Risicofactoren en vooruitzichten

Het Mexicaanse begrotingstekort en deficit op de lopende rekening zijn beheersbaar, de inflatie en de internationale reserves staan op een aanvaardbaar niveau en het land heeft een gediversifieerde exportbasis. De macro-economische stabiliteit wordt bovendien ondersteund door een sterk beleidskader. Fiscale verantwoordelijkheid is wettelijk verankerd. De inflatieaanpak van de centrale bank geniet geloofwaardigheid en wisselkoersflexibiliteit dient als eerste buffer tegen externe schokken.

In combinatie met het draagbare niveau van externe kortetermijnschuld verklaart dit waarom Credendo Group het kortlopende politieke risico van Mexico als beperkt beschouwt (categorie 2 op een schaal van 1 tot 7). Op langere termijn ziet Credendo Group bijkomend risico in de oplopende externe schuld en in de kwetsbaarheid voor negatief evoluerende olieprijzen en internationale financieringsvoorwaarden. Vandaar de iets minder positieve evaluatie van het politieke risico op middellange termijn (categorie 3).

Als reactie op de vrij teleurstellende recente economische groei, werd zowel het monetaire als het budgettaire beleid onlangs versoepeld. Samen met de economische heropleving in de VS – met stip de belangrijkste handelspartner van Mexico – betekende dit inderdaad een stimulans voor de economie. Daarenboven wordt verwacht dat een indrukwekkende reeks hervormingen – doorgevoerd door president Peña Nieto – het investeerdersvertrouwen ten goede zal komen, en zal zorgen voor een toename van de instroom aan buitenlandse investeringen. Alles samengenomen zijn de groeivooruitzichten dus veelbelovend. Maar omdat de kwaliteit van de instellingen nog steeds te wensen overlaat, classificeert Credendo Group het structurele commerciële risico van Mexico toch in de middencategorie (B op een schaal van A tot C).

Feiten & cijfers

Pro's

  • Deugdelijk macro-economisch beleid
  • Internationaal vertrouwen
  • Gediversifieerde economie
  • Solide liquiditeitspositie

Contra's

  • Grote informele economie
  • Zwakke rechtsstaat
  • Zwak presterende oliesector
  • Klimaat van onveiligheid

Belangrijkste exportproducten

  • fabricaten (65,3% van de ontvangsten op de lopende rekening), aardolie en afgeleide producten (12,5%), privétransfers (5,3%), toerisme (3,0%)

Inkomensgroep

  • hoger middeninkomen

Inkomen per capita

  • 9.940 USD

Bevolking

  • 122,3 miljoen

Kiesstelsel

  • Presidentsverkiezingen: 6-jarige termijn, beperkt tot één termijn, volgende verkiezingen: juli 2018
  • Parlementsverkiezingen: 3-jarige termijn, volgende verkiezingen: juni 2015
  • Senaatsverkiezingen: 6-jarige termijn, volgende verkiezingen: juli 2018

Staatshoofd en regeringsleider

  • President Enrique Peña Nieto

Beoordeling landenrisico

Hervormingskoers

De verkiezingen van juli 2012 resulteerden in de terugkeer naar de macht van de ooit dominante Institutionele Revolutionaire Partij (PRI). Diens presidentskandidaat Enrique Peña Nieto behaalde 39% van de stemmen, en versloeg zo de kandidaten van de centrumlinkse Partij van de Democratische Revolutie (PRD) en de centrumrechtse Nationale Actiepartij (PAN) van zittend president Felipe Calderón.

Sinds president Peña Nieto in december 2012 de leiding overnam, heeft hij zich een handig politicus getoond. Hoewel hij niet kan bogen op een meerderheid in het congres – de PRI en de gelieerde Ecologische Groene Partij van Mexico controleren samen slechts 48% van de zetels in het parlement en de senaat – wist hij de steun van de PRD en de PAN te verwerven om ambitieuze hervormingen door te voeren. Dit ‘Pact voor Mexico’ faciliteerde wetswijzigingen in de gebieden van onderwijs (om vaardigheden te versterken en zo een groter deel van de beroepsbevolking in de formele sector aan het werk te krijgen), arbeidsmarkt (om flexibiliteit te vergroten en investering in menselijk kapitaal te belonen), telecommunicatie (om concurrentie te bevorderen), fiscaal beleid (zie verder) en financiële sector (zie verder).

Het Pact viel echter uiteen toen de PRD zich verzette tegen de hervorming van de energiesector, misschien wel het belangrijkste (zie verder) en in ieder geval het meest controversiële punt op de agenda. Hoewel de hervorming toch gestemd werd (de steun van de PAN alleen bezorgde de president de tweederdemeerderheid die vereist is voor een grondwetsverandering), is de politieke consensus sindsdien nog verder afgebrokkeld. Dat is niet in het minst het geval omdat de implementatie van de hervormingen (de omzetting van algemene principes in concrete wetten) duidelijke winnaars en verliezers identificeert. De verschillende partijen hebben er dus belang bij hebben om hun achterban te beschermen, zeker met het oog om de nakende lokale en parlementsverkiezingen van juni 2015. Hetzelfde geldt voor individuele politici, en dus moet Peña Nieto – naast de afnemende steun van de oppositie – ook het hoofd moeten bieden aan gevestigde belangen binnen zijn regeringspartij. Het is echter weinig waarschijnlijk dat de weerstand tegen de hervormingen een ernstige bedreiging zal vormen voor de politieke stabiliteit.

Rechtsstaat?

Ondanks veel internationaal lof voor zijn hervormingen, is de president in eigen land niet zo populair. De nog altijd trage economische groei (zie verder) biedt hiervoor een gedeeltelijke verklaring, maar een wijdverbreid ongenoegen over corruptie en onveiligheid lijkt de grootste rol te spelen. De overheersende perceptie is dat Peña Nieto zijn verkiezingsbeloftes om de corruptie te bestrijden, de transparantie te verhogen en de rechtsstaat te versterken tot nu toe niet heeft waargemaakt. Mexicaanse kartels die het grootste deel van de Zuid-Amerikaanse drugshandel met de VS controleren, blijven inderdaad een belangrijk veiligheidsrisico, ondermijnen de kwaliteit van de instellingen en brengen ernstige schade toe aan het imago van het land.

Tijdens de laatste tien jaar lieten tienduizenden het leven in de territoriumstrijd tussen rivaliserende bendes en hun gewelddadige confrontaties met de ordediensten. De meeste kartels houden zich daarnaast ook bezig met het afpersen van lokale ondernemingen, ontvoeringen voor losgeld en mensensmokkel. De opeenvolgende regeringen hebben weinig succes geboekt in het herstellen van het gezag van de overheid. Vanaf 2012 begonnen zwaarbewapende zelfverdedigingsgroepen te verschijnen in de zuidwestelijke staten Michoacán en Guerrero, een duidelijk symptoom van het 'mislukken van de staat' in de door drugsgeweld geteisterde gebieden. Onlangs barstte in heel het land publieke woede uit over de benarde veiligheidssituatie. Aanleiding was het ontvoeren en vermoorden van 43 studenten, en vooral ook de betrokkenheid van lokale politiediensten die banden hadden met de georganiseerde misdaad.

De aanpak van de president vormde ook het voorwerp van kritiek (zo ontmoette hij de families van de studenten pas na meer dan een maand), en dus probeerde hij intussen om het initiatief opnieuw naar zich toe te trekken, onder andere met voorstellen om de federale regering bijkomende veiligheidsbevoegdheden te geven, de lokale politie op te doeken en te vervangen door politie op staatsniveau, en burgerwachten op te nemen in officiële veiligheidstroepen. Die plannen zullen op korte termijn echter geen vruchten afwerpen en zelfs hun impact op lange termijn blijft onzeker. Met het oog op de verkiezingen in juni impliceert dit dat de PRI enkele zetels in het parlement zou kunnen verliezen, wat de laatste drie jaar van het presidentschap van Peña Nieto zou compliceren. Die uitkomst is des te waarschijnlijker na de onthulling van banden tussen een landgoed dat eigendom is van de vrouw van de president en een Mexicaans bedrijf dat voor honderden miljoenen overheidscontracten in de wacht gesleept heeft. Dit terwijl voorgestelde anticorruptiemaatregelen al sinds 2013 tegengehouden worden door het congres. Toch is het mogelijk dat de oppositie niet kan profiteren van de zwakte van de PRI. De linkse oppositie is verdeeld, de centrumrechtse PAN is verlamd door interne twisten, en beiden lijden onder de desillusie van de bevolking over politici in het algemeen.

Wachten op economische heropleving

Mexico werd zwaar getroffen door de wereldwijde financiële crisis. De economische activiteit kromp met 4,5% in 2009, het eerste jaar met negatieve groei sinds 1995, toen de Tequila crisis een terugval van het bbp met 6,8% veroorzaakte. In 2010 en 2011 volgde een herstel – met respectievelijk 5,1% en 4,0% groei – maar vanaf Q2 2012 vertraagde de groei opnieuw, voornamelijk wegens slabakkende industriële productie in de VS die de externe vraag verzwakte. Vanaf begin 2013 werd de negatieve trend nog verergerd door interne factoren: een terugval in privétransfers en vertraagde bestedingen door de nieuwe regering drukten de binnenlandse vraag, terwijl bottlenecks in de gasaanvoer de industriële productie bemoeilijkten. Het bbp groeide nauwelijks 1,4% in 2013, in vergelijking met 4,0% in 2012 (zie grafiek).

Graphe1NL

Sindsdien is de economische activiteit licht hersteld. In 2014 groeide het bbp met 2,1%, vooral doordat de heropleving in de VS de Mexicaanse goederenexport (ondersteund door een gunstige evolutie van de arbeidskosten in vergelijking met China) alsook inkomsten uit toerisme en privétransfers ten goede kwam. Maar ook het zeer toeschietelijke beleidskader heeft een rol gespeeld. Om de outputkloof te helpen dichten, heeft de centrale bank op achttien maanden tijd haar belangrijkste rentevoet met een volledig procentpunt verlaagd tot een historisch dieptepunt van 3%. Daarnaast werd het begrotingsbeleid versoepeld door de investeringsuitgaven te versnellen. Er wordt verwacht dat de beginnende herstelbeweging vanaf 2015 de tewerkstelling zal stimuleren en dus de vraag van de gezinnen zal aanzwengelen. Bovendien zou de investeringsvraag gevoelig kunnen toenemen indien het geloofwaardig monetair beleid (met inflatie binnen de beoogde marge van 2-4%) en de structurele hervormingen het investeerdersvertrouwen positief beïnvloeden. In deze context wordt verwacht dat de bbp-groei zal toenemen tot 3,2% in 2015 en tot 3,5% in 2016.

Twee belangrijke uitdagingen: informaliteit afbouwen en de oliesector versterken

Een robuust regelgevend kader en adequaat toezicht bevorderen de financiële stabiliteit in Mexico. Ondanks toereikende reserves en een stabilisering van het aantal niet-terugbetaalde leningen blijven kredietverleners echter relatief afkerig van risico's. Het uitstaande krediet van de Mexicaanse banken aan de privésector beslaat slechts 22% van het bbp, dat is minder dan een derde van het cijfer in Brazilië en Chili (zie grafiek). Vandaar de recente hervorming die de toegang tot krediet moet vergemakkelijken. Meer competitie tussen privébanken moet de interestvoeten naar beneden halen, ontwikkelingsbanken zullen aangespoord worden om actiever krediet te verlenen, en om de risico-aversie te verhelpen, zal het gemakkelijker gemaakt worden om de activa in beslag te nemen van bedrijven die niet voldoen aan hun schuldverplichtingen. De slaagkans van deze hervorming hangt grotendeels af van de mate waarin ze financiële inclusie zal bewerkstelligen, of dus, van de mate waarin ze de financiële dienstverlening ook ten goede zal laten komen aan de grote informele economie.

Graphe2NL

Het beheer van de openbare financiën is sterk verbeterd sinds de Tequilacrisis van 1995. Het IMF beschouwt de bruto overheidsschuld – die op middellange termijn zal stabiliseren rond 49% van het bbp – dan ook als beheersbaar en zelfs bestand tegen grote schokken. Niettemin blijven de zwakke controle op de publieke financiën op subnationaal niveau, de hoge afhankelijkheid van olie-inkomsten (die ongeveer een derde van de nationale begroting uitmaken) en de ondermaatse inning van belastingen belangrijke zwaktes. Wat het laatste punt betreft moet opgemerkt worden dat ook hier het integreren van een groter deel van de economie in de formele – en dus fiscaal onderworpen – sector een cruciale rol zal spelen. Hoewel informele tewerkstelling terrein verliest, blijft het immers de ontnuchterende realiteit voor zo'n 60% van de actieve beroepsbevolking.

De belastingsdiensten hebben onlangs inspanningen geleverd om de tekortkomingen aan te pakken. Zo hebben hervormingsmaatregelen tot doel om de belastinginkomsten tegen 2018 te verhogen met 2% van het bbp (onder meer door btw-vrijstellingen en aftrekposten op de inkomstenbelasting af te schaffen) en binnenlandse brandstofsubsidies geleidelijk te laten verdwijnen. Bovendien werd de wet inzake budgettaire verantwoordelijkheid (die van kracht is sinds 2006) gewijzigd om procyclische uitgaven te beperken (door de toename van bestaande uitgavenposten te beperken en een staatsinvesteringsfonds te creëren om olie-inkomsten te beheren) en budgettaire ontsporing te voorkomen (door de regering te verplichten een begrotingsplan aan te nemen dat consistent is met het gewenste schuldtraject). Er wordt verwacht dat als gevolg van deze maatregelen het primaire saldo van de overheid – dat in 2013 een tekort vertoonde van 1,5% van het bbp – een surplus zal kennen tegen 2017. Zelfs al zou deze voorspelling te optimistisch blijken indien de olieprijzen laag blijven, toch is het risico op budgettaire ontsporing op korte termijn laag door de jaarlijkse aankoop van verkoopopties die de Mexicaanse overheid beschermen tegen het risico dat de olieprijzen lager uitvallen dan begroot.

Indien de fiscale hervormingen erin slagen de belastinggrondslag te verbreden, zal dit duidelijk ten goede komen aan het Mexicaanse staatsoliebedrijf Pemex. Dat is voornamelijk zo omdat de hoge belastingdruk waar het bedrijf momenteel aan onderhevig is, noodzakelijke investeringen heeft verhinderd. Ten gevolge daarvan is de olieproductie met bijna een kwart gedaald sinds 2004. Om de neerwaartse trend om te keren, heeft de regering ook beslist om de uit 1938 daterende nationalisering van fossiele brandstoffen terug te schroeven en de Mexicaanse petroleumsector open te stellen voor de broodnodige financiering en technologische knowhow van buitenlandse multinationals. Hoewel de hervorming van de energiesector precies om die reden zeer omstreden is, wordt er verwacht dat ze de economische groei sterk ten goede zal komen. Er wordt met name gehoopt dat grotere operationele autonomie voor Pemex en het betrekken van buitenlandse bedrijven de efficiëntie van de sector zal verbeteren, en zo de Mexicaanse energiekostenhandicap ten opzichte van de VS zal verkleinen.

Externe bestendigheid

Mexico is sterk geïntegreerd in de globale economie. De Mexicaanse economie hangt bovenal – en zeker sinds het in werking treden van het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA in 1994 – af van handel met de VS en van de stroom investeringen en privétransfers uit dat land. Ongeveer de helft van de invoer en BDI (buitenlandse directe investeringen) met bestemming Mexico is afkomstig uit de VS. Omgekeerd gaat ongeveer 80% van de Mexicaanse uitvoer richting VS, waar Mexicaanse producten 12% van de totale import uitmaken (Chinese producten vertegenwoordigen 23%). De evolutie van de bilaterale handel tussen China en Mexico is onevenwichtig. De explosieve groei van het aandeel van Chinese producten in de importstroom naar Mexico – van 2,4% in 2001 tot 15,3% in 2012 – kende geen tegenhanger in de uitvoer naar China, zodat Mexico nu een handelstekort van bijna 3% van het Mexicaanse bbp heeft met dat land.

Hoewel internationale integratie een belangrijke sterkte is van de Mexicaanse economie, brengt het ook kwetsbaarheid met zich mee. Zo zorgt het feit dat de peso een van de meest actief verhandelde munteenheden uit opkomende landen is ervoor dat Mexico zeer vatbaar is voor snelle kapitaaluitstroom in periodes van financiële onrust en risicoaversie op de markten. Dit werd aangetoond in mei 2013, toen de eerste berichten over het uitdoven van de extreem toeschietelijke monetaire beleidsmaatregelen in de VS een terugval veroorzaakten in de toestroom van beleggingen en initieel ook een depreciatie van de peso met zich meebrachten (en dus een omkering teweegbrachten van de waardestijging die in juni 2012 begonnen was). Alles in acht genomen heeft de Mexicaanse munt de financiële storm echter goed doorstaan. Sinds juli 2013 heeft de peso het beter gedaan dan vele andere munteenheden uit opkomende markten, ook al zorgt de recente daling van de olieprijzen voor nieuwe neerwaartse druk (zie grafiek). Bovendien bleef de netto kapitaalinstroom in Mexico vrijwel ongewijzigd en steeg het aandeel van in-peso-uitgegeven overheidsschulden dat in buitenlandse handen is tot 37%. De blijvende interesse in Mexicaanse activa toont aan dat de beleggers vertrouwen hebben in het monetair beleidskader (waarbij de flexibele wisselkoers eerder dan de internationale reserves fungeert als eerste buffer om schokken op te vangen) en optimistisch zijn over de recente hervormingen.

Graphe3NL

Robuuste liquiditeit, beperkt financieel risico

Mede door de zwakke olieproductie nam het tekort op de lopende rekening toe van 1,3% van het bbp in 2012 tot 2,1% in 2013. En ook in de komende jaren is een vermindering van dit tekort niet waarschijnlijk, aangezien er wordt verwacht dat de hervormingsmaatregelen zullen leiden tot een sterke toename in de invoer van kapitaalgoederen (toch indien de olieprijzen niet dieper zakken dan verwacht) die pas in latere stadia de competitiviteit en export ten goede zullen komen. Toch beperkt de sterk aanwezige industrie in Mexico de kwetsbaarheid voor schommelingen in de grondstofprijzen. Het tekort op de lopende rekening zal daarom waarschijnlijk onder de 2,5% van het bbp blijven. Bovendien wordt verwacht dat het externe onevenwicht grotendeels gedekt zal worden door niet-schuld-genererende BDI-instroom, ook al blijft die relatief beperkt ten opzichte van het bbp (zie grafiek).

Graphe4NL

Het feit dat de externe financieringsbehoefte de laatste jaren altijd ruimschoots gedekt werd, heeft Mexico in staat gesteld internationale reserves op te bouwen. Deze dekken tegenwoordig bijna vijf maanden aan invoer van goederen en diensten, en de liquiditeitspositie van het land is dus adequaat.

Mexico bevindt zich bovendien in een uitstekende positie om zijn kortlopende schuldverplichtingen na te komen, temeer gezien het vertrouwen van de internationale financiële markten in het land. Dit vertrouwen werd in november 2014 ook bevestigd door het IMF, toen het de Mexicaanse flexibele kredietlijn van 70 miljard USD voor twee jaar hernieuwde.

Wat betreft het financiële risico op middellange termijn, valt de recente toename van de externe schulden van Mexico op. De totale externe schuld, die eind 2008 nog minder dan 20% van het bbp bedroeg, klokte einde 2013 af op 35%. Deze evolutie is een welhaast perfecte afspiegeling van de evolutie van de externe schulden in de privésector, die van iets boven 8% van het bbp in 2008 stegen tot meer dan 21% in 2013. Ondanks die toename blijft het financiële risico van Mexico echter gematigd, gezien de verwachting dat de totale externe schuld vanaf 2016 zal stabiliseren rond een nog altijd draaglijke 38% van het bbp. Bovendien hebben gunstige internationale financieringsvoorwaarden de rentelast onder controle gehouden. Er wordt niet verwacht dat die laatste tot meer dan 20% van de ontvangsten op de lopende rekening zullen oplopen.

Analyst: The Risk Management Team, s.vanderlinden@credendogroup.com