Risicofactoren en vooruitzichten

Er is een overgang ophanden wat betreft de meerderheid in het leiderschap van de Communistische Partij van China. Toch zal Xi Jinping de politieke continuïteit handhaven; hij heeft de macht immers nog steeds stevig in handen nu de Chinese economische herbalancering voor een geleidelijke groeivertraging zorgt. Het proces verloopt te traag aangezien Peking de economische groei blijft ondersteunen om de sociale stabiliteit te bewaren. Bovendien draagt het ook nog bij tot de verdere opbouw van de nu al zware binnenlandse schuld. Er pakken zich dus wolken samen boven het land dat geregeld getroffen wordt door nettokapitaaluitstromen, en een daling van de RMB-waarde en de buitenlandse-deviezenreserves. Ondanks alles bevinden deze reserves zich wel nog op een erg hoog niveau, waardoor China voor het politieke risico op korte termijn wordt ondergebracht in categorie 1/7.

Onder invloed van externe druk begon China een aantal kapitaalcontroles te verstrengen en de rentevoeten op te drijven. In de toekomst zal de Chinese economie druk blijven ervaren van de sterke USD, de grote rentekloof met de VS, een zwakkere wereldhandel (die nog meer zou kunnen verzwakken als de Amerikaanse president Trump een handelsoorlog met China uitlokt) en ongunstige binnenlandse evoluties. Die laatste hebben voornamelijk betrekking op de negatieve spiraal van de bedrijfsschuld en de verslechterende gezondheidstoestand van de banksector. Peking moet nog steeds een afdoende schuldverminderingsstrategie ontwikkelen (voornamelijk voor staatsbedrijven), de banken herkapitaliseren en een betere regulering invoeren voor het schaduwbankieren. China kent een lage externe schuld zodat de twee grootste structurele risico's voor het land eerder intern zijn. Ze worden wel in grote mate getemperd door de hoge spaarquote van gezinnen, de sterke positie van de staat als nettoschuldeiser, de lage overheidsschuld en de controle over de belangrijkste spelers in de bedrijfs- en bankenwereld. Samen met de politieke stabiliteit kunnen deze buffers rechtvaardigen dat China voor het politieke risico op de (middel)lange termijn in categorie 2/7 wordt geplaatst. Peking erkent dat er nood is aan hervormingen en aan een vermindering van de bedrijfsschuld, getuige de verschillende maatregelen die de voorbije jaren al werden genomen. Door de overweldigende omvang van het probleem zijn deze maatregelen nog ruim onvoldoende. Er zijn duidelijke twijfels of President Xi Jinping een sterker tweede mandaat zou gebruiken om meer gedurfde hervormingen door te voeren, inclusief de herstructurering van staatsbedrijven. Hoe langer de substantiële hervormingen dus uitgesteld worden, hoe groter de risico's en gevolgen van een financiële (en economische) crisis zullen zijn en hoe kleiner de kans dat de staat dit zal kunnen doorstaan. China bevindt zich in een lastige en onzekere overgangssituatie. Veel bedrijven kampen met hoge schulden, er is een aanhoudende industriële overcapaciteit en de betalingsachterstallen stapelen zich op. Dit alles zorgt ervoor dat China voor het commercieel risico in de hoogste categorie (C/C) blijft.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Politieke stabiliteit
  • Sterke internationale nettoschuldeiser
  • Hoge spaarquote
  • Grote middenklasse

Contra's

  • Weerstand tegen hervormingen binnen de CCP
  • Socio-economisch contract bedreigd door economische vertraging
  • Enorme bedrijfsschulden gewrongen in een vicieuze cirkel
  • Kwetsbare bankensector gaat gebukt onder slechte leningen en gebrek aan transparantie

President en secretaris-generaal van de Communistische Partij van China (CCP)

  • Xi Jinping

Eerste minister

  • Li Keqiang

Volgende verkiezingen Nationaal Partijcongres (vijfjarige cyclus)

  • Herfst 2017

Bevolking

  • 1.371,2 miljoen

Inkomen per capita

  • 7.820 USD

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Elektrische onderdelen & uitrusting (20,6% van de ontvangsten op de lopende rekening), machineonderdelen & mechanische toestellen (14,5%), textiel (10,4%), factorinkomen (8,6%), onedele metalen en handelswaren (6,7%), toerisme (4,3%)

Beoordeling landenrisico

Continuïteit te midden van politieke veranderingen

Het Nationaal Partijcongres (NPC) van volgende herfst zal een belangrijk evenement zijn aangezien verwacht wordt dat de meeste van de CCP-leiders vervangen zullen worden, zowel in het Centraal Comité (CC) als in het belangrijke Permanent Comité van het Politburo (PCP). Het gebeuren zou naar verwachting vlot moeten verlopen en de toekomstige politieke stabiliteit garanderen. Van Xi Jinping wordt verwacht dat hij nog meer bondgenoten zal binnenhalen in het CC. Zijn presidentieel mandaat zal in maart 2018 ook met nog eens vijf jaar verlengd worden, maar zijn eventuele derde ambtstermijn is wel nog een vraagteken. Gezien de toenemende centralisatie en personalisatie van de macht tijdens zijn eerste ambtstermijn is het niet uitgesloten dat hij langer aanblijft als president, i.e. tot 2027, maar daar zou dan wel een grondwetswijziging voor nodig zijn. Mogelijk acht hij het daarom interessanter om voor een 3e termijn als secretaris-generaal te gaan. De samenstelling van het PCP en de mogelijke wijziging van de ongeschreven verkiezingsregels (nl. de pensioenleeftijd en de limiet van twee ambtstermijnen als secretaris-generaal) zullen een indicatie geven van Xi's huidige politieke macht.

In tussentijd zal hij de nationale campagne tegen corruptie verderzetten. Deze treft alle partijleden zonder onderscheid van hoog en laag niveau: van managers van staatsbedrijven en lokale gouverneurs, tot militaire en veiligheidsleiders, en zelfs een voormalig PCP-lid. Xi's beleid wordt geapprecieerd door de Chinese bevolking, maar veroorzaakt tegelijkertijd meer politieke wrevel aangezien het ook aan de privileges van partijleden raakt. Als gevolg hiervan zou de politieke opstandigheid, vooral op lokaal niveau, kunnen toenemen en in de toekomst een factor van politieke instabiliteit kunnen worden. Xi's autoritaire bewind gaat gepaard met verhoogde mediacensuur en sterkere politietroepen om de risico's op sociale instabiliteit in te perken.

De toenemende sociale protesten op lokaal niveau vormen inderdaad een bedreiging voor de legitimiteit van de CCP binnen de structureel vertragende economie waar de productie-industrie haar economisch aandeel ziet slinken. Arbeidersprotesten worden aangewakkerd door steeds groeiende loonachterstallen en zullen nog meer toenemen wanneer de geplande 1,8 miljoen ontslagen de komende twee jaar zullen vallen om de overcapaciteit in de steenkool- en staalsector aan te pakken. Bovendien heeft de CCP te kampen met toenemende ergernis bij de middenklasse omtrent de zwakke volksgezondheid, extreem hoge luchtvervuiling in de grootsteden, en de nood om aanvaardbare oplossingen te vinden om zijn geloofwaardigheid te behouden.

China werpt internationaal meer gewicht in de schaal als VS voor isolationisme gaan

China voert zijn buitenlands beleid vanuit twee invalshoeken. De eerste bestaat uit de geostrategische positionering en de economische-ontwikkelingsplannen om wereldwijd 's lands economische belangen te verdedigen. Dit wordt nog extra in de schijnwerpers gezet door de moderne versie van de Zijderoute in het 'One Belt, One Road'-initiatief. De verbeterde samenwerking met overheden in landen waar infrastructuurprojecten gepland zijn, levert Peking enorme handels- en economische voordelen op, terwijl China's politieke gewicht op wereldniveau ook toeneemt door de relaties met andere landen die tot beider voordeel zijn. China promoot ook actief zijn rol als verschaffer van financiering door nieuwe internationale instellingen op te richten (bv. de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank) en door zich te positioneren als partner van de vrijhandel (bv. met het geplande 'Regional Comprehensive Economic Partnership'). De feiten tonen aan dat China de politieke en economische werelddominantie van de VS steeds meer aanvecht en deze trend zou wel eens kunnen versnellen als de VS een meer isolationistisch beleid gaan voeren.

De tweede invalshoek vormt een bedreiging voor de toekomstige veiligheid en bestaat uit het Chinese regionale beleid waarbij het land zijn politieke en militaire macht in de regio bevestigt door zijn militaire aanwezigheid in de Zuid- en Oost-Chinese Zee op te drijven. Aangezien Peking die zee als hun aloude mare nostrum beschouwt, wordt verwacht dat ze kunstmatige eilanden zullen blijven bouwen in de betwiste maritieme gebieden. Ondanks de ongunstige internationale uitspraak over de soevereiniteitskwesties door het UNCLOS-tribunaal (United Nations Convention on the Law of the Sea) in juli vorig jaar, zal China’s vastberadenheid en groeiende aanwezigheid niet wijken. De spanningen zullen dus op een bepaald moment onvermijdelijk hoog oplopen, met het risico op gewelddadige conflicten met Japan, Vietnam en de Filippijnen. Op de korte termijn is het onwaarschijnlijk dat het tot spanningen komt met deze landen, want de banden met de Vietnamese en Filippijnse overheid zijn net nauwer aangehaald.

Zuid-Chinese Zee en een onzeker Amerikaans beleid op de veiligheidsagenda

Sinds de verkiezing van President Trump zou de grootste risicofactor voor conflicten kunnen schuilen in het nieuwe Amerikaanse beleid in de regio. Dat beleid brengt mogelijk verandering in de status quo met China, al jaren de belangrijkste rivaal van de VS. Niet alleen een handelsconflict maar ook een wisselende houding van de VS ten opzichte van Taiwan, een hardere houding ten opzichte van Noord-Korea en de schermutselingen tussen Amerikaanse en Chinese schepen in de Zuid-Chinese Zee, zouden de regionale veiligheid gevaarlijk kunnen beïnvloeden. Soevereiniteitskwesties zijn voor Peking onbespreekbaar en zouden, indien slecht aangepakt, onvermijdelijk leiden tot vergeldingsacties. Een onzeker Amerikaans beleid voor Azië en de nationalistische maar voorzichtige Taiwanese president kunnen op middellange termijn zeker de regionale stabiliteit aan het wankelen brengen. Toch heeft de recente aankondiging van Trump dat de VS bij het Een-Chinabeleid zouden blijven, tot nu toe het risico op spanningen weggenomen.

Op binnenlands vlak zou de belangrijkste bron van spanningen, naast sporadisch geweld in de Xinjiang-regio, van Hongkong kunnen komen. Eind maart moet er een nieuwe CEO verkozen worden binnen het kader van de toegenomen oppositie tegen de tussenkomst van Peking in het politieke landschap van het eiland en de verstrengde controle op burgerlijke vrijheden. Er worden mogelijk sterke spanningen verwacht omdat het algemeen stemrecht, zoals voorzien in de basiswet, niet van toepassing zal zijn. Peking zal inflexibel blijven om besmetting van het vasteland te vermijden. Uiteindelijk zou pragmatisme de overhand moeten krijgen.

Politiek van groei vs. economische herbalancering

De Chinese groei is al sinds 2011 constant aan het vertragen. De reële bbp-groei steeg in 2016 met 6,7% en zou op middellange termijn moeten dalen tot 6%. Dit jaar zal Peking de nodige maatregelen treffen om de groei rond de 6,5% te houden en de stabiliteit te bewaren tot aan het NPC. Er wordt verwacht dat Peking de stimuli zal verminderen en het monetair beleid verstrengen nu de toenemende onevenwichten de binnenlandse druk opvoeren. Na een sterke heropflakkering van de prijzen wordt verwacht dat de overheid de oververhitte immobiliënsector zal afkoelen door in de buitensporige leningen te snoeien die mee de bedrijfsschuld tot extreem onrustwekkende hoogten hebben gebracht. Nadat het bijna tot deflatie kwam, is de inflatie weer in opmars (boven de 2%) als gevolg van de hogere grondstof- en voedselprijzen.

Er is een economische herbalancering op komst, getuige de zachte landing van de economie, een dominante dienstensector en de gestaag groeiende consumentenvraag. Toch wijst het overheidsbeleid niet meteen in de richting van een sterk engagement voor een wijziging van het economisch model. De overgang naar een consumptiegedreven economie verloopt veel te traag. Dat zien we ook aan het feit dat China maar blijft steunen op binnenlandse investeringen (die in 2016 met 43,7% van het bbp nog steeds hoog zijn) en aan het robuuste overschot op de lopende rekening (al wordt wel verwacht dat dat zal afnemen). De betalingsbalans werd overhoop gehaald door een negatieve trend in de nettokapitaalinstroom en daalde sinds 2015 naar een verpletterend negatief niveau. Volgens de voorspellingen zou er op middellange termijn een tekort blijven bestaan. Dit weerspiegelt de Chinese structurele ontwikkelingen, m.n. sterkere directe buitenlandse investeringen vanuit China aangedreven door toenemende buitenlandse acquisities door Chinese groepen die internationaal uitbreiden, en een aanhoudende kapitaalvlucht sinds 2014.

Controles worden verstrengd om kapitaaluitstroom en RMB-daling tegen te gaan

De kapitaaluitstroom heeft de RMB na een daling met 7% in 2016 op zijn laagste niveau tegenover de USD gebracht sinds 2008. De RMB is nu meer marktgedreven en wordt beheerd in verhouding tot een ruimere korf van 24 valuta's om de marktdruk van de USD te verlichten. Toch is de RMB, ondanks het feit dat hij lichtjes in waarde is toegenomen tegenover deze korf, volatieler geworden sinds de onverwachte devaluatie van 3% tegenover de USD in augustus 2015. Aangezien Pekings geloofwaardigheid sindsdien is afgebrokkeld, zal het belangrijkste externe risico voor China blijven aanhouden wegens verdere verwachte nettokapitaaluitstromen en de RMB-depreciatie (Peking wil die aan een gestaag tempo toelaten) onder invloed van de Chinese economische vertraging, de groeiende rentekloof met de VS nu de Fed de renteverhoging wil versnellen, en een sterke USD. Om de kapitaaluitstromen te temperen, kondigde de Volksbank van China in november vorig jaar beperkingen aan op uitgaande directe buitenlandse investeringen, m.n. in zaken die niet tot de kernactiviteit behoren, om verdoken kapitaalvlucht te vermijden. Daarnaast werden ook bepaalde kapitaalcontroles verstrengd (bv. op dividendoverschrijvingen en op vreemde-valuta-aankopen door individuen), wat ons eraan herinnert dat de kapitaalrekening slechts gedeeltelijk open is. Verdere bijkomende kapitaalcontroles zijn mogelijk maar het is onwaarschijnlijk dat ze rechtstreeks zouden mikken op grensoverschrijdende handelsstromen. Toch zouden de onlangs verstrengde kapitaalcontroles op RMB-transfers tijdelijk een aanzienlijke impact kunnen hebben op de internationale zaken in RMB, alsook op Pekings promotie van de RMB als belangrijke internationale valuta.

Die beslissingen, waarvan de impact blijkbaar gevoeld werd sinds eind 2016, benadrukken het verslechterende zakelijke klimaat, met nog meer onzekerheid in het vooruitzicht. De kans op verschillende renteverhogingen wordt almaar groter, ondanks de negatieve effecten die ze zouden kunnen hebben op bedrijven met zware schulden. En 'last but not least': de RMB zou ook getroffen kunnen worden door de handelsspanningen tijdens de ambtstermijn van president Trump, gezien diens protectionistische retoriek en de dreiging met scherpe verhogingen van de importtarieven. Dit zou de export – die voor heel wat jobs zorgt – en de economische groei kunnen schaden, en zo de zwakkere waarde-appreciatie van de RMB kunnen neutraliseren, want Amerika is wel nog steeds China's tweede grootste exportmarkt en zijn grootste handelspartner. Het risico op een handelsconflict wordt in theorie getemperd door hun onderlinge economische banden en zodoende ook door de ruime Chinese capaciteit voor wraakacties die de Amerikaanse economie waarschijnlijk zullen weten te raken (via de export en directe buitenlandse investeringen).

Bedrijfsschuld op alarmerend niveau

De belangrijkste risico’s voor China blijven maar toenemen. De aanhoudende verslechtering van de zware bedrijfsschuld en de slechte leningen bij de banken veranderen de lang gevestigde perceptie dat China een economische en financiële crisis zal kunnen afwenden. De huidige trend is dat de Chinese groei wordt aangedreven door inefficiënte kredieten en steeds meer schulden vereist om de hoge bbp-groei te steunen, en dat is onhoudbaar. De bedrijfsschuld is enorm en ligt rond de 170% van het bbp. Ze overschrijdt daarmee de niveaus die we zien in groeilanden die in het verleden een crisis hebben moeten doorstaan. Het tempo waarmee de schuld toeneemt is zelfs nóg verontrustender. De krediettoename ligt immers veel hoger dan de bbp-groei, en het aandeel van de schuld t.o.v. het bbp is sinds 2009 de hoogte ingeschoten met 75%.

De schuldopbouw is geconcentreerd in enkele sectoren. Op nummer één staat de immobiliënsector, gevolgd door mijnbouw, olie & gas, staal en steenkool. De schuld is hoofdzakelijk (voor 95%) genoteerd in RMB, waardoor het risico gerelateerd aan de sterke USD getemperd wordt (behalve dan in sectoren met overcapaciteit waar het aandeel van de USD groter is). Toch zouden hogere rentevoeten, nu de economie vertraagt en de bedrijfswinsten al onder druk staan, nog extra druk leggen op de bedrijven met de hoogste schulden, en zo leiden tot nog meer achterstallen of wanbetalingen. In de lente van 2014 werd een eerste wanbetaling op een bedrijfsobligatie genoteerd en sindsdien blijft het aantal snel toenemen. Deze trend toont aan dat de staat stilaan meer weigerachtig wordt om zijn impliciete garantie toe te kennen. Dit treft ook niet-systemische staatsbedrijven. Staatsbedrijven hebben over het algemeen de grootste schulden omdat zij gemakkelijker toegang krijgen tot bankfinanciering.

De belangrijkste vraag is of de schuldentrend kortelings zal keren. Op basis van de politieke agenda van dit jaar kunnen we nauwelijks op meer hopen dan een matiging in de krediettoename. Peking is zich ervan bewust dat de schulden een tikkende tijdbom zijn, maar blijft het proces van schuldafbouw in de economie maar voor zich uit schuiven. Er zijn al bepaalde maatregelen getroffen, zoals enkele schuld-aandelenswaps, waardoor honderden geïdentificeerde zombiebedrijven geliquideerd werden en er fusies en overnames werden gelanceerd in de staal- en steenkoolsector. Dat eerste zou wel eens kunnen betekenen dat het risico verschuift van de staatsbedrijven naar de banken (en spaarders) want het onderliggende risico wordt nog steeds niet aangepakt.

Voor een effectieve schuldafbouw is er nog een lange weg af te leggen. Op dit moment heeft de overheid geen algemene schuldverminderingsstrategie die meer financiële discipline eist van de bedrijven. Gevestigde belangen en stabiliteitskwesties verklaren waarom er onvoldoende engagement is voor de meest cruciale hervormingen in China. Daarnaast hinderen die twee factoren ook de herstructurering van staatsbedrijven, zelfs al engageerde Peking zich voor een actievere marktrol.

Bankencrisis en financiële crisis ophanden

De schuldenspiraal, die zich uit in overvloedige bankactiva van lage kwaliteit, dreigt een bankencrisis en financiële crisis te veroorzaken als er geen gepaste, doeltreffende maatregelen worden getroffen. In dit scenario zouden bedrijven en banken (en talloze niet-bankenspelers) getroffen worden en een negatieve impact hebben op de economische activiteit na 2017. De verslechtering in de gezondheidstoestand van de bankensector wordt weerspiegeld door dalende winsten en een almaar groter aandeel slechte leningen. Momenteel wordt dit geschat op zo'n 15% van de totale leningen, al hebben de officiële cijfers het over minder dan 2%. Bovendien worden de risico's mogelijk onderschat door het gebrek aan transparantie en de omvang van het schaduwbankieren (dat ongeveer 15% van de totale kredieten bedraagt en bijna 50% van het bbp). Schuld-aandelenswaps mogen dan wel de slechte leningen in de boeken van de banken verminderen, maar ze zullen niet noodzakelijk de financiële toestand van de banken op lange termijn verbeteren. Daarnaast maken de banken steeds meer gebruik van financiering door andere banken en kredietinstellingen om de neerwaartse trend in de bankdeposito's te compenseren, wat nog een bijkomende reden tot bezorgdheid is.

Als we naar de toekomst kijken, lijken kleine lokale banken de meest kwetsbare entiteiten. Zij hebben immers een veel kleinere depositobasis en het grootste aandeel slechte leningen onder invloed van de forse krediettoename. Middelgrote en grote commerciële staatsbanken zien er in vergelijking sterker uit en zouden ergens in de komende jaren geherkapitaliseerd moeten worden.

Pekings financiële kracht zou binnenlandse schokken moeten aankunnen

De toenemende bedrijfs- en bankenrisico's worden getemperd door de hoge spaarquotes van de Chinese gezinnen, de sterke positie als internationaal nettoschuldeiser en de lage algemene overheidsschuld. Het feit dat de CCP nog steeds veel economische spelers controleert via een uitgebreid netwerk van staatsbedrijven en commerciële staatsbanken is ook een voordeel. Om de economische toestand te verbeteren en op een meer duurzame basis te vestigen, was er nood aan heel wat acties. Zo liet men al (niet-systemische) financieel onhoudbare bedrijven de kans om failliet te gaan, werden de balansen van staatsbedrijven met te hoge schulden opgekuist, werd de grootste bankensector ter wereld (toch wat betreft systemische commerciële staatsbanken) geherkapitaliseerd, en het toezicht op het schaduwbankieren en de regulering ervan verstrengd. Hoe langer Peking weigert om de economische groei te verlagen, hoe minder effectief de bestaande buffers zullen zijn en hoe meer het uitstellen van de nodige hervormingen zal doorwegen op het groeipotentieel op (middel)lange termijn. Het blijft afwachten of we een versnelling van de hervormingen mogen verwachten tijdens Xi's politiek sterkere tweede mandaat en of dat een imitatie zal zijn van het herstructureringsproces van 15-20 jaar geleden. In tussentijd zullen de financiële injecties van de staat geleidelijk afnemen. Daarbij zullen met name bedrijven in sectoren met overcapaciteit getroffen worden, i.e. steenkool, staal of bovenal de scheepsbouw.

In vergelijking met de bedrijfsschuld is de overheidsschuld een stuk gematigder. Dankzij een gunstige begrotingssituatie en een lage schuld (15% van het bbp) heeft de Chinese overheid ruimte voor fiscale stimuli.

Vandaar dat het begrotingstekort vorig jaar aandikte tot 3% van het bbp – wat in de buurt ligt van wat er ook voor de komende jaren voorspeld wordt. De algemene overheidsschuld is anderzijds wel aan een opmars bezig en stijgt van minder dan 40% van het bbp in 2014 naar een verwachte 50% dit jaar. Deze trend zal aanhouden omdat de staat de vertragende economie ondersteunt en te maken krijgt met hoge voorwaardelijke verplichtingen (commerciële staatsbanken, staatsbedrijven) voor de centrale overheid. Toch komt er nog steeds een groter aandeel van de lokale overheden. Hun schuld neemt ook nog steeds toe aangezien zij obligaties blijven uitgeven buiten hun begroting, naast het initiatief van de obligatieswap, dat in 2015 opgestart werd.

Laag extern financieel risico

China heeft een lage en houdbare externe schuld, wat bevestigt dat het schuldenprobleem hoofdzakelijk van binnenlandse aard is. De externe schuld is sinds 2015 zelfs afgenomen. Ze ging van 16,8% van het bbp in 2014 naar een verwachte 10,2% van het bbp in 2016. De inkrimping van voornamelijk kortetermijnverplichtingen, wordt verklaard door de versnelde terugbetalingen van buitenlandse schuld, doordat de RMB in waarde afneemt t.o.v. de USD. Voor de toekomst wordt verwacht dat de externe schuld zal stabiliseren alvorens op (middel)lange termijn weer geleidelijk te stijgen.

Ondanks de hoge externe-schuldenlast op korte termijn, goed voor 78% van de totale externe schuld van midden 2016, is de externe liquiditeit erg sterk. China beschikt immers over de grootste buitenlandse-deviezenreserves ter wereld, goed voor de dekking van zo'n 16 maanden import (wel lager dan in 2013 met zelfs nog 19 maanden dekking van de invoer) en 3,5 keer de externe kortetermijnschuld. In 2015/2016 zijn de reserves desondanks voor de eerste keer sinds 1992 gedaald. Deze daling met 21% was een gevolg van de nettokapitaaluitstroom en de tussenkomsten van de PBC (People’s Bank of China) om de daling van de RMB te beperken. De reserves zijn net onder de symbolische drempel van 3 biljoen USD gedoken. Ze bevinden zich daarmee op het laagste niveau sinds zes jaar, en deze neerwaartse trend zou zich op middellange termijn nog verderzetten als gevolg van kapitaaluitstromen en de vernauwing van het overschot op de lopende rekening.

Toch zou de daling sterk getemperd moeten worden door vastgelegde acties van de Chinese overheden om hun strategie bij te stellen en zo de reserves te sparen. Er staan verschillende opties op stapel, bv. een meer flexibele wisselkoers, hogere rentevoeten en extra kapitaalcontroles.