Risicofactoren en vooruitzichten

Hoewel Bangladesh erin slaagt de macro-economische stabiliteit te behouden, blijft het politieke risico voor het land op middellange tot lange termijn hoog. Een zeer belangrijke verklarende factor is de lange geschiedenis van politieke instabiliteit en geweld, die vorig jaar nog een piek kende. De algemene verkiezingsboycot door de oppositie in januari, heeft de politieke onzekerheid in stand gehouden met een risico op hernieuwde sociale onrust en verstoring van economische activiteit. Mogelijk zal zich op een bepaald moment een militaire interventie opdringen; het land is immers sterk verdeeld en er is momenteel geen vooruitzicht op een compromis. Ook moet rekening worden gehouden met de risico's op de verspreiding van het islamisme en het terrorisme, in combinatie met de etnische spanningen.

De kledingsector, de grootste exportindustrie van het land, werd vorig jaar getroffen door de tragische instorting van enkele fabrieken, wat de sector onder internationale aandacht bracht. Vanaf toen hebben de overheid en 's wereld grootste textielconcerns hun krachten gebundeld om de arbeidsomstandigheden in de toekomst te verbeteren. Hoewel het kostenvoordeel van Bangladesh waarschijnlijk wel zal blijven bestaan, is er toch een onderliggend risico omdat het land zo sterk economisch afhankelijk is van een sector in een overgangsfase en met sterke regionale concurrentie. Bovendien is de economie kwetsbaar voor de klimaatsverandering, met veelvuldige natuurrampen. Ook het armoedecijfer blijft enorm hoog, ondanks de aanzienlijke vooruitgang in menselijke ontwikkeling en een decennium van veerkrachtige, sterke groei. De zwakke overheidsfinanciën, en vooral de lage regionale belastingopbrengsten, zetten een rem op het anti-armoedebeleid en op de hoognodige openbare investeringen in infrastructuur, wat sterkere economische ontwikkeling tegenhoudt. Ondanks verschillende zwakke punten, tonen de vooruitzichten toch dat Bangladesh het potentieel heeft om zijn groeitraject weer op te krikken, voornamelijk dankzij de snel opkomende middenklasse. Voorwaarde is wel dat het zakenklimaat en de politieke stabiliteit verbeteren, wat toch nog een grote uitdaging vormt voor het land.

Bangladesh heeft een gunstiger profiel voor het politieke risico op korte termijn dankzij de sterk verbeterde externe liquiditeit onder invloed van het historisch hoge niveau van de deviezenreserves. Die werden sterk aangedikt, voornamelijk als gevolg van de stevige kledingexport in ongunstige omstandigheden, en hoge geldoverdrachten van mensen die werkzaam zijn in de Golf. Zolang er geen positief resultaat is bereikt, blijft het vooruitzicht op korte termijn echter somber door de risico's van de politieke crisis.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Macro-economisch weerbaar tegen schokken
  • Ontvangst van enorme geldoverdrachten van mensen werkzaam in het buitenland
  • Concurrentieel in low-cost-productie
  • Goede resultaten van menselijk ontwikkelingsbeleid

Contra's

  • Terugkerende politieke instabiliteit en geweld
  • Te sterk afhankelijk van kledingsector
  • Kwetsbaar voor natuurrampen
  • Lage belastinginkomsten bemoeilijken infrastructuurontwikkeling

Belangrijkste exportproducten

  • Kleding (49,7% van de ontvangsten op de lopende rekening), geldoverdrachten van mensen werkzaam in het buitenland (34,6%), vis (2,1%), ICT-diensten (1,2%)

Inkomensgroep

  • Laag inkomen

Inkomen per capita (USD)

  • 840

Bevolking

  • 157 miljoen

Beschrijving kiessysteem

  • President: volgende verkiezingen in 2018 (5-jarige termijn)
  • Parlement: volgende verkiezingen in 2019 (5-jarige termijn)

Regeringsleider

  • Sjeik Hasina Wajed

President

  • Abdul Hamid

Beoordeling landenrisico

Onzekere en onstabiele politieke vooruitzichten na verkiezingsboycot

Bangladesh maakt momenteel een van zijn ergste politieke crisissen in tien jaar door. De politieke opschudding en het geweld herhalen zich nog maar eens in het land dat door de geschiedenis gepolariseerd is tussen twee partijen die beurtelings aan de macht zijn geweest sinds de onafhankelijkheid, namelijk de heersende seculiere partij Awami League (AL) en de islamitische Bangladesh Nationalist Party (BNP). Het meest recente mandaat van de AL verliep vrij stabiel, tot de noodlottige instorting van de textielfabrieken vorig jaar, en tot de aanhangers van BNP steeds gewelddadiger en radicaler werden. Hun woede werd aangewakkerd door vijandige gerechtelijke procedures (gevangenis- of doodstraffen) van het internationaal oorlogstribunaal tegen hun historische leiders (en tegen die van hun bondgenoot Jamaat-e-Islami). Het tribunaal werd opgericht om criminelen te berechten tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh tegen Pakistan in 1971. Het risico bestaat dat die spanningen uiteindelijk het radicale islamisme zullen aanwakkeren in een moslimland waar de meerderheid van de bevolking gematigd is en democratie verkiest boven een islamitische staat. Ten overstaan van een regering die beticht wordt van corruptie en verkiezingsfraude, zou het binnenlandse terrorisme wel eens kunnen toenemen en zou de populariteit van de islamitische partijen – gesteund door de armen omwille van hun positieve sociale rol – kunnen stijgen, zoals bleek uit de recente lokale verkiezingen en voorgaande polls.

Er hangt dus een gespannen sfeer in het land, en de BNP vocht aan dat de AL weigerde de parlementsverkiezingen van januari dit jaar te laten opvolgen door een neutrale overgangsregering. Dit zorgt al maanden voor binnenlandse chaos, met stakingen, gewelddadige protesten (met een recordaantal slachtoffers vorig jaar) en verstoring van de bedrijfsvoering. De verkiezingsboycot van de BNP heeft de geloofwaardigheid van de makkelijke overwinning van de AL een flinke knauw gegeven en de politieke impasse nog verergerd.
Ondanks de binnen- en buitenlandse druk heeft de historische AL-leider en herverkozen eerste minister Sjeik Hasina tot nu toe niet toegegeven aan nieuwe verkiezingen uit angst die – zoals wordt verwacht – te verliezen en het doelwit te worden van vergeldingsacties van de BNP als zij opnieuw aan de macht komen. Als gevolg van deze politieke impasse en de stijgende binnenlandse polarisering, zou het machtige, maar onwillige leger zich genoopt kunnen zien om tussen te komen. Het zou dan meer invloed krijgen op het politieke spel door, net als in 2007, een tijdelijke militair gesteunde regering aan te stellen tot er eerlijke verkiezingen worden georganiseerd.

Sinds januari is de kalmte weergekeerd en heeft de activiteit zich genormaliseerd. Toch zal de politieke situatie waarschijnlijk verslechteren en het politieke risico opnieuw toenemen, tenzij men tot een moeilijk politiek compromis komt dat tot nieuwe verkiezingen leidt of tenzij het leger uiteindelijk tussenkomt.

Dominante kledingsector in overgangsfase na belangrijke veiligheidsschandalen

De economie, en dan vooral de cruciale confectie-sector die toch een eerder elastische vraag kent, is er tot nu toe in geslaagd enigszins weerstand te bieden aan de politieke schok. Deze sector voorziet niet alleen in miljoenen jobs, maar levert ook een belangrijke bijdrage aan de binnenlandse economische activiteit. Hij is namelijk goed voor zo'n 80% van de totale export van goederen, met 60% naar de EU-markt, waartoe Bangladesh preferentiële toegang heeft. Voor een land waar de dienstensector blijft groeien (momenteel goed voor de helft van het bbp) en de meerderheid van de mensen nog steeds tewerkgesteld is in de landbouw, is Bangladesh voor de export dus te sterk afhankelijk van enkel en alleen de kledingsector. Gezien de sterke concurrentie van Zuidoost-Aziatische landen (Cambodja, Vietnam, Indonesië en mogelijk Myanmar), zouden de autoriteiten moeten nadenken over hoe ze de export op lange termijn meer kunnen diversifiëren. Het risico dat een belangrijke economische en sociale kracht ooit een zwakte wordt, kan maar beter ingeperkt worden. Daarnaast is het raadzaam om negatieve schokken die de industrie treffen te verlichten, zoals wordt aangetoond door de recente gebeurtenissen.

De sector stond vorig jaar immers helemaal op zijn kop door de noodlottige fabrieksinstortingen die te wijten waren aan de onveilige omstandigheden. Vooral de ramp in het Rana-Plaza-gebouw waarbij meer dan 1.100 arbeiders het leven lieten, lokte heel wat protest en westerse kritiek uit. De regering zette een nationaal actieplan op en er werden overeenkomsten gesloten tussen de lokale fabriekseigenaars en de buitenlandse modewinkels. De algemene doelstelling van deze lokale en internationale samenwerking is het verhogen van de veiligheidsnormen in de 4.000 bestaande textielfabrieken in Bangladesh en het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Als gevolg daarvan werd al meer dan een kwart van de fabrieken geïnspecteerd en werden er verschillende gesloten. Vakbonden werden erkend en het maandelijkse minimumloon werd sterk verhoogd (met 77%) tot 5.300 taka (68 USD). Er is dus wel vooruitgang geboekt sinds deze initiatieven werden genomen. Het is echter niet zeker dat men in de toekomst zal kunnen blijven voldoen aan deze veiligheidsnormen, noch dat dit structurele proces hetzelfde tempo kan blijven aanhouden. Er is namelijk verzet van de werkgevers en er dreigen jobs verloren te gaan als het kostenvoordeel afneemt. Toch is er wat optimisme over het vitale belang van de kledingindustrie voor Bangladesh; dat zou een impuls moeten zijn voor het proces om positieve resultaten af te leveren. Intussen blijven de arbeidskosten in de sector, zowel absoluut als relatief, regionaal zeer competitief gezien de opwaartse trend in de lonen in Azië (enkel Myanmar is goedkoper in Azië). Bangladesh blijft, als tweede belangrijkste land in de kledingsector, na China, dus wel aantrekkelijk, op voorwaarde dat de verbetering van de veiligheid resultaat oplevert en vermeden kan worden dat dergelijke tragische gebeurtenissen zich opnieuw voordoen. In dat geval zouden de sociale spanningen heropleven en zou het reputatierisico voor buitenlandse textielconcerns toenemen.

Voorzichtig positieve vooruitzichten dankzij de economische weerbaarheid

Tegen de verwachtingen in, blijft de industrie in Bangladesh toch sterk presteren. De stijgende kledingexport illustreert deels de opmerkelijke economische weerbaarheid van het land. De export is de laatste tien jaar gestegen met gemiddeld meer dan 6%, ondanks weersgebonden en exogene economische schokken zoals de wereldwijde recessie van 2009. De recente ongunstige gebeurtenissen hebben de bbp-groei echter wel verlaagd in het boekjaar 2013/14 tot ongeveer 5,5%, voor de eerste keer sinds 2003 weer lager dan 6%. Op middellange termijn wordt opnieuw een groei van 6,5-7% verwacht. Hoe dan ook blijven de economische vooruitzichten sterk afhankelijk van een oplossing voor de politieke crisis. De politieke onzekerheid, hernieuwde sociale onrust en de verstoring van de bedrijfsvoering vormen de belangrijkste risico's aangezien zij de economische ontwikkeling kunnen beknotten, buitenlandse investeringsplannen kunnen dwarsbomen en de overheidsfinanciën en de verzwakte bankensector kunnen beïnvloeden.

Bangladesh_Graph1NL

Ten slotte werd ook de binnenlandse vraag (goed voor 75% van het bbp) getroffen door de vertraging in de kredietgroei en in geldoverdrachten van mensen werkzaam in het buitenland, en door de stagnerende investeringen. Momenteel is er een overschot op de lopende rekening, al wordt verwacht dat er vanaf volgend jaar een tekort zal ontstaan. Er wordt namelijk verwacht dat de import met betrekking tot investeringen weer zal opflakkeren. Geldoverdrachten van Bengalezen die in het buitenland werken, vormen een sterke buffer tegen externe schokken. Ze zijn namelijk goed voor een derde van de totale ontvangsten op de lopende rekening en zijn meestal zeer veerkrachtig. Ze compenseren het enorme handelstekort van het land en zorgen ervoor dat de lopende rekening rond het balanspunt blijft schommelen. De beperkingen die vorig jaar werden opgelegd voor het aanwerven van Bengalezen in de Golf-landen, waar ze hoofdzakelijk aan de slag zijn, hebben de groei van de instromende geldoverdrachten wel vertraagd. De betalingsbalans van het land zal naar verwachting niet onder druk komen te staan aangezien de buitenlandse directe investeringen in de financieringsbehoeften zouden moeten kunnen voorzien.

Economische prestaties overschaduwd door zwakke begrotingspositie

Bangladesh blijft financiële steun van het IMF ontvangen in het kader van een succesvolle driejarige Extended Credit Facility. Dit toont aan dat de overheid zich blijft engageren voor macro-economische stabiliteit en zo ook helpt de algemene fundamenten te verstevigen. De overheidsfinanciën blijven wel nog een bron van ongerustheid met een chronisch begrotingstekort van meer dan 3% van het bbp en de overheid die structureel zeer lage belastinginkomsten noteert (geblokkeerd op 12,4% van het bbp, zie grafiek) die eveneens getroffen zijn door de recente economische vertraging. Het is van cruciaal belang dat de belastinginkomsten omhoog gebracht worden, niet alleen om de zware rentelasten te dragen (gelijk aan 18% van de begrotingsontvangsten), maar ook de bijzonder hoge sociale uitgaven en de nodige overheidsinvesteringen in de ontoereikende infrastructuur. Het fiscale beleid wordt wel zorgvuldig uitgevoerd; er zijn fiscale hervormingen op til of klaar om te implementeren, de overheidsschuld is gematigd en steeds vaker binnenlands, en er wordt verwacht dat ze geleidelijk zal dalen tot minder dan 40% van het bbp.

Bangladesh_Graph2NL

Stabiliteit krijgt de overhand: het monetaire beleid weet de inflatie rond de 7% te houden, en de wisselkoers van de taka is de laatste 12 maanden stabiel gebleven ten opzicht van de USD. Bovendien is het risico dat de buitenlandse schuld niet wordt afbetaald, laag. De schuldenlast blijft houdbaar, 20% van het bbp, en het gaat hoofdzakelijk om contracten met multilaterale schuldeisers en tegen gunstige voorwaarden. De externe liquiditeit van Bangladesh was nog nooit zo sterk. Ze kreeg een stimulans dankzij het historisch hoge niveau dat de deviezenreserves wisten te bereiken – voldoende om 5 maanden import te dekken en meer dan het dubbel van de kortetermijnschuld. De piek is vooral te verklaren door een combinatie van de vertraagde import, en de stijgende export en buitenlandse directe investeringen. Voor de bankensector ziet de situatie er minder rooskleurig uit. Met de politieke instabiliteit en de verzwakte economische activiteit, is de gezondheid van de sector erop achteruit gegaan. Dit geldt voornamelijk voor de vier staatsbanken (goed voor ongeveer een kwart van de totale bankactiva) die veel onrendabele leningen hebben, waar er steeds bijkomen door wanpraktijken en doordat de regels voor leningen niet gerespecteerd worden. Vandaar dat er een gedeeltelijke herkapitalisatie is gepland, op voorwaarde dat de kwaliteit van het bestuur verbeterd wordt.

Een van de belangrijkste realisaties voor Bangladesh, is waarschijnlijk de vooruitgang in de menselijke ontwikkeling, zoals wordt aangetoond door de gestage verbetering voor een aantal indicatoren zoals geletterdheid, kindersterfte of levensverwachting. Dit is hoofdzakelijk wegens het belang van de vrouw als werkkracht (vooral in textiel), de wijde verstrekking van microkredieten en de overdracht van grote geldsommen van arbeiders die in het buitenland zijn tewerkgesteld naar landelijke gebieden. Daardoor vergaat het Bangladesh op vlak van gezondheid en onderwijs beter dan buurland India, wat het economisch potentieel ook verhoogt.

Armoede, klimaatsverandering en infrastructuurkloof belemmeren economische ontwikkeling

Ernstige armoede blijft een van de drie structurele uitdagingen voor Bangladesh. Het probleem is nog steeds wijdverspreid over het hele overbevolkte gebied (157 miljoen mensen) waar het bbp per capita rond 850 USD ligt, een van de laagste niveaus in Azië. Hoewel de armoede de laatste tien jaar geleidelijk is afgenomen, moet Bangladesh wel de hoge voedselprijsinflatie nog aanpakken, een meer inclusieve groei bereiken om de stijgende inkomensongelijkheid tegen te gaan, en hogere groeicijfers bereiken om snellere en gewichtigere resultaten te bekomen, vooral in vergelijking met het armoedeniveau in andere snelgroeiende landen in de regio.

Bangladesh_Graph3NL

Een ander risico ontstaat doordat het land zo kwetsbaar is voor de klimaatsverandering (bv. het stijgende zeeniveau) met de dreiging van steeds ergere en frequentere weerrampen (cyclonen, overstromingen,…) in de toekomst, met verdere invloed op de socio-economische activiteit en de armoede. Het derde probleem, de ontoereikende infrastructuur, is eigen aan heel Zuid-Azië. Het slechte transportnet en de herhaalde stroomonderbrekingen hinderen het bedrijfsleven en staan de economische groei en ontwikkeling in de weg. Er zijn dan ook (publieke en private) meerjarenplannen opgezet voor investeringen ter bevordering van de infrastructuur. De ontoereikende infrastructuur, in combinatie met de administratieve rompslomp en de hoge mate van corruptie – een van de hoogste in Azië (136ste plaats van de 177 landen volgens Transparency  International) – zorgt voor een moeilijk ondernemingsklimaat. Desondanks wordt het systemisch commercieel risico voor Bangladesh ondergebracht in categorie B. Dit vooral dankzij de gunstige binnenlandse economische en financiële omstandigheden voor de lokale bedrijven.

Analyst: The Risk Management Team, r.cecchi@credendogroup.com