Risicofactoren en vooruitzichten

Bulgarije herstelt langzaam van de wereldwijde financiële crisis in 2009 en de binnenlandse bankencrisis in 2014. Wel versnelde de groei in 2015 dankzij een aantrekken van de export en aanzienlijke overheidsinvesteringen, die deels werden gefinancierd met EU-middelen. Verwacht wordt dat de overheidsinvesteringen zullen afnemen, maar dat de particuliere consumptie en de netto-export de rol van groeimotor zullen overnemen. De bbp-groei zou in 2016 en 2017 een degelijke 2,3% moeten halen. De kredietgroei blijft echter zwak, met niet alleen beperkingen aan aanbod- maar ook aan vraagzijde. Zo hebben de investeringen van de bedrijven te lijden onder hun reeds hoge schuldgraad. De aanhoudende deflatie fnuikt bovendien de rentabiliteit van niet-financiële bedrijven en hun vermogen om hun schulden af te bouwen. En dan zijn er ook nog de problemen van de wijdverbreide corruptie en de zwakke rechtsstaat die het ondernemingsklimaat negatief beïnvloeden. Alles samen beschouwd leidt dit tot een systemisch commercieel risico in categorie B (op een schaal van A tot C).

Credendo Group beoordeelt het kortlopend politiek risico in Bulgarije – een weerspiegeling van de liquiditeit van het land – als zeer gering: categorie 1 (op een schaal van 1 tot 7). Die positieve kijk heeft veel te maken met het Bulgaarse lidmaatschap van de Europese Unie, wat maakt dat (langdurige) kapitaalcontroles verboden zijn en dat er gewaakt wordt over macro-economische evenwichten. Binnenlandse factoren zoals de ruime deviezenreserves (die de kortlopende buitenlandse schulden ruim overstijgen) versterken de positieve visie nog. De beoordeling van het politieke risico op middellange tot lange termijn is minder gunstig: categorie 4 (opnieuw op een schaal van 1 tot 7). De solvabiliteit van Bulgarije blijft namelijk lijden onder de tamelijk hoge buitenlandse schuld, die evenwel (zowel absoluut als relatief) in dalende lijn gaat. De forse verlaging van het begrotingstekort, het ontbreken van grote externe kwetsbaarheden (het land boekt sinds 2013 een overschot op de lopende rekening), aanzienlijke buffers in het kader van de currency board en een beperkte blootstelling aan internationale kapitaalmarkten hebben het land het afgelopen jaar beschermd tegen de sterke kapitaalvlucht uit de groeilanden. Terugkerende periodes van politieke instabiliteit hebben deze positieve aanpassingen niet in de weg gestaan, hoewel ze meer structurele hervormingen wel in de weg staan. En deze zullen nodig zijn Bulgarije de inkomenskloof met andere EU-landen wil dichten.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Gezonde overheidsfinanciën
  • Forse exportgroei en overschot op de lopende rekening
  • Goede liquiditeitspositie
  • Beschikbaarheid van EU-cohesie- en structuurfondsen

Contra's

  • Hoge bruto buitenlandse schuld
  • Zwak ondernemingsklimaat
  • Politieke instabiliteit
  • Ongunstige demografie en zwak onderwijs

Belangrijkste exportproducten

  • Toerisme (10% van de inkomsten op de lopende rekening), brandstoffen (9,4%), koper en artikelen in koper (6,9%), elektrische machines (6,3%)

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Inkomen per capita

  • 7.420 USD

Bevolking

  • 7,2 miljoen

Kiesstelsel

  • Presidentsverkiezing: termijn van vijf jaar, volgende verkiezing in oktober 2016
  • Parlementsverkiezing: termijn van vier jaar, volgende verkiezing in oktober 2018

Premier

  • Boyko Borissov (BEOB)

Staatshoofd

  • Rosen Plevneliev

Beoordeling landenrisico

Langzame overgang naar markteconomie

Sinds de val van het communisme heeft Bulgarije er een trage en pijnlijke overgang naar democratie en markteconomie opzitten. Nadat het land zich uit de invloedssfeer van de Sovjetunie had losgetrokken, behielden de oude communisten aanvankelijk heel wat invloed, en in de jaren ’90 werd er qua economische hervormingen weinig voortuitgang geboekt. Dat veranderde tijdens het premierschap van Simeon II, ooit nog de tsaar van Bulgarije, tussen 2001 en 2005. Het land boekte toen heel wat vorderingen dankzij marktgerichte hervormingen om de economische doelstellingen van de EU te halen. Er werd duurzame groei gerealiseerd, de werkloosheid daalde (hoewel deze in 2005 wel nog 10% bedroeg) en het land kreeg de inflatie onder controle. Toch bleef de levensstandaard laag omdat de inkomensverdeling een ernstig probleem bleef.

Graph_Bulgaria_1NL

Bulgarije zat niet bij de eerste golf van Centraal- en Oost-Europese landen die in 2004 tot de EU toetraden, en werd pas in januari 2007 lid. Bulgarije moest van de Europese instanties voldoen aan strenge toetredingsvoorwaarden op het vlak van bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, maar doordat het land op dit vlak tekortschoot, werd in 2008 voor honderden miljoenen aan steun (tijdelijk) opgeschort. Ook om lid te kunnen worden van het visumvrije reisgebied Schengen geldt als voorwaarde dat er ‘onomkeerbare vooruitgang’ moet worden geboekt in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, en qua justitiële hervormingen. Het land is sinds 2004 lid van de NAVO nadat het samen met zeven andere landen uit de voormalige communistische invloedssfeer toetrad.

Herstel na de malaise

De financiële crisis van 2008-2009 onderbrak de duurzame groei die Bulgarije sinds het begin van het decennium had gekend. Tussen 2000 en 2008 bedroeg de reële bbp-groei gemiddeld 6% op jaarbasis, terwijl dit tussen 2010 en 2014 gemiddeld op slechts 0,9% kwam. Pas in 2015 ging de groei weer aan het versnellen (naar ongeveer 3%) dankzij de goed presterende exportsector en de krachtige impuls van de overheidsinvesteringen.

Aangezien een niet te verwaarlozen aandeel van de export naar niet-eurolanden gaat, heeft het land vorig jaar geprofiteerd van de lage stand van de euro, waaraan de Bulgaarse munt is gekoppeld. De grootste exportpartners van Bulgarije zijn immers Duitsland, Italië, Turkije, Roemenië en Griekenland. Bovendien heeft het land maar weinig te lijden onder de recessie in Rusland aangezien slechts 4% van de export daarheen gaat. Naast diensten als reizen en transport exporteert Bulgarije vooral geraffineerde brandstoffen, elektrische en elektronische apparaten, koper en uit koper vervaardigde artikelen.

Vorig jaar profiteerde de groei van de forse verhoging van openbare investeringen dankzij medefinanciering van middelen uit de EU-cohesie- en structuurfondsen. De forse verhoging is te verklaren doordat de resterende middelen uit de vorige financieringsperiode (2007-2013) moesten worden opgebruikt, zodat dit jaar niet verwacht wordt dat hetzelfde tempo zal standhouden. De particuliere investeringen blijven lijden onder een ongunstig ondernemingsklimaat.

Voor 2016 en 2017 wordt uitgegaan van een groeivertraging, die voornamelijk wordt verklaard doordat er minder EU-middelen dan vorig jaar beschikbaar zijn. Wel kan de particuliere consumptie zeker nog aansterken nadat deze in 2015 aan de lage kant bleef, ondanks het feit dat een beperkte stijging van de lonen en een minder expansief begrotingsbeleid zorgden voor een laag inflatiecijfer. De toegenomen vraag vanuit de EU (goed voor bijna 60% van geëxporteerde goederen) en de depreciatie van de euro zouden de export bovendien ten goede moeten komen, met een positief effect op de economische groei. Volgens de prognoses van het IMF zal de reële bbp-groei in zowel 2016 als 2017 2,3% bedragen.

Financiële hervormingen na bankfaillissement in 2014

In mei 2014 ging KTB, de op drie na grootste bank van het land (en de op één na grootste bank in binnenlandse handen), failliet onder het gewicht van een bank run en liquiditeitsproblemen. Aan de basis hiervan lagen intern wanbeheer en de ruzies tussen de belangrijkste stakeholder van de bank en een grote geldschieter, een controversieel parlementslid en zakenman, die ongeoorloofde banden tussen de politieke en economische elite aan het licht brachten. In de nasleep van de eerste bank run gingen ook spaarders van de grootste binnenlandse bank (First Investment Bank) naar aanleiding van zogezegd valse geruchten massaal hun geld opvragen. Daaruit bleek dat de Bulgaarse burgers een meer algemeen gebrek aan vertrouwen hebben in het beheer van hun financiële instellingen. Ook een gebrek aan doeltreffend toezicht op de financiële sector werd als een van de factoren voor de crisis aangewezen.

Gelukkig was de rest van het bankwezen, dat grotendeels in buitenlandse handen is, goed gekapitaliseerd en liquide, en vormden de gebeurtenissen geen systemisch risico voor de hele sector. Wel opende de Europese Commissie destijds een kredietlijn van 1,7 miljard euro om uit voorzorg de liquiditeit van de Bulgaarse banken te verbeteren.

Intussen is het vertrouwen in de sector hersteld en zijn de liquiditeit en de rentabiliteit van het hele systeem erop verbeterd, ondanks de grote verschillen tussen de entiteiten. Deze positieve ontwikkeling was mogelijk nadat de overheid een reeks brede hervormingen in de financiële sector heeft doorgevoerd. De wijzigingen in de bankenwetgeving en de positieve ontwikkelingen op het vlak van bankentoezicht kwamen er voornamelijk naar aanleiding van de tekortkomingen die in het kader van de gezamenlijke beoordeling van het IMF en de Wereldbank van de kernbeginselen van Basel II werden aangeduid. In samenwerking met de Europese instellingen werd voor de hele sector een uitgebreide kwaliteitsbeoordeling van de activa en een stresstest uitgevoerd. De resultaten worden in de tweede helft van 2016 gepubliceerd.

Toch staat Bulgarije nog steeds voor uitdagingen, zoals het verbeteren van de insolventieprocedures en de kwaliteit van de activa. Deze problemen zijn vooral hardnekkig doordat ook de hele cultuur van vriendjespolitiek moeilijk uit te roeien is. Dat spaarders steeds vaker kiezen voor grotere buitenlandse banken en minder voor binnenlandse banken of banken in Griekse handen, wijst op een verhoogd risicobewustzijn. Door het enorme aandeel van dochtermaatschappijen van Griekse banken die in Bulgarije actief zijn (ongeveer 20% van alle activa in de sector) zou desinvestering door hun moedermaatschappijen de economie in ernstige mate kunnen bedreigen.

De hoge schuldenlast van de niet-financiële bedrijven vormt een bijkomende dreiging voor het bankwezen en andere schuldeisers. De schuldenlast buiten het Bulgaarse bedrijfsleven, die in 2014 zo'n 100% van het bbp bedroeg, is een van de hoogste van de nieuwe EU-lidstaten. De passiva gingen tijdens de enorme groei voorafgaand aan de crisis fors de hoogte in, en zijn sinds 2008 slechts licht gedaald. Dit schuldendienstrisico wordt nu verder versterkt door de negatieve inflatie, die de winstgevendheid van niet-financiële bedrijven onder druk zet, en hen niet helpt om hun schulden af te bouwen. De bouw- en de vastgoedsector kunnen ook nog de gevolgen voelen van het ineenstorten van de activaprijzen tijdens de crisis in 2009 aangezien deze sectoren voor een groot deel hebben bijgedragen tot de toename van de schuldenlast voor de crisis. Volgens de Europese Commissie zijn onder andere de bouw, vastgoed, hotels, restaurants en overige zakelijke dienstverlening de sectoren die het grootste risico qua schuldpositie vormen. Ook de schuld van de publieke stroomleverancier NEK bedraagt bijna 4% van het bbp, en het oplossen van de financiële problemen wordt bovendien bemoeilijkt doordat de stijgende stroomtarieven sociale spanningen met zich meebrengen.

Ondanks veelbelovende financiële hervormingen slaagt de kredietgroei er niet in zich te herstellen. Bedrijfskredieten groeiden amper sinds 2010 en de groei is sinds de bankencrisis in 2014 zelfs negatief, wat komt door knelpunten aan zowel de vraag- als de aanbodzijde. De centrale bank heeft ontmoedigende maatregelen ingevoerd die zijn gericht op banken die overtollige kasreserves aanhouden, maar de zwakke economische activiteit en de inspanningen van bedrijven om hun hoge schuldenlast af te bouwen, hebben de vraag naar krediet gefnuikt.

Monetair beleid gekaderd door de currency board

Het Bulgaarse wisselkoerssysteem wordt bepaald door de zogenaamde currency board: een koppeling van de lokale munt aan een 'ankervaluta' (eerst de Duitse Mark en nu de euro) gekenmerkt door automatische inwisselbaarheid. De regeling is van kracht sinds 1997, toen hiervoor werd gekozen om het hoofd te bieden aan de toen zeer hoge inflatie, overmatige kredietverstrekking door de centrale bank aan banken en extreem hoge rente op overheidsschulden. De currency board bleek al snel doeltreffend in het herstellen van het vertrouwen in de Bulgaarse munt: de inflatie en de reële rente kwamen dicht bij die van de ankervaluta te liggen, en er vond een macro-economische stabilisering plaats. Dit wordt vaak genoemd als de basis voor de duurzame stabiliteit die de Bulgaarse economie hierna heeft gekend. Al brengt de regeling natuurlijk wel met zich mee dat de centrale bank de conventionele doelstellingen (prijsstabiliteit en het bestrijden van recessies) ondergeschikt dient te maken aan de wisselkoersdoelstelling (de koppeling aan de euro).

Aanhoudende lage economische groei zorgde ervoor dat de inflatie negatief terrein betrad sinds medio 2013. En ook meer recentelijk houdt de deflatie stand, wat vooral te wijten is aan veel lagere energie- en grondstofprijzen en door dalingen van de door de overheid gereguleerde prijzen. Door de currency board is het scala van monetaire beleidsinstrumenten tegen deflatie beperkt. Toch zal de inflatie volgens de prognoses in de loop van het jaar opnieuw positief worden.

Noteer ten slotte dat de monetaire regeling van een currency board alleen geloofwaardig kan zijn als de centrale bank officiële deviezenreserves boven het niveau van de hele smalle geldvoorraad aanhoudt. Dit is inderdaad steeds het geval geweest in Bulgarije.

Macro-economische onevenwichtigheden grotendeels hersteld

In het kader van een currency board is het van primair belang om een degelijk macro-economisch beleid te blijven voeren, omdat dit beleid helpt om deviezenreserves op te bouwen. Bovenop de deviezenreserves die voortkomen uit transacties op de betalingsbalans, werd bij de aanvang van de currency board in 1997 een fiscale reserve aangelegd. Het minimumbedrag werd toen vastgesteld op de omvang van de schuldaflossingen over het volgende jaar. Vaak werd er echter meer gespaard dan vereist, ingegeven door toenemende begrotingsoverschotten en de privatiseringen medio de jaren 2000. Dit heeft er in grote mate voor gezorgd dat na de crisis van 2009 de begrotingstekorten konden worden gefinancierd. De tekorten blijven bestaan, maar zijn dankzij fiscale voorzichtigheid van de opeenvolgende regeringen beperkt gebleven.

Alleen in 2014 ontspoorde de begroting en vond een aanzienlijke toename van de overheidsschuld in termen van het bbp plaats. Dit wordt voornamelijk verklaard door de liquiditeitsregeling van de financiële sector na het faillissement van de KTB-bank. Hierdoor steeg het begrotingstekort dat jaar naar 3,6% van het bbp terwijl dit tekort in 2015 werd gereduceerd tot 2,9%. Voor de komende twee jaar is er een verdere consolidatie gepland, wat het begrotingstekort nog zou moeten doen afnemen. Ondanks een stijging van 9 procentpunt in termen van bbp in 2014, blijft de overheidsschuld (26,9% in 2015) ruim onder de Maastrichtcriteria, en is ze de op twee na laagste in de EU (na Estland en Luxemburg).

De buitenlandse betalingsbalans vertoont sinds 2013 weer een overschot dankzij de sterke groei van de export, nadat in de nasleep van de wereldwijde financiële crisis tekorten werden genoteerd. In 2015 is het overschot naar schatting toegenomen tot 2,1% van het bbp, mede dankzij lagere internationale energieprijzen en de fiscale consolidatie die een rem zette op de import. De structurele verbetering op de lopende rekening heeft bijgedragen tot de verlaging van de bruto buitenlandse schuld, hoewel deze nog steeds hoog is (88% van het bbp in 2015), en dan vooral voor niet-financiële bedrijven. Deze daling komt echter hoofdzakelijk van een afname van de kortetermijnschuld tot 2014, wat deels te danken is aan het feit dat handelsbanken voor financiering minder een beroep doen op hun buitenlandse moederbanken.

Het land is vorig jaar beschermd gebleven tegen de golf van uitstromend kapitaal doordat het geen grote externe kwetsbaarheden heeft, maar wel aanzienlijke buffers in het kader van de currency board, en dankzij de beperkte blootstelling aan de internationale kapitaalmarkten.

Graph_Bulgaria_2NL

Corruptie en ongunstig ondernemingsklimaat belemmeren investeringen

De macro-economische onevenwichtigheden (vooral waargenomen aan externe zijde) zijn sinds de crisis afgenomen en de financiële sector sterkt weer aan. Maar andere structurele tekortkomingen blijven bijdragen tot een hoge risicopremie voor het land en dus tot relatief hoge kapitaalkosten. Dit drukt op de particuliere investeringen en fnuikt dan ook het groeipotentieel.

Eerst en vooral blijft het ondernemingsklimaat in zijn geheel ongunstig. Op basis van de World Bank Doing Business 2016-indicatoren (die beoordelen 'hoe moeilijk of gemakkelijk het voor een plaatselijke ondernemer is om een kmo op te richten en te runnen gezien de geldende wetgeving') staat Bulgarije op de 38e plaats. Het land komt daarmee achter Polen, Slowakije, Tsjechië en Roemenië, maar het staat wel voor Kroatië en Hongarije. Het land presteert het slechtst op de 'paying taxes'-indicator vanwege de administratieve last van het betalen van de belastingen en bijdragen (de forfaitaire vennootschapsbelasting is met een tarief van 10% wel ondernemingsvriendelijk), en de 'getting electricity'-indicator.

Daarnaast worden bureaucratie en corruptie vaak aangehaald als de grootste drempels voor zakendoen. Volgens een studie van de Europese Commissie zegt 61% van de managers in de Bulgaarse privésector dat corruptie voor hen een probleem vormt bij het zakendoen, tegenover een EU-gemiddelde van 40%. Bijna 60% van de bedrijven, het hoogste percentage in de EU, zegt dat corruptie ervoor heeft gezorgd dat ze een contract of een opdracht in het kader van een openbare aanbesteding zijn misgelopen (stijging van 2 procentpunt sinds 2013). Slechts 14% (het laagste percentage in de EU) zegt dat Bulgarije op een onpartijdige manier corruptiebestrijdende maatregelen neemt (een daling van 23% sinds 2013). De overheid is heel traag in haar aanpak en wordt gehinderd door zwakke instellingen. Ook een instabiel politiek en regelgevend kader, bezorgdheid over de onpartijdigheid, kwaliteit en doeltreffendheid van het justitiële systeem, en lang aanslepende faillissementsprocedures zijn drempels voor investeringen.

Graph_Bulgaria_3NL

Demografische en onderwijstrends fnuiken groeipotentieel

Het systeem van de overheidsopdrachten vertoont langdurige tekortkomingen die een rem vormen op het gebruik en de doelmatigheid van de Europese structuur- en investeringsfondsen. In het kader van het huidige programma (2014-2020) heeft Bulgarije recht op 7,6 miljard euro (18% van het bbp van 2014) aan middelen uit het regionaal en cohesiebeleidsfonds van de EU. Het absorptiepercentage van deze middelen is niet optimaal. Zo heeft Bulgarije tijdens de financieringsperiode 2007-2013 slechts 85% van de beschikbare EU-middelen benut, wat onder het EU-gemiddelde van 89% ligt en het land in dit opzicht op de 22e plaats doet eindigen. Met een hoger absorptiepercentage en doelmatig gebruik van deze middelen kan het groepotentieel aanzienlijk worden verhoogd, wat het land zou helpen om de andere Europese economieën sneller in te halen.

De kwaliteit van onderwijs en opleiding en het feit dat deze niet voldoen aan de vereisten van de arbeidsmarkt blijven de aanvoer van geschoolde werknemers in de weg staan (IT’ers, ingenieurs, gespecialiseerde artsen, verplegend personeel), wat in sommige sectoren ook nog eens drukt op de investeringen. Bovendien is de positieve correlatie tussen de sociaal-economische achtergrond en de onderwijsprestaties van scholieren uitgesproken hoog in Bulgarije. Doordat de armoede en ongelijkheid bij de hoogste van Europa zijn, wordt de ontwikkeling van menselijk kapitaal gehinderd.

Ook het fenomeen van de bevolkingsuitstroom helpt niet om de knelpunten op de arbeidsmarkt te verbeteren. De bevolking is in één generatie tijd met 20% teruggelopen, een van de grootste dalingen ter wereld. Dit is in gelijke mate te wijten aan de veranderingen in het aantal (natuurlijke) geboortes en de emigratie (deels te verklaren door een brain drain). Er wordt verwacht dat deze trend zal aanhouden, en dat de instroom van vluchtelingen hiervoor geen tegengewicht zal bieden. De mensen die oorlogsgebieden in het Midden-Oosten ontvluchten, beschouwen Bulgarije immers eerder als een transitland dan een land waar ze zich gaan vestigen.

Politieke instabiliteit verhindert broodnodige hervormingen

Dat er heel wat kleine partijen zijn, maakt het Bulgaarse politieke landschap erg gefragmenteerd, zoals blijkt uit de huidige verdeling van het parlement over acht partijen. Er heerst bij de bevolking ook duidelijk een algemeen gebrek aan vertrouwen in het politieke bestel, dat als corrupt wordt gezien. Grootschalig protest daarover tijdens het bankenschandaal lag aan de basis van het ineenstorten van de vorige regering in juni 2014. In tegenstelling tot Roemenië, waar de politieke corruptie op hoog niveau nu hard wordt aangepakt, wordt het Bulgaarse politieke toneel nog steeds ontsierd door vriendjespolitiek en dubieuze praktijken. In september 2015 geraakte een hervorming waaraan veel ruchtbaarheid was gegeven niet door het parlement. De plannen om zoals in Roemenië een speciaal agentschap op te zetten dat gevallen van corruptie zou onderzoeken, werden afgeschoten omdat de wetgevers vreesden dat dit zou uitmonden in een door aanklagers gevoerde heksenjacht. Ook in februari en maart werden een reeks openbare aanbestedingen en overheidscontracten (op het vlak van defensie, toerisme en bouw) opgeschort door de premier en door de minister van Transport (op het vlak van internet- en spoorwegnetwerken). Als reden voor de opschorting werden vermeende onregelmatigheden en een gebrek aan transparantie in de selectieprocedure aangehaald. Nog een mogelijke verklaring is dat het parlement zich wenste te distantiëren van parlementslid en zakenman Delyan Peevski, die aan de basis stond van het ineenstorten van de KTB-bank en aan wie de meeste projecten indirect waren gelinkt.

De huidige regerende coalitie bestaat uit een minderheidsregering die is samengesteld uit de centrumrechtse partij Burgers voor de Europese Ontwikkeling van Bulgarije (BEOB), die de laatste verkiezingen in oktober 2014 won en die in een alliantie zit met haar meest voor de hand liggende partner, het rechtse Reformistische Blok (RB). De BEOB-RB, die niet aan een meerderheid kwam, moet rekenen op de steun van nog twee partijen, de linkse ABV-partij en het nationalistische Patriottisch Front (PF) om wetten door het parlement te krijgen. De alliantie is sinds haar aantreden gekrompen doordat een van de partijen uit het RB, de Democraten voor een Sterk Bulgarije (DSB), haar steun aan de regering in december 2015 weer terugtrok nadat deze onverwacht geen steun had verleend aan het wetsvoorstel voor grondwetswijzigingen in het kader van de fel besproken justitiële hervorming en koos voor een meer gematigd standpunt. Afgelopen februari versloeg de coalitie haar eerste motie van wantrouwen die was ingeroepen door de oppositie. Zij was ontevreden over de afhandeling van de hervormingen in de gezondheidszorg die zijn gericht op het stroomlijnen van het door financiële tekorten geplaagde en inefficiënte systeem. Aangezien er geen meerderheidsregering is, loopt het land uiteraard nog steeds het risico dat er vervroegde verkiezingen worden gehouden.

Dat neemt niet weg dat de regering resoluut pro-business is en ze van plan is het ondernemingsklimaat verder te verbeteren en directe buitenlandse investeringen te bevorderen. Het gaat daarbij vooral om de IT en outsourcing, hightech, de automobielsector en innovatieve industrieën en de sectoren van de farmaceutica, de biotechnologie, elektronica en de e-commerce.