Risicofactoren en vooruitzichten

Kenia kende de jongste jaren een forse economische groei, die echter vooral te danken was aan met leningen gefinancierde infrastructuurprojecten. Dat heeft geleid tot een groeiend ‘dubbel tekort’ (‘twin deficit’) (begrotingstekort en tekort op de handelsbalans) sinds 2005 en daaraan gekoppeld de opbouw van externe schuld. Dat is zorgwekkend aangezien de Keniase uitvoerinkomsten sinds 2013 stagneren.

Daarnaast zit Kenia al meerdere maanden in woelig politiek vaarwater sinds de presidentsverkiezingen van augustus 2017 ongeldig werden verklaard en de oppositie weigerde om deel te nemen aan een nieuwe stembusgang in oktober 2017. Toch is het niet waarschijnlijk dat de huidige situatie zal ontaarden in massaal politiek geweld zoals het geval was in 2007. Er worden dan ook geen langdurige gevolgen voor de economie verwacht. De politieke onzekerheid ondermijnt echter de geloofwaardigheid van het tweede mandaat van de huidige president. Dat zou een negatief effect kunnen hebben op het vermogen en de bereidheid van de nieuwe regering om economische hervormingen door te voeren.

Vanwege de externe schuldopbouw besloot Credendo om het politieke risico van Kenia op (middel) lange termijn te verlagen naar categorie 6 (de premieclassificatie van de OESO blijft in categorie 6). De risicoclassificatie voor het politieke kortetermijnrisico blijft in categorie 4. Deze middelmatige/hoge risicoverwachting is gewettigd gelet op de relatief grote schuldenlast op korte termijn die de jongste jaren is toegenomen. Het commerciële risico blijft hoog (categorie C) vanwege de onzekere politieke toestand, de impact van de rentecap op de beschikbaarheid van kredieten voor de economie en het moeilijke bedrijfsklimaat van het land.
 

Feiten & cijfers

Pro's

  • Gediversifieerde economie
  • Forse economische groei gedurende de laatste decennia
  • Grote infrastructuurinvesteringen zouden op lange termijn de de uitvoerknelpunten moeten wegwerken

Contra's

  • Een dubbel deficit weegt op de buitenlandse schuldniveaus
  • De Keniase uitvoer is gedurende de laatste jaren gestagneerd
  • Politieke onrust zal de economie op korte termijn waarschijnlijk nadelig beïnvloeden

Staatshoofd en regeringsleider

  • Uhuru Kenyatta (sinds april 2013)

Beschrijving verkiezingsstelsel

  • Presidents- en parlementsverkiezingen om de vijf jaar, laatste in oktober 2017

Bevolking

  • 48,5 miljoen

Inkomen per capita

  • 1.380 USD

Inkomensgroep

  • Lager middeninkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Private overdrachten (22,7% van de inkomsten op de lopende rekening), fabricaten (15,4%), transportdiensten (12,9%), thee (10,0%), toerisme (6,0%), tuinbouw (5,5%), koffie (1,6%)

Beoordeling landenrisico

Land met een geschiedenis van betwiste verkiezingen 

Kenia is sinds zijn onafhankelijkheid in 1963 vrij stabiel gebleven. Na bijna veertig jaar eenpartijbewind werden er in 2002 voor het eerst vrije verkiezingen gehouden. In de Keniaanse politiek speelt etnische achtergrond een belangrijke rol. De politieke partijen zijn meestal op deze basis georganiseerd. Bij verkiezingen vormen de partijen vaak bredere coalities die echter vrij instabiel zijn. Het is niet ongewoon dat partijen van coalitie wisselen.

In augustus 2017 werden er in Kenia presidentsverkiezingen gehouden. Die werden nadien ongeldig verklaard door het Hooggerechtshof en in oktober 2017 vonden nieuwe verkiezingen plaats. Hoewel de uitslag betwist werd, is uittredend president Uhuru Kenyatta door de verkiezingscommissie tot winnaar uitgeroepen. Al sinds de eerste vrije verkiezingen in 2002 heeft Kenia een geschiedenis van betwiste verkiezingen. Na de gecontesteerde verkiezingsuitslag van 2007 brak er politiek geweld uit en ook de verkiezingen van 2013 werden door de oppositie betwist.

De verkiezingen van 2007 werden ontsierd door grootschalige fraude, maar desondanks werd de toen zittende president Mwai Kibaki (die het opnam tegen Odinga) tot winnaar uitgeroepen. Het interetnisch geweld dat uitbrak na de overhaaste inauguratie van Kibaki leidde tot de dood van 1.200 personen terwijl 600.000 personen gedwongen werden hun huis te verlaten. Vanwege het geweld stonden de huidige president Kenyatta en de huidige vicepresident Ruto, die toen politieke rivalen waren, terecht voor het Internationaal Strafhof. Het proces tegen beiden werd uiteindelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijzen.

Ondanks hun vroegere rivaliteit sloten Ruto en Kenyatta een bondgenootschap tegen de aanklachten van het ISH en vormden ze een politieke alliantie (de Jubilee-coalitie die later de Jubilee-partij werd) waarmee ze de verkiezingen van 2013 wonnen. De Jubilee-coalitie nam het daarin op tegen Odinga. Kenyatta won de verkiezingen met 50,51% van de stemmen. Odinga vocht de uitslag wegens fraude aan bij het Hooggerechtshof maar werd in het ongelijk gesteld.

Tijdens de verkiezingen van augustus 2017 nam Kenyatta (ondersteund door Ruto) het opnieuw op tegen Odinga en won officieel met 54,2% van de stemmen. De oppositie diende echter een klacht in bij het Hooggerechtshof wegens verkiezingsfraude. Tot veler verrassing verklaarde deze rechtbank de uitslag ongeldig wegens onregelmatigheden tijdens het verkiezingsproces die belangrijk genoeg werden geacht om een vrije stemkeuze in het gedrang te brengen. Deze uitspraak leidde tot nieuwe verkiezingen op 26 oktober. Odinga deed hieraan niet mee omdat de stemming volgens hem even onregelmatig zou verlopen als in augustus. Na de verkiezingen werd Kenyatta tot winnaar uitgeroepen met 98% van de stemmen volgens de verkiezingscommissie. De opkomst bedroeg echter maar 38% tegenover 80% in augustus. De huidige spanningen rond de verkiezingen hebben Kenia sterk verdeeld. Verkiezingsgeweld heeft al aan meer dan 80 personen het leven gekost. Als gevolg daarvan is er een toenemend risico van verder geweld tussen etnische groepen. Desondanks wordt niet verwacht dat de situatie zal escaleren zoals na de verkiezingen van 2007. De voornaamste botsingen vonden toen plaats tussen de gemeenschappen Kikuyu en Kalenjin, die vandaag verenigd zijn in de Jubilee-partij van Uhuru Kenyatta. De lage opkomst en het gecontesteerde verkiezingsproces zullen echter naar verwachting de geloofwaardigheid van Kenyatta tijdens zijn tweede vijfjarig mandaat ondermijnen. Dat zou een rem kunnen zetten op zijn vermogen en bereidheid om de noodzakelijke economische hervormingen en fiscale consolidatie door te voeren.

In Kenia mag een president slechts twee ambtstermijnen vervullen. Waarschijnlijk zal Ruto als kandidaat opkomen voor de geplande presidentsverkiezingen van 2022. Als hij verkozen wordt, zal hij denkelijk het huidige beleid van Kenyatta voortzetten om Kenia te ontwikkelen door vooral in te zetten op investeringen in infrastructuurwerken. Gelet op zijn leeftijd (momenteel 72 jaar) waren de voorbije verkiezingen waarschijnlijk de laatste kans van Odinga om president te worden.

Onzekerheid over handelsovereenkomst met EU drukt op de economie

Kenia is lid van de East African Community (EAC), samen met Burundi, Rwanda, Zuid-Soedan, Tanzania en Oeganda. De leden van deze gemeenschap streven naar economische integratie. In 2010 werden de invoerheffingen tussen de EAC-landen afgeschaft en momenteel wordt geleidelijk gewerkt aan een afschaffing van de non-tarifaire belemmeringen.
De jongste jaren heeft de EAC onderhandeld over een vrijhandelsakkoord met de EU (Economic Partnership Agreement of EPA). De onderhandelingen werden in oktober 2014 afgerond, maar hoewel het akkoord tegen oktober 2016 had moeten worden geratificeerd, is dat nog altijd niet gebeurd. Het EPA met de EU moet  worden geratificeerd door alle EAC-leden maar tot dusver hebben alleen Kenia en Rwanda dat gedaan. De tegenstand tegen het akkoord is toegenomen, vooral in Tanzania maar ook in Oeganda. In Tanzania is het verzet voornamelijk ingegeven door de vrees dat de Tanzaniaanse bedrijven niet meer zullen kunnen concurreren met die uit de EU en door het feit dat de regering gekant is tegen het opnemen van regels die bedrijven uit de EU toegang tot grondstoffen garanderen. De gesprekken lijken te zijn vastgelopen en er is momenteel weinig uitzicht op een oplossing. Dat heeft belangrijke gevolgen voor Kenia omdat het als enige land van de EAC niet het statuut heeft van Minst Ontwikkeld Land (Least Developed Country=LDC). LDC’s hebben taks- en quotavrije toegang tot de EU-markt volgens de ‘Alles behalve wapens’ ‘Everything But Arms’-regeling ('Alles behalve wapens"). Aangezien Kenia niet langer een LDC is, riskeert het deze taks- en quotavrije toegang tot de EU-markt te verliezen. Dat zou nefast zijn gelet op het belang van de EU-markt voor Kenia. Ongeveer 22% van zijn totale uitvoer is bestemd voor de EU, waarbij koffie en tuinbouwproducten de belangrijkste categorieën goederen zijn die naar de EU worden uitgevoerd. Momenteel heeft Kenia nog altijd taks- en quotavrije toegang tot de EU-markt omdat het EPA met de EAC nog altijd beschouwd wordt als wachtend op ondertekening, maar die toegang kan wegvallen als het EPA toch niet doorgaat. De ‘Everything But Arms’-regeling vermindert ook de prikkel voor andere EAC-landen om het EPA met de EU te ratificeren aangezien zij nog altijd het LDC-statuut genieten.

Bijkomende zorgen voor Kenia’s exportcapaciteit vloeien voort uit het feit dat het land marktaandeel verliest in de EAC-landen. Sinds 2013 is de uitvoer van goederen naar de EAC-landen gedaald met bijna 20% terwijl de totale invoer uit die landen is toegenomen. Dat is in hoofdzaak te wijten aan een verminderde uitvoer van landbouwproducten en afgewerkte goederen. De reden hiervoor is de toegenomen concurrentie vanwege Oost-Aziatische en Chinese exporteurs. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling aangezien de EAC momenteel de grootste uitvoermarkt voor Kenia is.

Economische groei aangejaagd door infrastructuurprojecten

Kenia investeert zwaar in diverse grote infrastructuurprojecten. Die projecten zijn een hoeksteen van het economische beleid van de huidige regering. In mei 2017 bijvoorbeeld werd de nieuwe spoorlijn met standaard spoorbreedte (Standard-Gauge Railway) tussen Mombasa en Nairobi in gebruik genomen (kostprijs 3,8 miljard USD). Tegelijkertijd breidt Kenia zijn havencapaciteit uit in Lamu en Mombasa, zijn een aantal grote elektriciteitscentrales in aanbouw, wordt het wegennet uitgebreid zijn en worden een aantal luchthavens in Kenia gemoderniseerd. Al die projecten maken deel uit van het ‘Vision 2030’-plan. Dat plan ging in 2008 van start met het ambitieuze doel om van Kenia tegen 2030 een geïndustrialiseerd middeninkomensland te maken.

De grote infrastructuurprojecten hebben tot forse groei geleid. De Keniase economie is in de periode 2007-2016 met gemiddeld 4,9% gegroeid. Toch was dat lager dan de gemiddelde groei in de meeste andere EAC-landen (met uitzondering van Burundi en Zuid-Soedan). In 2016 bedroeg de groei 5,8% met een sterke expansie in de bouw- en elektriciteitssector en een herstel van het toerisme als belangrijkste stuwkrachten. Op middellange termijn wordt verwacht dat de groei zich rond de 6% zal handhaven waarbij infrastructuurinvesteringen een sterke groeifactor zullen blijven.

In 2017 zal de groei naar verwachting worden beïnvloed door de onzekerheid in de nasleep van de verkiezingen, de droogte in het begin van het jaar en het tekort aan beschikbaar krediet. In augustus 2016 werd een rentecap ingevoerd om iets te doen aan de hoge leningkosten in het land. Maar in plaats van de rentevoeten te verlagen heeft de rentecap –  4% boven de benchmark rentevoet van de centrale bank – het volume aan commerciële leningen verminderd. Algemeen wordt verwacht dat de rentecap zal worden gewijzigd of afgeschaft, maar dat zal waarschijnlijk pas gebeuren nadat de nieuwe regering in functie is en zolang zal op korte termijn de groei in het land onder druk blijven staan.

Infrastructuurinvesteringen hebben geleid tot een groter ‘twin deficit’ en hogere schuldniveaus

Kenia kampt sinds 2005 met een ‘twin deficit’. De lopende rekening van de betalingbalans vertoont een tekort sinds 2004. Over de periode 2007-2016 bedroeg het gemiddeld 7% van het bbp. Het steeds grotere tekort op de lopende rekening is in grote mate te wijten aan de hoge infrastructuurgerelateerde invoer. Het tekort op de lopende rekening wordt in hoofdzaak gefinancierd door buitenlandse leningen (gemiddeld ca. 77%) en in mindere mate door directe buitenlandse investeringen (gemiddeld ca. 22%).

In 2016 daalde het tekort op de lopende rekening (incl. officiële overdrachten) tot 5,4% van het bbp, tegenover nog 10,4% in 2014, dankzij de lage olieprijzen en de lagere invoer voor investeringen. Het tekort op de lopende rekening zal naar verwachting de komende jaren opnieuw stijgen voornamelijk wegens een verwachte sterke toename van de invoer.

Een sterk punt van de Keniaanse economie is dat ze vrij gediversifieerd is. Kenia is niet afhankelijk van de uitvoer van grondstoffen zoals de meeste andere landen van Sub-Sahara Afrika. Dat maakt het land minder kwetsbaar voor dalingen van de grondstoffenprijzen. Daardoor is de lopende rekening van de betalingbalans minder sterk getroffen dan die van andere, grondstofafhankelijke landen. De voornaamste inkomstenbronnen van Kenia voor de lopende rekening zijn private geldoverdrachten (die meer dan 20% uitmaken van de ontvangsten op de lopende rekening), fabricaten, transportdiensten, thee, toerisme, tuinbouw en koffie. De verbeterde veiligheidssituatie na de terroristische aanvallen van 2013-2014 zal naar verwachting ook de inkomsten uit het toerisme doen toenemen.

Het fiscaal tekort is sinds 2005 voortdurend gestegen als gevolg van het programma van investeringen in grote publieke werken. Bedroeg het tekort nog circa 2,6% van het bbp in de jaren 2006-2008, dan steeg het tot gemiddeld circa 8,1% van het bbp in de jaren 2014-2016. In 2016 bedroeg het fiscaal tekort 8,7% van het bbp. Het IMF rekent op een geleidelijke afbouw naar het 3% deficitniveau van de Oost-Afrikaanse monetaire unie tegen 2021, wat een zeer optimistische prognose is. Vanwege de kosten voor het overdoen van de verkiezingen en de impact van de daarmee gepaarde gaande politieke spanningen in het land is een verdere fiscale ontsporing in 2017 niet uit te sluiten. Daarnaast zou de politieke crisis ook kunnen leiden tot een uitstel van de beloofde fiscale consolidatie.

De grote fiscale tekorten hebben de staatsschuld vergroot, van 43,9% van het bbp in 2012 tot 52,6% eind 2016. Ongeveer de helft van de staatsschuld loopt momenteel in het buitenland. Het grootste deel hiervan is tegen concessionele voorwaarden aangegaan, maar het commerciële aandeel is toegenomen.  Bovendien zijn de concessionele voorwaarden voor nieuwe buitenlandse staatsleningen minder voordelig geworden voor Kenia en nieuwe leningen hebben een steeds kortere vervaldatum.

Naast de toename van de staatsschuld is ook de bruto buitenlandse schuld sterk gestegen, wat geleid heeft tot een toegenomen buitenlandse schuldendienst. Terwijl de buitenlandse schuld nog circa 20% van het bbp en 70% van de ontvangsten op de lopende rekening bedroeg in 2007, was ze opgelopen tot meer dan 40% van het bbp tegen eind 2016. Ongeveer 60% van de buitenlandse schuld betreft door de staat aangegane schulden. Nog verontrustender is dat de ratio buitenlandse schuld vs. ontvangsten op de lopende rekening gestegen is tot bijna 220% in 2016. Een verdere stijging tot meer dan 230% in 2017 en tot 240% in 2019 is aannemelijk. Het IMF verwacht dat de buitenlandse schuld van Kenia op lange termijn verder zal stijgen.

Dit brengt ons tot het kernprobleem van het Keniase groeiverhaal, namelijk dat de sterke groei van het bbp voornamelijk is voortgevloeid uit buitenlandse leningen en niet geresulteerd heeft in een even sterke groei van de uitvoerinkomsten van het land. In de periode 2000-2012 stegen die uitvoerinkomsten fors met ongeveer 12% per jaar. Sinds 2013 echter zijn ze gestagneerd en met minder dan 1% gegroeid in de periode 2013-2016. Tegelijkertijd is de buitenlandse schuld gegroeid met circa 20% per jaar in nominale termen, hetgeen de hoge ratio buitenlandse schuld vs. ontvangsten op de lopende rekening verklaart. Die trend doet de vraag rijzen hoe het land in staat zal zijn de toename van de buitenlandse schuld te betalen, aangezien die schuld natuurlijk betaald moet worden in buitenlandse valuta. Om al die redenen heeft Credendo besloten het politieke risico op middellange tot lange termijn te verlagen naar categorie 6.