Risicofactoren en vooruitzichten

Qatar geniet sterke economische groei, een aanvaardbaar inflatieniveau en aanzienlijke overschotten op de begroting en de lopende rekening. Bovendien bevordert continuïteit van beleid de politieke stabiliteit, terwijl belangrijke buitenlandse activa – die opgebouwd werden dankzij overvloedige olie- en gasvoorraden – de macro-economische stabiliteit ondersteunen.

In combinatie met het redelijke niveau van externe kortetermijnschuld verklaart dit waarom Credendo Group het kortlopende politieke risico van Qatar als zeer beperkt beschouwt (categorie 1 op een schaal van 1 tot 7). Op langere termijn ziet Credendo Group bijkomende risico's in de hoge bruto externe schuld (ook al heeft Qatar in totaal meer buitenlandse vorderingen dan schulden) en kwetsbaarheid voor olie- en gasprijzen (ook al wordt er ingezet op diversificatie van de economie). Vandaar een iets minder positieve evaluatie van het politieke risico op middellange termijn (categorie 3).

Tot slot ziet Credendo Group een beperkt structureel commercieel risico in Qatar (categorie A op een schaal van A tot C). Los van een sterke economische groei behoren de beschikbaarheid van krediet voor de privésector tegen een beperkte kostprijs en de duurzame wisselkoerskoppeling van de Qatarese rial aan de US dollar tot de positieve punten. Als negatief punt valt op te merken dat het ondernemingsklimaat nog voor verbetering vatbaar is.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Binnenlandse stabiliteit
  • Sterke groei
  • Overvloedig aanwezige grondstoffen
  • Ruime financiële reserves

Contra's

  • Gebrek aan transparantie
  • Kwetsbaar voor geopolitieke spanningen
  • Afhankelijkheid van olie en gas
  • Hoge externe schuld

Belangrijkste exportproducten

  • Fossiele brandstoffen (81,5% van de ontvangsten op de lopende rekening van 2013), beleggingsinkomsten (4,1%), transportdiensten (3,6%), toerisme (2,2%)

Inkomensgroep

  • Hoog inkomen

Inkomen per capita

  • 85.550 USD

Bevolking

  • 2,2 miljoen

Beschrijving kiessysteem

  • Raadgevende vergadering: de eerste verkiezingen werden - Gebrek aan transparantie herhaaldelijk uitgesteld
  • Gemeenteraden: 4-jarige termijn, volgende verkiezingen gepland voor 2015

Regeringsleider

  • Premier sjeik Abdullah Bin Nasser Bin Khalifa al-Thani

Staatshoofd

  • Emir sjeik Tamim Bin Hamad al-Thani

Beoordeling landenrisico

Rijkdom bevordert binnenlandse stabiliteit

De Golfstaat Qatar wordt geregeerd door de koninklijke familie al-Thani, die al sinds het midden van de 19de eeuw op de politieke voorgrond staat. Zo overleefde de dynastie zowel de Ottomaanse overheersing als de kolonisatie door Groot-Brittannië, waarvan Qatar onafhankelijk werd in 1971. Het huidige staatshoofd van Qatar   is emir sjeik Tamim. Hij kwam aan de macht na de vrijwillige troonsafstand van zijn vader, sjeik Hamad, in juni 2013. Zo’n rimpelloze machtswissel komt zelden voor in de regio (waar de meeste leiders levenslang regeren) en staat ook in contrast met vroegere ervaringen in Qatar. Zelf kwam Sjeik Hamad immers aan de macht na een geweldloze staatsgreep tegen zijn vader, sjeik Khalifa. Niettemin is het onwaarschijnlijk dat interne spanningen binnen de familie al-Thani tot een nieuwe staatsgreep zouden leiden in de nabije toekomst.

Ook grote beleidswijzigingen zitten er niet aan te komen. Sjeik Tamim is al verschillende jaren betrokken bij het besluitvormingsproces en de huidige strategie van het aanhouden van een hoog uitgavenniveau is succesvol gebleken in het vrijwaren van steun voor de regering onder de bevolking. De Qatarese burgers hebben – in tegenstelling tot vele van de buitenlandse arbeiders, die ongeveer 90% uitmaken van de beroepsbevolking van 1,65 miljoen werknemers en vaak in erbarmelijke arbeidsomstandigheden moeten werken – namelijk aanzienlijk voordeel gehaald uit de enorme rijkdom van het land aan fossiele brandstoffen (zie hieronder). De werkloosheid is op een laag peil gebleven en het bruto binnenlands product per capita behoort tot de hoogste ter wereld (zie grafiek).

Graphe1NL_Qatar

Het economische succes heeft de aandacht afgeleid van het gebrek aan politieke participatie in Qatar, dat de 136ste plaats bekleedt op een totaal van 167 landen en geclassificeerd wordt als 'autoritair regime' in de democratie-index van de “Economist Intelligence Unit”. Georganiseerde oppositiegroepen zijn verboden en tot nu toe vonden er enkel verkiezingen plaats op het gemeentelijke niveau. Hoewel de grondwet, die in 2003 bij volksreferendum aangenomen werd, vereist dat twee derde van de leden van de raadplegende vergadering worden aangeduid via algemene verkiezingen, vond een dergelijke stembusslag nooit plaats. Deze werd recent nog uitgesteld bij het aantreden van de nieuwe emir in 2013.

Klein land, grote geopolitieke belangen

De greep op de macht van de familie al-Thani steunt niet enkel op een royaal uitgavenbeleid, maar tevens op hulp voor de politieke islam in het buitenland. De steun aan islamistische groeperingen in Egypte, Libië en Syrië heeft de binnenlandse kritiek op het 'buitensporig Westerse' ontwikkelingsbeleid van de emirs inderdaad op doeltreffende wijze doen verstommen.

Het actieve buitenlandbeleid van Qatar zet echter heel wat druk op de betrekkingen met buurlanden Saudi- Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), die deze islamistische groeperingen als een serieuze bedreiging voor hun binnenlandse stabiliteit beschouwen. Recente ontwikkelingen zoals de neergang van het regime van de Moslimbroederschap in Egypte en de door de VS geleide interventie tegen Islamitische Staat in Syrië en Irak tonen aan dat Qatar zijn hand mogelijk heeft overspeeld. Dit erkennende, alsook teneinde de betrekkingen met de VS veilig te stellen (zie hieronder) en aantijgingen als zou zijn land terrorisme sponsoren te weerleggen, toonde sjeik Tamim zich recent gewilliger om de leidersrol in regionale veiligheidskwesties aan Saudi-Arabië te laten.

Voorlopig heeft dit een gunstige invloed op de samenwerking binnen de Samenwerkingsraad van de Golf (SRG) – waarin naast Saudi-Arabië, de VAE en Qatar ook Koeweit, Bahrein en Oman zetelen – maar wegens tegenstrijdige belangen zullen de spanningen waarschijnlijk weer de kop opsteken in de toekomst. Een mogelijk twistpunt is de huidige instabiliteit in Libië, alwaar de nationalisten gesteund worden door de VAE en de islamisten gefinancierd worden door Qatarese geldschieters. Toegenomen spanningen zouden kunnen leiden tot handelsverstoringen en tot de benadeling van Qatarese bedrijven in andere landen van de SRG, maar het blijft zeer onwaarschijnlijk dat de geschillen zouden escaleren tot een militair conflict.

Voornamelijk omdat Qatar en Iran samen het grootste gasveld ter wereld delen (zie hieronder), worden de bilaterale betrekkingen tussen beide landen gekenmerkt door pragmatisme. Dat betekent echter niet dat Qatar immuun zou zijn voor de spanningen tussen Iran en de SRG-leden – waaronder vooral Saudi-Arabië – die de Perzische militaire ambities en potentiële opruiende invloed op hun sjiitische minderheden met argusogen bekijken. Zo blijft de Qatarese economie kwetsbaar voor verstoringen van het vrachtvervoer in de Straat van Hormuz, die gebruikt wordt als transportroute voor circa een vijfde van de wereldhandel in olie en vloeibaar aardgas (LNG).

Algemeen gesproken weerspiegelt het geopolitieke optreden van Qatar zijn verlangen om meer internationale invloed te vergaren en zo te verhinderen dat Saudi-Arabië of Iran een te dominante regionale positie verwerven. Het land heeft zich daarom actief gepositioneerd op politiek vlak, niet enkel door buitenlandse islamistische oppositiegroepen te ondersteunen in het zog van de Arabische opstanden van 2011, maar ook door op te treden als bemiddelaar in verschillende conflicten (Libanon, Palestina, Pakistan en Jemen). Bovendien heeft Qatar getracht om internationale status te verwerven door middel van strategische investeringen. In dat verband heeft de grondstoffenrijkdom de kas gespekt van het staatsinvesteringsfonds Qatar Investment Authority (QIA), dat nu aandelen bezit in verschillende toonaangevende Westerse en Aziatische bedrijven (Barclays, Volkswagen, Shell...). De fondsen van de familie al-Thani speelden ook een belangrijke rol in de opkomst van televisiezender Al Jazeera, die gevestigd is in Doha.

Alles bij elkaar genomen loopt Qatar weinig externe risico's. Dit wordt grotendeels verklaard door alsmaar hechtere strategische betrekkingen met de VS, die bestand bleken tegen de bezorgdheid over Qatarese steun aan buitenlandse islamisten. Qatar herbergt belangrijke militaire basissen van de VS en treedt op als hun bondgenoot in de regio. In ruil hiervoor garandeert de VS de veiligheid.

Gasgedreven groeimachine

Qatar heeft de voorbije tien jaar fenomenale economische resultaten opgetekend. Het reële bbp is jaarlijks met gemiddeld 12% gegroeid en als gevolg hiervan is het land uitgegroeid tot een van de rijkste ter wereld. Ondertussen is de inflatie enorm gedaald onder invloed van gedaalde huurprijzen, en dit ondanks de combinatie van sterke groei en een accomoderend monetair beleid, dat dat van de VS volgt om de koppeling van de rial aan de dollar te vrijwaren in de context van een relatief open kapitaalrekening. Terwijl het inflatiepercentage in 2008 nog meer dan 10% bedroeg, is het nu gedaald tot onder de 3% en ziet het ernaar uit dat de inflatie ook de komende jaren laag zal blijven. Dat laatste ondanks een kans op enige oververhitting van de economie (zie hieronder).

Qatars buitengewone rijkdom heeft alles te maken met de overvloedig aanwezige grondstoffen. Zo bezit het land olie en is het aangesloten bij het OPEC-kartel. Volgens de US Energy Information Administration was Qatar de 14de olieleverancier ter wereld in 2013, met een productie van iets meer dan 2 miljoen vaten olie per dag. Tegen dit outputniveau zouden de bewezen voorraden nog om en bij de 33 jaar meegaan. Toch verbleekt deze olierijkdom in het niets tegenover de enorme aardgasreserves van het land, dat op dit vlak enkel Rusland en Iran moet laten voorgaan (zie grafiek). Als de gasproductie van het land op het niveau van 2012 zou blijven, toen Qatar wereldwijd de zesde grootste producent van aardgas was, zouden deze voorraden nog altijd meer dan anderhalve eeuw meegaan.

Graphe2NL_Qatar

De gasproductie is de voorbije twintig jaar nagenoeg continu blijven stijgen. Maar hoewel ze nog verder zou kunnen worden opgedreven, zal de output naar verwachting stagneren na 2015. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan het moratorium dat Qatar in 2005 ingesteld heeft voor nieuwe projecten in het Noordveld, om zich de tijd te geven om een optimale strategie te ontwikkelen voor de ontginning van het veld. De relevantie van deze maatregelen wordt duidelijk als men er rekening mee houdt dat het Noordveld, gelegen in de Perzische Golf en gedeeld door Qatar en Iran, de grootste conventionele gasreserve ter wereld vormt.

Olie en gas zijn van vitaal belang voor Qatar. Dit wordt ook aangetoond door het feit dat de sector van de   fossiele brandstoffen goed is voor ongeveer de helft van het bbp, meer dan 80% van de ontvangsten op de lopende rekening en bijna twee derde van de overheidsinkomsten. Maar hoewel de sector de voorbije jaren voordeel haalde uit de hoge grondstoffenprijzen, laten de gevolgen van het moratorium zich voelen. Sinds 2012 is de jaarlijkse economische groei nauwelijks boven 6% van het bbp uitgestegen. Hoewel dit nog steeds een  gezond cijfer is, ligt het meer dan de helft lager dan het groeipercentage tijdens de zes voorgaande jaren.

De afhankelijkheid van Qatar ten aanzien van fossiele brandstoffen leidt natuurlijk ook tot bezorgdheid over de recente daling in olie- en gasprijzen. Toch zijn de financiële risico's op korte termijn gering doordat de impact getemperd zal worden door de grote reserves (de output kan verhoogd worden), de lage productiekosten, de diversificatie van de exportmarkt (het meeste gas wordt geëxporteerd naar Azië en Europa, waar de gasprijzen veel hoger gebleven zijn dan in de VS), voordelige langetermijncontracten (tegen relatief hoge prijzen en met gegarandeerde hoeveelheden) en aanzienlijke financiële buffers (zie hieronder). Dit gezegd zijnde zullen lagere prijzen uiteraard wel degelijk een impact hebben op de begrotings- en de handelsbalans, hetgeen de voordelen van grotere economische diversificatie op langere termijn aantoont.

Fiscale steun voor diversificatie-inspanningen

Het moratorium op nieuwe gasontginningsprojecten heeft ertoe geleid dat de economische groei steeds meer gebaseerd is op andere sectoren dan die van de fossiele brandstoffen. Gezien de vooruitzichten van een dalende olieproductie, een vlakke gasproductie en lagere energieprijzen, ziet het er niet naar uit dat dit de komende jaren zal veranderen. Onder de bloeiende sectoren vinden we de bouw, handel, overheidsdiensten en het financiewezen. Maar het zijn vooral de hogere overheidsinvesteringen die de sterke economische prestaties ondersteunen. Dit kadert binnen het ambitieuze plan voor economische diversificatie van de Qatarese overheid, waar ook de succesvolle kandidatuur voor de organisatie van de wereldbeker voetbal in 2022 deel van uitmaakt. De geplande openbare infrastructuurprojecten die voltooid moeten zijn tegen 2022, met naast stadions ook verbeteringen aan de nutsvoorzieningen, een metronetwerk, treinsporen, een internationale luchthaven en een nieuwe zeehaven, hebben een gezamenlijk kostenplaatje van meer dan 100% van het bbp van 2013.

Samen met de lagere olie- en gasprijzen hebben uitgaven van een dergelijke omvang uiteraard een aanzienlijke impact op de overheidsfinanciën. Hoewel de opbrengsten uit energie aanzienlijke begrotingsoverschotten opleverden sinds de eeuwwisseling (met inkomsten die sneller stegen dan uitgaven), daalde dit overschot sterk van 14,4% van het bbp in 2013 tot 9,2% in 2014. Voor 2015 wordt een tekort van 1,5% verwacht en voor 2016 een tekort van 5,3%. De overheidsschuld zal echter in dalende lijn blijven. Aangezien er een nog steeds solide jaarlijkse economische groei van ongeveer 7% verwacht wordt, zou de ratio van de overheidsschuld ten opzichte van het bbp dalen van 30,6% in 2014 naar 24,9% tegen 2016 (zie grafiek). Bovendien blijft de netto overheidsschuld negatief, rekening houdend met de ruime activa van het QIA staatsinvesteringsfonds.

Graphe3NL_Qatar

Niettemin onderstreept het risico op aanhoudende lagere energieprijzen de noodzaak van fiscale consolidatie en diversificatie. De Qatarese leiders erkennen deze noodzaak en hebben bescheiden stappen ondernomen om energiesubsidies en overheidslonen terug te schroeven. Daarnaast willen ze ook het begrotingstekort voor niet- fossiele sectoren wegwerken, onder andere door de belastingsbasis te verbreden en de inkomsten uit beleggingen te stimuleren.

De onzekerheid over het succes van de diversificatie-inspanningen vormt een ander belangrijk risico. Hoewel het een stap in de goede richting is dat de regering van plan is om de verdiensten van geplande projecten te herbekijken, is er meer nodig om de efficiëntie van overheidsuitgaven te verbeteren. De overheidsfinanciën zouden vooral aan duurzaamheid winnen door een allesomvattend managementsysteem voor overheidsinvesteringen en een gedetailleerder begrotingsraamwerk in te voeren.

Om de economische diversificatie aan te moedigen, heeft de Qatarese overheid haar strategie inzake overheidsinvesteringen aangevuld met inspanningen om de financiële markten verder te ontwikkelen. Deels als gevolg van recente verbeteringen wat betreft regulering en toezicht, is het bankensysteem solide gebleven (ook al moesten sommige instellingen kapitaal inzamelen als gevolg van een snelle stijging van uitgegeven leningen). Kredietverlening aan de privésector is sterk blijven stijgen, ook geholpen door een tragere stijging van de kredietverlening aan de overheidssector, die dan weer het gevolg was van voorzichtigheidsrestricties opgelegd door het ministerie van Financiën.

In overeenstemming met de aanbevelingen van het IMF hebben verschillende van dergelijke macroprudentiële beleidsmaatregelen ingang gevonden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de inflatieverwachtingen laag blijven, ook al zou de sterke binnenlandse vraag – op haar beurt verklaard door belangrijke overheidsinvesteringen alsook consumptiebehoeften van de groeiende bevolking – een opwaartse prijsdruk kunnen creëren. Indien er zulke oververhitting zou optreden, wordt er met andere woorden verwacht dat de beleidsmakers gepaste maatregelen nemen, zoals het beter spreiden van de uitgaven doorheen de tijd.

Buitenlandse activa groter dan passiva

Uiteraard heeft ook de betalingsbalans van Qatar voordeel gehaald uit de recente periode van bloeiende productie en prijzen van fossiele brandstoffen. Behalve in 2009, toen het effect van de wereldwijde financiële  crisis zich liet voelen, lag het overschot op de lopende rekening sinds 2001 steeds boven 20% van het bbp. Dit stelde Qatar in staat om buitenlandse activa te verwerven, zoals aangegeven door de sterke uitgaande stroom van buitenlandse directe investeringen (BDI), die in 2013 gelijk was aan 4% van het bbp. Niettemin dreigen de lagere olie- en gasprijzen het overschot de komende jaren snel uit te hollen, terwijl de geplande investeringsgerelateerde import en uitgaande geldtransfers ook niet zullen helpen. Van bijna 31% van het bbp in 2013 is het overschot op de lopende rekening naar schatting gedaald naar 23% in 2014 en zou het verder dalen tot amper 1% in 2015 (zie grafiek). De diversificatie van de export zou een handje kunnen helpen om de huidige volatiliteit van de lopende rekening te beperken, maar hiervoor zijn concurrentiebevorderende maatregelen nodig. Terwijl Qatar een eervolle 16de plaats bekleedde in de vorige competitiviteitsindex van het WEF (en in de regio enkel de VAE moest laten voorgaan), hinkt het nog steeds achterop inzake onderwijskwaliteit en wat betreft het gemak om er een bedrijf op te starten.

Graphe4NL_Qatar

De nadelige evolutie van de energieprijzen leidt ook tot slechtere prognoses voor de externe schuld. De neerwaartse trend die de voorbije twee jaar opgetekend werd, zal omgekeerd worden en tegen eind dit jaar zal de bruto externe schuld naar verwachting weer 87,5% van het bbp bedragen, hetzelfde niveau als op het einde van 2010. De aflossingen van de externe schuld (uitgedrukt in een aandeel van de ontvangsten op de lopende rekening) zullen echter laag blijven en dus blijft het financiële risico beperkt.

Rekening houdend met de buitenlandse activa van Qatar wordt het beeld nog rooskleuriger. De deviezenreserves waren goed voor bijna zes maanden goederen- en dienstenimport op het einde van 2014, een comfortabel peil. Ook al zullen deze reserves naar verwachting gevoelig dalen in de loop van 2015 om de wisselkoerskoppeling van de rial aan de US dollar te verdedigen, toch is het zeer onwaarschijnlijk dat er zich een liquiditeitscrisis zou voordoen. Deze bewering wordt nog versterkt doordat het staatsinvesteringsfonds QIA over een enorme hoeveelheid bijkomende activa beschikt, ook al doet de beperkte transparantie met betrekking tot de balans van het fonds (en statistieken in het algemeen, zoals het IMF aanklaagt) vragen rijzen over zijn liquiditeitsprofiel en activawaardering. Alles bij elkaar genomen is het duidelijk dat de buitenlandse activa de totale externe schuld ruimschoots overtreffen. Qatars nettobezit van buitenlandse activa wordt namelijk geraamd op meer dan 110% van het bbp. Dit doet zijn kwetsbaarheid voor externe schokken kennelijk dalen, maar neemt deze uiteraard niet volledig weg.

Analyst: The Risk Management Team, s.vanderlinden@credendogroup.com