst. Sinds de schuldencrisis die Algerije gedurende de jaren 1990 heeft doorgemaakt, is er een overheidsbeleid ingevoerd dat erop gericht was te vermijden geld in het buitenland te lenen. Evenwel gelet op het feit dat de reserves onder druk blijven staan, zal de overheid de komende jaren op een beperkt aantal opties kunnen terugvallen: ofwel voert ze drastische hervormingen door (waaronder het beperken van de import) ofwel begint ze geld in het buitenland te lenen. 

Een zwakke hervormingshistoriek ligt aan de basis van een verslechterende economische situatie

De historiek van hervormingen in het verleden is bijzonder zwak te noemen en momenteel wordt er geen wijziging van het economisch beleid verwacht. In het huidige politieke klimaat en binnen de context van de aanhoudende protesten, is het bijzonder moeilijk om de overheidsfinanciën verder te consolideren. Een deel van de maatregelen die zijn genomen, hebben ook een negatieve impact op de economie. Om de druk op de buitenlandsedeviezenreserves te verlagen, heeft de overheid maatregelen genomen om de import duurder en moeilijker te maken. Hoewel deze maatregelen de import (en bijgevolg de externe onevenwichten) mogelijk enigszins doen verlagen, schaden ze ook het bedrijfsklimaat, aangezien het omslachtiger en moeilijker wordt om producten te importeren. Dit soort maatregelen zijn een soort van economisch nationalisme dat plaatselijke industrieën officieel zou moeten beschermen, maar ze zijn eerder een manier om de winstmarges van een aantal bedrijven die nauwe banden hebben met de regerende elite te beschermen. Bijkomend leiden ze tot grotere inefficiëntie aangezien bedrijven minder gemotiveerd zijn om efficiënter te worden. 

Daardoor hebben dit soort van maatregelen een impact op de groeivooruitzichten op de lange termijn. De groei in Algerije doet het nu al jaren minder goed in vergelijking met andere landen in de regio. Sinds 2008 bedroeg de groei gemiddeld nog net 2,8%, maar in 2017 en 2018 bedroeg deze nog maar ongeveer 1,3%. Naar de toekomst toe verwacht het IMF momenteel dat de groei ongeveer 1,9% zal blijven bedragen. Zelfs al is dit een optimistische schatting, toch zou ze nog te laag blijven om het hoofd te bieden aan de structureel hoge werkloosheidsgraad (de totale werkloosheid bedroeg 12% op het einde van 2018, terwijl de werkloosheid onder jongeren om en nabij 30% bedraagt), gecombineerd met andere bronnen van sociale ontevredenheid. 

De situatie in Algerije is duidelijk aan het verslechteren. Toch is het onwaarschijnlijk dat het land zijn beperkte buitenlandse schuld niet zal kunnen afbetalen, net omdat het amper buitenlandse schulden heeft. Dit verklaart waarom de politieke risicoclassificatie voor Algerije op (middel)lange termijn momenteel in categorie 4 blijft, hoewel ze duidelijk onder druk blijft staan. 

Analyst: Jan-Pieter Laleman – jp.laleman@credendo.com