Risicofactoren en vooruitzichten

De sterke daling van de internationale olieprijzen tijdens het afgelopen jaar heeft een grote impact op de inkomsten van olie-exporterende landen, waaronder Algerije, een land dat economisch bijzonder afhankelijk is van de olie- en gassector. In 2014 kende het land dan ook zowel een begrotingstekort als een tekort op de lopende rekening. Gezien er verwacht wordt dat de olieprijzen nog lang relatief laag zullen blijven, zal deze trend op middellange termijn wellicht nog toenemen. Dankzij jarenlange fiscale en externe overschotten heeft Algerije echter belangrijke externe activa kunnen opbouwen. De deviezenreserves van het land zijn dan ook de op een na hoogste in de MENA-regio na Saudi-Arabië. Bovendien heeft Algerije een verwaarloosbare buitenlandse schuld en overheidsschuld (respectievelijk ca. 2% en 9% van het bbp eind 2014). Het bestaan van deze buffers plaatst Algerije in categorie 2 voor het kortlopende politieke risico en in categorie 3 voor het langlopende politieke risico op een schaal van 1 (beste categorie) tot 7 (slechtste categorie).

Algerije kent een robuuste economische groei waarbij verwacht wordt dat de inflatie, die in het verleden hevige schommelingen gekend heeft, zal stabiliseren op een aanvaardbaar niveau. Het feit dat de private sector toegang heeft tot goedkoop krediet wordt eveneens gezien als een positieve factor voor het systemische commerciële risico van het land. Aan de negatieve kant van de balans staat de door de staat gedomineerde Algerijnse economie, die weinig competitief is en een zwak ondernemersklimaat creëert. Een ander negatief element is de devaluatie met bijna 30% van de Algerijnse dinar (DZD) ten opzichte van de USD sinds september 2014. Al met al brengt Credendo Group het commerciële risico van Algerije dan ook onder in klasse C op een schaal van A tot C.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Lage buitenlandse schuld en overheidsschuld
  • Overvloedige natuurlijke grondstoffen
  • Hoge liquiditeit (deviezenreserves)
  • Solide economische groei

Contra's

  • Afhankelijkheid van energie voor overheids- en exportinkomsten
  • Moeilijk ondernemersklimaat
  • Belangrijke tekorten op de begroting en de lopende rekening
  • Onduidelijke politieke opvolging

Belangrijkste exportproducten

  • Fossiele brandstoffen (85,1% van de ontvangsten op de lopende rekening van 2013), beleggingsinkomsten (4,5%), netto particuliere overdrachten (3,5%)

Inkomensgroep

  • Hogere middeninkomens

Inkomen per capita

  • 5.330 USD

Bevolking

  • 39,2 m

Beschrijving kiesstelsel

  • Presidentsverkiezingen: 5-jarige termijn, volgende verkiezingen in april 2019
  • Parlementsverkiezingen: 4-jarige termijn, volgende verkiezingen in mei 2017

Eerste Minister

  • Abdelmalek Sellal (sinds 2014)

Staatshoofd

  • President Abdelaziz Bouteflika (sinds 1999)

Beoordeling landenrisico

Overheidsuitgaven, herinneringen aan de burgeroorlog en de populariteit van Bouteflika bevorderen de nationale stabiliteit

Algerije kent frequente protesten van de bevolking en de Algerijnen kennen veel problemen die vergelijkbaar zijn met die van andere bevolkingen in de regio: een hoge werkloosheidsgraad (vooral bij jongeren), ongelijkheid, (echte of vermeende) corruptie,... De regionale protesten van begin 2011 leidden echter niet tot langdurige massaprotesten, in tegenstelling tot wat er gebeurde in de meeste andere landen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Deze beperkte impact van regionale ontwikkelingen op de politieke stabiliteit van het land wordt meestal toegeschreven aan drie factoren.

Eerst en vooral was president Abdelaziz Bouteflika veel populairder dan de gevallen staatshoofden in de regio. De politieke macht in Algerije blijft grotendeels in handen van Bouteflika, die in 2014 voor de vierde keer herverkozen werd. Zijn populariteit komt voort uit het respect dat hij kreeg voor zijn rol in het vredesherstel in het land na de burgeroorlog van de jaren 1990. Bouteflika is ondertussen echter 78 en verkeert sinds een hartaanval in april 2013 in slechte gezondheid. In de aanloop naar de verkiezingen van 2014 werd er dan ook gespeculeerd dat de leidende klasse deze gelegenheid zou aangrijpen om een nieuw staatshoofd naar voren te schuiven of een vicepresident aan te stellen. Het feit dat dit niet gebeurd is, kan erop wijzen dat de ondoorzichtige Algerijnse politieke kaste — 'le pouvoir', die bestaat uit leiders van de regerende partij FLN, machtige zakenlui en leger- en politieofficieren — geen akkoord kon bereiken over een nieuwe leider. De laatste jaren groeit de onenigheid binnen 'le pouvoir', met onderzoeken naar corruptie binnen het staatsenergiebedrijf Sonatrach en herstructureringen van belangrijke secties van de machtige Algerijnse inlichtingendienst Département du Renseignement et de la Sécurité (DRS). Toekomstige presidenten zullen de steun moeten hebben van het leger, dat traditioneel gezien wordt als een belangrijke speler in het verzekeren van de stabiliteit van de regering en als officiële functie heeft om 'de instellingen van de Republiek' te verdedigen. Een tweede factor is de bloederige burgeroorlog die regeringstroepen tegenover militante islamisten plaatste tijdens de jaren 1990 en die nog vers in het geheugen van de Algerijnen ligt. Er wordt aangenomen dat dit een belangrijke reden is waarom de Algerijnen huiverachtiger dan hun buren staan tegenover de risico's die politieke verandering met zich meebrengt. Een derde factor is het feit dat de Algerijnse regering, dankzij de inkomsten uit olie en gas, over meer middelen beschikt om te reageren op economische verzuchtingen met een verhoging van de overheidsuitgaven. Zo subsidieert de regering olieproducten, voeding, water en elektriciteit. Ze voorziet ook sociale woningen en tewerkstelling in de openbare sector.
Een voorbeeld van het belang van die laatste factor zijn de gewelddadige conflicten die in juli in het zuiden van het land uitbraken tussen de twee belangrijkste gemeenschappen in de regio — de Arabieren en de Berbers. Er bestaan traditioneel spanningen tussen Arabieren en Berbers, maar de aanleiding tot het conflict was economisch: het ging specifiek over sociale woningen en tewerkstelling in de openbare sector.

Hoewel al deze factoren de politieke risico's lang verminderd hebben, staan ze vandaag onder druk, wat het risico op interne onrust zou kunnen vergroten. Enerzijds kan de politieke onzekerheid over de opvolging van president Bouteflika tot politieke spanningen leiden, anderzijds kan een lang aanhoudende lage olieprijs de strategie van de staat om ontevredenheid te counteren met meer overheidsuitgaven, ondermijnen.

Toenemende terroristische aanslagen

De interne veiligheidssituatie is stabiel, maar het risico op terroristische aanslagen neemt toe, vooral door de chaos in buurland Libië. De dodelijke aanval op het gasveld In Amenas in januari 2013 bewees hoe kwetsbaar Algerije is voor toenemende activiteiten van militante islamisten in de regio. Deze zomer nog hebben groeperingen gelieerd met Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM) in de provincie Aïn Defla onder meer een militair konvooi aangevallen en daarbij negen soldaten gedood. Er zijn tekenen dat ook Islamitische Staat (IS) actief is in Algerije. In september 2014 kondigde een AQIM-groep in Kabylië aan zich te alliëren met IS, een week later gevolgd door de ontvoering en moord op de Franse toerist Hervé Gourdel. Twee andere gewapende groeperingen die in het oosten van het land actief zijn hebben recent trouw gezworen aan IS. We mogen echter niet vergeten dat de staat en het leger zeer aanwezig blijven in Algerije en dat de veiligheidsdiensten een grote capaciteit hebben.

Het belang van olie en gas

Algerije is rijk aan natuurlijke grondstoffen en is de negende gasproducent ter wereld. De enorme bewezen natuurlijke gasreserves worden verwacht pas binnen 55 jaar uitgeput te raken. Het land heeft ook olievoorraden en is aangesloten bij het OPEC-kartel. De bewezen olievoorraad zou naar schatting binnen 20 jaar uitgeput zijn. Ook op het gebied van schaliegas heeft Algerije een enorm potentieel: er wordt geschat dat de technisch exploiteerbare schaliegasvoorraden de derde grootste ter wereld zijn. Toen de regering begin dit jaar echter schaliegasboringen uitvoerde in Ain Salah leidde dit tot wijdverbreide protesten in het zuiden, waar de bevolking beducht is voor de milieu-impact van de ontginning, specifiek op de waterbronnen.

Olie en gas zijn van vitaal belang voor Algerije. Inkomsten uit die sector vertegenwoordigen 85% van de lopende inkomsten en ongeveer 60% van de totale inkomsten van de regering. De afhankelijkheid van olie- en gasinkomsten is dus groter in Algerije dan in veel andere landen, waardoor het land kwetsbaar is voor de onvoorspelbare prijsschommelingen op de globale energiemarkten. De grafiek hieronder geeft weer hoe heftig de schommelingen op de internationale oliemarkten kunnen zijn. Na jaren van relatieve stabiliteit, daalden de olieprijzen sterk medio 2014. De prijsdaling werd voornamelijk veroorzaakt door productiegroei buiten de OPEC — vooral de ontwikkeling van extractietechnologieën voor schalie-olie in de VS — bij een trager groeiende vraag. In november 2014 beslisten de OPEC-landen om hun marktaandeel te beschermen en de productiequota van het kartel niet te verlagen. In 2015 herbevestigden ze die beslissing. Zo wilden de OPEC-landen producenten met hoge kosten, zoals de Amerikaanse schalieproducenten, uit de markt jagen die door de hoge prijzen interessant was geworden voor hen. De verwachting was dat een afname in de productie van producenten met hoge kosten in combinatie met een stijgende vraag uiteindelijk tot hogere prijzen zou leiden. In de lente van 2015 begonnen de olieprijzen ook effectief te stijgen, maar kort daarna hernam de neerwaartse lijn. De belangrijkste verklaringen hiervoor zijn de onverwachte vasthoudendheid van de schalieproducenten in de VS, de tegenvallende groei in de opkomende markten, en dan vooral in China, en de nucleaire overeenkomst met Iran, die in de nabije toekomst een verlichting van de sancties op deze olieproducent zal inhouden. De Wereldbank voorspelt dat de lage olieprijzen op middellange termijn zullen aanhouden tot 2018, met een gemiddelde prijs van 70 USD per vat.

Graphe1NL

Tekorten op de begroting en lopende rekening bereiken twee cijfers na de energieprijsdaling

De huidige olieprijzen liggen sinds de daling medio 2014 duidelijk onder het fiscale en externe break-evenpoint van Algerije. De fiscale en externe break-evenolieprijzen zijn de prijzen waaraan de fiscale en externe balansen voor een gegeven jaar in theorie in evenwicht zijn. Zoals de grafiek aangeeft, heeft Algerije een van de hoogste break-evenprijzen van alle olie-exporteurs in de regio. De externe break-evenolieprijs wordt verwacht stabiel te blijven in de komende jaren. Er wordt geschat dat de fiscale break-evenolieprijs in 2015 naar USD 111 zal zakken (van USD 130 in 2014), maar ook dat is nog veel hoger dan de verwachte olieprijzen.

Graphe2NL

De dalende internationale olieprijzen hebben samen met een afnemende energieproductie in Algerije voor lagere inkomsten uit energie gezorgd. In 2014 resulteerde dit in een tekort op de lopende rekening van 4,3% van het bbp — het eerste tekort sinds 1999. Het IMF voorspelt dat de inkomsten uit energie-export in de komende jaren nog verder zullen dalen en dat het tekort op de lopende rekening dit jaar een enorme 15,7% van het bbp zal bedragen — een record. Het tekort op de lopende rekening zal in de komende jaren waarschijnlijk groot blijven gezien de lage verwachtingen voor de olieprijzen. De slinkende fossiele brandstofinkomsten en toenemende overheidsuitgaven hebben in 2014 ook geleid tot een begrotingstekort van 6,8% van het bbp. Voor dit jaar wordt een groot tekort van 12,9% van het bbp voorspeld, wat opnieuw een record zou zijn en bevestigt dat een ambitieuze inspanning vereist is om de begroting op middellange termijn te consolideren om het aan te passen aan de nieuwe realiteit van lage energieprijzen. Het is eveneens van cruciaal belang om de economie en de export te diversifiëren en zo de afhankelijkheid van de wispelturige internationale oliemarkten te verminderen.

Sterke externe nettokredietpositie

Dankzij de hoge energieprijzen in het verleden was Algerije vooral tijdens het afgelopen decennium in staat om belangrijke overschotten te boeken op de begroting en de lopende rekening. Dit hielp dan weer bij het creëren van grote externe buffers die de buitenlandse schulden verminderden en de buitenlandse activa verhoogden. De buitenlandse en overheidsschulden van het land daalden daardoor van respectievelijk meer dan 60 en 80% van het bbp in 1999 tot ongeveer 2 en 9% tegen einde 2014. Het Algerijnse oliestabilisatiefonds (Fonds de régulation des recettes, FRR) bedroeg in 2013 bijna 60 miljard USD of vrijwel 30% van het bbp. De deviezenreserves dekken op dit moment bovendien de import voor bijna twee jaar. Dit is het op een na hoogste niveau in de MENA-regio (zie grafiek hieronder).

Graphe3NL

Deze externe en fiscale buffers maken dat zowel de Algerijnse regering als het land in zijn geheel een netto buitenlandse crediteur is. Het feit dat de lopende rekening echter een groot tekort begint te vertonen, holt deze positie als netto buitenlandse crediteur uit. Zowel het FRR als de deviezenreserves slinken snel. Het IMF voorspelt dat de deviezenreserves tegen 2020 nog slechts ongeveer de helft zullen bedragen van het niveau van 2013.

Recente hervormingen, maar mogelijk krachtigere maatregelen nodig

De grote energieafhankelijkheid en de slinkende reserves aan fossiele brandstoffen hebben de regering ertoe gebracht om deze zomer een aantal hervormingen door te voeren om zich aan te passen aan de situatie.

Deze hervormingen omvatten niet alleen wijzigingen aan het belastingstelsel die de binnenlandse productie moeten stimuleren en import moeten ontmoedigen, maar ook een fiscale amnestiemaatregel om de informele sector op te nemen in de gereguleerde economie en om inkomsten uit andere bronnen dan olie- en gasexport te vergroten. De centrale bank probeert, door de munt te laten devalueren, ook de import te beperken en de waarde van de olieverkoop in Algerijnse dinars te vergroten. Daarnaast is de uitgave van documentair krediet door Algerijnse banken voor import verstrengd door de centrale bank.

Enkele cruciale kwesties moeten echter nog aangepakt worden. Zoals hoger vermeld zijn een diversificatie van de Algerijnse economie en grotere inspanningen om de fiscale begroting sluitend te maken (bijvoorbeeld door subsidies af te schaffen) essentieel. Een ander probleem in het land is het alles behalve optimale ondernemersklimaat. Algerije neemt de 154ste plaats in op 189 landen in de 2015 'Ease of Doing Business' - ranking van de Wereldbank. Dat is 7 plaatsen slechter dan vorig jaar. In de MENA-regio doen enkel Irak en Libië het slechter (zie grafiek). De omslachtige regelgeving in het land is een oud zeer dat frequent leidt tot laattijdige betalingen en een uitgesproken onvriendelijk ondernemersklimaat. Een voorbeeld van dat laatste is het feit dat buitenlandse investeerders maximaal 49% van de aandelen van een vennootschap in handen kunnen krijgen. De Algerijnse regering probeert meer buitenlandse investeringen en technologie aan te trekken, vooral in de olie- en gassector. In 2013 werd een nieuwe wet op fossiele brandstoffen aangenomen die als doel heeft nieuwe investeringen in de energiesector aan te trekken. Die investeringen bleven echter beperkt, zowel omwille van veiligheidsoverwegingen (vooral na de gebeurtenissen in het gasveld van In Amenas in 2013) als omwille van het feit dat de staatsonderneming Sonatrach een meerderheidsaandeel aanhoudt in de olie- en gasprojecten in het land. Een weinig succesvolle aanbesteding voor olie in 2014, waarin de overheid maar 5 van de 33 aangeboden loten wist te slijten, was hiervan een duidelijke illustratie.

Graphe4NL