Risicofactoren en vooruitzichten

In het verleden leidden een gebrek aan een samenhangend macro-economisch beleid en herhaalde pogingen van de autoriteiten om de economische activiteit te stimuleren en tegelijkertijd de hoognodige structurele hervormingen uit te stellen, tot grote macro-economische onevenwichten tegen een achtergrond van zwakke liquiditeit en twee betalingsbalanscrises in 2008 en 2011. Sinds eind 2014 is het macro-economisch en financieel beleid aanzienlijk verbeterd. Bovendien is de liquiditeit recentelijk verbeterd zoals blijkt uit twee opeenvolgende upgrades (in september 2017 en februari 2018) van de risicobeoordeling voor het politieke risico op korte termijn. Het tekort op de lopende rekening is afgenomen en de buitenlandseschuldratio’s vertonen een neerwaartse trend. Rekening houdend met deze verbeteringen, maar ook met het feit dat de economie zich nog steeds in een overgangsperiode bevindt en met de risicovolle herbalanceringsstrategie richting het westen en weg van Rusland, besliste Credendo in mei dit jaar om het politieke risico op (middel)lange termijn voor Wit-Rusland te upgraden naar categorie 6.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Beter macro-economisch en financieel beleid
  • Matig tekort op de lopende rekening
  • Goed opgeleide beroepsbevolking

Contra's

  • Verstoorde balansen bij banken en bedrijven
  • Zwak concurrentievermogen
  • Gebrek aan structurele hervormingen

President

  • Alexander Lukashenko

Regeringsleider

  • Andrey Kobyakov

Bevolking

  • 9,5 miljoen

Bbp (in 2017)

  • 54,4 miljard USD

Inkomen per hoofd van de bevolking

  • 5.280 USD

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Beoordeling landenrisico

Hoogtepunten

  • Beter macro-economisch en financieel beleid
  • Sterkere reële bbp-groei dankzij gunstige externe factoren
  • Nog steeds sterk afhankelijk van belangrijkste handelspartner Rusland
  • Moeilijk evenwicht tussen de hervorming van staatsbedrijven en de handhaving van de sociale stabiliteit
  • Voorwaardelijke verplichtingen en volatiele wisselkoersen zijn de voornaamste risico’s voor de overheidsfinanciën
  • Betere maar nog steeds zwakke liquiditeit

Sterkere reële bbp-groei maar zwakke groeivooruitzichten op (middel)lange termijn

Het betere macro-economische beleid en de gunstigere externe omgeving (hogere reële bbp-groei in Rusland en in de EU) ondersteunden het economisch herstel en hebben bijgedragen tot een lagere inflatie (van dubbele cijfers in 2011-2016 naar 4,6% eind 2017). Na twee jaar van diepe recessie heeft de reële bbp-groei zich vorig jaar hersteld. Voor de toekomst wordt verwacht dat de economische groei op de (middel)lange termijn relatief laag zal zijn. Hij wordt immers gehinderd door negatieve demografische ontwikkelingen, geringe diversificatie van de export, grote afhankelijkheid van Rusland, verstoorde balansen bij banken en bedrijven, en een zwak concurrentievermogen. De staat blijft een grote rol spelen in de economie. Die grote aanwezigheid van de staat heeft bijgedragen tot inefficiëntie en onjuiste toewijzing van economische middelen, aangezien veel leningen werden verstrekt aan ondernemingen die uiteindelijk niet levensvatbaar bleken.

De werkloosheid is laag, maar er is een aanzienlijk overdreven tewerkstelling in staatsbedrijven. Dit weerspiegelt het moeilijke evenwicht tussen de herstructurering van inefficiënte staatsbedrijven en de handhaving van de sociale stabiliteit.

De overheid zal naar verwachting proberen om ten eerste meer investeringen in de private sector aan te trekken, met name in de steeds belangrijker wordende IT-sector met een aantrekkelijk begrotingspakket, en ten tweede het ondernemingsklimaat te verbeteren. In dit verband is het opmerkelijk dat Wit-Rusland op de 38e plaats staat in de ‘Doing business index 2018’ van de Wereldbank, net achter Rusland en Kazachstan. Dit gezegd zijnde, zal de private sector de komende jaren waarschijnlijk niet voldoende werkgelegenheid kunnen creëren om het potentiële banenverlies bij een snelle herstructurering van staatsbedrijven op te vangen. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat het regime belangrijke structurele hervormingen zal doorvoeren die de politieke stabiliteit in gevaar kunnen brengen.

Voorwaardelijke verplichtingen en volatiele wisselkoersen zijn de voornaamste risico’s voor de overheidsfinanciën

De overheidsschuld is van minder dan 40% van het bbp in 2014 opgelopen tot 53,5% in 2016 alvorens in 2017 relatief gezien te dalen. In een gunstig groeiklimaat zal ze waarschijnlijk blijven dalen. Dit gezegd zijnde, blijft de overheidsschuld kwetsbaar voor valutaschokken en voorwaardelijke verplichtingen (i.v.m. staatsbedrijven en banken). Ondanks de poging van de overheid om het begrotingstekort onder controle te houden – dit zal naar verwachting in 2019 pieken tot 3% van het bbp, komende van een tekort van 1,7% in 2017 – blijft het grote belang van pseudobegrotingsoperaties druk uitoefenen op de overheidsschuld. Positief is dat de overheidsschuld matig blijft in verhouding tot de overheidsinkomsten (ongeveer 120% van de overheidsinkomsten in 2017) en dat de betalingen van rente op staatsschulden laag zijn, maar wel stijgen.

Kleiner tekort op de lopende rekening maar zeer negatieve internationale netto-investeringspositie

Hoewel de uitvoer van goederen relatief gediversifieerd lijkt, ligt de focus op aardolieproducten (voor de Europese markten), en op potas en producten buiten de energiesector (vnl. industriële producten) (voor de Russische markten). Wit-Rusland kent regelmatig spanningen met grote buur Rusland over handelskwesties zoals olie en gas, en recentelijk nog zuivelproducten en andere levensmiddelen (zie het uitvoerverbod dat in maart 2018 werd geïntroduceerd).

Terwijl de tekorten op de lopende rekening vóór 2014 groot waren, zijn deze in 2015-2016 als gevolg van een zware inkrimping van de invoer sterk teruggelopen. In 2017 is de situatie verder verbeterd, mede dankzij gunstiger externe factoren en een overeenkomst over energietarieven met Rusland. Dit jaar en volgend jaar zal het tekort op de lopende rekening vermoedelijk iets verslechteren vanwege een hogere import in verband met de bouw van een kerncentrale, en de komende jaren dan weer geleidelijk verbeteren (maar nog steeds een tekort blijven vertonen). Gezien de beperkte instroom van directe investeringen werden en worden de tekorten op de lopende rekening hoofdzakelijk gefinancierd door schuldcreërende instromen en deviezenreserves.

De buitenlandse brutoschuld nam tussen 2008 en 2016 snel toe en begon in 2017 onder impuls van een krachtige opleving van het bbp, in USD gerekend, licht af te nemen terwijl de buitenlandse schuld zelf in absolute waarde verder toenam. ‘s Lands netto-investeringspositie volgde hetzelfde traject. Men verwacht dat de buitenlandse schuld in absolute waarde zal afvlakken en dat ze relatief gezien zal afnemen. Daarnaast zijn de schuldendienstratio’s snel toegenomen, wat weegt op het vermogen van het land om zijn buitenlandse schuld terug te betalen.

Sterkere liquiditeitspositie

Liquiditeit is lange tijd een van de belangrijkste zwakke punten van Wit-Rusland geweest, dat al twee betalingsbalanscrises moest incasseren (in 2008 en 2011). De bruto-deviezenreserves waren inderdaad zeer beperkt (in 2014 dekten ze maar iets meer dan een maand aan import). Het besluit van de Centrale Bank om in januari 2015 een flexibeler wisselkoersbeleid in te voeren was een echte gamechanger, aangezien dit betekent dat de Centrale Bank niet langer haar beperkte deviezenreserves hoeft aan te spreken om een vaste wisselkoers te ondersteunen, maar eerder kan ingrijpen om fluctuaties af te vlakken. Bovendien hebben de uitgifte (in juni 2017 en februari 2018) van staatsobligaties op (middel)lange termijn, en de betalingsbalanssteun van Rusland (ontvangen in 2017) de liquiditeit en de looptijdstructuur van de buitenlandse schuld verbeterd. Dit is positief, aangezien de hoge buitenlandse kortetermijnschuld en de afhankelijkheid van Rusland voor herfinanciering reeds lang de achilleshiel van Wit-Rusland vormen. Last but not least hebben grote loonstijgingen in het verleden (de lonen namen sneller toe dan de productiviteit) druk uitgeoefend op het externe concurrentievermogen en daarmee op de deviezenreserves. Aangezien de wisselkoers flexibeler is, zal een loonsverhoging die de productiviteit overstijgt – een situatie die de overheid tussen 2014 en 2017 heeft vermeden – waarschijnlijk eerder leiden tot depreciatie dan tot een scherpe afname van de deviezenreserves en een betalingsbalanscrisis, zoals eerder het geval was.

Ondanks deze verbetering moet echter worden opgemerkt dat de liquiditeitspositie van Wit-Rusland zwak blijft, en dat het land afhankelijk blijft van Rusland alsook uiterst kwetsbaar voor externe schokken. De brutodeviezenreserves dekken minder dan 2 maanden import en minder dan 60% van de buitenlandse kortetermijnschuld.

Analist: Pascaline della Faille – p.dellafaille@credendo.com