Risicofactoren en vooruitzichten

Polen en Oekraïne zijn de komende weken de gastlanden voor het Europese voetbalkampioenschap 2012. De organisatie van dit prestigieuze toernooi zou de vooruitgang van de beide landen sinds zij het socialisme zo'n twee decennia geleden vaarwel zegden, in het licht moeten stellen. Een nauwkeurige analyse van Polen en Oekraïne levert echter een ander beeld op: enerzijds dat van een stabiel land met een veerkrachtige economie, dat snel naar het Europese centrum beweegt, en anderzijds een wankel land met een noodlijdende economie, dat aan de Europese rand op apegapen ligt.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Evenwichtige, veerkrachtige economie
  • Goed gekapitaliseerd, liquide banksysteem
  • Stabiel, volgroeid politiek kader
  • Belangrijke begunstigde van EU-steun

Contra's

  • Buitensporige bureaucratie remt zakenklimaat af
  • (Via Duitsland) blootgesteld aan potentiële escalatie van de eurocrisis

Voornaamste exportproducten

  • voedingsproducten (70,3% van de inkomsten op de lopende rekening), zakelijke diensten (4,1%), toerisme (4,1%), transport (4,0%)

Inkomstengroep

  • hoge inkomens

Inkomsten per inwoner (USD)

  • 12.440

Bevolking

  • 38,2m

Omschrijving van het electoraal

  • systeem: presidentieel: termijn van 5 jaar; volgende verkiezing: 2015
  • parlement: termijn van 4 jaar; volgende verkiezing: 2015

Eerste minister

  • Donald Tusk

Staatshoofd

  • Bronislaw Komorowski

Beoordeling landenrisico

Het gekozen pad sinds de onafhankelijkheid

Toen het onafhankelijk werd na de ontbinding van de Sovjetunie eind 1991, was Oekraïne een van de armste sovjetrepublieken. Doordat de landbouweconomie onder sovjetheerschappij een gedwongen (over)industrialisering onderging, begon Oekraïne aan zijn economische transitie met een relatief goede infrastructuur en hoge kapitaalvoorraad, zodat er in 1991 goede hoop bestond dat Oekraïne mettertijd een vrijemarktdemocratie zou worden met Europese toekomst. Achteraf bekeken, is het wel heel anders gelopen. Vanaf 2000, na de economisch verwoestende en wetteloze jaren 1990, groeide Oekraïne mee met de regio, zonder evenwel een uitblinker te zijn, ondanks de enorme productieverliezen. Bovendien was de groei grotendeels gebaseerd op een tijdelijke dynamiek, zoals goedkoop Russisch gas en een gunstige externe situatie. Die leidden tot betere handelsvoorwaarden, maar stonden wel de modernisering van de Oekraïense economie in de weg. De zware crisis van 2008-09 (cf. infra) veranderde hier weinig aan, al toonde hij wel aan hoe broos de Oekraïense economie is.

Polen is nooit zo sterk geïntegreerd geweest in de Sovjetunie als Oekraïne. Het uitgangspunt van beide landen was bijgevolg heel verschillend. Met goedkope en goed opgeleide werknemers op de drempel van Europa’s grootste economie was Polen goed gepositioneerd voor buitenlandse investeerders. Terwijl het land geen bekende merken of grote internationale ondernemingen heeft, waarderen investeerders Polen om zijn gekwalificeerde beroepsbevolking en het grote potentieel van het land voor verdere productiviteitswinsten. Een grote uitdaging zal nu zijn om op te klimmen op de waardeketen en de dienstensector te stimuleren, want op het gebied van arbeidsintensieve productie kan Polen niet concurreren met goedkopere Europese landen zoals Bulgarije en Roemenië.

De voorbije twee decennia had Polen grote economische stappen gezet en de economische kloof met West-Europa geleidelijk aan gedicht. In 1991 bedroeg het Poolse bbp/capita minder dan 30% van dat van Duitsland. Momenteel bedraagt die ratio zo'n 55% en de kloof met de rest van Europa zal de komende jaren verder vernauwen, gezien de sterke economische prestaties. Oekraïne stond twintig jaar geleden op een vergelijkbaar niveau met Polen, maar zag zijn bbp/capita een duik nemen, om dan traag te herstellen tot zo'n 35% van de Poolse koopkracht per inwoner.

PolenOekraine_Graph1NL

PolenOekraine_Graph2NL

De plaats van Polen aan de Europese tafel

Na de val van het communisme wou Polen snel en resoluut een Europese koers varen en in 2004 trad het toe tot de Europese Unie. Het is de 7e grootste economie van de 27 EU-lidstaten en heeft de op 5 landen na grootste bevolking. Zijn sterke economische cijfers zouden het ook steeds meer politiek gewicht moeten geven binnen de EU. Onder premier Donald Tusk heeft Polen zelfs een sterk pro-Europees standpunt ingenomen met de bedoeling van Polen een belangrijke Europese beslissingnemer te maken. Dat is niet alleen een afwijking van het standpunt van de vorige regering, maar het maakt Polen ook veel meer op Europa gericht dan bijvoorbeeld Hongarije of Tsjechië. De uiteindelijke invoering van de euro zou de Poolse positie in het centrum van Europa benadrukken, al zal een toetreding tot de zwaar geplaagde eenheidsmunt ten allervroegste voor 2015 zijn – een officieel doel is er nog niet vooropgesteld. Bovendien is de Poolse publieke opinie momenteel niet gewonnen voor de euro, wat geen verrassing mag heten.

Warschau is er het voorbije jaar beducht voor geweest niet naar de Europese ‘tweede klasse’ te degraderen, want het heeft er angstvallig over gewaakt niet bij de buitenstaanders te gaan behoren in geval van een versterkte eurozone. Ondanks zware kritiek van de conservatieve oppositie wil de Poolse regering deelnemen aan het Begrotingspact, het Europese plan voor verhoogd toezicht op de openbare financiën.

Nu Polen goed verankerd zit in de Europese structuren, is het traditionele wantrouwen tegenover Rusland traag opgeschoven in de richting van pragmatischere relaties. Met Duitsland, zijn natuurlijke erfvijand, onderhoudt Warschau steeds betere relaties. Het land wordt stilaan voor het oosten van Duitsland wat Frankrijk voor het westen betekent: een natuurlijke, onmisbare economische en politieke partner.

Economische prestaties tijdens crisisjaar

Toen eind 2008 de crisis uitbrak, groeide Polen nog steeds sterk in de nasleep van zijn toetreding tot de EU in 2004. Het land was het enige in de EU dat in 2009 een recessie kon vermijden. Een combinatie van geluk en degelijk beleid kreeg hulp van het kleinere belang van de export naar West-Europa door de grote binnenlandse markt, gezonde bedrijfs- en gezinsbalansen en een sterk banksysteem. In 2009 zorgde Warschau voor heel wat stimuli om de economie draaiende te houden. Sinds eind 2008 steeg het Poolse bbp meer dan 10% dankzij een sterk consumentenverbruik en stabiele export naar landen als Duitsland, en Polen raakt steeds meer geïntegreerd in de Duitse productieketen.

In 2011 groeide het Poolse bbp met een stevige 4,3%. Terwijl het goed stand hield in vergelijking met andere landen in Midden- en Oost-Europa (MOE), is Polen uiteraard niet immuun voor de beroering in de eurozone. Na degelijke cijfers begin 2012 zijn de voorlopende economische indicatoren recent wat verslechterd; vooral de industriële productie verzwakte. Niettemin verhoogde de centrale bank haar referentierente in mei omdat de inflatie zo'n 4% bedraagt, terwijl het beoogde percentage 2,5% bedraagt. Een vertraging van de bouwnijverheid zou weinig verrassend zijn, aangezien heel wat openbare investeringsprojecten werden opgestart door het nakende Euro 2012-kampioenschap. Al is het gedaald tegenover vorig jaar, toch zal Polen met een groeivoorspelling van 2,7% de rest van Europa nog steeds het nakijken geven. De binnenlandse vraag blijft de belangrijkste groeimotor, maar de focus zal vermoedelijk verder van consumptie naar investeringen verschuiven: doordat de Poolse bedrijven aan de top van hun capaciteitslimieten zitten, zitten de investeringen in de lift.

Het Poolse tekort op de lopende rekening was de voorbije jaren stabiel op zo'n 2-3% van het bbp, een daling tegenover de 5% van 2007-08 en grotendeels gefinancierd door inkomende buitenlandse investeringen. Bovendien is het Poolse tekort, dankzij de sterke groei van de diensten en goederenexport – in het kielzog van de sterke Duitse economie – de voorbije maanden gedaald. Aangezien wordt verwacht dat die tendens zich zal doorzetten, zou het Poolse externe tekort verder inkrimpen tot minder dan 2% van het bbp. Ook de sterke stijging van de EU-transfers – die dit jaar 2% van het bbp zullen bedragen, twee keer het peil van 2009 – helpt het tekort te beperken. In feite zal Polen in de EU-begrotingsperiode 2007-13, 67 miljard euro ontvangen aan uitgaven via de EU-structuurfondsen, terwijl de begroting 2014-20 Polen nog eens 67-82 miljard euro aan Europese uitgaven kan opleveren.

PolenOekraine_Graph3NL

PolenOekraine_Graph4NL

Het Oekraïense bbp steeg vorig jaar 5,2%, maar het groeitempo helde zwaar over naar de binnenlandse consumptie en dat blijft zo door de zwakke export en investeringen. In vergelijking met het laatste kwartaal van 2011 kromp de economische activiteit met 0,3% in de eerste drie maanden van 2012. Op jaarbasis betekent dit dat de groei van 4,7% in 4K2011 is gedaald naar 1,8% in 1K2012.

Vóór de crisis van 2008-09 kende Oekraïne een sterke economische groei, maar de instellingen bleven zwak. Van 2000 tot 2007 bedroeg de reële bbp-groei gemiddeld 7,5% van het bbp. Tegelijk namen de kwetsbaarheden in de betalingsbalans en de banksector toe. Met de hoge staalprijzen en de gasimportprijzen die nog steeds ver onder de prijzen van de wereldmarkt zaten, werd Oekraïne nauwelijks gestimuleerd om iets te doen aan de enorme energie-inefficiëntie van zijn industrie. In 2007 was de lopende rekening echter al sterk verslechterd doordat de import de hoogte was ingejaagd door een krediet- en vastgoedhausse en een oververhittende economie. De wanverhoudingen in de privésector verbreedden scherp; de leningen in vreemde valuta waren goed voor bijna 60% van de totale leningen, die vaak werden gegeven aan ontleners zonder inkomsten in vreemde valuta, en de bankfinancieringen moesten steeds meer op kortlopende buitenlandse leningen vertrouwen. Tegelijk wakkerde het zeer expansieve beleid van de overheid de consumptie verder aan en droeg het bij tot de verslechterende lopende rekening.

Door die accumulatie van zwakke punten was Oekraïne een van de landen die het hardst werd getroffen door de wereldwijde economische en financiële crisis. De staalprijzen namen een duik van 80% en Rusland verhoogde de gasprijzen, wat tot een crisis leidde voor de betalingsbalans. De kapitaalstromen keerden abrupt om en de druk op de munt werd versterkt door het afnemende vertrouwen in het banksysteem en het barsten van de vastgoedzeepbel. Ondanks de lage overheidsschuld stak er snel een fiscale crisis de kop op door de felle krimp van de economie – het reële bbp van Oekraïne verloor maar liefst 15% in 2009 –, de realisatie van latente verplichtingen en de moeilijke toegang tot de markt.

Daardoor moest Oekraïne bij het IMF aankloppen voor steun om zijn geaccumuleerde dubbele tekort te financieren. Aan steun van het IMF zijn echter altijd voorwaarden verbonden en het programma verzandde in de herfst van 2009, omdat het engagement volledig verdween in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2010. Terwijl na de verkiezingen een nieuw programma werd opgestart, raakte ook dat snel van de rails, doordat politiek kortetermijngewin alle andere overwegingen tenietdoet.

Dit en volgend jaar moeten aanzienlijke bedragen worden terugbetaald aan het IMF, wat de financieringsbehoeften van het land opdrijft, vooral nu het tekort op de lopende rekening onlangs opnieuw is verbreed. Dat laatste kwam vorig jaar op 5,6% van het bbp en zal dit jaar naar verwachting verder verbreden. Nu de toegang tot de privékapitaalmarkten gesloten is en het IMF-programma is opgeschort, dreigt de Oekraïense betalingsbalans opnieuw zwaar in een crisis terecht te komen.

Voor nieuwe IMF-steun ziet het er niet meteen goed uit. Doordat zijn voorwaarden herhaald niet werden nageleefd, houdt het IMF het been stijf en legt het diverse voorwaarden op vooraleer er verdere financiële steun kan worden gegeven. De belangrijkste meningsverschillen zijn een scherpe verhoging van de binnenlandse gasprijzen tot kostendekkende niveaus en een flexibeler wisselkoersbeleid, wat hoogstwaarschijnlijk tot een aanzienlijke daling van de  grivna zou leiden. In een poging om de binnenlandse gasprijzen niet te moeten verhogen, heeft de Oekraïense overheid vorig jaar al zijn hoop gevestigd op een gunstigere gasimportprijs van Rusland (zie hieronder).

De prijs voor lagere gasprijzen

Kiev is sterk afhankelijk van de steeds duurdere gasimport van zijn oosterbuur en heeft zwaar onderhandeld om korting te krijgen. Onder het bestaande tienjaarcontract betaalt Oekraïne dit jaar zo'n $415 per 1000 m³ aardgas, een van de hoogste prijzen voor Russisch gas in Europa. Rusland heeft het vooruitzicht op een goedkopere gastoevoer gebruikt om Oekraïne ertoe aan te sporen toe te treden tot zijn douane-unie met Kazachstan en Wit-Rusland en het land te dwingen de controle over zijn strategische gasdoorvoernetwerk af te geven. Door dat net loopt momenteel zo'n 80% van de totale Russische gasexport naar de EU en het is Oekraïne's enige troef in zijn onderhandelingen met Rusland. Maar Gazprom kondigde aan dat het zowat de helft van de gasexport die door Oekraïne loopt zal omleiden via zijn Nord Stream-pijplijn en het Wit-Russische net.

Daarmee verliest Oekraïne de kleine onderhandelingsmacht die het had over Rusland. Vooral doordat Gazprom weldra een definitieve beslissing zal nemen over de start van de bouw van South Stream, een duur en theoretisch onnodige pijplijn die om Oekraïne heen zou lopen via de Zwarte Zee en operationeel kan zijn tegen 2015. Bijgevolg kan Moskou rustig afwachten en ervan uitgaan dat Oekraïne uiteindelijk niet anders zal kunnen dan zwichten voor zijn eisen. De recente ervaring van buur Wit-Rusland kan daarbij als waarschuwing dienen. Gedwongen door een diepe financiële crisis moest Minsk de volledige controle over zijn pijplijnsysteem overdragen aan Gazprom. In ruil zorgde Rusland voor financiële steun en kreeg het land de laagste gasprijs van Europa: $166 per 1000 m³. Aan goedkoop gas hangt dus een prijskaartje voor landen als Wit-Rusland en Oekraïne: een zwaar verlies van soevereiniteit en economische onafhankelijkheid. Tijdens zijn verkiezingscampagne zei de Russische president Poetin overigens dat hij van de re-integratie van de post-sovjetruimte een prioriteit wil maken.

Voorlopig zijn de Russische eisen een brug te ver voor de Oekraïense politici, die een electorale opdoffer verwachten als de controle over het doorvoersysteem uit handen zou worden gegeven. Toetreden tot de douane-unie zou ook betekenen dat de handelsakkoorden met de EU van tafel worden geveegd. Maar Oekraïne heeft er alle belang bij om liever vroeg dan laat een compromis te bereiken, want de onderhandelingspositie zal alleen maar verzwakken. Hoogstwaarschijnlijk zal Kiev tijd winnen en een overeenkomst uitstellen tot na de verkiezingen in oktober.

De situatie op het politieke front

De economische stabiliteit heeft de politieke stabiliteit gestimuleerd, en Polen gaf heel wat West-Europese landen en ook het immer zieltogende Oekraïne het nakijken. De veerkrachtige economie leidde premier Tusks Burgerplatform tijdens de verkiezingen in oktober naar de overwinning, waardoor hij kon doorgaan met zijn centrumcoalitie. Voor het eerst werd in het moderne Polen een zittend premier herverkozen, een teken dat de Poolse politiek volwassen wordt – iets wat ook blijkt uit de vlotte machtsoverdracht na de dood in 2010 van president Lech Kaczynski en een reeks andere hogere functionarissen in een vliegtuigcrash. Zijn historische tweede termijn geeft Tusk de mogelijkheid om goed te maken wat velen als de grootste tekortkoming van zijn eerste termijn gingen zien: het feit dat hij geen politiek moeilijk liggende structurele hervormingen kon doorvoeren. Vorige maand drukte Tusks regering pensioenhervormingen door, zoals een gefaseerde verhoging van de pensioenleeftijd voor zowel mannen als vrouwen tot 67. Die heel onpopulaire pensioenhervormingen, die op zwaar verzet stootten van de oppositie en de vakbonden, zullen op lange termijn helpen om de staatsfinanciën gezond te houden. Door politieke kortetermijnbelangen aan de kant te schuiven en hervormingen door te voeren waarvan enkel de opvolgers de vruchten zullen plukken, heeft de regering-Tusk ook aangetoond dat ze de problemen durft aan te pakken die achter de degelijke economische prestaties verscholen blijven.

Het contrast met Oekraïne is tekenend. Toen hij de toenmalige premier Joelija Timosjenko twee jaar geleden versloeg in wat de eerste vrije en eerlijke verkiezingen werden genoemd, zei de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj dat hij het land wou moderniseren, een kruistocht wilde starten tegen de corruptie en van Oekraïne een paradijs voor investeerders wilde maken. Voorlopig is daar nog niet veel van te merken. De aangekondigde hervormingen zijn maar deels geïmplementeerd en het grootste deel moet zelfs nog worden doorgevoerd. De regering verandert misschien wel in Oekraïne, maar het beleid eigenlijk niet. Hetzelfde zagen we in 2004 na de Oranjerevolutie, toen de wetten en instellingen amper veranderden, ondanks internationale hoop en stimuli in die richting.

Terwijl de chronische politieke instabiliteit Oekraïne met een kortzichtig beleid opzadelt, lijkt het recent zelfs nog bergaf te gaan. Sinds hij president werd, heeft Janoekovitsj de macht gebundeld in de handen van ‘de Familie’, zoals zijn entourage vaak wordt genoemd, wat de broze Oekraïense democratie op een gevaarlijke koers zet in de richting van een autoritair regime naar Russisch voorbeeld. Hij versterkte de macht van de president door terug te keren naar een vorige grondwet, hij vertraagde de lokale verkiezingen en begon politieke tegenstanders uit de weg te ruimen door gerechtelijke acties. De opvallendste daarvan is zonder enige twijfel Joelija Timosjenko, wier ‘eliminatie’ tot steeds meer internationale kritiek leidt.

Timosjenko werd vorig jaar tot zeven jaar cel veroordeeld op basis van twijfelachtige beschuldigingen van machtsmisbruik in verband met gascontracten die ze in 2009 als premier sloot met Rusland. Recente berichten dat ze in de gevangenis wordt mishandeld, ontketenden een storm van verontwaardiging in de EU-landen. De Duitse kanselier Angela Merkel noemde Oekraïne zelfs een dictatuur, een omschrijving gewoonlijk voorbehouden voor Wit-Rusland. Diverse Europese leiders zeiden ook al dat ze in Oekraïne geen wedstrijden zullen bijwonen tijdens Euro 2012 – Kiev is de gaststad voor de finale. De politieke boycot op hoog niveau dwong Oekraïne vorige maand al om een Oost-Europese top af te gelasten.

Tegelijk zit Europa nog met de nauwste en diepste samenwerkingsovereenkomst  die ze ooit heeft afgesloten met een voormalige sovjetstaat, die ook aanzienlijke financiële voordelen inhoudt. De voorbije maanden werden zowel een associatieovereenkomst als een diep en uitgebreid vrijhandelsverdrag afgesloten, maar de ratificering ervan wordt uitgesteld tot Kiev vooruitgang boekt in een aantal sleuteldossiers: het einde van een selectieve justitie (en dus de vrijlating van Joelija Timosjenko), de garantie dat de parlementsverkiezingen in oktober vrij en eerlijk verlopen en grondigere hervormingen. Aangezien de verkiezingen gepland zijn voor oktober en haar populariteit door haar martelaarschap een hoge vlucht heeft genomen en zijn eigen populariteit is gekelderd, zal Janoekovitsj wel tweemaal nadenken vooraleer hij de voormalige heldin van de Oranjerevolutie vrijlaat. Zijn aartsrivaal achter de tralies gooien, is een kapitale fout gebleken die een proces in gang heeft gezet dat hij niet langer onder controle heeft. Hij zou misschien nog zijn gezicht kunnen redden door haar naar het buitenland te sturen voor de behandeling van haar hernia.

De toestand in de financiële sector verklaart goeddeels de economische situatie in beide landen

Onder invloed van een algemene bezuinigingstrend in MOE zouden de West-Europese banken – die ongeveer twee derde van de Poolse banksector controleren –, doordat ze worden verplicht hun kapitaalvereisten te verbeteren, ervoor kunnen kiezen winstgevende Poolse activiteiten te verkopen om hun balansen op te schonen. Dat zou de huidige consolidatie in de sector versnellen en de positie van de binnenlandse banken verbeteren. Aangezien de Poolse goed gekapitaliseerde banken heel winstgevend zijn, valt veel interesse te verwachten van sterke internationale bankgroepen. Onder druk van de Poolse regulator hebben veel banken het de laatste tijd echter moeilijker gemaakt om een lening te krijgen.

Tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis eind 2008 waren de uitstroom van kapitaal en de liquiditeitsproblemen voor de Poolse banken beperkt. De liquiditeit hangt grotendeels af van deposito's en dat helpt om externe schokken op te vangen. Zorgwekkender zijn misschien de 700.000 Polen die vóór de crisis hypotheken in Zwitserse frank hebben opgenomen, omdat dat een interessante oplossing leek door de lagere rentevoeten en de stijgende zloty op dat moment. Terwijl de verzwakte zloty uiteraard de Poolse exportpositie versterkt, kan dat ook de terugbetaling van de hypotheken in gevaar brengen. Maar in tegenstelling tot vele andere landen in MOE – en Oekraïne is daarbij waarschijnlijk het opmerkelijkste voorbeeld – hadden de Poolse banken hun doelgroep hiervoor terecht gezocht bij de vermogende klanten. Dat verklaart mee waarom Polen tijdens de crisis van 2009 de dans grotendeels kon ontspringen en waarom de wanbetalingen nog altijd hoger liggen voor de hypotheken in zloty dan voor die in vreemde valuta.

De blauwdruk van het Oekraïense financiële systeem ziet er totaal anders uit. De banksector was een van de heel weinige sectoren met buitenlandse spelers. In de jaren 2000 kende Oekraïne een krediethausse, net als vele andere landen in de regio. De verhouding krediet op bbp sprong van minder dan 10% naar bijna 80% toen de buitenlandse banken goedkope externe liquiditeit naar Oekraïne lieten stromen. De financiële crisis van 2008 liet de Oekraïense banksector achter met een pijnlijke kater. De IMF-steun stabiliseerde de situatie in de sector, maar de probleembanken zijn nog niet helemaal de wereld uitgeholpen. Volgens gegevens van de Nationale Bank bedragen de dubieuze leningen 20% van de totale activa, terwijl de zogeheten 'problematische' leningen op 50% staan. Een nieuwe economische crisis zou heel wat banken bijgevolg een nieuwe, fatale klap toebrengen en het valt nog af te wachten of buitenlandse moederbanken hun dochterbanken (opnieuw) zouden herkapitaliseren, aangezien ze zelf al hun eigen problemen hebben en gezien de eerdere ervaringen in Oekraïne.

De Nationale Bank van Oekraïne (NBO) verdedigt een strikte wisselkoers, omdat ze de grivna dicht bij 8UAH/USD probeert te houden. Deze strategie brengt een hoog liquiditeitsrisico met zich mee, omdat zware ingrepen om de grivna te beschermen, resulteren in een snelle uitputting van de internationale reserves van de NBO. Momenteel zijn de Oekraïense reserves goed voor drie maanden import, wat de NBO de mogelijkheid zou geven de huidige koers van de grivna te vrijwaren tot aan de verkiezingen in oktober, al is een depreciatie onvermijdelijk.

Polen laat de zloty daarentegen vrij fluctueren. (Nog) niet in de eurozone zitten, was een zegen voor Polen, omdat een eigen munt een land externe schokken helpt op te vangen. De zwakkere zloty heeft de Poolse economie in 2008-09 beschermd. Ondanks sterke economische cijfers verloor de zloty 15% tegenover de euro in de tweede helft van 2011, doordat het algemene vertrouwen in de regio verslechterde naarmate de eurocrisis de kop opstak en door de problemen in Hongarije. Sinds januari heeft de zloty terrein herwonnen, een weerspiegeling van de liquiditeit die de ECB massaal in de Europese banken heeft gepompt. Toch heeft de nieuwe escalatie van problemen in de eurozone die opwaartse tendens tot staan gebracht.

PolenOekraine_Graph5NL

Openbare financiën: de gevolgen van 2008-09

De regering-Tusk heeft van de openbare financiën haar grootste prioriteit gemaakt. In 2007 bereikte het begrotingstekort een dieptepunt van 1,9% van het bbp, om vervolgens naar 7,8% te stijgen in 2010, toen de overheid volop de uitgaven stimuleerde. Vorig jaar werd dat dankzij de sterke economie teruggedrongen tot 5,1%. De Poolse overheid herhaalde onlangs haar ambitieuze plan om het tekort dit jaar terug te dringen tot 2,9% – en uit EU-procedure voor te grote tekorten te stappen – en het dan geleidelijk aan terug te brengen tot 0,9% van het bbp tegen 2015. Hoewel de daling van de openbare investeringen voor Euro 2012 zal helpen, lijkt een tekort van 3-3,5% waarschijnlijker.

De overheidsschuld steeg van 45% van het bbp in 2007 naar bijna 55%. Polen heeft drie opeenvolgende wettelijke schuldendrempels: 50%, 55% en 60% van het bbp, en aan elke drempel zijn zwaardere verplichtingen verbonden voor de overheid om het tekort terug te dringen. Polen heeft ook een regel over de uitgaven die de stijgingen van niet-verplichte uitgaven beperkt tot 1% in reële termen. Deze mengeling van schuldkatalysatoren en uitgavenregels verschaft voldoende zekerheid over de houdbaarheid van de Poolse openbare financiën, terwijl ze voldoende budgettaire speelruimte laat tijdens een vertraging van de economische groei, zoals de voorbije jaren is gebleken. Het hoeft dan ook weinig te verrassen dat Warschau absoluut geen problemen heeft ondervonden om zijn schulden te plaatsen. Begin 2012 had Polen al ongeveer een vijfde van zijn totale schuldvereiste voor dit jaar weten te plaatsen. Dat wordt weerspiegeld in het rendement op de Poolse overheidsobligatie op 10 jaar, dat de voorbije jaren stabiel is gebleven en momenteel zo'n 5,5% bedraagt.

Aan de oppervlakte lijken de openbare financiën van Oekraïne in goeden doen, maar als we wat dieper kijken, zien we iets totaal anders. De crisis van 2008-09 heeft de Oekraïense openbare financiën zwaar op de proef gesteld. Met 40% van het bbp is de overheidsschuld beperkt, niettemin staat ze drie keer zo hoog als in 2007. Verder heeft Kiev het moeilijk om zijn externe schulden te herplaatsen. Het begrotingstekort werd verlaagd van meer dan 6% in 2009 naar minder dan 3% van het bbp, maar de verliesgevende staatsbanken en -bedrijven maken de werkelijke situatie minder rooskleurig. Bovendien heeft de Oekraïense regering de sociale uitgaven opgetrokken om haar kansen met het oog op de nakende verkiezingen te verbeteren – terwijl de staatsinvesteringen extreem laag staan, ondanks de vele knelpunten in de openbare infrastructuur. Die hogere uitgaven, 16% boven de originele begroting, zouden het tekort aanzienlijk kunnen opdrijven tegenover vorig jaar. Aangezien de overheid al financieringsproblemen heeft, zou dat meer problemen kunnen veroorzaken en de overheid ertoe kunnen aanzetten om haar beleid vóór de verkiezingen opnieuw te herzien.

Aangezien de NBO het begrotingstekort wil financieren door de aankoop van schatkistcertificaten, zal Oekraïne waarschijnlijk nog kunnen blijven aanmodderen tot na Euro 2012 en de verkiezingen van oktober. Terwijl het daar waarschijnlijk de buitenlandse reserves voor heeft, bestaat niettemin het risico dat de reserves uitgeput raken, met een crisis tot gevolg. Dat zal onvermijdelijke aanpassingen zoals een stijging van de binnenlandse gasprijzen des te pijnlijker maken als ze uiteindelijk worden uitgevoerd en  een grotere rem zetten op de economische activiteit.

De indicatoren van de bedrijfsomgeving sommen het allemaal op

Als we Oekraïne en Polen met elkaar vergelijken vanuit het standpunt van de belegger, komt Oekraïne er bekaaid van af. De zakelijke omgeving in het land wordt ondermijnd door een zwakke ordehandhaving en een gebrek aan onafhankelijke rechtbanken. Terwijl Polen veel hoger staat in de internationale rangschikkingen, is er zeker nog steeds ruimte voor verbetering in vergelijking met heel wat andere EU-landen. Overdreven bureaucratie wordt doorgaans beschouwd als het belangrijkste obstakel voor het beleggingsklimaat in het land. Polen kampt ook nog steeds met het feit dat er geen nationaal snelwegnet is en met een algemeen probleem van knelpunten in de infrastructuur. In de aanloop naar het Europese voetbalkampioenschap haastte de overheid zich om de belangrijkste infrastructuurprojecten af te werken. De hogere Europese fondsen zouden moeten helpen om in het komende decennium komaf te maken met dat probleem.

PolenOekraine_Graph6NL

Conclusie

Oekraïne is al twintig jaar onafhankelijk, maar moet op vele manieren nog altijd aan zijn transitie beginnen. Terwijl de onophoudelijke politieke intriges uitstekend voer zijn voor politieke thrillers, mag de cynische politieke situatie als 's lands grootste zwakte worden beschouwd, omdat ze ervoor zorgt dat de dieperliggende problemen niet kunnen worden aangepakt. Aangezien er weinig actie is ondernomen sinds het noodlot eind 2008 toesloeg, is Oekraïne nu slecht voorbereid als er opnieuw externe druk zou komen. Dat het zich voortdurend op tijdelijke oplossingen werpt, zal de uiteindelijke hervormingsmaatregelen alleen maar drastischer en pijnlijker maken. Zonder een lagere importprijs voor gas, zullen waarschijnlijk zowel het begrotingstekort als het tekort op de lopende rekening toenemen dit jaar, omdat we kunnen uitgaan van een zwakke buitenlandse vraag en van een stilstand in het beleid gezien de verkiezingen in oktober. Het land herstelt nog van de laatste crisis, en er lijken nog meer problemen in de maak, vooral aangezien de overheidsfinanciën en de banken de vorige schokken nog niet hebben verteerd en nu veel zwakker staan dan vóór de crisis van 2008-09. De IMF geeft voorlopig geen leningen meer en de deuren van de kapitaalmarkten zijn gesloten, dus er zal toch iets moeten gebeuren.

Bovendien zal het Europese voetbalkampioenschap alleen maar benadrukken hoe groot de verschillen zijn met het andere gastland, Polen, een land dat het de voorbije twee decennia veel beter heeft gedaan. Polen heeft een van Europa’s sterkste groeicijfers en staat bekend als een veilige haven in Midden- en Oost-Europa, dankzij zijn evenwichtige economie en stabiele politieke vooruitzichten. De economie zal dit jaar veerkrachtig blijven. In vergelijking met 2008 heeft Polen minder budgettaire manoeuvreerruimte. Een verdere escalatie van de crisis in de eurozone zou de Poolse overheid daarom moeilijker kunnen afweren via fiscale stimuli. De consumptie door particulieren lijkt echter stevig verankerd en in staat om bij externe problemen ruggensteun te bieden, zoals het dat de voorbije jaren ook heeft gedaan.

Analyst: The Risk Management Team, f.thiery@credendogroup.com