Risicofactoren en vooruitzichten

  • Protesten en gebrek aan populariteit belemmeren het beleid van nieuwe president Duque.
  • Broos vredesakkoord met de FARC en gestagneerde vredesbesprekingen met het ELN leiden tot hernieuwd risico op politiek geweld.
  • Fiscale marge wordt beperkt door binnenlandse druk en schokken van buitenaf.
  • Hogere buitenlandse schuld betekent een toenemend risico in een minder gunstig globaal financieel klimaat.
  • Credendo verlaagt het politieke risico van Colombia op (middel)lange termijn tot 5/7.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Stabiel macro-economisch beleid
  • Hoge spaar- en investeringsquote
  • Sterke externe liquiditeit

Contra's

  • Afhankelijk van olie
  • Externe (overheids)schuld op kwetsbaar niveau
  • Hardnekkig gebrekkige infrastructuur
  • Broze veiligheidssituatie

Staatshoofd en regeringsleider

  • Ivàn Duque Marquez

Bevolking

  • 49,1 miljoen

Bbp (in 2017)

  • 309 miljard USD

Inkomen per capita

  • 5.830 USD

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Beoordeling landenrisico

Geen respijt voor de nieuwe president

President Duque, die nu al meer dan zes maanden in functie is, heeft het niet gemakkelijk. Hoewel zijn bewind een voortzetting is van het beleid dat onder de vorige regering werd gelanceerd, wordt zijn mandaat gekenmerkt door terugkerende protesten, het uitblijven van een gedurfde belastinghervorming en een afnemende populariteit. Bovendien krijgt Colombia's belangrijkste politieke prestatie van de afgelopen decennia, het vredesakkoord van 2016 met de FARC, te maken met tegenwind. De FARC verwijt Duque inderdaad dat hij de bepalingen van het vredesakkoord niet naleeft, aangezien de re-integratie van de voormalige rebellen nog niet geformaliseerd is, terwijl ze geconfronteerd worden met een toenemend aantal moorden. Als deze problemen niet worden aangepakt, kan het vredesakkoord dus kwetsbaar blijven, zoals blijkt uit de terugkeer van voormalige rebellen naar de criminaliteit.

Ondanks het vredesakkoord met de FARC blijft het risico van politiek geweld in categorie 4/7, aangezien het ELN (Nationaal Bevrijdingsleger), dat gekend is als de belangrijkste guerrillabeweging van dit moment, vaak oliepijpleidingen in afgelegen gebieden aanvalt en onlangs een grote aanval heeft gepleegd op een politieacademie in Bogota, waarbij 21 doden vielen. Sindsdien heeft president Duque er bij Cuba op aangedrongen om ELN-vredesonderhandelaars te arresteren en uit te leveren, wat Havana weigert te doen. Daarom wordt verwacht dat de vredesbesprekingen met het ELN voor langere tijd zullen stilvallen. In de komende maanden zal Duque, in lijn met zijn antidrugsbeleid, waarschijnlijk een harde houding aannemen ten opzichte van het ELN, waardoor hij de broodnodige steun van een geschokte bevolking kan verhogen ten koste van de interne stabiliteit. Dit zou echter een riskante gok kunnen zijn, aangezien uit de laatste peilingen nog steeds blijkt dat de meerderheid van de bevolking voorstander blijft van een vreedzame aanpak van het ELN.

Naast de binnenlandse veiligheidsrisico's kampt Colombia met de grootste instroom van vluchtelingen – 1 miljoen – uit het instabiele buurland Venezuela. Deze toevloed veroorzaakt sociale instabiliteit in de grensgebieden en heeft ook bijgedragen aan de gespannen betrekkingen tussen Duque en zijn tegenhanger, president Maduro, aangezien Duque samen met de meeste Zuid-Amerikaanse landen heeft opgeroepen tot regimeverandering in Venezuela.

Hogere buitenlandse schuld bij strengere globale financiële voorwaarden resulteert in een verlaging tot 5/7 van het risico op (middel)lange termijn

Als netto-exporteur van olie blijven de economische vooruitzichten van Colombia afhankelijk van de olieprijs. De daling van de olieprijzen heeft het begrotingstekort in 2015-2018 doen stijgen tot meer dan 3% van het bbp. Eerdere prognoses van een aanzienlijke vermindering van het begrotingstekort voor de komende jaren waren waarschijnlijk te optimistisch na de poging van de president om een belangrijke belastinghervorming door te drukken die in het Congres vastgelopen is. De afgezwakte versie van de belastinghervorming werd in januari van kracht en is een combinatie van lagere vennootschapsbelasting en hogere belastingen voor hoge inkomens. Verwacht wordt dat dit slechts een bescheiden verlaging van het begrotingstekort zal opleveren. Ook zou de olieprijs de komende tijd op een lager niveau kunnen blijven dan aanvankelijk was voorspeld (rond de 70 USD per vat), terwijl de grote instroom van Venezolaanse migranten in het land een niet te verwaarlozen begrotingsdruk vertegenwoordigt (geraamd op 0,5% van het bbp per jaar). In de loop der jaren hebben diepere begrotingstekorten geleid tot een stijging van de overheidsschuld van 37,8% van het bbp in 2013 tot 50,6% in 2015. Sindsdien is deze ratio ongeveer constant gebleven dankzij de robuuste bbp-groei. Tegelijkertijd heeft de overheid de afgelopen jaren steeds meer extern geleend. Het externe aandeel van de overheidsschuld is dan ook sterk gestegen van 40% in 2013 naar een verwacht niveau van 60% in 2018. Deze toename van de buitenlandse schuld heeft de gestage verslechtering van de financiële situatie van het land veroorzaakt en de herfinancieringsrisico's vergroot.

Colombia heeft geprofiteerd van een sterke kapitaalinstroom in de periode na de financiële crisis. Dat nam voornamelijk de vorm aan van buitenlandse directe investeringen en portefeuillebeleggingen (tot 2015). Terwijl de instroom van buitenlandse directe investeringen relatief stabiel was, fluctueerde de instroom van portefeuillebeleggingen sterk. Naast deze kapitaalinstroom heeft de hogere kredietopname ook een rol gespeeld bij de financiering van het tekort op de lopende rekening, dat sterk is verslechterd tot een recordhoogte van 6,4% van het bbp in 2015 door de lage olieprijzen. Sindsdien is het tekort gestaag afgenomen tot naar schatting 2,6% in 2018, een niveau waarop het zich naar verwachting in de komende jaren zal stabiliseren.

De buitenlandse schuld is bijna verdubbeld van 25,7% van het bbp in 2013 (of 130% van de totale ontvangsten op de lopende rekening) tot 49,6% (bijna 270% van de ontvangsten op de lopende rekening) in 2016. Daarna is het licht gedaald (46,6% van het bbp), maar het is hoog gebleven ten opzichte van de totale ontvangsten op de lopende rekening (ongeveer 230% in 2018). Verwacht wordt dat de neerwaartse trend van deze ratio's traag zal zijn op de (middel)lange termijn. De opbouw van de buitenlandse schuld resulteerde eind 2018 in een hogere buitenlandse schuldendienst van bijna 25% van de totale ontvangsten op de lopende rekening. In zijn Artikel IV-verslag van 2018 voorspelt het IMF voor de komende jaren een langzame opwaartse trend, die zich niet zou voordoen in geval van een scherpe verslechtering van de globale financiële omstandigheden, met name hogere rentetarieven. De verwachte verzwakking van de Amerikaanse en globale economische activiteit maakt dergelijke prognoses echter onzeker.

Al met al heeft de sterke stijging van de buitenlandse schuld in de afgelopen jaren, om terugkerende begrotingstekorten te financieren of als gevolg van de toegenomen particuliere leningen op de internationale financiële markten, het land geleidelijk aan kwetsbaarder gemaakt. Gezien de moeilijkheden die de regering ondervindt bij het bereiken van haar begrotingsdoelstellingen en de minder gunstige externe economische, handels- en financiële context (de meest recente prognoses van een gemiddelde bbp-groei van meer dan 3,5% op de (middel)lange termijn zouden te optimistisch kunnen blijken), heeft Credendo besloten het land van 4/7 naar 5/7 te degraderen.
 
Analist: Raphaël Cecchi – r.cecchi@credendo.com