Risicofactoren en vooruitzichten

Roemenië ervaart momenteel een periode van solide economische groei. Dat is vooral te danken aan een florerende binnenlandse vraag, die op zijn beurt wel vaart bij verbeterde omstandigheden op de arbeidsmarkt, lage inflatie, en een aanmoedigend fiscaal en monetair beleid. De export boert ook goed, en gunstige prijscompetitiviteit laat toe om markten aan te boren in steeds meer landen. Bovendien wordt er een heropleving van de kredietverstrekking aan de bedrijven verwacht, terwijl die de laatste twee jaar achterop hinkte. Dit alles beïnvloedt de beoordeling van het systemische commerciële risico in Roemenië op positieve wijze. Anderzijds gaat het zakenklimaat gebukt onder de wijdverspreide corruptie en het volatiele belastingbeleid. Daarom plaatsen we Roemenië in categorie B op een schaal van A tot C.

Het feit dat Roemenië lid is van de Europese Unie (EU) zorgt voor een zeer gunstige beoordeling van het kortlopend politiek risico, categorie 1 op een schaal van 1 tot 7. EU-lidmaatschap betekent immers dat de mogelijkheid van kapitaalcontroles (op lange termijn) zo goed als uitgesloten is en dat er controle is op het gevoerde beleid en de nationale rekeningen. Andere factoren versterken deze positieve visie. Zo overstijgen de deviezenreserves momenteel de kortlopende buitenlandse schuld (die zelf op een relatief laag niveau zit en bovendien voor een aanzienlijk deel bestaat uit intra-bedrijfsschulden). Toch weegt het redelijk hoge niveau van totale buitenlandse schulden op de solvabiliteit van het land, en daarom plaatsen we het politiek risico op middellange tot lange termijn in categorie 3 (eveneens op een schaal van 1 tot 7). Dat gezegd zijnde is zowel het begrotingsdeficit als het tekort op de lopende rekening gedurende de voorbije jaren fel ingekrompen, en gedaald tot een zeer redelijk niveau. Dit heeft ervoor gezorgd dat het land geen slachtoffer werd van de recente kapitaaluitstromen uit opkomende markten. Terugkerende periodes van politieke instabiliteit hebben die positieve veranderingen niet gehinderd, maar zijn wel een rem op de verdere structurele hervormingen die nodig zijn opdat Roemenië zijn achterstand ten opzichte van de andere EU-landen zou kunnen wegwerken.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Klein tekort op de begroting en op de lopende rekening
  • Meer diversificatie in exportproducten en -bestemmingen
  • Goede liquiditeitspositie (deviezenreserves)
  • EU Cohesie- en Structuurfondsen beschikbaar

Contra's

  • Vrij hoge bruto buitenlandse schuld
  • Moeilijk zakenklimaat (gebrekkige corporate governance, corruptie...)
  • Bankensector bedreigd door verschillende risico's
  • Politieke instabiliteit

Belangrijkste exportproducten

  • Motorvoertuigen en -onderdelen (13,3% van de ontvangsten op de lopende rekening), voedingsproducten (8,1%), elektrische industriële machines (7,9%), transportdiensten (6,2%)

Inkomensgroep

  • Hogere middeninkomens

Inkomen per capita

  • 9.050 USD

Bevolking

  • 20 m

Staatshoofd

  • Klaus Iohannis

Kiesstelsel

  • Presidentsverkiezingen: 5-jarige termijn, volgende verkiezingen in 2019
  • Parlementsverkiezingen: 4-jarige termijn, volgende verkiezingen in december 2016

Eerste minister

  • Victor-Viorel Ponta (PSD)

Beoordeling landenrisico

Veelbelovende vooruitzichten voor economische activiteit

Hoewel het land ernstig getroffen werd door de financiële crisis van 2008-2009, heeft de economische activiteit voornamelijk vanaf 2013 weer aan stootkracht gewonnen. Vandaag heeft ze zelfs bijna opnieuw het bbp-niveau van voor de crisis bereikt. Hoewel de private vraag het nu overgenomen heeft, kwam het herstel er oorspronkelijk dankzij sterke exportgroei, zowel van diensten (transport en zakelijke dienstverlening) als van goederen (voedings- en landbouwproducten). Aangezien minder dan 3% van de goederenexport naar Rusland gaat (en 70% naar de EU), heeft de Russische recessie bovendien maar een kleine negatieve impact.

Het aandeel van landbouw in het bbp is in Roemenië hoger dan in alle andere EU landen, en de sector oefent dan ook een belangrijke invloed uit op de totale economische activiteit. Een goede oogst zoals in 2013 kan inderdaad aanzienlijk bijdragen tot economische groei.

In 2015 en 2016 verwacht het IMF gezonde economische groei van respectievelijk 2,7% en 2,9%, voornamelijk dankzij solide particuliere consumptie en opnieuw stijgende investeringen. Verbeterde omstandigheden op de arbeidsmarkt, lage inflatie en BTW-verlagingen zouden de groei van het reëel beschikbaar inkomen immers moeten stimuleren en verklaren de positieve consumptieverwachtingen. Private investeringen worden gestimuleerd door de lage rentevoeten en ook het vertrouwen evolueert positief (de economische vertrouwensindex van de EU bereikte in april 2015 zijn hoogste niveau in zeven jaar). De stijging van de publieke investeringen zal zeer sterk afhangen van het opnamepercentage van de EU-fondsen, dat naar verwachting zal verbeteren. Voor de netto export wordt voorspeld dat die minder zal bijdragen dan in het verleden, omwille van de sterke binnenlandse vraag die ook de invoer stuwt.

NL_Graph1_Romania_June2015

Succesvolle aanpak van grote macro-economische onevenwichten

In de periode voor de globale financiële crisis van 2008-2009 kende Roemenië, net als andere Centraal- en Oost-Europese landen, een snelle groei onder invloed van een krediethausse. Tussen 2001 en 2008 bedroeg de jaarlijkse reële bbp-groei gemiddeld 6,3%. Buitenlandse fondsen – in de vorm van goedkope kredieten die buitenlandse banken ter beschikking stelden aan hun Roemeense filialen en van beleggingen van enthousiaste investeerders – vormden een belangrijke financieringsbron van de hausse. De groeiende binnenlandse vraag (consumptie en investering) resulteerde in een sterke vraag naar buitenlandse goederen en creëerde een groot tekort op de lopende rekening (13,4% van het bbp in 2007). Tegelijkertijd leidde de stijging in publieke investeringen ertoe dat de gezondheid van de overheidsfinanciën erop achteruit ging. Aldus kampte Roemenië met een zogenaamd ‘twin deficit’ (tekorten op zowel de lopende rekening als de begroting) nog voor de globale financiële crisis uitbrak.

De tekorten versterkten de risico-afkeer die opkwam met de crisis. Het sentiment van buitenlandse investeerders en moederbanken ten opzichte van Roemenië keerde om, en er kwamen enorme kapitaaluitstromen op gang. Die resulteerden in een ernstige depreciatie van de leu en de overheid verloor in 2009 de toegang tot de kapitaalmarkten. Om de financieringsbehoeften van het land te dekken werd er een gezamenlijk IMF/EU-programma opgezet voor twee jaar. Dit kwam het vertrouwen sterk ten goede en vanaf midden 2011 was de toegang tot de financiële markten volledig hersteld. Ter ondersteuning van de financiële stabiliteit zegden het IMF en de EU opnieuw steun toe in 2011 en 2013 (in de vorm van kredietlijnen geldig voor twee jaar), en met succes. Roemeniës kredietwaardigheid verbeterde en de economische beleidskoers alsook de lagere financieringskosten voor de overheid bleven gevrijwaard.

Het tekort op de lopende rekening is aanzienlijk gedaald sinds de piek in 2007 (het bedroeg 0,5% in 2014), hoofdzakelijk danzij de sterke rebound van de export. De export van goederen en diensten was in 2014 goed voor 45% van het bbp, tegenover slechts 33% van het bbp in 2007. Analyses suggereren dat prijscompetitiviteit de belangrijkste verklaring vormt voor de sterke prestatie van de goederenexport en voor het grotere marktaandeel. Bovendien exporteert Roemenië nu naar meer verschillende landen, waardoor het geleidelijk aan minder afhankelijk wordt van EU-markten. Deze factoren wijzen op een positieve structurele verandering in de samenstelling van de economische groei.

Onder opeenvolgende leningenprogramma's van internationale kredietverschaffers moesten ook de overheidsfinanciën opgekuist worden. Soberheidsmaatregelen, voornamelijk in de vorm van bezuinigingen (vermindering met een kwart van de lonen in de publieke sector, spectaculaire daling in pensioenen en sociale voordelen, etc.), hebben ervoor gezorgd dat het begrotingstekort teruggebracht kon worden van 7,1% van het bbp in 2009 naar 1,9% in 2014. In 2012 verliet Roemenië de buitensporige-tekortenprocedure van de EU. Toch zal de strategie voor de begrotingsconsolidatie vanaf volgend jaar omgekeerd worden. Een ontwerp van de regering voor een nieuwe begrotingswet (dat in juni zal worden gestemd door het parlement) bevat immers een hele reeks belastingverlagingen zoals een verlaging van de btw-tarieven met 4 procentpunten, lagere accijnzen, de opheffing van belasting op dividenden en de afschaffing van een belasting op speciale constructies. Deze verschuiving is bedoeld om de economische groei te ondersteunen, maar ook om een shift op gang te brengen van de informele naar de formele sector om zo de belastinginning een boost te geven. Hoewel de overheidsschuld mooi onder het in Maastricht bepaalde plafond van 60% van het bbp blijft en de ratio ten opzichte van het bbp de vierde laagste in de EU is, schoot deze toch van 13,4% in 2008 naar 39,8% in 2014.

De bekrachtiging van het ontwerp voor de nieuwe begrotingswet zou de aanvaarding van een nieuw preventief IMF/EU-programma vanaf september 2015 (wanneer het huidige programma afloopt) kunnen bemoeilijken. Dat lijkt eerste minister Ponta echter niet erg te vinden: hij gaf al te kennen geen vernieuwing van dat programma te wensen.

Blijvende externe kwetsbaarheden

Ondanks het feit dat de bruto buitenlandse schuld dalende is sinds 2012, blijft ze relatief hoog (63% van het bbp in 2014). Twee derde van deze totale bruto buitenlandse schuld is bovendien privé, al is het herfinancieringsrisico enigszins beperkt doordat hiervan slechts een vijfde kortlopend is en de helft intra-bedrijfsleningen betreffen. De externe liquiditeit van Roemenië is adequaat, en dit ondanks de recente grote terugbetalingen aan het IMF. De deviezenreserves dekken momenteel meer dan vijf maanden import (waar de standaard risicodrempel drie maanden is).

Een andere zwakte is dat de private sector grotendeels in euro’s opereert (meer dan 50% van de leningen aan de privéondernemingen zijn genoteerd in vreemde valuta). In financieel moeilijke tijden brengt dat grote wisselkoersrisico's met zich mee. De invoering van de euro – die door de Roemeense autoriteiten gepland is voor 2019 – zou het risico op een valutamismatch kunnen uitschakelen. Tijdens een evaluatie in 2014 is gebleken dat Roemenië reeds voldoet aan sommige van de formele economische criteria om toe te treden tot de eurozone (begrotingsdiscipline en rentevoet op lange termijn), maar dat was nog niet het geval voor de criteria m.b.t. wisselkoers- en prijsstabiliteit.

Onlangs werd er voor die laatste twee criteria wel vooruitgang geboekt. De wisselkoers is de laatste twee jaar relatief stabiel gebleven tegenover de euro, en heeft de verschillende periodes van druk op de opkomende markten door de tapering-aankondiging van de Amerikaanse Fed midden 2013 goed doorstaan. De inflatie is aanzienlijk gedaald in 2014, onder meer dankzij dalende olieprijzen, een btw-verlaging op brood en een goede oogst. Momenteel is de inflatie zelfs historisch laag (de geharmoniseerde consumptieprijsindex gaf een jaarlijks wijzigingspercentage van 0,8% aan in maart 2015), vooral in vergelijking met de cijfers van boven de 4% die over het algemeen werden waargenomen tot midden 2013. Dit heeft ruimte gecreëerd voor een versoepeling van het monetaire beleid en ook de rentevoeten bevinden zich nu op een bijzonder laag niveau.

Bankensector gebukt onder oude en nieuwe risico's

De financiële sector is grotendeels in buitenlandse handen: 90% van de totale activa behoren toe aan buitenlandse groepen met voornamelijk Oostenrijks, Frans en Grieks kapitaal. Over het algemeen is het systeem liquide en lijkt het voldoende gekapitaliseerd. Toch heeft de rentabiliteit de laatste jaren te wensen overgelaten omwille van hoge financieringskosten (vooral voor leners met Griekse en Cypriotische moedermaatschappijen) en hoge voorzieningen (die reflecteren dat de sector niet immuun is voor risico's). Vooreerst zijn de buitenlandse moederbanken bezig met het verkleinen van hun exposure aan Roemenië. Die verloopt tot nu toe rustig, maar niettemin zou een versnelde beweging kunnen wegen op de financiële stabiliteit. Ten tweede blijven de 'non-performing loans' hoog, hoewel hun aandeel in de totale leningen in 2014 aanzienlijk teruggebracht is dankzij een actieplan van de Nationale Bank. Het grote (maar steeds kleiner wordende) deel van leningen genoteerd in buitenlandse deviezen blijft een andere bron van gevaar voor de sector. Bovendien zijn er juridische risico's hangende, zoals een reeks rechtszaken met betrekking tot oneerlijke clausules in leningscontracten die onlangs werden aangespannen naar aanleiding van het wetsontwerp voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Een veralgemening van dergelijke rechtszaken zou de stabiliteit van het systeem danig kunnen schaden. Tot slot zouden gebeurtenissen m.b.t. de liquiditeitsproblemen in Griekenland zich kunnen vertalen in financieringsmoeilijkheden bij hun Roemeense filialen, die toch zo'n 15% van de totale bankactiva uitmaken.

De schuldafbouw door buitenlandse moederbanken verklaart deels de daling van de kredieten aan de private sector (zowel huishoudens als ondernemingen) in 2013 en 2014, maar factoren aan de vraagzijde (zoals de schuldafbouw van binnenlandse huishoudens en bedrijven) hebben die trend versterkt.

Nodige hervormingen in overheidsbedrijven en landbouwsector

De Roemeense economie en overheidsfinanciën worden zwaar gehinderd door overgeërfde structurele inefficiëntie zoals governance-problemen en zwakke prestaties in overheidsbedrijven. Hoewel die overheidsbedrijven al heel wat aan belang hebben moeten inboeten, zijn ze wel nog cruciaal in bepaalde sectoren van de economie, zoals energie, post en transport. Driekwart van de publieke bedrijven zijn in handen van lokale overheden en de meeste maken weinig winst, of draaien zelfs verlies (behalve de vier grote staatsbedrijven in de energiesector, die baat hebben gehad bij de deregulering van de elektriciteits- en gassector). In de meerderheid van de overheidsbedrijven heerst er ook een lage arbeidsproductiviteit, een illustratie van de slechte governance. Het hervormen van de publieke bedrijven in handen van de centrale overheid (m.b.t. de introductie van privékapitaal of een betere governance) gold als een voorwaarde voor het IMF/EU-programma dat goedgekeurd werd in 2013, maar er werden op dat vlak al vertragingen genoteerd, wat bijdraagt tot een slechte evaluatie van de kwaliteit van de infrastructuur, hoofdzakelijk wegen en sporen.

NL_Graph2_Romania_June2015

Een andere sector die dringend nood heeft aan vooruitgang is de landbouw. Hoewel de toegevoegde waarde ervan slechts 5% van het bbp bedraagt, zorgt de sector voor 30% van de totale werkgelegenheid (zes keer zoveel als het EU-gemiddelde). Het betreft grotendeels zelfvoorziening en er zijn heel wat zelfstandigen. Hoewel de sector een structurele trend richting betere prestaties heeft getoond, dankzij betere uitrusting, zaad van betere kwaliteit en de toepassing van moderne technologieën, blijven de opbrengsten een stuk lager dan het EU-gemiddelde. Daarnaast is de toegang tot verzekering en kredieten (aan een redelijke prijs) zeer problematisch voor boeren, wat een belemmering voor investeringen vormt. In 2012 waren de bankkredieten aan boeren in Roemenië 15-16 keer lager (per hectare) dan in de EU27.

Zakenklimaat nog steeds gehinderd door corruptie

De voorbije 20 jaar heeft Roemenië aanzienlijke vooruitgang geboekt in de ontwikkeling van instellingen en het implementeren van hervormingen om het land compatibel te maken met een markteconomie. De toetreding tot de Europese Unie in 2007 was hier een sterke stimulans voor. Corruptie blijft echter een probleem en Roemenië scoort in dat opzicht slecht in vergelijking met andere Centraal- en Oost-Europese EU-landen. Vorig jaar stond het land op de 69e plaats in de corruptie-index van Transparency International. Het lijkt er sterk op dat corruptie op lager niveau algemeen aanvaard is, maar de strijd tegen corruptie op hoger niveau werd onlangs wel opgevoerd, in het bijzonder door de actie van het Nationaal Anticorruptiedirectoraat (DNA). Het DNA heeft recentelijk heel wat zaken voor de rechter gebracht en er worden almaar meer politieke figuren aangeklaagd, wat aangeeft dat men vastberaden is het probleem aan te pakken. Het DNA is er in 2014 in geslaagd om 1.138 mensen te laten veroordelen, waaronder voormalig eerste minister Năstase, en begin juni van dit jaar werd huidig eerste minister Ponta aangeklaagd voor belastingontduiking, belangenvermenging en het witwassen van geld in de periode tussen 2007 en 2011 (wanneer hij advocaat en parlementslid was). Nu Klaus Iohannis in november verkozen werd, zal de intensievere actie waarschijnlijk nog even aanhouden. De nieuwe president heeft dit immers tot een van zijn prioriteiten gemaakt.

NL_Graph3_Romania_June2015

Politieke instabiliteit legt potentiële groei aan banden

De strijd tegen corruptie is een van de oorzaken van de instabiliteit die het politieke landschap typeren. Eerste minister Ponta leidt momenteel zijn vierde kabinet sinds hij in mei 2012 aan de macht kwam. De huidige cohabitatie tussen president Iohannis (van de Nationale Liberale Partij, PNL) en eerste minister Ponta (van de Sociaal-democratische Partij, PSD) is eveneens een bron van latente instabiliteit. Ondanks het feit dat hun politieke programma's vrij nauw verwant zijn, heersen er immers heel wat persoonlijke vijandigheden tussen beide mannen. Zo drong Iohannis al meerdere malen aan op het ontslag van Ponta, zowel in de aanloop naar de presidentiële verkiezingen van vorig jaar als meer recentelijk, naar aanleiding van het corruptieonderzoek dat naar Ponta loopt. De spanning suggereert ook dat de president geen steun zal bieden om de huidige protesten tegen regering in te tomen of indien een kleine partij uit de huidige meerderheidscoalitie zou stappen. De heersende coalitie zal het dus mogelijk niet uithouden tot de volgende parlementsverkiezingen eind 2016. Dat gezegd zijnde heeft de meerderheid wel een recente motie van wantrouwen overleefd en bleef de onschendbaarheid van eerste minister Ponta behouden. Instabiliteit omwille van persoonlijke wrevel binnen een cohabitatie is niet nieuw, en heeft zich ook voorgedaan tijdens het mandaat van de vorige president Băsescu. Ponta's regering heeft toen geprobeerd de president te laten afzetten omwille van het feit dat hij zijn boekje te buiten zou zijn gegaan. Dergelijke problematische cohabitaties vormen een hindernis voor het aannemen van structurele hervormingen, in het bijzonder wat betreft governance van overheidsbedrijven en deregulering van de gasprijs. Daarnaast ontbreekt het aan continuïteit in het belastingbeleid door de frequente kabinetswijzigingen, wat een obstakel vormt voor de zakenwereld.

De EU Cohesie- en Structuurfondsen als financieringbron zijn bedoeld om het groeipotentieel van het land te helpen stimuleren door middel van efficiënte investeringen. Toch is het opnamepercentage van de toegewezen fondsen in Roemenië bij de laagste van de EU, vooral vanwege een gebrekkige administratie. Hoewel de fondsen uit het programma 2007-2013 maar tot 2015 kunnen worden uitbetaald, had Roemenië er in november 2014 nog maar ongeveer 50% van opgenomen, terwijl het gemiddelde opnamepercentage in andere nieuwe lidstaten toen al 71% bedroeg. Onregelmatigheden in de procedure voor openbare aanbestedingen en vermoedens van corruptie hebben onlangs ook de uitbetaling van 1 miljard EUR tegengehouden en zorgden er bovendien voor dat bepaalde EU-fondsen die al waren overgedragen, moesten worden terugbetaald. De overheid heeft onlangs echter inspanningen gedaan (onder het EU/IMF-programma en met de hulp van de Wereldbank) om beter prioriteiten te stellen voor overheidsprojecten en het opnamepercentage te verhogen. Onder het nieuwe programma voor 2014-2020 heeft Roemenië recht op 22,5 miljard EUR (13,7% van het geschatte bbp voor 2014) uit de EU Cohesie- en Structuurfondsen. Als het opnamepercentage stijgt, en de fondsen efficiënt gebruikt worden, zou het groeipotentieel aanzienlijk verhoogd kunnen worden en zou Roemenië de kloof met de andere Europese economieën sneller kunnen verkleinen. Het land heeft inderdaad nog een hele weg af te leggen om hetzelfde niveau van convergentie te bereiken als bepaalde andere Centraal- en Oost-Europese EU-lidstaten.

NL_Graph4_Romania_June2015

Analyst: The Risk Management Team, f.thiery@credendogroup.com