Risicofactoren en vooruitzichten

De hoge groei van India blijft verder vertragen komende van hogere groeiniveaus. Deze negatieve tendens is sinds eind 2016 in een hogere versnelling gekomen als gevolg van twee binnenlandse schokken. De economische activiteit in het land is tijdelijk verstoord geweest door het chaotische demonetiseringsbeleid in november van vorig jaar en door de onzekere overstap naar een goederen- en dienstenbelasting in juli van dit jaar. Ook de zwakke toestand van de banksector en de hoge schuldenlast van bedrijven spelen een rol in de belemmering van de groei. Nu er echter wordt verwacht dat de impact van bovenvermelde schokken de komende maanden zal wegebben, blijven de economische vooruitzichten op middellange termijn positief. India zal blijven profiteren van gunstige economische omstandigheden, met name de lage olieprijzen, die hebben bijgedragen tot een daling van de inflatie tot het laagste niveau van de voorbije tien jaar, en van zijn grote binnenlandse markt, die zijn kwetsbaarheid voor een onzekere wereldwijde omgeving beperkt. Zonder twijfel wordt een extra impuls geleverd door de politieke stabiliteit en het hervormingsproces, dat normaal gezien zal voortduren tot ten minste 2024, aangezien premier Modi zichzelf waarschijnlijk zal opvolgen in 2019 en volgend jaar een meerderheid in het parlement zal behalen. De hervormingsgezinde en ondernemingsvriendelijke houding uit zich in de verbetering van het bedrijfsklimaat, in een hoger beleggersvertrouwen met gestage stijging van de directe buitenlandse investeringen, en in de sterkere roepie. Dit verklaart waarom het commerciële risico van India in categorie B (op een schaal van A-C) is ingedeeld.

Niet alles is echter even rooskleurig. Drie neerwaartse risico's wegen op de vooruitzichten. De grootste dreiging gaat uit van een noodlijdende bankensector, waar met name de staatsbanken gebukt gaan onder de toename van toxische leningen. Om deze reden wil de regering een bescheiden herkapitalisatie doorvoeren. In combinatie met de hoge schulden van ondernemingen in bepaalde sectoren heeft dit een negatieve invloed op het kredietaanbod (dat naar het laagste niveau in decennia is gezakt) en de vraag naar krediet, evenals op de binnenlandse investeringen, wat uiteindelijk het groeipotentieel van India zou kunnen doen afnemen. Een derde risico schuilt in de structureel zwakke overheidsfinanciën. De ingezette fiscale consolidatie zal naar verwachting een proces van lange adem worden, ondanks de opvallende recente invoering van een nationale goederen- en dienstenbelasting. Alles bij elkaar genomen rechtvaardigen de sterke fundamenten, gaande van een solide betalingsbalans en een tamelijk lage externe schuld, samen met de positieve economische vooruitzichten, dat India voor het politiek risico op middellange termijn in categorie 3/7 wordt ingedeeld. Wat het politiek risico op korte termijn betreft, krijgt het land een sterke 2/7 toebedeeld dankzij een solide en verder versterkende externe liquiditeit.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Hervormingsgezinde overheid
  • Gediversifieerde economie
  • Sterke dienstensector
  • Houdbare externe schuld

Contra's

  • Terugkerende spanningen in de gemeenschap
  • Neerwaartse trend in ratio binnenlandse investeringen
  • Banksector gebukt onder hoge en toenemende slechte leningen
  • Zwakke overheidsfinanciën

Staatshoofd

  • President Ram Nath Kovind

Regeringsleider

  • Premier Narendra Modi

Algemene verkiezingen (5-jarige cyclus)

  • Presidentsverkiezingen: in 2022
  • Parlementsverkiezingen: in 2019

Bevolking

  • 1.311,1 miljoen

Inkomen per capita

  • 1.600 USD

Inkomensgroep

  • Lager middeninkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Private overdrachten (12,7% van de ontvangsten op de lopende rekening), software-services (11,3%), edelstenen en juwelen (7,9%), minerale brandstoffen (6,3%), textiel (4,8%), toerisme (4,3%), chemicaliën en plastic (4,2%)

Beoordeling landenrisico

Modi en BJP goed op weg naar een meerderheid in het parlement 

Premier Modi drukt steeds meer zijn stempel op de politieke geschiedenis van India als een van de meest populaire politieke leiders van de voorbije decennia. Terwijl hij momenteel nog verzwakt is door de minderheidspositie van zijn partij BJP in het hoger huis van het parlement, verhogen zijn recente successen in verschillende deelstaatverkiezingen de kans dat zijn partij in 2018 beide kamers van het parlement zal domineren. Zijn overweldigende verkiezingsoverwinning in Uttar Pradesh, de meest bevolkingsrijke deelstaat van India, was waarschijnlijk een keerpunt. Het was een duidelijk bewijs dat hij ook in een grote rurale en arme staat over alle regio's en lagen van de Indische samenleving heen populair is, en dat ondanks een zeer controversiële demonetiseringmaatregel in november vorig jaar (zie hieronder). Hoewel arme bevolkingsgroepen hier zwaar door werden getroffen, werd Modi's plan om corruptie en belastingontwijking aan te pakken door de meesten onder hen tegen de verwachtingen in toch verwelkomd. Premier Modi vertrouwt er nu op dat hij zijn vijfjarige mandaat in de algemene verkiezingen van 2019 zal kunnen verlengen. Zijn vooruitzichten op herverkiezing worden versterkt door een versplinterde oppositie en door het feit dat de historische Congresspartij onder leiding van de elitaire en allesbehalve charismatische Rahul Gandhi nog steeds in de touwen hangt. De sterke positie van de BJP blijkt tot slot ook uit de verkiezing (door een kiescollege) van Ram Nath Kovind, de BJP-kandidaat en gouverneur van Bihar, tot nieuwe president van India.

De grote kansen van de BJP om een meerderheid te behalen in het hoger huis, samen met de huidige meerderheid in het lager huis, zouden een grote steun zijn voor Modi's hervormingsplannen. Het zou het pad effenen voor twee grote hervormingen die in het parlement worden tegengehouden: die van de arbeidsmarkt en het stelsel voor grondaankopen. Beide staan ze bovenaan het lijstje van Modi wegens de positieve impact die ze zouden kunnen hebben op de economische ontwikkeling. Maar om op een positief politiek elan te kunnen voortgaan, zullen ze waarschijnlijk pas na de verkiezingen van 2019 op de regeringsagenda geplaatst worden. Het zijn namelijk zeer gevoelige thema's die met sterke regionale tegenkanting te maken krijgen. Zelfs met een meerderheid in het parlement kan het dan ook moeilijk worden om op deze domeinen een doorbraak te realiseren. Ondertussen zal Modi in de lijn van de voorbije drie jaar bestuur zijn hervormingsgezinde en ondernemingsvriendelijke houding aanhouden.

Hindoenationalisme en Pakistan als dominante bedreigingen voor stabiliteit

Hoewel politieke stabiliteit voor vele jaren verzekerd lijkt, kan het grootste risico schuilen in een te dominante BJP-partij, indien de hindoenationalistische ingesteldheid van Modi verbreid zou raken onder zijn aanhangers en indirect zijn economische doelstellingen zou hinderen. Dit werd duidelijk door zijn aanstelling van een Hindoe-extremist en anti-islamitische geestelijke als nieuw hoofd van de deelstaat Uttar Pradesh, en door het controversiële verbod op de verkoop van koeien voor de slacht. Dit leidt tot een risico op instabiliteit als gevolg van stijgende religieuze spanningen tussen hindoes en moslims, maar ook met andere gemeenschappen. Tijdens 2016 vonden vele openbare protesten tegen intolerantie plaats en met een uitgesproken pro-Hindoe klimaat in het vooruitzicht kunnen er nog vele volgen. Een ander onderliggend risico is dat premier Modi misbruik zou kunnen maken van zijn dominante politieke positie, aangezien zijn leiderschapsstijl meer gepersonaliseerd en gecentraliseerd is dan dat van zijn voorgangers. Ondertussen heeft de interne stabiliteit van India nog steeds te lijden onder de – in aantal afgenomen – terroristische aanvallen door Naxalitische (Marxistische) militante groeperingen in verschillende arme staten, die deels worden gevoed door een stijgende welvaartskloof, en onder aanvallen binnen de context van de spanningen tussen hindoes en moslims.

De dreiging van IS in India is tot dusver ingedamd, maar kan door het opflakkerende conflict aan de grens in Kasjmir worden aangewakkerd onder de lokale moslimbevolking. De historische vijandigheden met Pakistan zijn sinds 2016 nieuw leven ingeblazen en zullen in de toekomst veel aandacht opeisen aangezien beide landen hun militaire capaciteiten blijven opbouwen en de economische corridor tussen China en Pakistan (die New Delhi niet graag ziet komen) verder wordt uitgebouwd. De betrekkingen van India met China zullen daarom schommelen tussen pragmatisme – terwijl gestreden wordt om invloed uit te oefenen in de Indische Oceaan en Zuid-Azië – en sporadische spanningen, zoals onlangs gebeurde bij de gewapende impasse over het conflict bij de grens met Bhutan. Nu Pakistan de banden met China aanhaalt, zal India naar verwachting zijn relaties met de VS verder willen uitbouwen.

Groei afgeremd door binnenlandse schokken en schulden van ondernemingen 

Het sterke momentum sinds Modi’s aantreden is verzwakt. De economische activiteit is in het boekjaar 2016/2017 (afgelopen in maart 2017) gedaald en kan ook in het huidige boekjaar 2017/18 lichtjes blijven dalen. De daling is grotendeels een gevolg van de liquiditeitscrisis die werd veroorzaakt door de plotse beslissing van de overheid in november 2016 om de twee grootste bankbiljetten (goed voor 86% van alle geld) uit omloop te halen en door nieuwe te vervangen. Dit 'demonetiseringsplan' was gericht op de bestrijding van belastingontwijking en zwart geld – een doel dat volgens een recent verslag van de Reserve Bank of India niet behaald is – en het stimuleren van digitale betalingen. Het is een monetaire big bang geworden met een negatieve impact op de nog steeds dominante informele en op contanten gebaseerde economie, gaande van landbouw tot industriële productie en particuliere consumptie. Als gevolg daarvan is de groei van het bbp gedaald tot een nog steeds robuuste 7,1% (tegenover 8% in fiscaal jaar 2015). Hoewel de situatie grotendeels is teruggekeerd naar het niveau van voor de demonetisering, heeft de economie klappen gekregen van een tweede binnenlandse schok: de goederen- en dienstenbelasting. De versnelde invoering daarvan in juli van dit jaar, in een klimaat van onzekerheid over procedures en tarieven, heeft ertoe bijgedragen dat de groei van het bbp in het eerste kwartaal is gedaald tot 5,7% (vergeleken met het vorige kwartaal), wat het laagste niveau is van de voorbije drie jaar. Dit alles vindt plaats in een context van schuldafbouw van financieel zwakke banken en ondernemingen met schulden in grote sectoren, wat zou kunnen verhinderen dat de groei een percentage van 7% bereikt in het fiscaal jaar 2017. Daarom zal de groei pas na het fiscaal jaar 2018 geleidelijk weer kunnen aantrekken en tegen 2021 tot een niveau van 8% kunnen stijgen, wanneer de impact van de bovenvermelde schokken zal zijn verteerd.

Algemeen positief vooruitzicht op MLT versterkt door hervormingen

De positieve vooruitzichten voor India op middellange termijn worden gevoed door gunstige economische omstandigheden zoals de lage olieprijzen en een inflatie die met een percentage onder 4% op het laagste niveau in tien jaar ligt, waardoor de rente kon worden verlaagd. De betalingsbalans staat er sterk voor, met een beperkter tekort op de lopende rekening dankzij de goedkopere olie-invoer – wat een zegen is voor een grote netto-invoerder van olie – en een sterkere dienstenuitvoer (vooral software), die de gedaalde geldoverdrachten van arbeiders (India's grootste exportontvangsten) uit de Golfstaten ruimschoots hebben gecompenseerd. Het tekort op de lopende rekening zal naar verwachting boven 6% van de ontvangsten op de lopende rekening uitkomen, maar zal gefinancierd blijven door sterke (en stijgende) directe buitenlandse investeringen. Naast die positieve ontwikkelingen zullen de grote Indische binnenlandse markt en de sterke vraag bij de consumenten een buffer bieden tegen externe schokken zoals de zwakkere wereldwijde vraag vanuit China en mogelijke nadelige handelsmaatregelen tijdens de ambtstermijn van president Trump. Een strikter immigratiebeleid en een nationalistischer economisch beleid in de VS kunnen schade berokkenen aan de voor India cruciale IT-sector (goed voor de grootste ontvangsten uit de export van diensten). Dit zou een impact kunnen hebben op de outsourcingactiviteiten in India en de geldoverdrachten van Indiërs vanuit de VS, waar het visumbeleid ten aanzien van buitenlandse hoogopgeleide werknemers strenger geworden is.

Een ander aspect dat de voornamelijk positieve stemming op de middellange termijn versterkt, is de hervormingsgezindheid van premier Modi. Het beleggersvertrouwen is sinds zijn aantreden in 2014 gestegen, wat duidelijk wordt benadrukt door de hogere directe buitenlandse investeringen en een sterkere roepie – een contrast met de volatiliteit van vele munten in andere opkomende landen – die naar zijn niveau van midden 2015 is teruggekeerd. Zo heeft de regering zich gebogen over maatregelen ter verbetering van het ondernemingsklimaat, onder andere door het verminderen van administratieve lasten, inspanningen inzake deregulering, digitalisering en de liberalisering van vele sectoren, door deze meer open te stellen voor directe buitenlandse investeringen.

Naast het gedurfde maar chaotische 'demonetiseringsplan' is zijn belangrijkste verwezenlijking de invoering van de goederen- en dienstenbelasting. Deze is in haast in werking getreden in juli met als doel het volledige belastingsysteem te stroomlijnen en de vele lokale en deelstaatbelastingen te vervangen. Hoewel de vele vrijstellingen en tarieven het ingewikkelder zullen maken dan aanvankelijk verwacht, wordt dit de belangrijkste belastinghervorming sinds de onafhankelijkheid.

Een negatief punt is dat er tot dusver weinig vooruitgang geboekt is met het ‘Make in India’-plan, dat bedoeld is om op substantiële basis productieactiviteiten te ontwikkelen en de (uit politiek oogpunt cruciale) werkgelegenheid te ondersteunen. Alles bij elkaar genomen ligt het tempo van de hervormingen, de belastinghervorming niet in rekening genomen, ver onder de verwachtingen, hoewel ze onmiskenbaar beter verlopen dan bij de voorganger van premier Modi. Dit kan worden verklaard door een weerstand tegen verandering als gevolg van verankerde tradities, de bureaucratie, de macht van deelstaatregeringen en het feit dat de staat zich nog sterk mengt in de economie.

Een ongezonde banksector en dalende investeringen 

Tegen een algemeen positieve macro-economische achtergrond kunnen er drie neerwaartse risico's worden onderscheiden. Het grootste risico heeft te maken met de gezondheid van de bankensector, vooral commerciële banken in staatseigendom (SOCB's, die 70% van de totale bankactiva bezitten), die kwetsbaar is voor hoge en steeds meer dubieuze activa (van 10% naar meer dan 12% van alle leningen tussen maart 2015 en eind 2016 voor de hele sector)1. De banksector is blootgesteld aan de hoge schuldenlast van bedrijven uit de sectoren staal, ontginning en infrastructuur als gevolg van de grote investeringen van een aantal jaar geleden. Hoewel er voornamelijk om politieke redenen geen private schuld wordt afgeschreven en er wordt overwogen om een bad bank op te richten, verloopt de huidige herkapitalisering van SOCB's – die belast zijn met hogere niet-performante leningen (NPL's) – te traag. De omvang van de herkapitalisatie (700 miljard roepie voor de periode 2016-2019, op zijn best een vijfde van het geraamde vereiste bedrag), is ook ruim onvoldoende voor een sanering van de sector.

Het tweede neerwaartse risico is een rechtstreeks resultaat van het probleem van de slechte leningen bij staatsbanken en van de hoge schulden van ondernemingen, vooral in de infrastructuur. Deze hebben beide een invloed op het aanbod en de vraag naar krediet. Het demonetiseringsbeleid heeft deze situatie nog verergerd met zijn nadelige impact op de economische activiteit. Als gevolg daarvan is de groei van het bankkrediet aan de privésector in maart tot 5,1% gezakt, het laagste niveau van de voorbije 50 jaar, waarna het de daaropvolgende maanden weer boven de 6% uitkwam. Dit heeft twee gevolgen. Een ervan is dat de stijging van het aantal NPL's verder wordt gevoed. Een ander is de tendens dat private en openbare investeringen worden uitgesteld, zoals op te maken valt uit de daling die het binnenlandse investeringspercentage sinds 2012 heeft ingezet. Dit weegt op de algemene economische activiteit en zou India's groeipotentieel uiteindelijk kunnen doen verminderen ondanks de hoge spaarquote en een gunstig bevolkingsprofiel.

1 Noodlijdende kredieten omvatten NPL's (gestegen van 4,3% tot 9,5% van de totale leningen tussen maart 2015 en eind 2016) en geherstructureerde leningen (rond 3% van alle leningen eind 2016).

Stabiele maar zwakke overheidsfinanciën

Een derde risico dat reeds jarenlang bestaat, zijn de zwakke overheidsfinanciën, die gekenmerkt worden door een relatief lage belastinggrondslag en hoge renteaflossingen voor overheidsschuld (ongeveer 23% van de ontvangsten). Fiscale consolidatie is aan de gang en zal waarschijnlijk worden ondersteund door de goederen- en dienstenbelasting. Maar dit is een traag proces, terwijl verwacht wordt dat het algemene begrotingstekort van de regering de komende jaren koppig boven de reeds hoge 6% van het bbp zal blijven liggen. Het begrotingstraject zal mogelijk naar boven moeten worden bijgesteld indien de centrale regering aan de protesten van boeren en de verkiezingsbeloftes toegeeft door hun schulden (geraamd op 2% van het bbp) tegen 2019 kwijt te schelden. De overheidsschuld is gedurende vele jaren dicht bij een hoge 70% van het bbp gebleven en zal volgens de verwachtingen geleidelijk dalen tot 60% van het bbp in het fiscaal jaar 2021, uitgaande van een optimistisch scenario. Ondanks de beperkte fiscale manoeuvreerruimte van de regering zou de sterkere politieke positie van premier Modi ertoe moeten leiden dat zijn regering meer investeert in infrastructuur, vooral transport en energieopwekking, i.e. twee chronische belemmeringen voor economische activiteit. Er zouden ook meer sociale uitgaven komen ten gunste van het platteland, met het oog op de verkiezingen van 2019.

Positief extern schuldprofiel en robuuste liquiditeitspositie

India heeft een houdbare externe schuld. De bruto externe schuld is de voorbije twee jaar gestabiliseerd op een tamelijk laag niveau, vooral in verhouding tot het bbp (bijna 23%), terwijl de verhouding tot de export rond de 97% schommelt, nadat deze tot 99% was gestegen in het fiscaal jaar 2016, i.e. het hoogste niveau in dertien jaar. Op de middellange tot lange termijn zullen deze ratio’s naar verwachting licht dalen doordat de sterke economische prestaties de stijging van de leningen in het buitenland overtreffen. De voornamelijk lange looptijden van externe schulden hebben de schuldendienst sinds fiscaal jaar 2004 onder de 10% van de exportontvangsten gehouden. Er wordt verwacht dat dit percentage de komende jaren om en bij de 8% zal bedragen. Het kleine aandeel van de schuld in USD van de binnenlandse bedrijvensector (op een totale schuld van 46,6% van het bbp eind 2016) zou deze in staat moeten stellen om het renteverhogingsbeleid van de VS op te vangen.

India heeft een sterke externe liquiditeit. Dankzij een impuls van stijgende directe buitenlandse investeringen en doordat de export sneller is gestegen dan de import, hebben de internationale reserves een historisch hoogtepunt bereikt, waarmee de constante stijging die in 2013 is ingezet, wordt aangehouden. In juni van dit jaar kon hiermee een comfortabele 7,2 maanden aan import (5,2 in 2012) en meer dan 3,5 maal de kortetermijnschuld worden gedekt.