Risicofactoren en vooruitzichten

  • Nog meer politieke spanningen verwacht in aanloop naar algemene verkiezingen van 2021.
  • Aangekondigde begrotingsconsolidatie is essentieel om overheidsschuld aan te pakken.
  • Kwetsbaar voor strengere globale financiële voorwaarden door hogere buitenlandse-schuldendienst.
  • Financiering van multilaterale organisaties om economie en liquiditeitspositie te ondersteunen.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Overvloed aan grondstoffen
  • Belofte van president Moreno om structurele hervormingen door te voeren
  • Relatief veilig land in vergelijking met zijn Latijns-Amerikaanse buurlanden
  • Overschotten op de lopende rekening verwacht vanaf 2019

Contra's

  • Gebrek aan economische diversificatie
  • Blootgesteld aan veranderende omstandigheden op de financiële markten
  • Hoge buitenlandse schuld en schuldendienstratio's ten opzichte van de ontvangsten op de lopende rekening
  • Zwakke overheidsfinanciën

Staatshoofd

  • President Moreno

Bevolking

  • 16,6 miljoen

Bbp in 2018

  • 107,5 miljard USD

Inkomen per hoofd (2017)

  • 5.890 USD

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Beoordeling landenrisico

Politieke machtsstrijd tussen de huidige en de voormalige president zet druk op politieke situatie

President Moreno, die nu twee jaar in functie is, probeert zich los te maken van de vorige regering van Rafael Correa. Na 10 jaar lang (2006-2016) het land te hebben bestuurd, stelde Correa, een linkse populist, Moreno voor als zijn opvolger. Moreno en Correa konden het vroeger namelijk goed met elkaar vinden. Dat blijkt ook uit het vicepresidentschap van Moreno onder Correa (2007-2013). Nadat Moreno (op het nippertje) verkozen werd tot de nieuwe president, begon hij echter afstand te nemen van Correa en zijn beleid. Bijgevolg is de regerende partij (Alianza PAIS (AP)) sindsdien intern verdeeld. Doordat zo'n 30 AP-wetgevers overgelopen zijn naar Citizens’ Revolution, een politieke beweging die door Correa uit de grond werd gestampt, heeft de regering nu zelfs geen meerderheid meer en is ze afhankelijk van de steun van de oppositie. De kloof werd nog groter toen in februari 2018 een referendum een maximum van twee ambtstermijnen voor presidenten vastlegde. Dit betekent dat Correa niet kan terugkeren en versterkte het mandaat van Moreno. De politieke situatie zal de komende jaren waarschijnlijk gespannen blijven. De voornaamste redenen zijn president Moreno's corruptiestrijd tegen vooraanstaande leden van de voormalige regering en het arrestatiebevel tegen Correa wegens zijn vermeende betrokkenheid bij de ontvoering van een tegenstander in 2012. Bovendien zal de voortdurende machtsstrijd tussen Moreno en Correa – en dus de risico's van politieke instabiliteit – waarschijnlijk nog toenemen in de aanloop naar de algemene verkiezingen van 2021.

Recessie dreigt opnieuw voor Ecuador

Sinds 2014 lijdt Ecuador onder de historisch lage olieprijzen, aangezien de oliesector goed is voor zo’n 10% van het totale bbp en iets minder dan 30% van de ontvangsten op de lopende rekening. Bovendien is de economie sinds 2000 volledig gedollariseerd. Het concurrentievermogen van Ecuador neemt echter af omdat de lonen sneller zijn gestegen dan de productiviteit. In combinatie met de stijgende USD is dat een belangrijke tegenwind voor de economie. Door die factoren en de lopende begrotingsconsolidatie zal de economie waarschijnlijk in een kleine recessie terechtkomen, met een reële bbp-groei van ongeveer -0,5%. Dat zou de tweede recessie zijn in drie jaar tijd, aangezien de groei van het bbp in 2016 met 1,2% is gekrompen na een verwoestende aardbeving. In de komende jaren zal de bbp-groei naar verwachting vrij laag blijven (0,2% in 2020 en 1,2% in 2021) als gevolg van structurele zwakheden (bv. een moeilijk ondernemingsklimaat) en de lopende begrotingsconsolidatie. Diversificatie buiten de oliesector en een stijgend concurrentievermogen, bv. door het gebruik van technologie of betere infrastructuur, zullen van belang zijn om de economische groei op middellange tot lange termijn te stimuleren.

Het is dan ook een van Moreno’s prioriteiten om het vertrouwen van het bedrijfsleven te herstellen en investeringen aan te trekken, met name in de onderontwikkelde mijnbouwsector (die in 2017 goed was voor ongeveer 5% van de ontvangsten op de lopende rekening). Het Andesland rekent immers op buitenlandse directe investeringen om de economie een extra impuls te geven. Beleidskeuzes onder de vorige regering van Correa hebben het vertrouwen geschaad: een wanbetaling op de staatsschuld in 2008, de terugtrekking uit het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen in 2009, de nationalisering van de oliesector in 2014 en de opzegging van bilaterale investeringsverdragen in 2017. Die gebeurtenissen verklaren ook het hoge risico van onteigening (6/7). Hoewel Moreno het tij probeert te keren (bv. door een uitgebreide economische partnerschapsovereenkomst te sluiten met de Europese Vrijhandelsassociatie), neemt de instroom van buitenlandse directe investeringen slechts langzaam toe (de buitenlandse directe investeringen bedroegen in 2018 slechts 0,9% van het bbp).

Financieringspakket van multilaterale organisaties om de Ecuadoraanse economie en liquiditeitspositie te ondersteunen

Een reeks leningsovereenkomsten zou ook moeten helpen om de trage economie van Ecuador nieuw leven in te blazen. In februari 2019 heeft Moreno voor 10,2 miljard USD aan leningen afgesloten, waaronder een overeenkomst ter waarde van 4,2 miljard USD met het IMF en 6 miljard USD aan leningen van instellingen als de Wereldbank, de Andean Development Corporation en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. De leningsovereenkomsten zullen niet alleen de economie wat meer ademruimte geven, maar ook de liquiditeitspositie versterken en de dollarisering in de komende jaren ondersteunen. Het land heeft namelijk een laag niveau van buitenlandse deviezenreserves (goed voor slechts 1 maand invoer in februari 2019). Uitputting van de buitenlandse deviezenreserves in de Ecuadoraanse context van volledige dollarisering zou een liquiditeitscrisis impliceren, wat de regering dan weer zou kunnen aansporen om import- of kapitaalcontroles op te leggen.

Meer bezuinigingen nodig om de groeiende overheidsschuld aan te pakken

De toestand van de overheidsfinanciën verslechterde al toen de olieprijzen explodeerden, vooral omdat de overheidsuitgaven onder Correa zijn verdubbeld. Aangezien de oliesector een belangrijke bron van overheidsinkomsten was, heeft de daling van de olieprijs midden 2014 de toestand van de overheidsfinanciën duidelijk verder verslechterd. Het begrotingstekort groeide snel en piekte in 2016 met -8,2% van het bbp, toen de kosten van de wederopbouw na de aardbeving van april 2016 de overheidsfinanciën extra onder druk zetten. Ook de overheidsschuld steeg enorm, vooral doordat de externe schuld aanzienlijk toenam. De overheidsschuld is in vijf jaar tijd meer dan verdubbeld tot 46,1% van het bbp eind 2018 (tegenover 20% van het bbp eind 2013). Als gevolg daarvan zijn de rentebetalingen sterk gestegen en waren ze de hoogste in tien jaar. De laatste jaren heeft Moreno ingezet op begrotingsconsolidatie, wat in combinatie met de stijgende olieprijzen heeft geleid tot een dalend begrotingstekort. Het begrotingstekort in 2018 wordt immers geraamd op -0,9% van het bbp, een relatief laag niveau. Ook zal Moreno zich in de komende jaren inzetten voor een streng begrotingsbeleid – vooral omdat dat een spil is in het IMF-programma dat aan de IMF-lening is gekoppeld – waardoor het begrotingssaldo naar verwachting vanaf 2020 in een overschot zal omslaan, terwijl dit jaar een nultekort wordt verwacht. Bijgevolg wordt verwacht dat de staatsschuld eind 2019 zal pieken met 49,2% van het bbp, een hoog niveau voor het land, alvorens geleidelijk af te nemen.

Het wordt waarschijnlijk een uitdaging voor de regering om haar bezuinigingsplannen uit te voeren – vooral omdat de instroom van Venezolanen die aan de crisis in eigen land ontsnappen extra druk kan veroorzaken – en de protesten zullen waarschijnlijk toenemen. Gezien de specifieke omstandigheden in Ecuador zal begrotingsconsolidatie de komende jaren toch uiterst belangrijk zijn. In de eerste plaats houdt de volledige dollarisering van de economie in dat overheidstekorten niet kunnen worden gemonetariseerd, want dit kan het kader van de dollarisering in gevaar brengen (zoals onder Correa het geval was). Ten tweede, ook al heeft China de voorbije jaren bewezen een betrouwbare financieringsbron te zijn voor Ecuador, kunnen de kredietvoorwaarden voor deze leningen worden aangescherpt als gevolg van de Chinese economische vertraging en de toegenomen globale risicoaversie. Ten derde is de toegang tot de internationale kapitaalmarkten niet eenvoudig – hoewel het al vlotter gaat dan voordien – omdat de markten zich bewust zijn van de budgettaire en economische uitdagingen waarmee het land wordt geconfronteerd, terwijl de wanbetaling op de staatsschuld van 2008 aantoont dat de betalingsbereidheid van Ecuador niet onvoorwaardelijk is. Externe financiering is dan ook duur voor het land. Ten slotte is begrotingsconsolidatie van cruciaal belang voor het IMF-programma, aangezien het niet behalen van de doelstellingen in dit verband Ecuador zou kunnen afsnijden van zijn ‘goedkope’ leningen (in vergelijking met  lenen in de markt).

Voorgeschiedenis van tarieven en invoerbeperkingen om komaf te maken met het tekort op de lopende rekening

Het saldo op de lopende rekening is met de invoering van de dollarisering een groot probleem geweest in Ecuador. In een context van volledige dollarisering kunnen (grote) tekorten op de lopende rekening immers leiden tot een liquiditeitscrisis, vooral omdat het land slechts over een beperkte hoeveelheid buitenlandse deviezenreserves beschikt. Na de daling van de olieprijs in 2014 ging het saldo op de lopende rekening snel achteruit, aangezien inkomsten van olie goed waren voor ongeveer de helft van de ontvangsten op de lopende rekening. De regering van Correa reageerde daarop door ‘protecietarieven’ en invoerbeperkingen in te voeren, die de invoer vanaf 2015 sterk deden dalen. Niettemin was het tekort op de lopende rekening in 2015 met -2,2% van het bbp het grootste tekort in vijf jaar, maar het herstelde zich snel tot een overschot van 1,3% van het bbp in 2016 doordat de invoer verder werd beperkt. Pas in de tweede helft van 2017 werden de tijdelijke importtarieven afgeschaft. In 2017 en 2018 vertoonde het saldo op de lopende rekening een klein tekort (van respectievelijk - 0,4% en - 0,7% van het bbp), maar vanaf 2019 zal het saldo op de lopende rekening naar verwachting niet meer in het rood gaan. Verwacht wordt dat de lopende rekening van een klein overschot van 0,4% in 2019 de komende jaren zal stijgen tot comfortabele overschotten van ongeveer 1,5% van het bbp. De belangrijkste oorzaken zijn de stijgende exportopbrengsten (voornamelijk van olie) en de verbeterde begrotingspositie. Nieuwe invoerbeperkingen kunnen echter niet volledig worden uitgesloten in geval van een plotselinge handelsschok (bv. toenemend protectionisme, sterke daling van de olieprijs, aanzienlijke vertraging van de groei van het bbp in de VS of China), of moeilijkheden om de tekorten op de lopende rekening te financieren (bv. aanscherpen van de globale financiële voorwaarden).

Hoge schuldendienst maakt het land kwetsbaar voor strengere globale financiële voorwaarden

Het begrotingstekort en het tekort op de lopende rekening hebben de buitenlandse schuld doen toenemen. Eind 2018 bedroeg de totale buitenlandse schuld ongeveer 40% van het bbp, wat nog steeds een gematigd niveau is, maar wel het dubbele van vijf jaar geleden (om en bij de 20% van het bbp in 2013). Als we kijken naar de verhouding tussen de schuld en de ontvangsten op de lopende rekening, ziet de schuldontwikkeling er zelfs nog verontrustender uit. Volgens de Wereldbank bedroeg de buitenlandse schuld eind 2017 ongeveer 180% van de ontvangsten op de lopende rekening, een hoog niveau en een verdrievoudiging ten opzichte van 5 jaar geleden (ongeveer 60% van de ontvangsten op de lopende rekening in 2012). Toch zal de piek van de buitenlandse schuld de komende jaren waarschijnlijk onder de 45% van het bbp blijven en zal de buitenlandse schuld vervolgens op lange termijn geleidelijk afnemen, terwijl ze ten opzichte van de ontvangsten op de lopende rekening reeds aan het herstellen is als gevolg van de stijgende ontvangsten op de lopende rekening. Ook is de verhouding van de kortlopende buitenlandse schuld ten opzichte van de ontvangsten op de lopende rekening sinds 2011 met meer dan 60% gestegen tot ongeveer 18% van de totale ontvangsten op de lopende rekening in juni 2018, wat nog steeds een vrij laag niveau is voor het land. Bovendien heeft de stijging van de buitenlandse-schuldratio’s geleid tot een toename van de totale buitenlandse-schuldendienst. Volgens gegevens van de Wereldbank besteedde Ecuador in 2017 ongeveer 30% van zijn ontvangsten op de lopende rekening aan de aflossing van zijn buitenlandse schuld, vergeleken met ongeveer 10% in 2011. De schuldendienst is dus verdrievoudigd ten opzichte van de ontvangsten op de lopende rekening. Bovendien wordt verwacht dat de schuldendienst op middellange termijn hoog zal blijven en dat Ecuador de komende jaren te maken zal krijgen met aanzienlijke schuldaflossingen. Dat maakt het land kwetsbaar voor plotselinge onderbrekingen in de toegang tot externe kapitaalmarkten.

Voor politieke risico’s op korte termijn plaatst Credendo Ecuador in categorie 4/7 met stabiele vooruitzichten. Het land heeft een lage buitenlandse kortetermijnschuld, maar ook de deviezenreserves zijn laag. Toch zal het financieringspakket van multilaterale organisaties de liquiditeitspositie op korte termijn ondersteunen. Het politieke risico op (middel)lange termijn valt in categorie 6/7 met stabiele vooruitzichten. De hoge risicoclassificatie van Ecuador is het gevolg van de hoge buitenlandse schuld en de hoge schuldendienstratio's ten opzichte van de ontvangsten op de lopende rekening, de zwakke overheidsfinanciën, de gespannen politieke situatie, de kwetsbaarheid voor strengere financiële voorwaarden en het economische gebrek aan diversificatie van het land ondanks de verwachte overschotten op de lopende rekening.

Analist: Jolyn Debuysscher – j.debuysscher@credendo.com