Risicofactoren en vooruitzichten

  • De herhaalde beleidsontsporingen in verkiezingsjaren vormen een grote institutionele zwakte
  • Na jaren van zwakke prestaties zijn de economische indicatoren er in de loop van 2017 op vooruitgegaan
  • De sterke groei van het bbp is voornamelijk te danken aan een stijging in de olie- en gasproductie
  • De deviezenreserves bereikten hun hoogste niveau sinds 2012
  • De verzwakte financiën gaan gebukt onder een zware rentelast
  • Het blijft afwachten of Ghana de doelstellingen zal behalen om de overheidsschuld weer houdbaar te maken

Feiten & cijfers

Pro's

  • Stabiel politiek klimaat met democratische traditie
  • Vrij gediversifieerde giften
  • Sterk groeipotentieel
  • Toegang tot internationale financiële markten

Contra's

  • Zwakke begrotingsdiscipline
  • Zorgen om houdbaarheid publieke schuld
  • Structurele tekorten op de begroting en de lopende rekening
  • Gebrekkige infrastructuur

Staatshoofd

  • President Nana Akufo-Addo

Volgende algemene verkiezingen

  • December 2020

Bevolking

  • 28,2 miljoen

Inkomen per capita

  • 1.380 USD

Inkomensgroep

  • Lager middeninkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Goud (27,6% van de ontvangsten op de lopende rekening), cacaobonen en -producten (14,5%), olie (7,6%)

Beoordeling landenrisico

Betrouwbare democratische referenties gaan gepaard met een gebrek aan begrotingsdiscipline

Ghana is een van de meest stabiele landen in de regio. Het kende verschillende opeenvolgende vreedzame machtsoverdrachten tussen de twee grootste democratische partijen, het National Democratic Congress (NDC) en de New Patriotic Party (NPP). De NPP won de verkiezingen van 2016 vrij overtuigend nadat de vorige regering van de NDC ten onder was gegaan aan corruptieschandalen, zwakke economische prestaties en een ernstige machtscrisis. De herhaalde beleidsontsporingen en de uitgesproken hoge uitgaven in verkiezingsjaren vormen een grote zwakte in het democratische proces van Ghana. Ook in 2016 zorgde dit voor een groot onevenwicht.

Ghana mag dan al jarenlang stabiel zijn, er zijn elementen die zeker niet mogen worden onderschat bij het beoordelen van het risico op politieke instabiliteit. Ten eerste zijn er de aanhoudende stijging van de levenskosten en de bevriezing van de lonen in de openbare sector, waardoor het risico op grootschalige stakingen en sociale onrust toeneemt. Ten tweede: door het toenemende succes van de olieproductie in Ghana sinds 2011 steeg ook het risico op wanbeheer. Corruptie is in feite een steeds groter probleem geworden. In de corruptie-index van Transparency International ging Ghana in 2017 voor het derde jaar op rij achteruit, hoewel het land nog steeds boven het gemiddelde in de regio blijft (12de van 49 Sub-Saharaanse Afrikaanse landen). Tot slot bestaat er in Ghana, net als in veel andere West-Afrikaanse kustlanden, een toenemende polariserende dynamiek tussen de moslims in het noorden en de christenen in het zuiden. Bovendien is het land door zijn betrokkenheid in de strijd tegen regionale jihadisten en de aanwezigheid van westerse belangen een doelwit voor jihadistische groepen die in de Sahel gevestigd zijn.

Herstel na jarenlange zwakke macro-economische prestatie

Het ineenstorten van de internationale olieprijzen, jarenlange terugkerende ontsporingen in het fiscale beleid, een machtscrisis en technische problemen op Jubilee, het olieveld voor de kust, zorgden voor een verslechtering van de economische en financiële basis van het land tussen 2013 en 2016. De economische context verbeterde in 2017 dankzij een stijging in de olie- en gasproductie en de invoering van een ambitieuzere agenda inzake economisch beleid. De verwachtingen voor de bbp-groei stegen voor 2018 tot bijna 9% en voor 2019 tot 6% dankzij een quasi-verdubbeling van de olieproductie nadat nieuwe olievelden in gebruik kwamen. Bovendien lijken de olieprijzen weer te schommelen rond 60 USD per vat. Het aandeel van de niet-oliegebonden groei gaat ook de hoogte in dankzij de focus van de regering op industrialisering als gevolg van een aantal pro-businesshervormingen en een betrouwbaarder stroomvoorziening.

De waarde van de cedi is sinds eind 2013 gehalveerd. Sinds eind 2017 heeft de munt zich weten te stabiliseren dankzij de hogere inkomsten in harde valuta uit olie-export en de aanhoudende steun van het IMF, wat goed is voor het algemene vertrouwen. Toch blijft de Ghanese munteenheid blootgesteld aan seizoensgebonden en politieke kwetsbaarheid. De inflatie vertoont sinds 2017 een dalende trend nadat ze tussen 2014 en 2016 een jaarlijks gemiddelde bereikte van meer dan 16%. Dankzij het gerichte monetaire beleid wordt verwacht dat de inflatie tegen eind 2017 gedaald zal zijn tot 10% en misschien nog verder zal dalen tot 8% tegen eind 2018.

Dankzij het herstel in de export (olie en goud) zou het tekort op de lopende rekening verder moeten inkrimpen naar 5,4% van het bbp in 2018, komende van een gemiddeld tekort van 8% van het bbp tussen 2014 en 2016. Bovendien worden geen financieringstekorten meer verwacht op de externe betalingsbalans, wat hoofdzakelijk te verklaren is door een hogere instroom van portefeuillebeleggingen (euro-obligaties), die de deviezenreserves bij de centrale bank nog verder zal ondersteunen. De reserves zijn in feite op hun hoogste niveau sinds 2012 en bereikten in november 2017 een equivalent van 3,2 maanden invoer. Deze obligatie-uitgiften hebben echter geleid tot een toename van de totale buitenlandse schuld. De aanzienlijke groei van het bbp van Ghana zou niettemin moeten helpen om de buitenlandse-schuldratio’s (staatsschulden en privéschulden) te verlagen van 55% van het bbp in 2017 naar ongeveer 50% in 2019. Keerzijde van de medaille: de schuldendienstratio’s bereikten in 2017 een pijnlijk niveau van ongeveer 20% van de inkomsten op de lopende rekening, en er wordt verwacht dat ze de komende jaren op dat niveau zullen blijven door ongunstige buitenlandse kredietvoorwaarden, die steeds minder concessioneel werden.

De kwetsbare overheidsfinanciën zijn een belangrijke risicofactor

De Debt Sustainability Analysis van het IMF van september 2017 bevestigt dat Ghana een hoog risico vertoont op schuldoverlast. De grootste risico’s voor Ghana liggen onmiskenbaar op begrotingsvlak. Het begrotingstekort bereikte tussen 2012 en 2014 een gemiddelde van 11% van het bbp. In 2015 daalde het licht als gevolg van toezeggingen onder het 3-jarig ondersteuningsprogramma van het IMF (2015-2018). Doordat 2016 een verkiezingsjaar was, ontspoorde de begroting in 2016 echter opnieuw richting -9% van het bbp. De achterstallige betalingen van de overheid aan binnenlandse aannemers stapelden zich op (3,8% van het bbp tegen eind 2016) en de overheid had te kampen met belangrijke vaste verplichtingen verbonden aan staatsenergiebedrijven die in moeilijkheden verkeren, en de financiële sector. Daardoor liep de overheidsschuld van Ghana in 2016 op tot 74% van het bbp, komende van amper 26% van het bbp na het HIPC-schuldverlichtingsinitiatief in 2006. Hoewel de staatsinkomsten vrij stabiel bleven, maar ook beperkt tot 17%-18% van het bbp, rezen de rentebetalingen de pan uit en slorpten ze in 2016 uiteindelijk een onhoudbare 42% van de staatsinkomsten op. De enorme rentelast op de Ghanese begroting is waarschijnlijk de grootste zwakte van het land, en is te verklaren door een gebrekkig schuldbeheer en dure binnenlandse kredietvoorwaarden gekenmerkt door korte looptijden en hoge rentevoeten (25% in 2016). In het kader van de Ghanese strategie rond overheidsschulden wordt de binnenlandse schuld geleidelijk verlengd door schulden met langere looptijden en buitenlandse leningen die gemakkelijker toegankelijk zijn geworden. De Ghanese euro-obligatie van 2016 werd verkocht met een aanzienlijk rendement van 9,25% en het land plant zijn zesde verkoop van euro-obligaties in april 2018 (1 miljard USD). De rendementen van obligaties in lokale valuta in handen van internationale beleggers bereiken nog steeds een ontzettend hoog niveau (bijvoorbeeld 19,5% na een verkoop in november 2017). Dit verhoogt uiteraard de last van de buitenlandse schuldaflossing, terwijl verwacht wordt dat openbare rentebetalingen in 2018 en 2019 respectievelijk 36% en 33% van de overheidsinkomsten in beslag zullen nemen. Beslissingen over overheidsleningen scheppen nog altijd onzekerheid over de vraag of het land zijn doelstellingen inzake schuldbeheer onder het IMF-programma zal bereiken en of het maatregelen zal nemen om de schuldoverlast weg te werken en de houdbaarheid van de overheidsschuld te herstellen.

In 2017 werden een strikter fiscaal beleid (zoals een bredere heffingsgrondslag en compliance) en pro-businesshervormingen ingevoerd. Hierdoor zou het begrotingstekort van 2017 beperkt moeten blijven tot ongeveer 6% van het bbp, het laagste niveau in zes jaar tijd. Als de inspanningen voor de begrotingsconsolidatie worden voortgezet, zou het tekort in 2018 zelfs onder de 4% van het bbp kunnen zakken, waardoor de overheidsschuld zou kunnen dalen. De rentelast dreigt de komende jaren echter zwaar te blijven. De verlenging van het financieel ondersteuningsprogramma van het IMF tot april 2019 zou moeten bijdragen tot een verlichting van de schuldoverlast, mede door een sterke economische activiteit en toegenomen opbrengsten uit export. De uitdagingen voor de Ghanese staatsfinanciën mogen dan wel groot blijven, toch toont het land belangrijke tekenen van herstel. De belangrijkste risico’s die de vooruitgang in de weg kunnen staan, zijn een nieuwe ineenstorting van de olieprijzen, een terugval van de olieproductie, een te relaxte fiscale discipline en negatieve gevoelens op de internationale financiële markt ten opzichte van Ghana of grensmarkten in het algemeen.