Risicofactoren en vooruitzichten

Ivoorkust heeft sinds het einde van de burgeroorlog in 2011 een aanzienlijke vooruitgang geboekt. Toch verloopt de verzoening na de oorlog te traag, wat een beduidend risico inhoudt. Er zijn nog steeds cliëntelistische netwerken zichtbaar in de binnenste kringen van de staat, en die zouden de politieke spanningen wel eens kunnen opdrijven. Begin 2017 brachten militaire muiterij en burgerlijke onlusten aan het licht welke onvrede er broeide en hoe beschadigd het imago van de regering was. Dergelijke instabiliteit kan immers toekomstige investeringen in het gedrang brengen en economische vooruitgang op lange termijn onmogelijk maken. Hoewel het onwaarschijnlijk blijft dat het opnieuw tot een regelrechte oorlog zal komen, blijft Credendo voorzichtig en plaatst ze het land voor het politieke risico op (middel)lange termijn voorlopig in categorie 6/7.
Toch zijn de macro-economische indicatoren erop vooruit gegaan en zijn de vooruitzichten eerder positief nu Ivoorkust een van de snelstgroeiende economieën van Sub-Sahara-Afrika is geworden. De belangrijkste drijvende krachten achter die groei zijn de heropleving van de huishoudelijke consumptie, grote overheidsinvesteringen en een toevloed van directe buitenlandse investeringen.

Als grootste exporteur van cacao ter wereld, had Ivoorkust, en meer bepaald zijn fiscale opbrengsten en exportinkomsten, wel te lijden onder de daling van de internationale cacaoprijs tijdens het seizoen 2016-17. Aangezien er een wereldwijd overaanbod is, wordt verwacht dat de cacaoprijzen op middellange termijn getemperd zullen blijven. Behalve schokken in de handelsvoorwaarden kunnen ook ongunstige weersomstandigheden de landbouweconomie onder druk zetten. Consolidatie-inspanningen en een goede beleidsvorming onder het IMF-programma zouden moeten helpen de periode met het dubbele tekort te doorstaan. Momenteel plaatst Credendo het politieke risico op korte termijn in categorie 4/7. Dit wijst op een gematigd liquiditeitsrisico in vergelijking met andere landen in de regio. De CFA-frankzone maakt vandaag de dag een crisisperiode door. De regionaal aangehouden buitenlandsedeviezenreserves staan onder druk, wat de discussie over een mogelijke devaluatie weer aanwakkert. Bovendien verklaren kwesties zoals corruptie, juridische onzekerheden en een moeilijk zakenklimaat (ondanks verbeteringen) waarom het systemisch commercieel risico in categorie C zit (op een schaal van A tot C).

Feiten & cijfers

Pro's

  • Wereldleider op vlak van cacao-export
  • Politieke stabilisatie
  • Degelijke groeiverwachtingen
  • Internationale steun

Contra's

  • Trage reconciliatie na de oorlog
  • Blootgesteld aan schokken m.b.t. handelsvoorwaarden en klimaatschokken
  • Twijfelachtig beheer van overheidsschulden (hoewel het verbetert)
  • Sociale onvrede

Staatshoofd

  • President Alassane Ouattara

Kiesstelsel

  • Presidentsverkiezingen: meest recente in oktober 2015, volgende in 2020
  • Parlementsverkiezingen: meest recente in december 2016, volgende in 2021

Bevolking

  • 23,7 miljoen

Inkomen per capita

  • 1.520 USD

Inkomensgroep

  • Lagere middeninkomens

Belangrijkste exportproducten

  • Cacaobonen en -producten (44,5% van de ontvangsten op de lopende rekening), koolwaterstoffen (12,8%)

Beoordeling landenrisico

Tien jaar burgeroorlogen eindelijk achter de rug...

De rivaliteit tussen Laurent Gbagbo van het FPI (Ivoriaans Volksfront) en Alassane Ouattara  van de RDR (Rally van De Republikeinen) stak al de kop op tijdens de verkiezingen van 1999. Ouattara werd toen gediskwalificeerd en Gbagbo verkozen tot president. Na een poging tot staatsgreep kwam het land terecht in een burgeroorlog die duurde van 2002 tot 2011. Zo’n tien jaar lang was Ivoorkust verdeeld: het noorden – grotendeels moslims en aanhangers van Ouattara – was in handen van rebellen en het zuiden was in handen van de regering. De veelbesproken verkiezingsstrijd tussen Gbagbo en Ouattara van november 2010 leidde tot een gewelddadige burgeroorlog die vier maanden woedde. Resultaat: 3000 dodelijke slachtoffers, een miljoen mensen ontheemd en de economie in puin. De internationale gemeenschap legde economische en financiële sancties op, terwijl een coalitie van de VN, Franse strijdkrachten en het gewapend verzet Ouattara hielpen de macht over te nemen. Gbagbo werd gearresteerd en terechtgesteld voor het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag.

Als voormalig adjunct-directeur van het IMF geniet president Ouattara internationale steun en boezemt hij investeerders vertrouwen in. In 2015 werd hij herverkozen bij gebrek aan een geloofwaardige oppositiekandidaat. Sinds de parlementsverkiezingen van december 2016 heeft de regeringscoalitie een meerderheid van 65% in het parlement. Bovendien zorgde de invoering van een nieuwe grondwet in oktober 2016 voor meer zekerheid op het politieke toneel doordat de functie van Vicepresident en de senaat in het leven geroepen werden. Maar nog belangrijker: de voorwaarde dat presidentskandidaten de Ivoriaanse nationaliteit moeten hebben, werd aangepast, een belangrijke reden tot misnoegdheid tijdens het burgerconflict. Na de presidentsverkiezingen in 2020 zou Ouattara moeten aftreden en het pad effenen voor de nieuwe generatie leiders, iets wat minder vlot zou kunnen gaan dan gehoopt wordt.

...maar nu betaalt het land de prijs voor de trage verzoening na de oorlog 

De veiligheidssituatie is duidelijk merkbaar verbeterd sinds 2011 en de 14 jaar durende vredesmissie van de VN is eind juni 2017 afgerond. Toch zijn er nog belangrijke risico’s: de re-integratie van rebellenstrijders in het leger verloopt traag en er is nog een aanzienlijk aantal wapens in omloop. De internationaal gesteunde hervorming van de veiligheidssector (‘Security Sector Reform’, SSR) om het nationale leger weer op te bouwen en loyalisten en rebellen weer samen te brengen, eindigde teleurstellend. Bijgevolg zijn er nog steeds cliëntelistische netwerken uit de tijd van de burgeroorlog aanwezig in de binnenste kringen van het leger en van de staat in het algemeen. Die verdeeldheid zou de politieke spanningen kunnen doen toenemen in de aanloop naar de opvolging van president Ouattara in 2020.

Militaire muiterij bracht begin 2017 aan het licht welke onvrede er broeide over de slechte omstandigheden en een oud onopgelost conflict tussen verschillende facties binnen het leger. Het slecht geïntegreerde leger slaagde erin om het land gegijzeld te houden en bracht ernstige schade toe aan het imago van Ouattara’s regering. De muiterijen stopten uiteindelijk nadat de overheid ermee instemde om uitstaande bonussen te betalen. Ook ambtenaren en cacaoboeren protesteren zo frequent tegen achterstallige lonen en armoede. Het armoedecijfer kende de afgelopen jaren immers maar een minieme daling, tot 46,3% van de bevolking. Als de overheid er van nu af aan niet in slaagt om meer inclusieve groei te genereren, kan dit sociale onrust creëren.

Een van de snelstgroeiende economieën van Sub-Sahara-Afrika

Nadat Ivoorkust in 1960 onafhankelijk werd van Frankrijk, had het land een bloeiende economie als wereldleider van de cacao-export. Die groei werd echter vermorzeld door de tien jaar lange burgeroorlog. Maar sinds de politieke stabiliteit in 2012 terugkeerde, is Ivoorkust een van de snelstgroeiende economieën van Sub-Sahara-Afrika geworden. Drie jaar op rij behaalde het land een bbp-groei van ongeveer 9% en volgens de voorspellingen zou het cijfer verder rond de 7% schommelen. Ivoorkust zit dus duidelijk nog boven het regionaal gemiddelde.

De economische groei wordt aangedreven door investeringen in de infrastructuur, landbouw en mijnbouw, terwijl de huishoudelijke consumptie een echte heropleving doormaakt. Toch zijn de consumptiecijfers sterk afhankelijk van de weersomstandigheden, want zo’n twee derde van de bevolking haalt hun levensonderhoud uit de landbouw. De overheid mikt voor 2016-2020 op enorme investeringen in haar Nationaal Ontwikkelingsplan, met overheersend private investeringen en de steun van een IMF-programma voor 2016-2019. De bruto-investeringen zijn immers fel gestegen sinds 2012 en zouden naar verwachting tegen volgend jaar nog toenemen tot 21,3% van het bbp. Nu de stijging in de nationale spaarquote wat trager blijkt, worden de investeringen steeds meer vanuit het buitenland gefinancierd. Zeker de directe buitenlandse investeringen kennen momenteel een heuse toevloed. Investeerders worden aangemoedigd door politieke stabilisatie, een groeiende middenklasse en hervormingen die het zakenklimaat verbeteren. Tussen 2013 en 2017 wist Ivoorkust zich te verbeteren van nummer 177 (van 189 landen) naar nummer 142 op de ‘Ease of Doing Business’-ranking van de Wereldbank (en het land is 18e van de 48 Sub-Sahara-Afrikaanse landen).

Daling wereldwijde cacaoprijs verzwakt toonaangevende sector

Als grootste cacao-exporteur ter wereld, haalt Ivoorkust zo’n 45% van zijn exportinkomsten uit de oogst ervan. In 2012 werd de cacaosector hervormd en maakte het systeem van de spotmarkt plaats voor een systeem met vaste, door de overheid gegarandeerde prijzen. Sindsdien krijgen de boeren 60% van de gemiddelde prijs die overeengekomen wordt tijdens toekomstige veilingen onder leiding van de Raad voor Koffie en Cacao. Dit gaf een boost aan de cacaoproductie en zorgde voor een betere kwaliteit. De internationale cacaoprijzen werden echter naar beneden gehaald door een wereldwijd overaanbod van cacao tijdens het seizoen van 2016-17. Tegelijkertijd nam de consumptie in de opkomende landen trager toe dan verwacht en vervlakte de vraag uit de Westerse landen. Hoewel de weersomstandigheden een zeer belangrijke rol spelen in de prijsbepaling, blijft het door het wereldwijde overaanbod onwaarschijnlijk dat de cacaoprijzen er op middellange termijn weer bovenop zullen komen. Dat zet de vooruitzichten voor Ivoorkust sterk onder druk.

De Raad voor Koffie en Cacao verkoopt ongeveer 80% van de gewassen voor het seizoen van start gaat, en toch hebben enkele Ivoriaanse exporteurs een contract gekocht zonder dat men reeds kopers had. Toen de prijzen instortten, bleven de Ivoriaanse exporteurs in gebreke en werden duizenden tonnen cacao opgeslagen in de havens. Die liggen daar sinds eind 2016 weg te rotten. De Raad voor Koffie en Cacao leed toen enorme verliezen en zal hiervoor een vergoeding eisen van de wanbetalers. Intussen worden de stabilisatiefondsen in handen van de regionale centrale bank (Centrale Bank van West-Afrikaanse staten, BCEAO) aangesproken om ervoor te zorgen dat de boeren de gegarandeerde prijs krijgen (al ligt die zowat 36% lager dan vorig seizoen). De lage cacaoprijs beïnvloedt niet alleen de exportinkomsten. Lagere inkomsten voor de boeren hebben een impact op de hele economie want een derde van de bevolking is afhankelijk van het gewas en wordt dus nu gedwongen om hun consumptie in te perken. Bijgevolg zijn de groeiverwachtingen vanaf 2017 wat gematigd geworden, al blijven ze solide.

De wisselende balansen van een exporteur van (zachte) grondstoffen

In vergelijking met andere olie-exporterende landen in de regio, is Ivoorkust minder afhankelijk van olie, waardoor het ietwat beschermd was tegen de ineenstorting van de internationale olieprijzen. In feite wordt Ivoorkust sinds 2014 zelfs niet meer geclassificeerd als ‘netto-exporteur van brandstof’. Dit betekent dat het land sindsdien meer brandstof importeert dan het exporteert. Naast cacao en koolwaterstoffen, produceert Ivoorkust ook rijst, katoen, koffie en palmolie, wat bovendien bijdraagt tot de comfortabele overschotten op de handelsbalans. Op de lopende rekening (inclusief officiële overdrachten) tekent zich echter wel een tekort af omwille van de negatieve dienstenbalans en de uitstroom van particuliere overdrachten als gevolg van aanzienlijke arbeidsimmigratie (vooral vanuit Burkina Faso naar cacao-producerende gebieden). In 2016 bedroeg het tekort op de lopende rekening een matige 1,1% van het bbp, maar voor dit jaar wordt verwacht dat het zal toenemen tot 3,8% van het bbp (bijna 15% van de ontvangsten op de lopende rekening) wegens lagere inkomsten uit de cacao-export en de toenemende consumptie en stijgende import van investeringen. Aangezien verwacht wordt dat de cacaoprijzen nog lange tijd laag zullen blijven, zou ook het tekort op de lopende rekening de komende jaren rond de 3% van het bbp blijven hangen. Ivoorkust maakt gebruik van verschillende bronnen om zijn tekorten te financieren. Ten eerste zijn de directe buitenlandse investeringen indrukwekkend toegenomen sinds 2012 en wordt verwacht dat ze zullen blijven stijgen. Ten tweede nemen de officiële projectleningen toe, terwijl het IMF-programma ook financiële steun biedt. In 2016 was er echter niet voldoende financiering en werden de buitenlandsedeviezenreserves in handen van de regionale centrale bank aangesproken om de putten te dichten.

Krappe liquiditeit wakkert discussie over de devaluatie van de CFA-frank weer aan

Ivoorkust maakt deel uit van de CFA-frankzone, een monetaire unie met een valuta gekoppeld aan de euro, gezamenlijke deviezenreserves en een convertibiliteit gegarandeerd door de Franse Schatkist. Stabiele prijzen behoren tot de belangrijkste streefdoelen van het gemeenschappelijk monetair beleid. Er wordt dan ook verwacht dat de inflatie stabiel zal blijven rond de 2%. De macro-economische fundamenten en de externe liquiditeit verslechterden echter binnen de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (UEMOA1) – waar Ivoorkust lid van is – en in het bijzonder in de Centraal-Afrikaanse Economische en Monetaire Gemeenschap (CEMAC2).

De lidstaten werden negatief beïnvloed door de forse daling van de grondstofprijzen, in het bijzonder olie, en door regionale onzekerheid die de liquiditeit sterk onder druk zette. Met name de CEMAC maakt een diepe crisis door, aangezien ze hoofdzakelijk bestaat uit olie-exporterende landen en een aantal regio’s behelst die in conflict verkeren. De UEMOA daarentegen heeft enkele jaren sterke groei genoten, hoewel de budgettaire onevenwichtigheden toenamen en de overheidsschuld in stijgende lijn gaat. Bijgevolg namen de deviezenreserves bij de twee regionale centrale banken een duikvlucht, waardoor de importdekking van de UEMOA-reserves op 3,5 maanden import kwam, nog een redelijk niveau, terwijl ze amper 1,5 maand halen voor de CEMAC. De lage niveaus van de reserves zouden wel eens incompatibel kunnen blijken als buffer om de pariteit tussen de euro en de CFA-frank te verdedigen en hebben de devaluatiedruk opgedreven.

De laatste keer dat de CFA-frank gedevalueerd werd, was met een fikse vermindering van 50% in 1994. Sindsdien staken gesprekken tussen CFA-landen over de devaluatie sporadisch weer de kop op. Een devaluatie zou de economische activiteit in de regio temperen door de impact die ze zou hebben op de consument (inflatie en hogere importkosten) en op de debiteuren (met schulden in harde valuta), wat het commercieel risico doet toenemen. Op langere termijn zou het desalniettemin het internationale concurrentievermogen van de regio verbeteren. Toch is er tot op heden nog geen consensus bereikt over de kwestie door de herinnering aan de pijnlijke post-devaluatieschok voor de koopkracht van huishoudens en door de angst voor macro-economische instabiliteit. De leiders van de CEMAC-landen zijn vorig jaar in december samengekomen en bekrachtigden hun wens om de koppeling van de valuta te behouden op het huidige niveau (dat ook van toepassing is in de UEMOA). Bovendien zijn de CEMAC-landen overeengekomen om samen beleidshervormingen op te starten en een regionale oplossing te zoeken voor de liquiditeitscrisis, om een terugkeer naar macro-economische stabiliteit mogelijk te maken. Die aanpassingen zullen ongetwijfeld nog een hele uitdaging worden met de olieprijzen die waarschijnlijk nog lange tijd laag zullen blijven en de zwakke deviezenreserves. De komende maanden en jaren zal de devalutie van de CFA-frank in dit kader dus waarschijnlijk nog een ‘hot topic’ blijven.

1 Benin, Burkina Faso, Ivoorkust, Guinee-Bissau, Mali, Niger, Senegal en Togo
2 Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Brazzaville, Equatoriaal-Guinea, Gabon, Kameroen en Tsjaad

Lagere overheidsinkomsten in tijden van intensievere overheidsuitgaven

De belastinginningscapaciteit van de overheid is de laatste tien jaar stabiel gebleven en schommelde rond een matige 18-19% van het bbp. Meer recentelijk hebben de lage cacaoprijzen hun tol geëist op belastingvlak, aangezien cacao goed is voor meer dan 40% van de overheidsinkomsten. Lagere belastinginkomsten (van olie, inkomsten en btw) en de vereiste uitgaven in het kader van de toenemende sociale en militaire onrust, zetten de begroting van 2016 en 2017 extra onder druk, wat leidde tot een opeenhoping van binnenlandse achterstallige betalingen. Bepaalde overheidsinvesteringen worden teruggeschroefd om de toegenomen lopende uitgaven te temperen en om het verlies aan overheidsinkomsten te compenseren. De overheid heeft gesnoeid in de begroting van 2017 en er wordt verwacht dat het begrotingstekort zal toenemen van 4% van het bbp in 2016 tot 4,5% voor 2017. Toch zou de budgettaire consolidatie moeten helpen om het tekort tegen 2019 terug te brengen naar de UEMOA-norm van 3% van het bbp.

Houdbare schulden maar hoge schuldaflossingslast

Het eindpunt van het HIPC-initiatief (Heavily Indebted Poor Countries – Arme landen met zware schuldenlast) werd vrij recent, in 2012, bereikt. Vervolgens werd er een schuldverlichting toegekend en verbeterde het schuldprofiel van Ivoorkust aanzienlijk. De totale overheidsschuld voor 2017 wordt geschat op 48,7% van het bbp (terwijl deze eind 2014 nog 44,8% van het bbp bedroeg) en zou vanaf volgend jaar gematigder moeten worden. Ze omvat ongeveer een derde van de binnenlandse schuld, die voornamelijk bestaat uit obligaties uitgegeven door de regionale centrale bank met relatief korte looptijdstructuren. Er wordt verwacht dat het aandeel van de binnenlandse schuld in 2017 zal afnemen en dat dat van de buitenlandse schuld zal toenemen. De stijging in buitenlandse overheidsschuld is hoofdzakelijk te wijten aan nieuwe officiële bilaterale schulden, voornamelijk uitgegeven door landen die geen deel uitmaken van de Club van Parijs, en aan het succes van de euro-obligatie van juni, die bijna 10 miljard USD aantrok. In 2016 maakte (niet-concessionele) commerciële financiering al 56% uit van de buitenlandse overheidsschuld, maar dat aandeel zal waarschijnlijk nog toenemen. De rente op staatsschulden zal naar verwachting zo’n 10% van de totale overheidsinkomsten in 2017 opslokken; in 2014 was dat nog 7%. Dus zelfs al zijn de overheidsschuldratio’s onder controle, de schulden worden over het algemeen minder concessioneel en de aflossingskosten voor overheidsschulden nemen toe. De totale brutoratio van de buitenlandse schuld (zowel publiek als privaat) is ook houdbaar en zal naar verwachting relatief stabiel blijven rond 42% van het bbp, of bijna 160% van de exportontvangsten voor de volgende drie jaar. De aflossingslast voor deze buitenlandse schulden is toegenomen, met een piek van 18,8% van de exportontvangsten in 2016, maar een verwachte daling tot 14% in 2018. De schulden zullen efficiënt beheerd moeten worden om een houdbare buitenlandse positie te behouden en om grote herfinancieringspieken te vermijden.

Degelijke beleidsvorming maakt optimistische vooruitzichten haalbaar ondanks neerwaartse risico’s

De recente ongunstige handelsvoorwaarden (in het bijzonder de cacaoprijzen) hebben de prestaties omlaag gebracht en zouden een zware last kunnen blijven. Ook ongunstige weersomstandigheden vormen een traditioneel risico aangezien ze zowel de waterenergie als de landbouwproductie beïnvloeden. De vooruitzichten zullen deels afhankelijk zijn van het al dan niet opvolgen van het IMF-programma, dat een belangrijke impuls is voor de ambitie van het beleid. In feite zal er degelijke beleidsvoering nodig zijn om fiscale druk te voorkomen, het investeerdersvertrouwen te bewaren en sterke economische groei te garanderen. De laatste jaren heeft Ivoorkust een aanzienlijke economische vooruitgang geboekt, maar toch heeft niet de hele bevolking daar baat bij gehad. Meer inclusieve groei stimuleren is dus een andere belangrijke sleutel naar stabiliteit op lange termijn. Toch is het belangrijkste risico voor de vooruitzichten van Ivoorkust gelinkt aan de politieke stabiliteit. Aanhoudende militaire opschuddingen zoals in 2017 zouden kunnen leiden tot een gewelddadige politieke overgang in 2020, hoewel een terugkeer naar een regelrechte burgeroorlog eerder onwaarschijnlijk blijft.