Risicofactoren en vooruitzichten

Zoals heel wat landen in de regio werd ook Oman in 2011 en 2012 geconfronteerd met nooit geziene protesten. Maar net als de meeste monarchieën in de regio is ook Oman er tot nu toe in geslaagd de politieke stabiliteit te bewaren. De populariteit van Sultan Qaboos, het doorvoeren van grondwetshervormingen en een forse verhoging van de overheidsuitgaven hebben geholpen om de protesten te kalmeren. De hogere uitgaven konden worden gefinancierd dankzij hoge internationale olieprijzen, die er ook voor zorgden dat een overschot op de lopende rekening kon worden gehandhaafd. Intussen blijven Omans kortlopende schulden in alle opzichten laag. Het kortlopende politieke risico, dat een afspiegeling is van de liquiditeitspositie van het land, is daardoor eveneens laag. Dit resulteert in categorie 1/7, de best mogelijke rating.

Intussen is Oman de voorbije jaren wel afhankelijker geworden van hoge internationale olieprijzen. Bij een langdurige daling van internationale olieprijzen kan de recente stijging van de overheidsuitgaven (waaronder hogere lonen, subsidies en sociale voordelen) moeilijk worden teruggedraaid. Op dit moment wordt een sterke daling van de olieprijs niet meteen verwacht, maar op langere termijn kunnen belangrijke vraag- en aanbodschokken in de oliemarket niet worden uitgesloten. In ieder geval beschikt Oman op dit moment, dankzij een lage buitenlandse schuld en omvangrijke buitenlandse activa, over belangrijke buffers tegen externe schokken. Het politieke risico op middellange en lange termijn zit daarom in categorie 2. Hoe het politieke risico verder evolueert, zal afhangen van de evolutie van de olieprijzen, van economische diversificatie en verdere politieke stabiliteit.

De systemische commerciële risico's zijn relatief laag, in categorie A. Er wordt verwacht dat de niet-energie gerelateerde economische activiteit de komende vijf jaar met meer dan 5% zal groeien. Toch is er nog ruimte voor verbetering voor het ondernemingsklimaat als Oman erin slaagt zijn privésector aan te wakkeren.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Lage buitenlandse en overheidsschuld
  • Nettocrediteur ten aanzien van de rest van de wereld
  • Strategische locatie
  • Populariteit van Sultan Qaboos draagt bij tot politieke stabiliteit

Contra's

  • Afhankelijkheid van olie blijft hoog ondanks inspanningen voor diversificatie
  • Relatief lage olie- en gasreserves
  • Niet helemaal immuun voor regionale onlusten
  • Onzekerheid rond opvolging

Belangrijkste exportproducten

  • Ruwe olie, (62,5% van ontvangsten op de lopende rekening zonder wederexport), lng (8,6%), chemicaliën (7%), reizen (2,1%)

Inkomensgroep

  • Hoge inkomens

Inkomen per capita (USD)

  • 19.110 USD

Bevolking

  • 3,3 miljoen

Kiesstelsel

  • Majlis al-Shura (Lagerhuis): termijn van 4 jaar; volgende verkiezing: 2015
  • Majlis al-Dawla (Hogerhuis): leden worden benoemd door de sultan

Staatshoofd en regeringsleider

  • Sultan en premier Qaboos bin Said alSaid

Beoordeling landenrisico

Politieke stabiliteit en hervormingen, ondanks regionale onlusten

Sultan Qaboos bin Said alSaid heeft een hele reeks politieke bevoegdheden. Zo is hij staatshoofd en regeringsleider, minister van buitenlandse zaken en financiën, en voorzitter van de centrale bank. Nadat de Libische leider Qadhafi in 2011 ten val werd gebracht en overleed, werd Sultan Qaboos de langst regerende leider van de Arabische wereld. Ondanks de vlaag van revoluties die sinds begin 2011 een reeks autocratische presidenten in de Arabische wereld de macht heeft gekost, is de positie van Sultan Qaboos de voorbije jaren relatief stabiel gebleven. Zoals andere monarchen in de Arabische wereld geniet hij brede populariteit en legitimiteit bij de bevolking van Oman. In 1970 kwam hij aan de macht door zijn vader tijdens een bloedeloze staatsgreep af te zetten. Daarna slaagde Sultan Qaboos erin een verdeeld Oman te verenigen en een einde te maken aan de decennialange opstand in de zuidelijke provincie Dhofar. Sinds tientallen jaren heeft hij ook een aantal geleidelijke politieke hervormingen in gang gezet. Zo heeft hij in de jaren '90 een bicameraal parlement opgericht en heeft hij het aantal kiesgerechtigden dat mag stemmen voor het Lagerhuis (Majlis al-Shura) in de jaren 2000 uitgebreid. Het Lagerhuis blijft wel een louter adviserend orgaan. Bovendien heeft Qaboos onder zijn bewind Oman omgevormd van een van de armste landen van de Arabische wereld tot een hoge-inkomensland, dankzij de ontwikkeling van de oliesector.

Oman_Graph1NL

Toch is de politiek in het sultanaat niet immuun gebleven voor de zogenaamde Arabische Lente. In februari 2011, toen de presidenten van Tunesië en Egypte werden afgezet, braken in Oman ongeziene protesten uit waarbij politieke en sociaaleconomische hervormingen werden geëist. De positie van de sultan zelf is echter nooit in het gedrang gekomen. De protesten drongen Sultan Qaboos er wel toe zijn kabinet meermaals te herschikken, constitutionele hervormingen aan te kondigen en overheidsuitgaven op te trekken om tegemoet te komen aan de sociaaleconomische eisen van de betogers. Hierbij hielp ook een zekere mate van machtsvertoon. Tijdens de zomer van 2011 bleven beperkte protesten doorgaan en ook in 2012 werden demonstraties in Oman gesignaleerd, maar op dit moment is de politieke stabiliteit weer teruggekeerd. In oktober 2011 werden de aangekondigde grondwetshervormingen ingevoerd, waardoor enkele bevoegdheden van het verkozen Lagerhuis werden uitgebreid. Eind 2012 werden de eerste gemeenteverkiezingen gehouden, wat erop wijst dat het voorzichtige en geleidelijke hervormingsproces zich voortzet.

Economische toegevingen hebben gevolgen voor overheidsfinanciën

Ondertussen zijn de overheidsuitgaven sinds 2011 fors gestegen, maar moeilijk terug te draaien als dat nodig  zou zijn. In 2012 lagen de overheidsuitgaven maar liefst 70% hoger dan in 2010. Deze hogere uitgaven zijn vooral een gevolg van de druk om tegemoet te komen aan de economische eisen van demonstranten, zoals het creëren van banen, het optrekken van de salarissen in de openbare sector en van sociale uitkeringen. Ook het budget voor defensie-uitgaven verdubbelde in dezelfde periode. Ook uitgaven voor investeringen nemen snel toe, zij het iets trager. Gelukkig genoeg voor Oman zijn ook de overheidsinkomsten met 60% toegenomen, dankzij de groei van de binnenlandse olieproductie en de hogere olieprijzen. Hierdoor blijft de begroting een overschot vertonen (4,5% van het bbp in 2012 tegenover 5,5% in 2010). Er wordt echter verwacht dat dit overschot onder druk kan komen te staan, doordat de inkomsten uit de oliesector mogelijk zullen afnemen terwijl de overheidsuitgaven verder zullen toenemen. Het IMF verwacht zelfs dat de Omaanse begroting na 2014 een tekort zal gaan vertonen.

Opvolging vastgelegd in de grondwet, maar nog geen opvolger aangeduid

De grondwetswijzigingen van oktober 2011 bevatten ook een bepaling over de aanstelling van een opvolger voor Sultan Qaboos. Deze heeft geen directe erfgenaam en heeft ook zelf geen opvolger aangeduid. De 73-jarige sultan lijkt in goede gezondheid te verkeren maar aangezien hij in zijn functie zulke omvangrijke bevoegdheden bezit, blijft zijn opvolging een belangrijke bron van politieke onzekerheid. Volgens de gewijzigde grondwet zal Omans koninklijke familieraad een opvolger aanduiden. Indien deze raad er niet in slaagt om het binnen de drie dagen eens te worden over een opvolger zal de volgende sultan worden benoemd door een defensieraad, op basis van een schriftelijke verklaring van de vorige sultan. Het huidige regime lijkt geen beweegreden te hebben om zich al te zeer te kanten tegen een toekomstige opvolger, zeker niet gezien de instabiliteit in de regio. Maar zolang er geen duidelijke opvolger is aangeduid, blijft het moeilijk om de ambities en strategieën van eventuele gegadigden in te schatten.

Pragmatische buitenlandse betrekkingen

Oman stelt zich in zijn buitenlandse betrekkingen eerder pragmatisch op. In 1981 stond het sultanaat samen met de Golfstaten Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Qatar en Bahrein mee aan de wieg van de GCC, de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten. In tegenstelling tot de eerste vier landen is het echter niet toegetreden tot de OPEC. Oman, dat een belangrijke geostrategische ligging heeft, onderhoudt ook goede relaties met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Ondertussen zijn de relaties met overbuur Iran een heel stuk beter dan de relaties tussen Iran en de andere GCC-landen (en dan vooral Saoedi-Arabië), die een potentiële opgang en invloed van het sjiitische Iran in de regio met argusogen bekijken.

Oman heeft een enclave aan de oevers van de uiterst belangrijke Straat van Hormuz, recht tegenover Iran. Bovendien is Iran een belangrijke handelspartner voor Oman en doordat het sultanaat steeds meer aardgas consumeert (zie verder) kan het in de toekomst voordeel halen uit de invoer van aardgas uit Iran. Dit leidde onlangs nog tot een memorandum of understanding waarin beide landen overeenkwamen om Iraans aardgas te importeren via een nog aan te leggen pijpleiding onder de Golf van Oman. In augustus was Sultan Qaboos de eerste buitenlandse leider die een staatsbezoek heeft gebracht aan Iran sinds de eedaflegging van president Rohani. Oman heeft ook als gastland gediend voor de geheime gesprekken tussen de VS en Irak, die hebben geleid tot het in november aangekondigde interimakkoord over Irans nucleaire programma.

Hoge internationale olieprijzen doen inkomsten toenemen maar afhankelijkheid van olie neemt toe

Zoals ook het geval is in de buurlanden hangt de Omaanse economie heel sterk af van de oliesector. In 2012 vertegenwoordigde de sector maar liefst 74% van de totale ontvangsten op de lopende rekening, bijna de helft van de economische activiteit en 88% van de overheidsinkomsten. Het is logisch dat de economische activiteit, de overheidsinkomsten en de uitvoerinkomsten de hoogte in zijn gestuwd door de combinatie van een herstel in de binnenlandse olieproductie en de hoge internationale olieprijzen van de afgelopen jaren.

Oman_Graph2NL

Maar aangezien het sultanaat zo sterk afhankelijk is van zijn olie-inkomsten is het ook kwetsbaar voor een langdurige val van internationale olieprijzen. Oman heeft immers hoge olieprijzen nodig om zijn begroting in evenwicht te houden. Vorig jaar had het land een olieprijs van 93 dollar per vat nodig om zijn begroting in evenwicht te houden, terwijl een olieprijs van 82 dollar nodig was om de lopende rekening in evenwicht te houden. Tot nu toe blijven deze zogenaamde break-even olieprijzen ruim onder de huidige internationale  olieprijs. Maar de break-even olieprijzen zijn aan het stijgen (in 2009 bedroegen ze nog ongeveer 65 dollar) en zijn relatief hoog in vergelijking met andere GCC-landen. Over het algemeen wordt verwacht dat de  internationale olieprijs op lange termijn relatief hoog zal blijven, gestut door een stijgend energieverbruik in de niet-OESO-landen. Het is echter waarschijnlijk dat de olieprijzen de komende jaren wat zullen zakken. Het is nog maar geleden van eind-2010 dat de olieprijs nog onder 80 dollar per vat lag. Bovendien zullen de prijzen op de langere termijn onvermijdelijk fluctueren, afhankelijk zowel verwachte als onverwachte vraag- (afhankelijk van de groei van de wereldeconomie, ontwikkelingen inzake energie-efficiëntie en bezorgdheid over milieuaspecten) en aanbodschokken (bv. de verdere evolutie van onconventionele olie- en gasexploratie of een hervatting van Iraanse olie-uitvoer).

Oman_Graph3NL

Dankzij de externe buffers is Oman beter opgewassen tegen tijdelijke daling van de olieprijzen

De economie van Oman lijkt goed bestand te zijn tegen een tijdelijke daling van de internationale olieprijzen. Zelfs als de internationale olieprijzen onder de break-even olieprijzen zakken, wordt het terugbetalingsrisico verzacht door een lage kortlopende buitenlandse schuld en een lage schuldendienst. Deze bedragen momenteel respectievelijk zo'n 7 en 2,5% van de inkomsten op de lopende rekening. Ondertussen dekken de deviezenreserves 4,5 maanden aan import, wat een gezond peil is, maar wel het laagste van de Arabische olie- exporteurs.

Een aanhoudende daling van de olieprijzen zou grotere problemen kunnen stellen, ondanks aanzienlijke externe buffers, zoals de lage totale buitenlandse schuld (26% van de ontvangsten op de lopende rekening en 17% van het bbp) en aanzienlijke buitenlandse activa. Deze worden geschat op het equivalent van Omans jaarlijkse bbp en zijn goed voor meer dan 150% van de ontvangsten op de lopende rekening bedragen. Een aanhoudende daling naar minder dan 80 dollar per vat zou het overschot op de lopende rekening van Oman ombuigen in een tekort en de comfortabele positie in buitenlandse activa doen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Daarenboven zouden de overheidsuitgaven onder druk komen te staan en zou de aantrekkingskracht van de Omaanse oliesector (en de investeringen erin) teruglopen, wat zware gevolgen zou hebben voor de economie.

In 2008 is de Omaanse olieproductie weer beginnen te groeien nadat deze sinds 2000 op zijn retour was geweest. Dankzij betere oliewinningstechnieken bereikt de olieproductie bijna weer haar piekniveau van 2000, toen gemiddeld 970.000 vaten per dag werden opgehaald. De olie- en gasvoorraden zijn echter relatief klein in vergelijking met de buurlanden. Zonder de ontdekking van nieuwe voorraden zouden de Omaanse oliereserves zelfs binnen 16 jaar uitgeput zijn. De aardgasreserves zouden langer meegaan, maar ook die zouden binnen 33 jaar op zijn.

Oman_Graph4NL

Oman_Graph5NL

Verdere diversificatie maar ambitieuze doelen waarschijnlijk niet haalbaar

Oman moet zijn economie dus diversifiëren. De nood aan diversificatie is echter niet nieuw. Reeds in de jaren '90 is Oman al beginnen werken aan een strategie om zijn economie tegen 2020 te diversifiëren, de zogenaamde Vision 2020. Vision 2020 omvat een reeks ambitieuze doelstellingen inzake economie diversificatie: het aandeel van de oliesector in de totale economische activiteit terugdringen naar 9% en het aandeel van gas optrekken  naar 10%, dat van de industrie naar 29%, dienstverlening naar 47% en landbouw naar 5%. Als men kijkt naar de samenstelling van het bbp lijkt dat het onwaarschijnlijk dat alle doelstellingen binnen zes jaar zullen worden gehaald.

Oman_Graph6NL

Maar Oman maakt wel degelijk werk van diversificatie, die wordt ondersteund door belangrijke openbare investeringen in het kader van opeenvolgende vijfjarige ontwikkelingsplannen (FYP of five-year development plans). De voorbije vijf jaar verbeterde de infrastructuur dankzij publieke investeringen en ontwikkelde de industrie zich verder, onder meer dankzij de uitbreiding van de productiecapaciteit voor lng en petrochemie. Maar aangezien de energie-intensieve industriële activiteit groeit – en aardgas goed is voor meer dan 80% van de elektriciteitsproductie – neemt ook het aardgasverbruik toe. Hierdoor komt de uitvoer van lng onder druk. Nieuwe gasvondsten zullen dan ook een belangrijke factor worden voor het slagen van de diversificatie richting energie- intensieve industriële capaciteit op langere termijn. Om aan de binnenlandse vraag te voldoen, wordt gepland om Iraans gas in te voeren, en heeft Oman LNG aangekondigd de export van lpg vanaf 2024 stop te zetten, omdat  de bestaande contracten dan aflopen.

In het kader van de huidige FYP wordt onder meer geïnvesteerd in luchthavens, wegen en zeehavens om de infrastructuur van Oman verder uit te breiden. De uitbouw van een economische zone in Duqm tot een grote haven en een industriële basis, zou de diversificatie een duwtje in de rug moeten geven en zou nieuwe handelsstromen moeten aantrekken. Duqm ligt aan de kust van de Arabische Zee en heeft het potentieel om een belangrijke handelsdraaischijf te worden. Als de Gulf Railway, een ander belangrijk investeringsproject, tussen de GCC-landen eenmaal voltooid is (streefdatum: 2018) zou met de overslag in Duqm een alternatieve handelsroute kunnen worden geboden voor de politiek gevoelige en verzadigde Straat van Hormuz.

De verschillende investeringen voor diversifiëring steunen de niet-energie gerelateerde economische groei, waarvan voor 2014 wordt verwacht dat deze voor het vijfde jaar op rij boven 5% zal blijven. Ondertussen zou Oman erbij gebaat zijn de privésector te stimuleren zodat de economie verder kan diversifiëren en de arbeidsparticipatie kan toenemen. Bijna 90% van de mensen die in de Omaanse privésector werken zijn namelijk van buitenlandse afkomst terwijl de werkloosheid wordt geschat op meer dan 20%.

Analyst: The Risk Management Team, s.vanderlinden@credendogroup.com