Risicofactoren en vooruitzichten

De macro-economische toestand van Colombia is er de afgelopen tien jaar aanzienlijk op vooruitgegaan. Dankzij gunstige externe omstandigheden en een deugdelijk beleidskader heeft het land een gezonde economische groei en dalende inflatie opgetekend. Bovendien heeft Colombia zich relatief weerbaar getoond tegen de ongunstige evolutie van de internationale olieprijzen en blijft de buffer aan internationale reserves ruim.

Omdat solide liquiditeit tevens wordt aangevuld met een vrij beperkte afhankelijkheid van kortlopende schulden, plaatst Credendo Group Colombia in de meest gunstige categorie voor het politieke risico op korte termijn (Cat. 1). Op middellange en lange termijn zijn de hoge investeringsquote en de bescheiden buitenlandse schuldenlast belangrijke bijkomende troeven. De afhankelijkheid van de oliesector en de aanzienlijke schuldendienstbetalingen maken het land echter kwetsbaar voor externe schokken. Samen met de veiligheidsproblematiek (gerelateerd aan activiteit van zowel linkse rebellengroeperingen als criminele bendes) maakt dit dat Credendo Group het politieke risico op (middel)lange termijn voor Colombia beoordeelt als matig (Cat. 4).

Wat het zakenklimaat betreft, kan de kwaliteit van de Colombiaanse instellingen nog beter. Samen met de recente depreciatie van de peso, verklaart dit waarom Credendo Group het systemische commerciële risico voor Colombia in de middelste categorie classificeert (Cat. B op een schaal van A tot C).

Feiten & cijfers

Pro's

  • Sterk beleidskader
  • Internationaal vertrouwen
  • Hoge spaar- en investeringsquote
  • Solide liquiditeitsbuffers

Contra's

  • Relatief grote informele economie
  • Gebrekkige infrastructuur
  • Aanslepende conflicten
  • Olieafhankelijkheid

Belangrijkste exportproducten850

  • Olie (43,4% van de inkomsten op de lopende rekening in 2013), verwerkte goederen (14,2%), steenkool (9,1%), privétransfers (6,0%), toerisme (3,1%), goud (3,0%), koffie (2,6%)

Inkomensgroep

  • Hogere middeninkomens

Inkomen per capita

  • 7.560 USD

Bevolking

  • 48,3 miljoen

Kiesstelsel

  • Presidentsverkiezingen: 4-jarige termijn, beperkt tot 2 termijnen, laatste verkiezingen: mei 2014
  • Parlementsverkiezingen: 4-jarige termijn, laatste verkiezingen: maart 2014

Staatshoofd en regeringsleider

  • President Juan Manuel Santos

Beoordeling landenrisico

Stevig verankerde democratie

De democratie is stevig verankerd in Colombia. In historisch perspectief is dat wellicht deels te verklaren door de steeds meer autoritaire, maar onpopulaire en vergeefse, pogingen van Simón Bolívar om de eenheid van Groot- Colombia te beschermen. Deze postkoloniale staat had hij opgericht in 1819 en omvatte het gros van noordelijk Zuid-Amerika. Groot-Colombia viel uiteen in 1830 toen Ecuador en Venezuela zich afscheurden. Niet veel later kregen twee politieke partijen de overhand in Bogotá: de liberalen en de conservatieven. Hun strijd om de macht heeft talrijke burgeroorlogen ontketend. Panama werd een onafhankelijk land in 1903, in de nasleep van de 1000-daagse oorlog, en de periode die bekend staat als ‘La Violencia’ bleek de voorbode van een militaire coup in 1953. Het getuigt echter van de Colombiaanse drang naar democratie dat die coup de enige in de 20e eeuw was, en dat het militaire bewind geen lang leven beschoren was. Vanaf 1957 maakten burgerregeringen opnieuw de wacht uit.

Het politieke duopolie van de liberale partij en de conservatieve partij hield stand tot 2002. Dat jaar werden de presidentsverkiezingen gewonnen door de onafhankelijke kandidaat Álvaro Uribe. Economisch herstel en een verbeterde veiligheidssituatie leverden hem een ongeziene populariteit op. Die liet Uribe toe om – via een grondwetswijziging – de herverkiezing van een president mogelijk te maken en om dergelijke herverkiezing moeiteloos te behalen in 2006. Vier jaar later was een nieuwe kandidatuur echter uitgesloten, en dus werd Uribe in 2010 opgevolgd door zijn minister van Defensie, Juan Manuel Santos. Terwijl Santos het economische beleid van zijn voorganger trouw bleef, had Uribe steeds meer kritiek op de nieuwe veiligheidsagenda. Hij verzette zich met name sterk tegen de vredesonderhandelingen die de overheid en de marxistische rebellen van de FARC (Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia) hadden opgestart in november 2012. Bij de verkiezingen van mei 2014 steunde Uribe daarom de kandidatuur van Óscar Iván Zuluaga. Diens poging om het presidentschap van Santos in te pikken - mislukte echter. Hoewel Zuluaga de meeste stemmen behaalde in de eerste ronde van de verkiezingen, verloor hij de beslissende tweede ronde met 45% van de stemmen tegenover 51% voor Santos.

Moeizame weg naar vrede

Het feit dat het belangrijkste meningsverschil tussen de twee populairste presidentskandidaten met veiligheid te maken heeft, toont aan hoe gewichtig dit onderwerp is binnen de Colombiaanse politiek. Colombia heeft dan ook veel geweld te verduren gekregen, ondanks het feit dat het land historisch gezien – meer dan buurlanden – neigde naar democratie en grondwettelijke stabiliteit. Het succes van de Cubaanse revolutie in 1959 was een katalysator voor de linkse guerrillastrijders van de FARC en het kleinere ELN (Ejército de Liberación Nacional), die al sinds de jaren 60 in een gewapend conflict verwikkeld zijn met de overheid. Daarbij komen nog de criminele bendes die ontstonden uit de restanten van de rechtse paramilitaire groeperingen die in de jaren 80 en 90 waren opgericht als tegengewicht voor de linkse rebellen. Die laatste zijn zeer actief in de drugshandel en volgens de overheid vormen ze vandaag de grootste bedreiging voor de veiligheid in Colombia.

Dat gezegd zijnde zou een omvattend vredesakkoord met de FARC het Colombiaanse politieke risico en zakenklimaat uiteraard aanzienlijk verbeteren. Zeker op middellange termijn zou de toegenomen stabiliteit verdere investeringen alsook de efficiënte toewijzing van middelen bevorderen, en zo de groei een boost geven Tot nu toe hebben de overheid en de FARC-onderhandelaars akkoorden bereikt over plattelandsontwikkeling, politieke participatie en drugshandel. Met zijn herverkiezing op zak, wil Santos nu zo snel mogelijk tot een consensus te komen over de heikele twee laatste punten op de agenda – vergoeding van slachtoffers en maatschappelijke reïntegratie van rebellen – om in 2015 te kunnen beginnen met de uitvoering van het vredesplan. Aangezien dat laatste de goedkeuring van enkele wetten zal vereisen, is het voor de president zeer goed nieuws dat zijn coalitie de meerderheid van de zetels wist te behouden bij de parlementsverkiezingen van maart 2014. Hoewel dit een duidelijk perspectief biedt op een lang verhoopte oplossing voor het vijftig jaar durende conflict, zijn er toch nog potentiële struikelblokken. Een daarvan is het risico dat bepaalde FARC-facties het eventuele akkoord zouden verwerpen en zouden blijven opereren als criminele bendes. Het is moeilijk te voorspellen in welke mate dergelijke fragmentering zou plaatsvinden. Enerzijds hebben de FARC- onderhandelaars in de loop van de onderhandelingen meermaals een eenzijdige wapenstilstand kunnen afdwingen, wat aantoont dat ze controle hebben over de organisatie. Anderzijds halen de rebellen hun inkomsten grotendeels uit een heleboel criminele activiteiten, van drugshandel, over illegale goudwinning tot kidnapping en afpersing. Het zal een lastige opdracht blijken om hen met andere economische perspectieven te overtuigen die activiteiten achter zich te laten.

Betrouwbaar beleidskader

De grote politieke onenigheid over de veiligheidsstrategie verhult de fundamentele consensus over het te volgen macro-economische beleid. Zowel de regering-Santos als de Uribista-oppositie zijn voorstander van de heersende liberale economische principes en van openheid naar internationale handel toe. In het binnenland heeft contracyclisch monetair en fiscaal beleid gezorgd voor een effectief sturen van de aggregatieve vraag.

Colombia_Graph1NL

Colombia_Graph2NL

In 2013 werden langs begrotingszijde stimuleringsmaatregelen ingevoerd (o.a. verhoogde hypotheeksubsidies) om de lichte economische vertraging tegen te gaan. Als gevolg daarvan verslechterde het begrotingssaldo van een overschot van 0,2% van het bbp in 2012 tot een tekort van 0,9% in 2013. Over dezelfde periode steeg de totale overheidsschuld van 32% van het bbp tot 35%. De economie is intussen terug aangetrokken en dus wordt een meer neutraal begrotingsbeleid verwacht om het structureel evenwicht te behouden en om in lijn te blijven met het principe van houdbare overheidsfinanciën zoals voorzien in de grondwet. Wat dat laatste betreft is de belangrijkste uitdaging op middellange termijn om de belastinggrondslag te verruimen, vooral door de hoge graad van informaliteit in de economie aan te pakken. Langs uitgavenzijde is er immers weinig ruimte voor verdere efficiëntiewinsten en de olie-inkomsten staan onder druk staan als gevolg van dalende internationale prijzen.

Ook het monetair beleid was tot voor kort soepel. In maart 2013 kreeg de Centrale Bank te maken met vertragende economische groei en een inflatiecijfer onder het streefbereik van 2-4%. Ze verlaagde daarop haar rentevoet tot 3,25%, en behield dat beleid tot april 2014. Sindsdien werd de rentevoet geleidelijk verhoogd tot 4,5%, onder invloed van een kleiner wordende outputkloof en een iets hogere inflatie. Dankzij de geloofwaardigheid die de Centrale Bank geniet, zijn de inflatieverwachtingen steeds verankerd gebleven op 3%, mooi in het midden van het streefbereik. Naast de inflatiedoelstelling, hebben de monetaire autoriteiten de laatste jaren ook wisselkoersflexibiliteit en – ietwat tegenstrijdig – het aanleggen van internationale reserves nagestreefd. Zo bleef de Centrale Bank internationale deviezen bijkopen, zelfs nadat de US Federal Reserve in mei 2013 had aangekondigd dat ze haar uiterst soepele monetaire beleid geleidelijk aan zou terugschroeven en dit zorgde voor toegenomen risico-aversie bij internationale investeerders.

Indicatoren van rentabiliteit, liquiditeit en niveau van (provisies voor) niet-terugbetaalde leningen zijn allemaal gunstig, en getuigen van de gezonde toestand van de banksector. De laatste jaren ging bovendien ook de kwaliteit van supervisie en reglementering van de financiële sector erop vooruit. De enige zwaktes hebben te maken met de overdreven kredietconcentratie bij enkele grote leners en met de relatief beperkte supervisie van dochterondernemingen van Colombiaanse banken in Centraal-Amerika.

Dat Colombia liberale economische principes hoog in het vaandel draagt, uit zich ook in toenemende internationale economische relaties. Zo zijn de banden met zowel Ecuador als Venezuela aanzienlijk verbeterd onder de regering-Santos. Voordien waren die, deels door Uribes confrontatiepolitiek, ernstig aangetast. De Colombiaanse handelsbetrekkingen in de regio zijn recentelijk ook wel gevaren bij de dynamiek binnen de Pacifische Alliantie: een handelsblok van vier landen – Colombia, Mexico, Peru en Chili – die samen goed zijn voor 36% van het Latijns-Amerikaanse bbp. De Pacifische Alliantie kenmerkt zich door economische integratie en door een gemeenschappelijke voorkeur voor marktconform economisch beleid. De Colombiaanse openheid reikt bovendien verder dan de regio, en het land heeft al vele vrijhandelsovereenkomsten gesloten, waaronder een met de VS dat in voege is sinds mei 2012, en een met de Europese Unie dat wordt toegepast sinds augustus 2013.

Turbulente externe condities

Het geloofwaardige beleidskader bevordert het vertrouwen dat internationale investeerders stellen in Colombia. Het land kende de afgelopen jaren dan ook een overvloedige kapitaalinstroom. Die dynamiek zorgde voor ruime herfinancieringsopties voor de Colombiaanse staat en grote ondernemingen, en vertaalde zich – omdat de netto kapitaalinstroom het tekort op de lopende rekening overtrof – in stijgende officiële deviezenreserves. Eind mei 2014 dekten die het equivalent van 5,7 maanden import van goederen en diensten, wat wijst op een stevige liquiditeitspositie. Bovendien heeft de bijzonder sterke instroom van niet-schuldcreërende buitenlandse directe investeringen gemaakt dat de buitenlandse schuldratio's van Colombia de afgelopen tien jaar sterk verminderd zijn.

Colombia_Graph3NL

Ondanks het structurele tekort op de lopende rekening daalde de buitenlandse schuld als deel van het bbp (de ontvangsten op de lopende rekening) van 35% (170%) in 2004 naar 25% (133%) in 2013.

Naast gunstige externe financieringsvoorwaarden genoot Colombia tot voor kort ook van boomende internationale olieprijzen. Met een productie van ongeveer 1 miljoen vaten per dag in 2013 (komende van zo'n 0,6 miljoen in 2008), is het land namelijk de derde grootste producent van Zuid-Amerika, en olie – goed voor meer dan 40% van de inkomsten op de lopende rekening – is veruit het belangrijkste Colombiaanse exportproduct. Het feit dat Colombia, ondanks de olierijkdom, een tekort op de lopende rekening heeft, kan grotendeels verklaard worden door de keerzijde van de financiële instroom: buitenlandse rentebetalingen en repatriëring van winsten door internationale ondernemingen.

Colombia_Graph4NL

Maar toegenomen internationale banden brengen ook een verhoogde externe kwetsbaarheid met zich mee, en dat heeft Colombia recentelijk ondervonden. Zo hebben de dalende olieprijzen een negatieve invloed op zowel de exportinkomsten als de overheidsfinanciën (meer dan 15% van de totale overheidsinkomsten is oliegerelateerd). Verder hebben aankondigingen van de US Federal Reserve de financiële marktvolatiliteit doen toenemen en zal de zogenaamde ‘tapering’ op de middellange termijn waarschijnlijk leiden tot hogere rentevoeten. Dit zou op zijn beurt de al aanzienlijke kosten van de schuldaflossingen (42% van de ontvangsten op de lopende rekening in 2014) verder kunnen opdrijven. Bovendien houdt het uitbreiden van handelsrelaties ook in dat men kwetsbaarder wordt voor ongunstige economische omstandigheden in het buitenland.

Twee bekommernissen springen daarbij in het oog: de vertraging van de Chinese economie die weegt op de internationale grondstofprijzen, en de crisis in Venezuela die de buitenlandse vraag naar Colombiaanse goederen ondermijnt. Toch lijkt Colombia al met al goed gepositioneerd om deze risico's te beheersen. Vooreerst beschikt het land over een stevige liquiditeitsbuffer, mede aangezien de officiële internationale reserves verder aangevuld worden met een fors staatsfonds (dat werd opgebouwd met bovengemiddelde olieopbrengsten). Het liquiditeitsrisico wordt bovendien verder gemitigeerd door een tweejarige flexibele kredietlijn voor ongeveer 6 miljard USD die het IMF in juni 2013 goedkeurde. Daarnaast spreekt het ook voor de Colombiaanse autoriteiten dat ze de flexibiliteit van de wisselkoers verdedigen, en dat deze dus als een eerste macro-economisch aanpassingsmechanisme kan dienen in geval van externe schokken. Wat het risico met betrekking tot Venezuela betreft ten slotte, dient opgemerkt dat Colombia zijn afhankelijkheid van de noodlijdende Venezolaanse markt de voorbije jaren aanzienlijk heeft teruggebracht.

Op naar inclusieve groei

Als gevolg van gunstige externe omstandigheden en geholpen door een sterk beleidskader bedroeg de jaarlijkse Colombiaanse bbp-groei gedurende het laatste decennium gemiddeld 4,8%. De economische expansie werd binnenlands ondersteund door fors gestegen investeringen, gefinancierd door toegenomen sparen. Het belang van investeringen is overigens niet enkel nominaal de hoogte in gegaan, maar is ook als percentage van het bbp gestegen en het zal dat naar verwachting ook de volgende jaren blijven doen.

Colombia_Graph5NL

Een andere component van de binnenlandse vraag die aanzienlijk is toegenomen, is de particuliere consumptie. Het is duidelijk dat de verminderde werkloosheid – die eind 2013 met 9,7% op het laagste niveau in tien jaar  stond – hiertoe heeft bijgedragen, maar dit verklaart toch slechts een deel van de boost. Wat ook een belangrijke rol heeft gespeeld is de toegenomen kredietverstrekking aan de privésector, die eind 2013 ongeveer 39% van het bbp bedroeg. Toch blijft de zogenaamde financiële inclusie ondermaats in Colombia, wat een belangrijk struikelblok blijft voor een breder verdeelde economische groei.

Algemeen beschouwd ondermijnt de chronisch hoge informaliteitsgraad de inclusiviteit van economische groei in Colombia. Ondanks de significante vooruitgang die de voorbije tien jaar werd geboekt, blijven armoede en ongelijkheid inderdaad wijdverbreid. Informaliteit wordt beschouwd als een van de belangrijkste oorzaken van deze problemen. Informele arbeid wordt geassocieerd met meer ongelijkheid door het gebrek aan minimumlonen en andere vormen van sociale bescherming, en bovendien is de realisatie van productiviteitswinst relatief moeilijk voor informele arbeiders en kleine bedrijven aangezien hun toegang tot krediet beperkt is. Om de situatie aan te pakken, heeft de overheid incentives voorzien om lageloonarbeid te formaliseren, waaronder de introductie van een progressiever belastingsysteem.

Aanzienlijke infrastructuurgebreken vormen eveneens een belangrijke barrière voor een hogere potentiële groei, momenteel geraamd op 4,5% van het bbp. Zo wordt Colombia in het Global Competitiveness Report gerangschikt als 126e van 144 landen wat betreft de kwaliteit van transportinfrastructuur, en dit weerspiegelt voornamelijk de gebrekkelijke toestand van de wegen. Hoewel de problematiek deels te verklaren is door zeer moeilijke geografische omstandigheden en sabotage van rebellen, hebben inefficiënte vroegere investeringen er zeker ook toe bijgedragen. Om het probleem aan te pakken, heeft de overheid een grootschalig infrastructuurprogramma aangekondigd. Aangezien de investeringsprojecten in praktijk zullen worden gebracht via publiek-private samenwerkingen, zal het van vitaal belang zijn om het bijhorende risico voor de overheidsfinanciën te minimaliseren.

Analyst: The Risk Management Team, s.vanderlinden@credendogroup.com