Risicofactoren en vooruitzichten

Sinds de militaire coup van mei 2014 is de politieke stabiliteit hersteld en die situatie zou moeten aanhouden tot enige tijd na de volgende algemene verkiezingen die uitgesteld zijn tot 2019. Met uitzondering van het overlijden van de aanbeden koning betekenden deze jaren een pauze in de geschiedenis van het land omdat de diepe verdeeldheid en ongelijkheid in de Thaise maatschappij niet aangepakt werden. Onder de nieuwe grondwet heeft de democratie een stap achteruitgezet ten voordele van een invloedrijker leger, wat op middellange tot lange termijn nieuwe instabiliteit zou kunnen veroorzaken. Ondertussen bleef de economie twee jaar lang op een status quo zitten omwille van de politieke onzekerheid, het uitblijven van hervormingen en het regeringsbeleid. Dit weerspiegelde zich in een sterke daling van de directe buitenlandse investeringen, minder toerisme en een zwakkere bbp-groei. De sterke macro-economische fundamenten (inclusief een recordoverschot op de lopende rekening, een beheersbare externe schuldenlast, gezonde overheidsfinanciën en banksector) hebben er echter voor gezorgd dat de economie kon heropleven.

2017 zag weer sterkere economische prestaties ondersteund door hoge inkomsten uit toerisme, meer publieke investeringen in infrastructuur en een hogere buitenlandse vraag naar industriële producten. Omwille van de groei in buitenlandse reserves heeft Credendo de beoordeling van het politieke risico van het land op korte termijn opgetrokken tot 2/7. Het verbeterde zakelijke klimaat vertaalde zich in de beste categorie (A op een schaal van A tot C) voor het structurele commerciële risico. De algemene verwachtingen zijn dus vrij positief, hoewel Thailand door de grote economische openheid van het land kwetsbaar blijft voor externe schokken. De belangrijkste risico’s zijn een potentiële toename van protectionisme in de wereldhandel, een onzeker economisch klimaat en in mindere mate financiële instabiliteit die resulteert uit het aanhoudend strakke monetaire beleid van de Amerikaanse Fed. De voornaamste binnenlandse risico’s zijn de natuurrampen die steeds frequenter voorkomen, en de consumptievraag die vertraagd wordt door de hoge schuldenlast van de gezinnen. Zoals de laatste jaren hebben aangetoond, hangt het risicovooruitzicht over het algemeen vooral af van de evolutie van de onzekere politieke situatie. In afwachting daarvan krijgt de politieke risicobeoordeling van Thailand op middellange en lange termijn dankzij de herstelde politieke stabiliteit en economische veerkracht een positieve score van 3/7.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Macro-economische veerkracht
  • Gezonde overheidsfinanciën
  • Lage externe schuld, sterke liquiditeit
  • Gezond bankensysteem

Contra's

  • Sociale en politieke polarisatie van de Thaise maatschappij
  • Afhankelijkheid van industriële export blootgesteld aan sterke regionale concurrentie
  • Kwetsbaar voor externe schokken
  • Hoge gezinsschulden

Staatshoofd

  • Koning Vajiralongkorn

Eerste Minister

  • Generaal Prayut Chan-o-cha

Volgende algemene verkiezingen

  • Begin 2019

Bevolking

  • 68 miljoen

Inkomen per capita

  • 5.720 USD

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Toerisme (17,1% van de ontvangsten op de lopende rekening), auto-industrie (11,5%), elektronica (10,7%), machines & uitrusting (6,6%), landbouwproducten (5,2%), elektrische toestellen (4,3%), petrochemie (3,8%), metalen & staal (3,1%)

Beoordeling landenrisico

Een sterker leger voor grotere politieke stabiliteit... voorlopig

De politieke situatie is gestabiliseerd sinds de militaire coup van mei 2014. Op dat moment werd een nieuwe militaire interventie nodig geacht omdat er geen oplossing in zicht was voor een netelige en aanslepende politieke crisis. De sociaal-politieke verdeeldheid is verscherpt tijdens het onderbroken bewind van de Shinawatra familie van 2001 tot 2006 (onder Thaksin) en van 2011 tot 2014 (onder diens zus Yingluck), die beiden telkens afgezet werden door het leger dat hen zag als een gevaar voor de constitutionele monarchie. De Thaise maatschappij raakte almaar meer gepolariseerd tussen de rurale achterban van Shinawatra’s PTP (de ‘roodhemden’) en de stedelijke middenklasse en de royalisten (de ‘geelhemden’). Sinds de afzetting van premier Yingluck Shinawatra heeft het leger de sociaal-politieke status quo behouden door rechten en vrijheden te beperken (persvrijheid, sociale media,…), politiek protest te onderdrukken en de wetten rond majesteitsschennis strikter toe te passen.

Onder het bewind van juntaleider en premier Chan-o-cha vonden twee belangrijke politieke evoluties plaats. De eerste is de verzwakking van de democratie na tientallen jaren van democratische regeringen (zij het sporadisch onderbroken door korte periodes van militair bewind) door middel van de nieuwe grondwet. De tekst van deze grondwet, die in augustus 2016 middels een referendum werd goedgekeurd, maakt de weg vrij voor een machtige rol voor het leger in het politieke systeem: het stelt de premier aan en selecteert de leden van de senaat.

De tweede belangrijke gebeurtenis was het overlijden van koning Bhumibol Adulyadej, het langst regerende staatshoofd ter wereld, in oktober 2016. De Thaise maatschappij beschouwt hem als een heilig figuur, en er werd dan ook een rouwperiode van een heel jaar afgekondigd. De troonsopvolging verliep probleemloos met de kroning van zijn zoon, prins Vajiralongkorn. De nieuwe koning heeft echter met zijn eerste besluiten (waaronder de controle over bepaalde koninklijke instellingen) en zijn eis voor wijzigingen aan de grondwet aangetoond dat hij de wil heeft om zijn macht te vestigen en tot op bepaalde hoogte een tegengewicht te bieden aan de macht van het leger.

Verkiezingen opnieuw op de lange baan, politieke onzekerheid op (middel)lange termijn 

Er wordt verwacht dat de volgende algemene verkiezingen opnieuw uitgesteld zullen worden tot (begin) 2019 om een gedeeltelijke terugkeer naar een civiel bewind onder controle van het leger mogelijk te maken. Hoewel de stabiliteit verwacht wordt aan te houden na de verkiezingen, zijn er enkele risicofactoren op (middel)lange termijn. Omdat het militaire bewind geacht werd tijdelijk te zijn, kunnen nieuwe grondwettelijke regels negatief bekeken worden door de winnende partij en haar achterban wanneer die partij als regering beperkte macht en politieke manoeuvreerruimte heeft. Hetzelfde kan gelden indien de inbreuken op de democratische rechten lang zouden duren. Het feit dat de militaire junta de maatschappelijke polarisering niet aanpakt en de beloofde verzoening uitblijft, zorgt ervoor dat het risico op nieuwe politieke onrust op (middel)lange termijn behouden blijft.

Zoals haar broer jaren eerder, verliet ook Yingluck Shinawatra vorig jaar in augustus het land om de gevangenisstraf van tien jaar te ontlopen in een rechtszaak waarin ze aangeklaagd wordt voor wanbeheer van het dure subsidieprogramma voor rijst. Haar ballingschap is een opluchting voor het leger aangezien haar veroordeling had kunnen leiden tot politieke onlusten. De populaire PTP gaat door het verlies van een tweede Shinawatra als charismatische leider echter een onzekere overgangsperiode tegemoet die het einde van de dominantie van de Shinawatra’s zou kunnen inluiden. Bijgevolg kan de positie van de PTP in de verkiezingen van 2019 zwaar verzwakt worden en zo de politieke stabiliteit versterken onder een mogelijk nieuwe pro-militaire partij geleid door Generaal Chan-o-cha. De politieke stabiliteit zal echter afhangen van de mate waarin het nieuwe politieke systeem in de praktijk aanvaard wordt door de bevolking en de toekomstige regerende partij.

Naast de risico’s die rechtstreeks voortvloeien uit het binnenlandse politieke klimaat wordt het land ook geconfronteerd met een aanslepend conflict in de zuidelijke provincies waar een meerderheid van de bevolking moslim is. Met nieuwe leiders in de belangrijkste separatistische beweging en de internationalisering van jihadistische groeperingen, voornamelijk in Zuidoost-Azië, bestaat er een risico dat Thailand frequenter getroffen zal worden door aanslagen op functionarissen, publieke doelwitten en potentieel zelfs in toeristische bestemmingen. Toch kent Credendo het binnen- en buitenlandse risico van politiek geweld nog steeds een matige rating van 4/7 toe.

De economie trekt aan in een optimistische globale context 

Na de militaire coup van 2014 bleef de economie min of meer op een status quo tot 2016, wat het hoofddoel van de militaire junta weerspiegelde: macro-economische stabiliteit tijdens een lange politieke transitie. Door de politieke onzekerheid en het uitblijven van hervormingen werd de periode 2014-2016 gekenmerkt door zwakke prestaties. Het bbp groeide gemiddeld met 2,4% (vergeleken met 3,2% in 2009-2013 en 4,8% in 2000-2008), bij een lage inflatie en kredietaangroei, terwijl de export stabiliseerde op een lager niveau. Door de onzekerheid en het beschadigde vertrouwen daalde de instroom van directe buitenlandse investeringen gevoelig, terwijl de uitstroom van directe buitenlandse investeringen van Thaise groepen die in het buitenland hogere groeivooruitzichten opzochten, gevoelig toenam.

Vorig jaar vertoonde de Thaise economie een opmerkelijke vooruitgang dankzij grotere openbare investeringen in de infrastructuur in het kader van het huidige achtjarenplan (2015-2022), een hogere instroom van directe buitenlandse investeringen en toenemende inkomsten uit export en toerisme (specifiek vanwege Chinese toeristen), dit alles in de context van een verbeterde globale economische cyclus. Industriële exportproducten (77% van de totale goederenexport) doen hun voordeel met een groeiende vraag uit de VS en de EU en dragen zo bij tot de verhoging van de verwachte groei van het bbp tot 3,7% in 2017, omdat Thailand een zeer open economie blijft (handel maakt nog altijd 48% van het bbp uit, weliswaar minder dan de 58% die het in 2011 bijdroeg).

Sterkere externe positie verhoogt beleggersvertrouwen 

Het overschot op de lopende rekening is meer dan verdrievoudigd in 2014-2016 (tot een 20-jarig record van 11,5% van het bbp in 2016), wat echter deels verklaard wordt door een zwakke binnenlandse vraag (die zich vertaald heeft in minder import) omwille van de hoge schuldenlast van de gezinnen, het rouwjaar voor de overleden koning en de aanhoudende politieke onzekerheid die wogen op privéconsumptie en investeringen. In 2017 werd dit overschot nog altijd verwacht 10% van het bbp te bedragen aangezien de import van olie nog altijd van de aanhoudend lage prijzen profiteerde. In de komende jaren zullen hogere binnenlandse investeringen en de import die zij met zich meebrengen waarschijnlijk het overschot naar een veel lager niveau brengen.

Het verbeterde economische klimaat van Thailand, de positieve externe positie en het toegenomen vertrouwen van de beleggers maakten de baht tot de best presterende Aziatische munteenheid in 2017 ( 9% ten opzichte van de zwakkere USD tot midden december), wat de daling van 10% tussen mei 2014 en eind 2016 bijna omkeerde. Indien er zich geen belangrijke externe schokken voordoen, wordt verwacht dat dit sterke economische momentum zich dit jaar verderzet bij ondersteunende externe omstandigheden.

Solide banksector, gezonde overheidsfinanciën

De Thaise economie heeft tot nog toe veerkracht getoond onder het militaire bewind. Dit is vooral het resultaat van de over het algemeen sterke macro-economische fundamenten, inclusief de banksector. De Thaise banken zijn gezond op alle vlakken en volgens de belangrijkste financiële indicatoren, met permanent lage NPL's en dus voldoende buffers om schokken op te vangen.

Ook de overheidsfinanciën staan sterk, met een matige overheidsschuld (net boven 40% van het bbp en vooral binnenlandse schuld) en een redelijke fiscale balans voor de regering, hoewel die laatste vorig jaar in deficit kwam voor naar verwachting 1,4% van het bbp. Voor de toekomst wordt er een lichte stijging van dit tekort verwacht tot 1,7% van het bbp, wat zal voortvloeien uit verhoogde investeringen in infrastructuurprojecten. Welke regering er ook aan de macht is, de hoge stabiliteit in de budgettaire vooruitzichten en de fiscale consolidatie die gedurende het afgelopen decennium werden waargenomen – ondanks enkele uitglijders onder de populistische regeringen van de Shinawatra’s – zouden behouden moeten blijven onder het toezicht van het leger. De grootste fiscale uitdaging voor de komende regeringen zal erin bestaan om de ratio van de overheidsinkomsten te verhogen: er wordt namelijk verwacht dat die zonder fiscale hervormingen rond 22% van het bbp zal blijven schommelen, een niveau dat onvoldoende geacht wordt om de snelle vergrijzing van de Thaise bevolking te financieren.

Beknot door de hoge schuldenlast van de gezinnen en blootgesteld aan volatiele externe ontwikkelingen

Toch blijft de Thaise economie onder haar potentieel en slechter dan haar regionale evenknieën presteren, en zullen de prestaties grotendeels afhankelijk blijven van de politieke ontwikkelingen (bv. verder uitstel van de verkiezingen, betwisting van de verkiezingsuitslagen,...) en het toekomstige regeringsbeleid. Net als Maleisië wordt ook Thailand geconfronteerd met de ‘val van de middeninkomens’, met het einde van de periode van lage arbeidskosten, een verouderende bevolking en afgenomen binnenlandse investeringen. Die laatste daalden van 28% van het bbp tot 22% tussen 2012 en 2016. Er wordt niettemin verwacht dat privéinvesteringen op middellange tot lange termijn opnieuw hogere niveaus zullen bereiken dankzij een spillover-effect van het moedige investeringsplan van de regering. Bovendien kan de toenemende economische groei, naar verwachting gemiddeld 3,2% tegen 2022, ook gehinderd kunnen worden door de hoge schuldenlast van de gezinnen, die zich eind 2016 gestabiliseerd heeft op 70,2% van het bbp (samen met Maleisië de hoogste in Zuidoost-Azië), en die op middellange en lange termijn de private consumptie zal blijven schaden ondanks de kleine afname in 2017 en het voordeel van lage olieprijzen.

Als open economie is Thailand op termijn kwetsbaar voor meerdere potentiële externe schokken. De mogelijke toename van protectionisme in de wereldhandel onder impuls van Trump, een zwakkere buitenlandse vraag in een onzekere globale context en tot op zekere hoogte de financiële instabiliteit ten gevolge van het tempo van de monetaire normalisatie van de Amerikaanse Fed zijn risico’s op de middellange tot lange termijn voor de internationaal geïntegreerde Thaise economie. Natuurrampen zoals de extreem verwoestende overstromingen die Bangkok in 2011 troffen, kunnen een toenemende bedreiging vormen naarmate het klimaat sneller verandert.

Gezonde liquiditeit en externe schuldpositie

Het financiële risico van Thailand is laag en neemt langzaam af sinds 2014. In 2017 was de externe-schuldratio laag met een verwachte 31,6% van het bbp en 44% van de export, in lijn met de voorgaande 15 jaar en veel lager dan hun piek in 1998 tijdens de Aziatische crisis. Op middellange tot lange termijn wordt verwacht dat de ratio langzaam zal blijven dalen en zo de externe schuldenlast beheersbaar zal houden.

Positieve externe ontwikkelingen hebben de externe liquiditeit van Thailand tot nog comfortabelere hoogtes gestuwd. De reserves aan buitenlandse deviezen hebben een recordhoogte bereikt (stijging van 18% tussen december 2016 en oktober 2017) en dekken zo meer dan 8,5 maanden import (tegenover 6,4 maanden in 2014).

Een dergelijke toename wordt verklaard door de gedaalde import in 2014-2016 en de sterkere export sinds 2017. De buitenlandsedeviezenreserves zijn groter dan de externe schuldenlast en zijn tien keer hoger dan wat vereist is voor een stabiele en lage schuldenaflossing, die verwacht wordt rond 6% van de exportinkomsten te blijven bedragen in de toekomst. De kortetermijnschulden zijn over de jaren heen zeer stabiel gebleven op zo'n 18% van de exportinkomsten en minder dan 30% van de reserves aan buitenlandse deviezen.