Risicofactoren en vooruitzichten

De risico's m.b.t. de politieke situatie in de enge betekenis van het woord zijn eerder matig. Servië heeft de afgelopen jaren wel zijn relatie met de EU verbeterd, maar tegelijkertijd de nauwe banden met historische bondgenoot Rusland behouden. De komende jaren blijft de toetreding tot de EU waarschijnlijk een belangrijk anker voor hervormingen. Dat gezegd zijnde zal het land waarschijnlijk met een lastig dilemma blijven zitten. De vereisten voor het toetredingsproces tot de EU zijn immers in strijd met de nauwe banden met Rusland en de nationalistische retoriek.

De groeiverwachtingen zijn gunstig maar blijven enigszins hinder ondervinden van de lage doch toenemende nationale spaarquote en binnenlandse investeringen, en van een zwak maar verbeterend zakenklimaat. Dankzij de aanhoudende toename in de goederen- en dienstenexport en dankzij het feit dat het land een netto-importeur van goedkopere brandstof is, is het saldo op de Servische lopende rekening erop vooruit gegaan, terwijl de private transfers lichtjes onder druk stonden.

Het financieel risico is matig tot hoog, maar neemt af. Na jaren van buitenlandse-schuldopbouw, zijn de buitenlandse-schuldratio en schuldaflossingsratio immers afgenomen en de verwachting is dat ze de komende jaren zullen blijven dalen. In 2015 en 2016 werden er indrukwekkende inspanningen geleverd om fiscale consolidatie te bewerkstelligen. Toch blijft de overheidsschuld hoog. Voor de komende jaren wordt wel een verdere verbetering verwacht in de toestand van de overheidsfinanciën.

De combinatie van de betere financieel-economische situatie en een stabiele politieke situatie, zette Credendo er in januari 2017 toe aan om het MLT politieke risico te upgraden van categorie 6 naar categorie 5. Gezien de aanhoudende fiscale consolidatie en een verwachte extra daling in de buitenlandse schuld, zal het MLT politieke risico de komende jaren waarschijnlijk verder verbeteren.

De combinatie van een lage kortetermijnschuld, positieve liquiditeitsindicatoren en een gunstig maar afnemend niveau van de buitenlandse-deviezenreserves verklaren waarom het land voor het kortlopend politiek risico in categorie 2 wordt geplaatst.

Het commercieel risico is gematigd, in categorie B. Positieve punten: de groeivooruitzichten zijn verbeterd, het tekort op de lopende rekening is matig en er is krediet beschikbaar. Negatieve punten: de financiële lasten blijven aan de hoge kant en ondanks de recente verbeteringen blijft het zakenklimaat zwak.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Kandidaat-lidstaat EU
  • Sterke goederen- en dienstenexport
  • Positieve groeivooruitzichten

Contra's

  • Lastig zakenklimaat maar verbetering merkbaar
  • Gebrekkige overheidsfinanciën
  • Zwakke overheidsbedrijven

President

  • Tomislav Nikolic

Regeringsleider

  • Aleksandar Vucic

Kiesstelsel

  • Presidentsverkiezing: volgende in april 2017
  • Parlementsverkiezing: volgende in 2020

Bevolking

  • 7,1 miljoen

Inkomen per capita

  • 5.500 USD

Inkomensgroep

  • Hogere middeninkomens

Belangrijkste exportproducten

  • Verwerkte producten (35,6% van de ontvangsten op de lopende rekening), private transfers (16,3%), voeding (10,1%), ertsen en metalen (5,6%), transportdiensten (5,2%) en toerisme (4,8%)

Beoordeling landenrisico

Beterschap in de relatie met de EU en goede banden met aloude bondgenoot Rusland

Na het conflict in Kosovo (1998-1999) en de afzetting van Milosevic in 2000 heeft Servië zijn relatie met de EU verbeterd. Tegelijk is het land ook nauwe banden blijven onderhouden met zijn aloude bondgenoot Rusland. In 2006 eiste Montenegro zijn onafhankelijkheid van Servië; de overgang is toen vlot verlopen. Kosovo verklaarde zijn onafhankelijkheid van Servië in 2008, maar die zet werd tot op heden nog niet erkend door Servië.   

Nadat de diplomatieke betrekkingen normaliseerden onder invloed van een akkoord tussen Servië en Kosovo, besliste de EU in 2013 om toetredingsgesprekken op te starten met Servië. Naast de vereiste institutionele hervormingen voor de toetreding tot de EU, zal het proces waarschijnlijk getekend worden door problemen uit de tijd van de Joegoslavische oorlogen in de jaren '90, met name de bestraffing van oorlogsmisdadigers, de verslechtering van de relaties met Kroatië (door de vluchtelingencrisis en problemen m.b.t. de Kroatische minderheid in Servië) en de erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo. Daarenboven zijn steeds meer EU-burgers tegen verdere uitbreiding, wat ook gevolgen kan hebben voor de Servische ambitie om lid te worden van de EU. En dan zijn er nog de ontevreden Servische minderheden in Bosnië-Herzegovina en Kosovo die een overloopeffect kunnen hebben op Servië. Spanningen in naburige landen zouden immers de nationalistische gevoelens kunnen aanwakkeren.

In april 2016 organiseerde eerste minister Aleksandar Vucic, een voormalig ultranationalist, vroegtijdige verkiezingen om een mandaat te bemachtigen voor hervormingen en om Servië op het pad richting EU-toetreding te houden. De laatste verkiezingen werden gewonnen door de Servische progressieve partij van eerste minister Vucic. De partij heeft zich onder Vucic toegelegd op het nastreven van het EU-lidmaatschap, hoewel ze net als voormalig leider Tomislav Nikolić ook graag de goede relaties met Rusland wil stimuleren. Ze mikt dan ook op een beleid van militaire neutraliteit. Een andere belangrijke partij is de Socialistische Partij van Servië, van voormalig president Slobodan Milosevic en nu onder leiding van Iciva Dacic. Deze centrumlinkse partij steunt over het algemeen de toetreding tot de EU, hoewel vele leden ook pro-Russisch zijn.

Vucic heeft een regering gevormd die de pijnlijke fiscale consolidatie zal blijven nastreven. De implementatie van structurele hervormingen blijft op politieke weerstand stuiten door de aanwezigheid van gevestigde belangen, met name in staatsbedrijven. Bovendien worden er steeds meer verlieslatende overheidsbedrijven gesloten, waardoor het risico op sociale onrust toeneemt.

Ondanks de vastberadenheid om toe te treden tot de EU, zal Servië waarschijnlijk de komende jaren nog voor een dilemma staan. De vereisten voor de EU-toetreding zijn immers in strijd met de nauwe banden met Rusland en de nationalistische retoriek.

Betere groeivooruitzichten

Al sinds de financiële en economische crisis in 2008 is de Servische groei ondermaats (gemiddeld -0,1% in de periode 2009-2015). Toch zijn de reële-groeivooruitzichten onlangs merkelijk verbeterd dankzij het herstel in de industriële productie en de landbouw, en sterkere investeringen. De reële bbp-groei zal dit jaar naar verwachting 2,8% bedragen, tegenover 2,5% in 2016. De groeiverwachtingen zijn goed maar blijven hinder ondervinden van de lage doch toenemende nationale spaarquote en binnenlandse investeringen, en van het zwakke maar verbeterende zakenklimaat. De ranking van Servië in de 'doing business indicators' van de Wereldbank is dan ook verbeterd van de 54e plaats in 2016 naar de 47e in 2017. Ondanks deze verbetering blijft het zakenklimaat ietwat verhinderd door o.a. de kwaliteit van het juridische apparaat, niet-prijsgerelateerde concurrentieproblemen en de grote rol van staatsbedrijven in de economie. In 2014 had Servië meer dan 1400 staatsbedrijven die goed waren voor 15 tot 20% van de totale officiële tewerkstelling.

De hervorming van de staatsbedrijven is een van de belangrijkste elementen van de driejarige IMF Stand-By Arrangement. Die werd goedgekeurd in februari 2015 en door Servië behandeld als een voorzorgsmaatregel. Tot nu toe gebeuren de hervormingen traag maar zeker; er is al enige vooruitgang geboekt. Bepaalde overheidsbedrijven hebben zich al failliet laten verklaren, en andere werden geprivatiseerd. Dit leidde tot een stijging van de buitenlandse directe investeringen. Het Chinese HeSteel kondigde zo bv. aan in 2017 de Servische staalfabriek Zelezara Semederevo, die het in 2016 gekocht had, te willen opwaarderen met een investering van 120 miljoen USD. De regering zal naar alle waarschijnlijkheid inspanningen blijven leveren om de staatsbedrijven te hervormen; er werden al extra privatiseringen aangekondigd.

Fiscale consolidatie zet zich door

Door enorme begrotingstekorten, hoge kosten vanwege de staatsondernemingen (naar schatting 2% van het bbp in 2014) en een belabberde economische groei, zijn de overheidsfinanciën snel in verval geraakt na de globale economische en financiële crisis van 2008. De algemene overheidsschuld is grotendeels buitenlands en ging van 35% van het bbp in 2009 naar een piek van meer dan 75% in 2015. Naast die stijging is ook de verhouding rentebetalingen/overheidsinkomsten gestegen, maar deze blijft eerder gematigd. In 2015 en 2016 werden er indrukwekkende inspanningen geleverd om fiscale consolidatie te bewerkstelligen. Dit leidde tot een verbetering van de fiscale balans en een lichte daling in de algemene overheidsschuld in 2016. De komende jaren wordt een verdere verbetering van de overheidsfinanciën verwacht hoewel een ontsporing van de begroting niet kan worden uitgesloten nu de presidentsverkiezingen (gepland voor deze lente) eraan komen. Bovendien blijft het fiscaal toezicht ondanks de vooruitgang zwak, getuige de opeenstapeling van binnenlandse achterstallige betalingen van sommige gemeentes en staatsbedrijven.

Tekort op de lopende rekening en buitenlandse schuld nemen af

De afgelopen jaren is de verhouding saldo op de lopende rekening/bbp licht verbeterd en waarschijnlijk zal die trend zich dit jaar nog voortzetten. Deze verbetering is te verklaren door een aanhoudende stijging in de goederen- (in het bijzonder gesteund door buitenlandse directe investeringen uit het verleden) en dienstenexport terwijl de private transfers licht onder druk hebben gestaan. Als netto-importeur van brandstoffen heeft Servië eveneens baat gehad bij de lage olieprijzen. De buitenlandse directe investeringen (in de automobielsector, landbouw, mijnbouw en luchtvervoer) stroomden de afgelopen jaren goed binnen en zullen dat naar verwachting ook de komende jaren blijven doen (gedeeltelijk dankzij de privatiseringen).

De buitenlandse-deviezenreserves zijn zowel relatief als absoluut licht gedaald. Toch blijven ze op een gunstig niveau; in oktober 2016 dekten ze immers nog bijna 5 maanden import en meer dan drie keer de kortetermijnschuld. De verhouding kortetermijnschuld/ontvangsten op de lopende rekening is de afgelopen drie jaar aan de lage kant en relatief stabiel geweest. De combinatie van een lage kortetermijnschuld, positieve liquiditeitsindicatoren en een gunstig maar afnemend niveau van buitenlandse-deviezenreserves, verklaren waarom het land voor het kortlopend politiek risico in categorie 2 wordt geplaatst.

De centrale bank streeft een beleid na met een gecontroleerd zwevende wisselkoers. De buitenlandse-deviezenreserves worden dus sporadisch ingezet voor een tussenkomst op de wisselkoersmarkt. De inflatie is laag. Het voorbije jaar is de Servische dinar licht in waarde afgenomen ten opzichte van de euro (0,8%) en de Amerikaanse dollar (3%). Hoe de munt de volgende maanden zal evolueren, zal afhangen van het feit of Servië er al dan niet in slaagt om voldoende kapitaalstromen (zoals buitenlandse directe investeringen of portefeuille-investeringen) aan te trekken om zijn matige tekort op de lopende rekening te financieren.

Het risico met betrekking tot de banksector is er ook op vooruit gegaan. Vóór de crisis van 2008 werd de sterke Servische groei deels aangedreven door kredietexpansie. Dit leidde tot de verslechtering van de verhouding leningen/deposito's en een stijging van de afhankelijkheidsgraad van de banksector van externe financiering. Sindsdien is de netto-buitenlandse-activapositie merkbaar versterkt en bereikte ze in augustus 2016 -2,3% van het bbp, tegenover -13,4% van het bbp in 2013. De activakwaliteit en rentabiliteit gaan in stijgende lijn, al boeken de individuele banken ongelijk vooruitgang.

Het financieel risico gaat in dalende lijn. Na jaren van buitenlandse-schuldopbouw, piekte de buitenlandse schuld in 2012. Sindsdien is ze grotendeels afgenomen en ze zou waarschijnlijk ongeveer 80% van het bbp bedragen in 2016. Een groot deel van de buitenlandse schuld is gemaakt door de publieke sector. Dankzij de aanhoudende inspanningen voor fiscale consolidatie wordt dan ook verwacht dat de buitenlandse schuld verder zal blijven dalen. Samen met de daling van de buitenlandse schuld, gaat ook de schuldaflossingsratio in dalende lijn.