Risicofactoren en vooruitzichten

Burkina Faso is een kleine en fragiele economie met over het algemeen stabiele vooruitzichten. De groeiverwachtingen zijn gunstiger geworden sinds het na een turbulent democratiseringsproces tot politieke stabiliteit kwam. Het voorzichtige macro-economische beleid van de overheid heeft geholpen om een houdbare buitenlandse financiële positie te behouden. De goudexport leeft weer op terwijl de lage internationale olieprijzen de importkosten temperen. Bovendien wordt verwacht dat de landbouwproductie van Burkina Faso zal blijven toenemen, met name de katoenproductie. Toch is de sector gevoelig voor ongunstige weersomstandigheden die de vooruitgang zouden kunnen doen ontsporen. Schokken in de handelsvoorwaarden kunnen de vooruitzichten op beheersbare tekorten (begroting en lopende rekening) ook gemakkelijk aan het wankelen brengen; vooral lagere goudprijzen of hogere olieprijzen zouden de gevoelige tekorten kunnen opdrijven. Desalniettemin zijn de belangrijkste risico’s die een bedreiging vormen voor het kleine West-Afrikaanse land gelinkt aan regionale onveiligheid. Burkina Faso heeft immers te kampen met toenemende jihadistische activiteit. Gewelddadige aanvallen, voornamelijk in de hoofdstad Ouagadougou, zouden toekomstige directe buitenlandse investeringen kunnen afleiden en ervoor kunnen zorgen dat de overheidsuitgaven meer naar veiligheid gaan i.p.v. naar investeringen in ontwikkeling. Te weinig vooruitgang in armoedebestrijding en slechte levensomstandigheden zouden bovendien de sociale spanningen weer kunnen doen aanwakkeren, wat mogelijk tot politieke instabiliteit leidt.
Door de kwetsbare macro-economische indicatoren classificeert Credendo Burkina Faso voor het MLT-risico in categorie 6/7. Lidstaten van de CFA-frankzone zijn bovendien blootgesteld aan een schaarsere regionale liquiditeit, terwijl een mogelijke devaluatie van de CFA-frank op korte termijn voor macro-economische instabiliteit zou zorgen. Bijgevolg wordt het politieke risico voor Burkina Faso op korte termijn geclassificeerd in categorie 5/7. Het erg moeilijke zakenklimaat, politieke inmenging in de rechtspraak en corruptiekwesties zijn factoren die ervoor zorgen dat het systemisch commercieel risico in categorie C zit.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Politieke stabilisatie
  • Sterke relaties met donorlanden
  • Weinig buitenlandse schulden
  • Toenemende goudproductie

Contra's

  • Grote veiligheidsrisico’s
  • Blootgesteld aan schokken m.b.t. handelsvoorwaarden en klimaatschokken
  • Een van de ‘minst ontwikkelde landen’
  • Gebrekkige infrastructuur (vnl. elektriciteit)

President

  • Roch Marc Christian Kaboré

Eerste minister

  • Paul Kaba Thiéba

Kiesstelsel

  • Parlements- en presidentsverkiezingen: laatste november 2015, volgende november 2020

Bevolking

  • 18,6 miljoen

Inkomen per capita

  • 640 USD

Inkomensgroep

  • Laag inkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Goud (48,8% van de ontvangsten op de lopende rekening), katoen (9,6%), particuliere overdrachten (6,5%)

Beoordeling landenrisico

Een lichtend voorbeeld van democratisering in Afrika

In Burkina Faso vond recent een historische volksopstand plaats, die uiteindelijk beloond werd door de eerste vreedzame machtswissel in het land sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960. In 2014 werd Blaise Compaoré, de autoritaire president die 27 jaar lang over het land regeerde, afgezet door protesteerders. De daaropvolgende overgangsperiode probeerden elitebewakers uit het kamp van Compaoré de vooruitgang te dwarsbomen door pogingen tot staatsgrepen te ondernemen. Maar in november 2015 koos het land Christian Kaboré (voormalig eerste minister) als nieuwe president en werd er een nieuw parlement verkozen. Kaboré stelde zich verzoeningsgezind op naar zijn tegenstanders toe, en focuste zich meteen op een streng optreden tegen de alomtegenwoordige corruptie. Terwijl de democratie in Afrika een moeilijke tijd doormaakt met verontrustende tekenen die wijzen op een terugval in een belangrijk aantal landen, is Burkina Faso met zijn democratische overgang een uitzondering en een lichtend voorbeeld. Toch zijn er nog enkele factoren essentieel om de pasverkregen politieke stabiliteit te kunnen bewaren: vooruitgang in kritieke kwesties zoals de herstructurering van het leger, een verbeterd rechtssysteem en een upgrade van de openbare dienstverlening. Bovendien blijft armoede een wijdverbreid probleem en heeft de overheid het lastig om machtige vakbonden en maatschappelijke groeperingen tot bedaren te brengen.

...maar de veiligheidsrisico’s nemen toe

De veiligheidsrisico’s zijn de laatste twee jaar op verschillende vlakken groter geworden. Tijdens de politieke overgangsperiode kwam er een private zelfverdedigingsmilitie ten tonele. De groepering noemde zichzelf Koglwéogo en beweerde de orde te herstellen in landelijke gebieden. De zwaarbewapende groep werd echter een grote bedreiging voor de veiligheid aangezien ze zich naar verluidt verrijkt door middel van afpersing en foltering. Anderzijds moeten de veiligheidsdiensten zich schrap zetten om de toenemende islamitische strijdlust aan te kunnen. Die steekt de kop op sinds de oprichting van Ansar ul-Islam, een jihadistische groepering van eigen bodem, in december 2016. Getuigen hebben het over rebellenaanvallen op militaire posten en dorpen in de grensstreek met Mali, en als vergelding voor de militaire interventies van Frankrijk en de Verenigde Naties in de regio, worden ook westerse doelwitten geviseerd. In augustus 2017 vielen jihadistische militanten een restaurant aan dat erg in trek was bij expats die in Ouagadougou verblijven. Daarbij vielen 18 doden. Na de G5-Saheltop in juni 2017 slaagde (o.a.) Burkina Faso er niet in om anti-terrorismefinanciering van de VN aan te trekken, terwijl de financiële beperkingen de overheid al verhinderen om de politie-inzet drastisch te verhogen. Bijgevolg is het risico op aanvallen op buitenlanders en ‘zachte doelwitten’ in de hoofdstad en de grensstreek met Mali aanzienlijk toegenomen.

Ambitieuze overheidsinvesteringen en herstellende goudinkomsten komen economie ten goede

Burkina Faso behoort tot de ‘minst ontwikkelde landen’. Het heeft een kleine landbouweconomie die afhankelijk is van inkomsten uit goud- en katoenexport, en daarnaast is het erg afhankelijk van donorsteun en multilaterale steun voor de financiering van zijn importkosten. Het ambitieuze ontwikkelingsplan PNDES (Plan National de Développement Économique et Social) van de overheid loopt van 2016 tot 2020. De bedoeling is om de groei te versnellen en armoede te verminderen door o.a. de stroomvoorziening en de transportinfrastructuur te verbeteren. Na twee zwakke jaren tijdens de politieke overgangsperiode, liet 2016 toch een sterke bbp-groei (5,9%) optekenen. De groei wordt nu aangedreven door de aanzienlijke opwaardering van de overheidsinvesteringen onder het PNDES, een hogere landbouwproductie (vnl. katoen) en een toenemende goudwinning. De vooruitzichten zijn dan ook dat de groei de komende vier jaar zou stabiliseren rond een solide 6,5%. Bijgevolg liggen de Burkinese groeiverwachtingen hoger dan het regionale gemiddelde voor Sub-Sahara-Afrika.

Goud is goed voor bijna de helft van de totale exportinkomsten van Burkina Faso. Dit maakt het land ook gevoelig aan ongunstige prijsschokken. De goudprijs piekte in 2012 (bijna 60 USD/g), maar kelderde in de jaren daarna. Sinds begin 2016 heeft de goudprijs zich ietwat hersteld (tot ongeveer 40 USD/g). Samen met de lage internationale olieprijs (brandstofimporteur) heeft dit geholpen om het tekort op de lopende rekening te verzachten. Toch zal het tekort op de lopende rekening structureel en tamelijk groot blijven. Er wordt verwacht dat het de komende jaren rond de 7% van het bbp (inclusief officiële overdrachten) zal schommelen. De goudinkomsten groeien snel dankzij de nieuwe mijnen die in gebruik komen en ook de katoenexport neemt geleidelijk toe. Anderzijds drijven investeringen ook wel de import op. Grote projectleningen, internationale donorsteun en toenemende directe buitenlandse investeringen zullen voldoende fondsen leveren om het tekort op de lopende rekening te financieren. Bijgevolg wordt verwacht dat de creatie van de buitenlandse schuld de komende jaren beheersbaar zal zijn en grotendeels concessioneel. Sinds de recente democratisering zijn de donorrelaties immers versterkt en het investeerdersvertrouwen verbeterd.

Als lid van de UEMOA (West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie), worden de bruto buitenlandsedeviezenreserves van Burkina Faso samengebracht bij de regionale centrale bank, terwijl het gemeenschappelijke monetaire beleid de monetaire stabiliteit bevordert (inflatie van 2%). Toch is Burkina Faso door de recente crisis (vnl. in CEMAC-lidstaten) ook blootgesteld aan risico’s met betrekking tot een mogelijke devaluatie van de CFA-frank.

Overheidsfinanciën onder controle, ondanks krappe begroting

De gebrekkige belastinginningscapaciteit van de overheid is een belangrijke kwetsbare plek. Maar de sterker wordende goudsector zal de overheidsinkomsten helpen opvoeren van 15,9% van het bbp in 2015 tot een verwachte 18,1% in 2017 en mogelijk zelfs 20,6% tegen 2020. Toch wordt verwacht dat het begrotingstekort – wegens grote overheidsinvesteringen in combinatie met een hoge loonkost – tijdelijk groter zal worden in 2017 en 2018, tot ongeveer 5,4% en 4,5% van het bbp (komende van 3,1% in 2016). De financiering zal voorzien worden door middel van concessionele leningen en toelagen, en daarnaast zal de regionale schuldenmarkt aangesproken worden. Nog steeds is zo’n 64% van de overheidsschulden in buitenlandse handen en grotendeels concessioneel. Dit houdt de last van de overheidsschuldaflossingen onder controle. Vanaf 2019 zou de fiscale balans het UEMOA-criterium voor een tekort van 3% van het bbp weer moeten bereiken, op voorwaarde dat de structurele hervormingen en verbeterde beleidsvorming voldoende nagestreefd worden. Een bevredigende prestatie onder de leiding van het IMF-programma heeft geholpen om het Burkinese begrotingstekort doorheen de jaren te beperken, en heeft de schuldratio’s beduidend lager gehouden dan het regionale gemiddelde in de UEMOA, en dit 15 jaar nadat het land schuldverlichting kreeg onder het HIPC-initiatief. Ook al wordt verwacht dat de overheidsschulden tegen 2018 nog wat gaan toenemen, tot 38,2% van het bbp. De jaren nadien zouden ze wel opnieuw moeten afnemen, wat de schuldenlast van de overheid draagbaar houdt.