Risicofactoren en vooruitzichten

De Indonesische economie vertraagt al sinds 2012, grotendeels door verschillende externe schokken. De belangrijkste oorzaken zijn de lagere grondstofprijzen en de vertraging van China, de belangrijkste handelspartner van Indonesië. Bovendien stellen investeerders zich steeds meer afkerig op tegenover groeimarkten. Als belangrijke exporteur van grondstoffen heeft Indonesië zijn externe liquiditeit dan ook zien afnemen. Dit heeft Credendo Group er afgelopen juli toe aangezet om het kortlopende politieke risico te downgraden naar 3/7. Dit jaar schuilen de meest directe risico's in de impact van de kapitaaluitstroom – aangedreven door de renteverhoging(en) van de US Fed – op de betalingsbalans, en in het effect van een sterk gedeprecieerde roepia op de terugbetaling van de externe schulden gezien lokale ondernemingen de laatste jaren significant meer in USD hebben geleend.

Hoewel Indonesië zich op macro-economisch vlak veerkrachtig toont dankzij een robuuste private vraag, zijn de externe vooruitzichten minder zeker aangezien de eerder vermelde negatieve ontwikkelingen zich waarschijnlijk nog zullen doorzetten. Daardoor zal het herstel van de Indonesische MLT-groei in lijn met de hogere cijfers van vroeger deels afhangen van stimuli vanuit het beleid en van de implementering van het ambitieuze infrastructuurplan van de regering. Toch zijn er nog een aantal obstakels die de nodige BDI en zo ook de overheidsdoelstellingen in de weg kunnen staan: structurele vertragingen, moeilijke landverwerving en een nationalistisch regeringsbeleid. De hervormingsgezinde president Widodo heeft het verder moeilijk omdat hij een minderheid heeft in het parlement, oppositie ervaart binnen zijn eigen partij en weerstand krijgt van de elite tegen de hervormingen. Het binnenlands klimaat ondervindt ook gevolgen van de aanslepende religieuze en etnische spanningen met een toenemende maar gematigde terreurdreiging gelinkt aan de invloed van IS op een aantal lokale Islamitische groeperingen. Ondanks de genoemde politieke risico's, de conjunctureel en structureel zwakkere economische prestaties en externe zwaktes, zouden de stevige macroeconomische fundamenten van Indonesië – een nog steeds draagbare externe schuld, lage overheidsschulden en - tekorten, en een kleiner tekort op de lopende rekening – moeten helpen om het politieke MLT-risico in categorie 3/7 te behouden.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Stevig verankerde democratie
  • Sterke binnenlandse vraag, groeiende middenklasse
  • Macro-economische stabiliteit
  • Lage overheidsschuld en externe schuld

Contra's

  • Terugkerende sociale spanningen
  • Gebrekkige infrastructuur
  • Moeilijk zakenklimaat
  • Hoge bedrijfsschulden in USD

Belangrijkste exportproducten

  • Steenkool (9,8% van de totale inkomsten op de lopende rekening), olie & gas (8,4%), palmolie (8,2%), textiel (6,2%), toerisme (4,8%), elektrische toestellen (4,8%), producten van onedele metalen (4,4%)

Inkomensgroep

  • Laag gemiddeld inkomen

Inkomen per capita

  • 3.650 USD

Bevolking

  • 252,8 miljoen

Presidents- en parlementsverkiezingen (5-jarige cyclus)

  • Volgende presidentsverkiezingen: juli 2019
  • Volgende parlementsverkiezingen: april 2019

Staatshoofd en regeringsleider

  • Mr Joko Widodo

Beoordeling landenrisico

Lastig politiek mandaat voor president Widodo

Het enthousiasme dat gepaard ging met het aantreden van president Joko Widodo duurde niet lang. Zijn verkiezing in juli 2014 was een historische gebeurtenis in de politieke geschiedenis van Indonesië. Het was de eerste keer dat een nieuwe president een verkozen president democratisch opvolgde na een vredige presidentsverkiezing, al werd het resultaat wel aangevochten door zijn belangrijkste rivaal, voormalig generaal Prabowo. Na twee ambtstermijnen van 5 jaar liet Susilo Bambang Yudhoyono de macht aan de toenmalige oppositiekandidaat Widodo, voormalig gouverneur van de hoofdstad Jakarta. Aanvankelijk werden de consolidatie van de democratie en de hervormingsgezinde houding van Widodo gunstig onthaald door investeerders, vooral na de povere tweede presidentstermijn die Yudhoyono er had op zitten en door de vele uitdagingen die het land nog kende. Bovendien werd Widodo ook geapprecieerd als eerste president die niet voortkwam uit de politieke elite en die vrij was van gevestigde belangen. Dat was te merken aan de samenstelling van de regering: er zetelden maar weinig ondernemers en technocraten in.

Toch werd al snel duidelijk dat die pluspunten veranderden in zwaktes; hij raakte namelijk vlug verwikkeld in een politieke crisis, veroorzaakt door de omstreden benoeming van een nieuwe politiecommissaris. Zijn antiomkopingsreputatie werd bezoedeld nadat hij oorspronkelijk koos voor een vermeende corrupte generaal, terwijl zijn delicate politieke positie benadrukt werd door de oppositie binnen zijn eigen partij, de Democratic Party of Struggle (PDI-P). Die oppositie kwam met name van de machtige partijleider en voormalig president Megawati Sukarnoputri. Widodo's verzwakte positie, niet alleen binnen zijn partij maar ook ten opzichte van zijn aanhangers, staat overheidsacties in de weg. Te meer omdat hij met de matige overwinning van de PDI-P in de parlementsverkiezingen geen meerderheid in het parlement wist te behalen. Dit betekent dat hij moet vertrouwen op een grote en onstabiele coalitie om wetten goed te keuren. De PDI-P bevindt zich dan ook in een kwetsbare positie en moet rekenen op enige steun vanuit de oppositie.

Widodo’s autoriteit en ruimte om te manoeuvreren zijn beperkt sinds de politieke crisis (zie boven). De elite is er immers op gebrand om de beleidsvorming en zijn ambitieuze hervormingsprogramma gedurende zijn presidentschap te verhinderen. Die obstakels worden wel deels uit de weg geruimd door de steun voor de hervormingen van vele leden van de belangrijkste oppositiepartij, de Golkar-partij. Het gaat dan met name om de verbetering van het zakenklimaat en het algemeen welzijn en de uitbreiding van de infrastructuur. Vele politici zijn immers nauw verbonden met de zakenwereld, wat verklaart waarom er verschillende facties bestaan binnen de partijen en welk belang zij hebben in het stimuleren van de economische activiteit en projecten. Widodo is dan ook vastberaden om zijn macht te gebruiken om symbolische principes naar voor te schuiven, waaronder: investeringen opdrijven, het openbaar bestuur verbeteren en de armoede verminderen. Dit werd geïllustreerd door twee kabinetswijzigingen die zorgden voor een verdeelde oppositie en die Widodo toelieten om zijn trouwste medestanders in de regering te helpen, met het oog op de consolidatie van zijn macht.

Na een moeilijk eerste ambtsjaar zou president Widodo meer politieke stabiliteit kunnen genieten, maar die heeft haar prijs. Hij moet daarvoor zijn ambitieuze hervormingsplannen terugschroeven, een nationalistische koers gaan varen om de Golkar-partij gunstig te stemmen, nl. met meer protectionistische maatregelen in de hulpbronnensector, en de banden met het leger aanhalen om zijn macht te vergroten. Daarnaast zal waarschijnlijk ook zijn anti-corruptieprogramma, een van de topbeloften tijdens zijn presidentscampagne, voor teleurstelling zorgen. Het anti-corruptieagentschap KPK is tot nu toe onafhankelijk gebleven, maar hun positie is verzwakt door vergeldingsacties van de politie sinds het agentschap vermoedens van politiecorruptie uitte. Dit toont aan dat Widodo tussen twee vuren staat: hij moet zich aan zijn beleidsbeloftes houden en tegemoet komen aan de belangen van verschillende groepen, in het bijzonder die van de elite, maar hij moet ook toegevingen doen aan coalitiepartijen om wetten goedgekeurd te krijgen. Hij zal de juiste balans moeten vinden om erachter te komen of hij de politieke stabiliteit kan behouden en tegelijkertijd iets meer aan de verwachtingen van zijn achterban tegemoet kan komen tijdens de rest van zijn ambtstermijn.

Opnieuw terreurdreiging onder invloed van IS

Indonesië krijgt om de zoveel tijd opnieuw te maken met instabiliteitsrisico's. Zo is er West-Papoea, dat al lang streeft naar onafhankelijkheid, en de toenemende arbeidersopstanden die aangewakkerd worden door de armzalige werkomstandigheden. Het meest acute veiligheidsrisico is echter nog steeds het sektarisch geweld in het grootste moslimland ter wereld. Terwijl de aanslagen tegen minderheden (bv. christenen) al enige tijd toenemen, vormen lokale militante groeperingen die radicaliseren onder invloed van de oproep van IS tot jihad momenteel de grootste bedreiging, samen met Indonesische strijders (naar schatting in totaal zo'n 500) die terugkeren uit Syrië en Irak. Vandaar dat het terreurrisico weer op de agenda staat. Nadat het in het afgelopen decennium was afgenomen dankzij de efficiënte acties van de veiligheidstroepen, maakten de aanslagen in het centrum van Jakarta in januari namelijk duidelijk dat het risico terug was. Het komende jaar blijft het risico op nog meer terroristische aanslagen door IS-aanhangers tegen Westerse en officiële doelwitten hoog. Dergelijke aanslagen worden vaak gesteund door verschillende Indonesische islamitische groeperingen, al delen zij in dit politiek stabiele en traditioneel gematigde moslimland niet allemaal de ideologie van IS.

Grondstoffen en China verzachten Indonesische landing

Sinds 2012 heeft de Indonesische economie grotendeels als gevolg van ongunstige externe ontwikkelingen stilaan haar momentum verloren. De laatste jaren werden de economische prestaties meermaals getroffen: door de eurocrisis, door een minder hoopgevende globale economische context, door de Chinese vertraging, en bovenal door de daling van de grondstofprijzen. De bbp-groei is sinds 2011 constant blijven dalen en bereikte vorig jaar met 4,7% zijn laagste niveau in 6 jaar. Indonesië is namelijk een topexporteur van grondstoffen, met name van steenkool (1e) en rubber (2e), alsook een belangrijke exporteur van vloeibaar gas en biobrandstof. Aangezien grondstoffen 50% van de totale export uitmaken en ze een sterke economische groeimotor waren, is het einde van de supercyclus van de grondstoffen, met name in de energie- en mijnbouwindustrie (waar de export ook getroffen werd door nationalistische maatregelen), erg schadelijk. Het is momenteel uiterst onduidelijk wanneer en in welke mate de prijzen weer zullen stijgen, vooral omdat de verwachting is dat de globale energieprijzen nog lange tijd laag zullen blijven. In ieder geval zal het totdat de prijzen terug stijgen nog heel wat tijd en structurele hervormingen vergen om de bbp-groei weer te zien opleven en deze ondermaatse cijfers achter zich te laten. Meer in het algemeen heeft Indonesië ook te kampen met de minder optimistische houding van investeerders tegenover groeimarkten.

Indonesia_Graphe1NL

Ondanks de zwakkere economische data, heeft de grote Indonesische economie wel een brede basis, wordt ze goed beheerd en blijft ze veerkrachtig dankzij de binnenlandse vraag en een ruime middenklasse. De andere dominante groeimotor is de consumptie door huishoudens; die is robuust en zou gesteund moeten worden door de sterk afgenomen inflatie (van 8,4% in 2014 naar 3,4% eind 2015) ondanks de prijsstijging van 30% voor brandstoffen (zie hieronder, verminderde subsidies) en de hogere importprijzen als gevolg van de depreciërende roepia. De munteenheid gaat in dalende lijn sinds de 'tapering'-aankondiging van de US Fed in de lente van 2013. Indonesië was een van de zwaarst getroffen groeilanden van Azië. Tegen het einde van 2015 was de waarde van de roepia tegenover de USD met 40% gedaald. De sterke USD, de grondstofprijzenschok, een groot en aanhoudend tekort op de lopende rekening, de uitstroom van buitenlands kortetermijnkapitaal en de matige groei droegen ook bij tot deze negatieve trend.

Indonesia_Graphe2NL

Houdbare externe positie, maar met druk van kapitaaluitstroom

De matige handelsprestaties hebben geen invloed op de externe rekeningen van Indonesië. De zwakkere export en duurdere import worden gecompenseerd door de lagere binnenlandse vraag en vooral door de lage olie- en gasprijzen (hoewel Indonesië zich in 2016 opnieuw aansloot bij de OPEC, is het land een netto-importeur van olie en gas1 omwille van een gestaag dalende productie als gevolg van een gebrek aan investeringen gedurende de laatste jaren en de constant stijgende lokale consumptie). Hierdoor kan het tekort op de lopende rekening ingeperkt worden tot 2% van het bbp in 2015, en op middellange termijn rond de 2,5% gehouden worden. Toch zou de factuur van de geïmporteerde energie nog kunnen verergeren door de snel stijgende energieconsumptie. Die zorgt voor druk op vele geblokkeerde gasprojecten die vooruit moeten gaan om het nog steeds hoge gaspotentieel van Indonesië te benutten.

De betalingsbalans liep vorig jaar een klein tekort op, maar wordt nog steeds beschouwd als houdbaar op middellange termijn aangezien het tekort op de lopende rekening grotendeels gefinancierd wordt door BDI. Desondanks zetten de gebeurtenissen van de lente van 2013 in de verf hoe waarschijnlijk kapitaaluitstromen en volatiliteit zijn bij verdere renteverhogingen van de Fed in de komende maanden (en jaren) en aanhoudende lage grondstofprijzen. Dit zou de scherpe daling van de roepia nog kunnen verergeren, ondanks het feit dat de munt momenteel al dicht bij zijn laagste niveau sinds de Aziatische crisis zit. Een dergelijke schok wordt echter wel beschouwd als beheersbaar indien de flexibele roepia kan dienstdoen als schokdemper en een geloofwaardige regering zich zou toeleggen op het behoud van de macro-economische stabiliteit.

1 Indonesië is een netto-exporteur van energie doordat de steenkoolexport hoger is dan de netto olie- en gasimport.

Zakelijke obstakels nadelig voor groeipotentieel

Als we naar de toekomst kijken blijft het vooruitzicht voor Indonesië op middellange termijn optimistisch, hoewel er nog onzekerheid bestaat over toekomstige externe ontwikkelingen en de vertraging in belangrijkste handelspartner China blijft aanhouden. Er wordt immers verwacht dat de economische groei in Indonesië op lange termijn weer zal toenemen tot 6% dankzij de betere economische cyclus en in het bijzonder dankzij de steun van het enorme infrastructuurontwikkelingsplan van Widodo. De president wil de Indonesische economische structuur aanpassen door een groter aandeel toe te kennen aan investeringen en productie, zodat die de regionaal competitieve arbeidskost en het demografische dividend kunnen benutten. Indonesië zou daartoe wel het slepende infrastructuurgebrek moeten aanpakken.

Zowel in de transportsector als in de communicatie en de energieopwekking is er nog werk aan de winkel. Dat is ook de reden waarom Indonesië minder buitenlandse productieprojecten en investeringen weet aan te trekken dan andere landen in de regio. Om zijn doel te bereiken en het plan tijdig te implementeren, moet Widodo nog drie belangrijke obstakels overwinnen: de zware bureaucratie, de complexe landverwerving en een aanhoudende nationalistische trend in het kader van het algemene 'lokale inhoudsbeleid'.

De eerste hindernis wordt weerspiegeld door de duidelijke onderbesteding die te wijten is aan de inefficiënte implementering van de begroting in 2015. De tweede houdt in dat de nieuwe regels steeds meer in de praktijk gebracht moeten worden, terwijl het nationalistische beleid gekenmerkt wordt door beperkingen op buitenlandse eigenaars (bv. in de mijnbouw), een toenemend protectionisme op natuurlijke rijkdommen (zoals het verbod van 2014 op de export van onbewerkte mineraalertsen) en de toekomstige herziening van bilaterale investeringsverdragen. Toch werden onlangs vele secundaire sectoren opengesteld voor BDI, wat aangeeft dat de veel lagere grondstofprijzen de protectionistische trend kunnen verzachten en de regering kunnen dwingen om meer een verzoeningsbeleid te hanteren tegenover investeerders, in zekere mate zelfs in de winningsindustrie.

Al deze protectionistische ontwikkelingen zouden de productiviteit kunnen schaden en de nadruk leggen op de intentie van Jakarta om investeringen van lokale bedrijven aan te moedigen terwijl in infrastructuursectoren prioriteit wordt gegeven aan BDI – in het bijzonder van China onder gunstige voorwaarden, getuige de recente deal over hogesnelheidsspoorlijnen. Hoewel de BDI-instroom al sinds 2010 een forse groei (van meer dan 10%) kent, blijven de investeerders op hun hoede voor het moeilijke zakenklimaat ondanks de belofte van de autoriteiten om het te verbeteren. Het zakenklimaat vormt dan ook een risico voor een duurzame sterkere groei.

Fiscale stimulus afgedwongen door lagere energieopbrengsten

Indonesië heeft een relatief goede trackrecord inzake overheidsfinanciën. Het fiscale beleid blijft daardoor in theorie beschikbaar om de economie te stimuleren, terwijl de Bank Indonesia hoge rentevoeten (7%) aanhoudt om de roepia te ondersteunen. Meteen na zijn aantreding zag Widodo zijn kans schoon om de energiesubsidies drastisch terug te schroeven gezien de ingestorte olieprijzen. Widodo bracht de subsidies terug van 3,2% naar 1% van het bbp in 2015. Het geld dat hij daarmee uitspaarde, wou hij spenderen aan de infrastructuur en mogelijke sociale overdrachten aan de enorme arme bevolking. Toch zal de zwakke ratio van de overheidsinkomsten verder dalen (tot 14,6% van het bbp vorig jaar) doordat de inkomsten uit olie en gas bijna gehalveerd werden. De publieke uitgaven zullen dan ook ingeperkt worden om te voorkomen dat het begrotingstekort nog toeneemt. Het begrotingstekort zou in de toekomst namelijk op 2% van het bbp stabiliseren, terwijl de overheidsschuld stilaan zou stijgen tot een nog steeds matige 30% van het bbp tegen 2018.

Indonesia_Graphe3NL

Impact van de ingestorte roepia is grootste risico op korte termijn

Tegen de achtergrond van de gematigde economische activiteit en de negatieve netto buitenlandse-activapositie is de bankensector gevoelig voor kapitaaluitstromen en een verdere depreciatie van de roepia die de Indonesische bedrijfsschulden in buitenlandse deviezen zou treffen, in het bijzonder in de hulpbronnensector. Ondanks de toenemende kwetsbaarheden van kleine en middelgrote banken, zouden de risico's van externe schokken echter beheersbaar moeten zijn dankzij de gezonde bankensector met adequate kapitaalbuffers en weinig slechte leningen.

De externe schuldratio's zijn fors gestegen sinds 2012, van 100% van de exportopbrengsten in 2011 naar 168% in 2015, en van 26,6% naar 36,6% van het bbp over dezelfde periode. Dit is een rechtstreeks gevolg van de vertraagde groei, de slinkende export en de zwakke roepia. De stijging van de schuldratio's komt grotendeels vanuit de privésector aangezien de buitenlandse bedrijfsschuld sterk is gestegen door koersverschillen in financieringskosten. Met meer dan 50% van de bedrijfsschuld genoteerd in USD (in combinatie met de beperkte omvang van de lokale obligatiemarkt), zullen de aanhoudende daling van de roepia en de verwachte verdere renteverhogingen van de Fed er waarschijnlijk voor zorgen dat de rentebetalingen moeilijker worden voor bedrijven, vooral in de hulpbronnensector, die ook te kampen heeft met afnemende rentabiliteit. Hoewel het niveau van de totale bedrijfsschuld nog aanvaardbaar is tegenover dat van vergelijkbare landen, i.e. onder de 35% van het bbp, moet de snelle evolutie toch nauw opgevolgd worden. De evolutie heeft de centrale bank er ook al toe gebracht om de liquiditeits- en dekkingsratio's (ingevoerd in 2015) op bedrijven met schulden in USD aanzienlijk te verhogen. Op niveau van het land blijft de externe schuld houdbaar en er wordt verwacht dat de MLT-schulddynamiek zal verbeteren doordat privéleningen minder frequent worden door de geleidelijke globale monetaire verkrapping.

De risico's voor de externe liquiditeit blijven beperkt. De buitenlandse deviezenreserves dekken immers meer dan 5,5 maanden import (i.e. in lijn met het gemiddelde na de crisis van 2008), meer dan het dubbel van de rentebetalingen en anderhalve keer de kortetermijnschuld. Toch is er door de vertragende economische context verslechtering op komst. De verhouding tussen de kortlopende schulden en de exportopbrengsten steeg tussen 2011 en midden 2015 (dankzij bedrijven) van 23,5 naar 35%, de externe schuldendienst bedraagt nu ongeveer 25% van de exportopbrengsten en de buitenlandse deviezenreserves zijn geslonken in 2015, met name door de tussenkomsten van de centrale bank om de neergang van de roepia in te perken.

Indonesia_Graphe4NL