Risicofactoren en vooruitzichten

De afgelopen tien jaar heeft Peru een buitengewone macro-economische opleving doorgemaakt. Dankzij gunstige externe omstandigheden en een deugdelijk beleidskader is het land erin geslaagd om hoge groeicijfers te combineren met een lage inflatie. Bovendien is de economie tamelijk veerkrachtig gebleken en heeft ze het hoofd kunnen bieden aan een ongunstige evolutie van de grondstofprijzen en de internationale financieringsvoorwaarden. Er zijn ook nog steeds aanzienlijke buffers in de vorm van internationale reserves en er blijft voldoende ruimte voor anticyclische beleidsmaatregelen.

De gunstige liquiditeitspositie wordt tevens aangevuld met een zeer beperkte afhankelijkheid van kortlopende schulden. Daarom plaatst Credendo Group Peru in de beste categorie voor het politieke risico op korte termijn (Cat.1). Op middellange en lange termijn zijn de hoge investeringsquote en de lage buitenlandse schuldenlast de belangrijkste bijkomende troeven. De afhankelijkheid van de mijnbouw en een fors tekort op de lopende rekening maken het land echter kwetsbaar voor externe schokken. Bovendien mogen de heersende sociale spanningen, voornamelijk gelinkt aan ongelijkheid, milieuproblemen en inclusie van inheemse gemeenschappen, niet vergeten worden. Dit alles zorgt ervoor dat Credendo Group het politieke risico voor Peru op (middel)lange termijn als matig beoordeelt (Cat.3).

Wat betreft de algemene indicatoren voor het concurrentievermogen en het zakenklimaat, behoort Peru traditioneel tot de beste landen uit de regio. Maar de kwaliteit van de instellingen kan nog beter. Samen met de recente depreciatie van de sol en de relatief hoge kredietkost, verklaart dit waarom Credendo Group het systemische commerciële risico voor Peru beoordeelt met B op een schaal van A tot C.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Solide liquiditeitspositie
  • Beperkte buitenlandse schuldenlast
  • Sterk beleidskader
  • Hoge investeringsquote

Contra's

  • Afhankelijkheid van grondstoffen
  • Beperkte industriële activiteit
  • Stijgend tekort op de lopende rekening
  • Sociale conflicten

Belangrijkste exportproducten

  • Koper (18,3% van de inkomsten op de lopende rekening in 2013), goud (15,0%), verwerkte goederen (11,9%), aardolie en gas (9,7%), toerisme (4,7%), lood (3,3%)

Inkomensgroep

  • Hogere middeninkomens

Inkomen per capita

  • 6.390 USD

Bevolking

  • 30,4 miljoen

Kiesstelsel

  • President: 5-jarige termijn, geen opeenvolgende termijnen, volgende verkiezingen: April 2016
  • Parlement: 5-jarige termijn, volgende verkiezingen: April 2016

Staatshoofd en regeringsleider

  • President Ollanta Humala

Beoordeling landenrisico

Fragiele politieke stabiliteit

Na vijftig jaar heen en weer te zijn geslingerd tussen een democratisch en een militair bewind, koos Peru in 1980 definitief voor een burgerbestuur. Sindsdien was het bewind van Alberto Fujimori het meest bepalend voor de Peruaanse politiek. Fujimori, aan de macht sinds 1990, was aanvankelijk heel populair doordat hij snel komaf maakte met de recessie en de hyperinflatie, beide erfenissen van eind jaren 80. Hij ondermijnde zelf die populariteit doordat hij zich steeds meer als een alleenheerser ging gedragen – in 1992 ontbond hij het parlement en schafte hij het hooggerechtshof af in het kader van een 'zelfcoup', en in 1993 wijzigde hij de grondwet zodat hij herverkozen kon worden in 1995. Fujimori deed uiteindelijk afstand van zijn ambt toen er, kort nadat hij in 2000 opnieuw was herverkozen, bewijzen opdoken van corruptie en onregelmatigheden bij de verkiezingen.

Hoewel de politieke instellingen nog broos kunnen worden genoemd, is de machtsoverdracht steeds voorbeeldig verlopen sinds de democratie in 2001 geconsolideerd werd. Er werden in tussentijd drie presidenten verkozen: Alejandro Toledo in 2001, Alan García in 2006, en huidig president Ollanta Humala in 2011. Humala, het boegbeeld van de centrumlinkse alliantie Gana Perú, werd president dankzij een verkiezingsoverwinning op Keiko Fujimori, dochter van Alberto en leider van de rechtse coalitie Fuerza 2011. In het parlement is Gana Perú echter aangewezen op de steun van de centrumpartij Perú Posible voor een nipte wetgevende meerderheid. De resulterende politieke kwetsbaarheid – getuige de niet minder dan zes herschikkingen van het kabinet gedurende de laatste drie jaar – wordt nog verergerd door de economische vertraging die weegt op Humala's populariteit. De president loopt dan ook het risico om niet meer veel gedaan te krijgen voor de verkiezingen van 2016.

Hoewel het onwaarschijnlijk is dat deze zullen leiden tot ernstige politieke instabiliteit, gaat Peru nog steeds gebukt onder de sociale conflicten die vaak uitmonden in geweld. De spanningen gaan voornamelijk om een eerlijke verdeling van de gecreëerde welvaart: landelijke armen versus stedelijke middenklasse, informele mijnwerkers versus extractieve bedrijven, bekommernis om het milieu en de inheemse bevolking versus belangen van multinationals. Sociale ongelijkheid was ook het leidmotief voor de maoïstische opstand van het Lichtend Pad in de jaren 80. Ondanks het strenge militaire optreden tegen de rebellen – voornamelijk onder het bewind van Fujimori – zindert het gewapende conflict nog steeds na. Het Lichtend Pad is onder andere betrokken bij de lucratieve productie van cocabladeren, de grondstof voor cocaïne. Volgens de VN is Peru de laatste jaren uitgegroeid tot 's werelds belangrijkste cocaproducent nadat geslaagde uitroeiingspogingen in Colombia de productie zuidwaarts dreven.

Liberale principes houden stand

De langdurige territoriale geschillen van Peru met Ecuador en Chili zijn bijgelegd, wat het vooruitzicht op vreedzame buitenlandse betrekkingen versterkt. Peru heeft zich ook gemanifesteerd als een open internationale handelspartner. Zo zijn de voorbije vier jaar vrijhandelsovereenkomsten met onder andere de VS, China en de EU in werking getreden. Verder is ook de dynamiek richting regionale integratie binnen de Pacifische Alliantie (PA) niet onbelangrijk. Dat is een handelsblok van Peru, Mexico, Colombia en Chili, samen goed voor 36% van het Latijns-Amerikaanse bbp. In februari 2014 kwamen de partners overeen om de handelstarieven op te heffen voor 92% van de goederen en diensten. Wat de PA onderscheidt van de Mercosur (het handelsblok rond Brazilië en Argentina), is de openheid ten aanzien van de rest van de wereld en de bevorderingen van een marktconform economisch beleid.

Liberale economische beginselen – geïntroduceerd door Fujimori – voeren inderdaad nog steeds de boventoon in Peru. Zo kozen de laatste drie presidenten een meer pragmatische koers dan aanvankelijk verwacht. Met name Humala voerde campagne met een linkse politieke agenda, maar stuurde bij zijn aantreden meteen bij naar het centrum. Deze verschuiving temperde de vrees van buitenlandse investeerders voor toegenomen interventionisme. Maar de verzoenende houding ten opzichte van de privé heeft zijn radicale achterban teleurgesteld en demonstraties aangewakkerd. Daaruit blijkt de moeilijke politieke evenwichtsoefening waaraan Humala zich waagt. Om blijvende macro-economische stabiliteit te kunnen combineren met meer inclusieve groei heeft hij inkomsten uit de mijnbouw nodig om sociale programma's te financieren. Dit model staat echter onder druk want de groeiende sociale en ecologische oppositie tegen mijnbouwprojecten legt druk op het investeringsklimaat. Het is tegen deze achtergrond dat de regionale en gemeentelijke verkiezingen in oktober 2014 zullen plaatsvinden.

Ondersteunend beleidskader

Hoewel het orthodoxe economische beleid ook ergens aantoont hoe broos de Peruaanse democratie is tegenover de krachtige zakenlobby in Lima, is de ontwikkeling er al met al duidelijk wel mee gevaren. Het bevorderde de snelle economische groei, die op zijn beurt de deur heeft opengezet voor een uitbreiding van de sociale agenda. De historisch lage werkloosheidsgraad (naar verwachting 6% eind 2014) en de stijging van het aantal begunstigden van zogenaamde ‘conditional cash transfers’ met 50% tussen 2011 en 2013, getuigen van significante vooruitgang. Hoewel van een brede inclusie nog geen sprake is en extreme armoede een probleem blijft, zijn de levensomstandigheden sterk verbeterd en is de armoedegraad sinds 2005 met meer dan de helft gedaald, tot 26% in 2012.

Een deugdelijk beheer van de overheidsfinanciën is een fundamenteel onderdeel van het alom geprezen macro- economische beleidskader. Sinds 1999 is er een wet van kracht over fiscale verantwoordelijkheid en transparantie, en die heeft een voorzichtig anticyclische strategie in de hand gewerkt. Dit wordt mooi geïllustreerd door de aanzienlijke fiscale besparingen die werden gerealiseerd sinds 2003, toen de prijzen van de Peruaanse exportgrondstoffen de hoogte in gingen. Sindsdien werd een primair begrotingsoverschot gehandhaafd met als gevolg dat de staatsschuld gedaald is van meer dan 47% van het bbp in 2003 tot minder dan 20% in 2013. Bovendien heeft een budgettair stabilisatiefonds de impact van groeivertragingen kunnen verzachten. Zo mitigeerden doeltreffende stimulusmaatregelen de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis van 2009, en recentelijk werd het begrotingsbeleid opnieuw losser om het negatieve effect van de dalende metaalprijzen tegen te gaan. Het totale overschot daalde van 2,2% van het bbp in 2012 tot 0,5% in 2013 door hogere uitgaven voor infrastructuur en sociaal beleid, en er wordt verwacht dat deze neerwaartse trend zich zal verderzetten in 2014. Op vlak van regelgeving werd het toezicht op de naleving van de fiscale wetgeving onlangs versterkt, en werd de wet betreffende budgettaire verantwoordelijkheid en transparantie verstrengd om een procyclisch beleid nog  meer tegen te gaan en om de fiscale verhouding tussen de nationale en subnationale niveaus te verbeteren.

Peru_Graph1NL

Wanneer niet in strijd met de inflatiedoelstellingen, hebben ook de monetaire autoriteiten een anticyclisch beleid nagestreefd. Zo werd de stimulus van tijdens de crisis in 2009 geleidelijk aan ongedaan gemaakt toen de economische activiteit vanaf 2010 weer op gang kwam, en verlaagde de Centrale Bank herhaaldelijk haar rentevoet sinds eind 2013 om de vertragende economie ondersteunen. Dankzij het geloofwaardige beleid zijn de inflatieverwachtingen, zelfs ondanks de recente stimulus, perfect binnen het streefbereik van de Centrale Bank van 1-3% gebleven. Naast het aanpakken van de inflatie is er ook ruimte voor een actief wisselkoersbeheer. De voorbije tien jaar heeft een aanzienlijke kapitaalinstroom de Centrale Bank ertoe aangezet om massaal internationale reserves aan te leggen. De financiële omstandigheden veranderden echter abrupt in mei 2013,  toen de globale risicoaversie een opwelling kende na de aankondiging van de Amerikaanse 'Federal Reserve' dat ze haar soepele monetaire beleid zou terugschroeven. De sol had daarna te lijden onder de depreciatiedruk, waardoor de Centrale Bank overschakelde van het kopen naar het verkopen van US dollars. Toch waren de reserves in juni 2014 nog goed voor meer dan elf maanden import van goederen en diensten, duidelijk een erg comfortabel niveau gezien de standaardnorm van drie maanden.

De interventies van de Centrale Bank om de wisselkoers binnen de perken te houden, moeten gezien worden in het licht van de relatief hoge mate van dollarisering in Peru. Hoewel die is afgenomen van ongeveer 70% in 2005 tot iets meer dan 40% begin 2014 (niet in het minst door prudentiële maatregelen zoals hogere reserve-eisen voor USD-deposito's), is wisselkoersvolatiliteit met verstorende valutamismatches tot gevolg nog steeds de belangrijkste bedreiging voor de financiële stabiliteit. Al bij al lijkt het Peruaanse bankenstelsel echter goed gekapitaliseerd en rendabel, met adequate voorzieningen. Bovendien werd het regelgevende en  toezichthoudende kader de afgelopen jaren fors versterkt.

Groeikampioen, bestand tegen schokken

Met inflatie die onder controle bleef en een jaarlijkse bbp-groei van gemiddeld 6,6% sinds 2004, was Peru het afgelopen decennium de sterspeler van Zuid-Amerika. Zoals gezegd heeft het deugdelijke macro-economische beleid daarbij een sleutelrol gespeeld. De belangrijkste drijfkrachten waren echter de uitzonderlijke externe omstandigheden in de vorm van sterk gestegen grondstofprijzen en gunstige financieringsvoorwaarden.

Peru_Graph2NL

Peru beschikt over ruime voorraden van natuurlijke hulpbronnen. Het land heeft aanzienlijke aardgas- en oliereserves, en werd onlangs een netto-exporteur van brandstof. Bovendien zijn ook mineralen overvloedig aanwezig. Het land is wereldwijd koploper in de productie van koper, zilver, tin, zink, lood, molybdeen en goud. In 2013 was de Peruaanse mijnbouwexport goed voor meer dan 23 miljard USD, wat overeenkomt met meer dan 11% van het bbp en bijna 44% van de inkomsten op de lopende rekening. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat de hoge grondstofprijzen gedurende de jaren 2000 de economische groei ten goede zijn gekomen. De prijzen hebben eveneens aanzienlijke investeringen in de mijnbouwsector in de hand gewerkt, die op hun beurt zorgden voor snel stijgende winstrepatriaties en invoer van kapitaalgoederen. Als gevolg daarvan is er al sinds 2008 een tekort op de Peruaanse lopende rekening, ondanks de verbeterde ruilvoet. Dat tekort werd wel steeds gedekt  door de instroom van directe buitenlandse investeringen en de totale buitenlandse schuld is dan ook onder de 30% van het bbp gebleven. Bovendien hebben gunstige internationale financieringsvoorwaarden de Peruaanse banken en bedrijven in staat gesteld om hun afhankelijkheid van korte termijnschuld terug te dringen. Het sterke vertrouwen van de kapitaalmarkt in Peru wordt geïllustreerd met het feit dat 56% van de schuld in lokale valuta in handen is van niet-ingezetenen.

Peru_Graph3NL

De laatste jaren hebben de internationale omstandigheden een ongunstige wending genomen voor Peru. Al sinds 2012 belemmeren lagere metaalprijzen de exportgroei, waardoor het tekort op de lopende rekening gestegen is van 1,9% van het bbp in 2011 tot 4,9% in 2013. Bovendien heeft de zogenaamde ‘tapering’ van de Amerikaanse ‘Federal Reserve’ de internationale financieringskosten opgedreven. De kapitaalinstroom in Peru is daardoor afgenomen, wat voornamelijk tot uiting komt in een vermindering van de buitenlandse leningen aangegaan door de privésector en de banken. De economische activiteit heeft onder dat alles geleden. De bbp- groei vertraagde van 6,3% in 2012 tot 5% in 2013 en de overheid verwacht niet meer dan 4% in 2014. Ondanks de duidelijke daling, blijft het cijfer hoog naar Latijns-Amerikaanse normen. Peru blijft bovendien goed geplaatst om de impact van de verslechterende internationale context te verzachten, met ruime internationale reserves die dienen als buffer tegen de overdreven wisselkoersvolatiliteit, en lage schuldratio's die ruimte creëren voor aanhoudende anticyclische stimulusmaatregelen.

Evenwichtige vooruitzichten

Verwacht wordt dat een voortzetting van het prudentiële beleid de Peruaanse economie ten goede zal komen op de middellange termijn. Zo ziet het ernaar uit dat de publieke schuld verder zal blijven dalen en dat de inflatie zal evolueren richting 2%, exact in het midden van het streefbereik van de Centrale Bank. Voorts is de prognose dat de bbp-groei zijn potentieel van 5,8% zal bereiken vanaf 2015, onder positieve invloed van de opstart van enkele grote mijnbouwprojecten. Hoewel deze voorspelling te rooskleurig kan blijken, vormt het mechanisme van investeringen als groeistimulans een belangrijke verklaring voor de sterke macro-economische prestatie van  Peru. Peru kende immers een snellere groei dan andere Latijns-Amerikaanse exporteurs van grondstoffen, deels doordat het land meer investeerde. Met bruto binnenlandse investeringen die sinds 2010 gemiddeld meer dan 26% van het bbp bedragen, vertoont Peru meer gelijkenissen met enkele snelgroeiende Aziatische economieën dan met landen uit de eigen regio. Dit geldt ook voor een andere belangrijke groeifactor: de aanzienlijke toename van de totale factorproductiviteit die in Peru grotendeels een gevolg was van verminderde (maar nog steeds hoge) informaliteit op de arbeidsmarkt.

Peru_Graph4NL

Dat gezegd zijnde, mogen we niet vergeten dat zelfs de optimistische groeiverwachtingen een vertraging inhouden in vergelijking met de hoogdagen voor de grondstofprijzen. Nu de afgenomen Chinese vraag de metaalprijzen naar beneden haalt en zo de export een knauw geeft en mijnbouwinvesteringen ontmoedigt, lijkt een overgang naar een lagere trendgroei namelijk onvermijdelijk. Dit geldt zelfs wanneer we rekening houden met recente overheidsmaatregelen ter bevordering van investeringen (de administratieve rompslomp werd ingeperkt en de toekenning van vergunningen voor mijnbouw-, energie- en infrastructuurprojecten werd versneld). De afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen blijft dus een belangrijke zwakte voor Peru.

Het gebrek aan economische diversificatie wordt onder meer geïllustreerd door het feit dat de verwerkende  sector in 2012 minder dan 12% uitmaakte van de ontvangsten op de Peruaanse lopende rekening. In een poging om het probleem aan te pakken worden structurele hervormingen doorgevoerd met als doel het concurrentievermogen en de productiviteit te verbeteren. De agenda is gericht op de ontwikkeling van infrastructuur (de overheid is van plan om in 2014 concessies toe te kennen ter waarde van ongeveer 5% van het bbp), hervormingen van de arbeidsmarkt (om de kosten van arbeid te verminderen en de accumulatie van menselijk kapitaal te bevorderen), verdieping van de kapitaalmarkten (om de uitgifte van nieuwe schuld te vergemakkelijken) en de hervorming van het ambtenarenstatuut en het private pensioenstelsel. Daarnaast is er een wet betreffende industriële ontwikkeling in de maak die specifiek is gericht op het diversifiëren van de productie.

Analyst: The Risk Management Team, s.vanderlinden@credendogroup.com