Risicofactoren en vooruitzichten

Sinds het einde van de apartheid heeft Zuid-Afrika een politieke transformatie ondergaan en economische voorspoed gekend. Die voorspoed was te danken aan een explosieve groei van de grondstoffenmarkt, een bloeiende dienstensector en hoge consumptie door huishoudens gebaseerd op kredieten. In 2009 werd Zuid-Afrika getroffen door de wereldwijde financiële crisis. Dit leidde er tot de eerste recessie in zestien jaar.

Het economische herstel is daarna gefnuikt door de Europese crisis, de trage groei in de VS en een groeivertraging van de Chinese vraag naar grondstoffen. Het onhoudbare werkloosheidscijfer, het gebrek aan geschoolde werkkrachten, knelpunten in de infrastructuur en de te lage investeringsquote zijn structurele tekortkomingen die Zuid-Afrika's externe concurrentiekracht drukken. Bovendien stellen vakbonden steeds hogere looneisen en breken er te pas en te onpas gewelddadige vakbondsacties uit, waardoor het land bijkomende reputatieschade lijdt. Er zijn dus grondige structurele hervormingen en politieke moed nodig om het potentieel van Zuid-Afrika te ontsluiten. Het is echter de vraag of daartoe de politieke motivatie aanwezig is. De algemene verwachting is namelijk dat president Zuma in 2014 een tweede termijn zal binnenhalen bij de verkiezingen. Zijn ANC blijft de plak zwaaien ondanks de toenemende onvrede over de regerende elite.

Volgens de prognoses zal de groei volgend jaar licht herstellen doordat er grote openbare infrastructuurprojecten komen en waarschijnlijk ook de mondiale groei weer zal aantrekken. Door een gebrek aan speelruimte op de begroting en de geringe marge voor een versoepeling van het monetaire beleid blijft het risico bestaan dat de groei verder stagneert. Daarbij zou een forse uitstroom van kapitaal terug naar veilige westerse investeringen een ernstig risico kunnen vormen voor Zuid-Afrika's fiscale en externe solvabiliteit.

Door de adequate liquiditeitspositie klasseert ONDD het kortlopende politieke risico in categorie 3. De beoordeling van het systemische commerciële risico stoelt op het uitstekende zakenklimaat en mature instellingen. De classificatie van het systemische commerciële risico zou echter naar beneden kunnen worden bijgesteld doordat de inflatie de fluctuatiemarge heeft overschreden terwijl de Zuid-Afrikaanse rand aan waarde blijft verliezen, en dit in een context van trage economische groei.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Grote voorraden natuurlijke rijkdommen
  • Volwassen instellingen (wettelijke bescherming, zakenklimaat, …)
  • Sterke dienstensector
  • Vlekkeloos betalingsverleden

Contra's

  • Hoge werkloosheid en grote ongelijkheid (werkt sociale onrust in de hand)
  • Blootstelling aan prijsschokken op grondstoffenmarkt
  • Knelpunten in de infrastructuur (vooral energie)
  • Afhankelijk van volatiele instroom van kapitaal

Belangrijkste exportproducten

  • verwerkte goederen (43,4% ontvangsten lopende rekening), toerisme (8,7%), goud (8,4%)

Inkomensgroep

  • bovenste middeninkomens

Inkomen per capita (USD)

  • 6960 USD

Bevolking

  • 50,6 miljoen

Kiesstelsel

  • president: termijn van vijf jaar; volgende verkiezing in 2014
  • parlement: termijn van vijf jaar; volgende verkiezing in 2014

Staatshoofd en regeringsleider

  • president Jacob Zuma

Beoordeling landenrisico

Sociale onrust en sluipende onvrede met ANC verspreiden zich

Sinds het einde van de apartheid heeft Zuid-Afrika een politieke transitie ondergaan en economische voorspoed gekend. In 1994 werd het land een democratie. Het hield zijn eerste multiraciale verkiezingen, die overtuigend gewonnen werden door het ANC, een alliantie van drie partijen: het ANC (African National Congress), de belangrijkste vakbonden (COSATU) en de communistische partij (SACP). Sindsdien werd elke verkiezing (1999, 2004 en 2009) gedomineerd door het ANC, de partij die voor de ruime meerderheid van de bevolking symbool stond voor onafhankelijkheid en vrijheid.

De huidige president Jacob Zuma legde in 2009 de eed af voor een termijn van vijf nadat hij in 2007 Thabo Mbeki had verslagen tijdens de ANC Leadership Conference van 2007. Zuma zal bij de verkiezingen van 2014 gaan voor een tweede termijn. Het blijft hoogst waarschijnlijk dat het ANC de verkiezingen van 2014 zal winnen maar nu de bevolking meer ontevredenheid toont over het gebrekkige sociaal-economische beleid en er strubbelingen zijn binnen de partij is het mogelijk dat het deze keer geen verpletterende overwinning wordt. De ontgoocheling over het ANC neemt toe; na bijna twintig jaar aan de macht te zijn geweest blijven de grieven van de bevolking grotendeels onopgelost. Terwijl de armoede is blijven toenemen, zijn ook corruptie- en fraudeschandalen steeds gangbaarder geworden. Die ideale voedingsbodem voor sociale onvrede en vakbondsacties is nog eens versterkt door het gebrekkige onderwijsstelsel, een werkloosheid van 25%, stijgende kosten voor het levensonderhoud en steeds schriller afstekende inkomensongelijkheid.

De voorbije maanden hebben verschillende nieuwe oppositiepartijen het levenslicht gezien maar door hun versplintering en hun beperkte omvang is voor hen maar een kleine rol weggelegd. Van de Democratic Alliance (DA) wordt echter verwacht dat ze het in 2014 relatief goed zal doen nadat de partij in 2011 een geloofwaardige tegenstander bleek tijdens de gemeenteraadsverkiezingen door te winnen in Western Cape. Ondanks de toenemende onvrede bij de bevolking is het weinig waarschijnlijk dat de DA een bedreiging zal vormen voor de heerschappij van het ANC. De DA trekt namelijk vooral blanken en kleurlingen aan terwijl het ANC nog steeds de steun heeft van de zwarte gemeenschap, die de meerderheid uitmaakt.

Een van de meest gewelddadige gebeurtenissen sinds het einde van de apartheid vond plaats op 16 augustus 2012, toen 3000 mijnwerkers met een wilde staking in opstand kwamen voor een hoger loon. In de confrontatie met de politie kwamen bij de Lonmin-platinamijn in Marikana veertig mijnwerkers om het leven. De staking kwam voort uit de aanhoudende onvrede, maar was nog meer een rechtstreeks gevolg van de rivaliteit tussen een gemilitariseerde populistische splintervakbond (AMCU) en de gevestigde vakbond NUM (de afdeling mijnbouw van COSATU). Die wordt ervan beschuldigd de voeling met de arbeider te hebben verloren omdat ze samenwerken met de elite binnen de regeringsalliantie COSATU-ANC. In 2013 blijft het rommelen in de platina- en goudmijnen. De situatie verspreidt zich naar andere sectoren in de vorm van sociale acties en wilde stakingen voor meer loon. Deze acties blijken zeer schadelijk voor de mijnbouw en schaden het vertrouwen van internationale investeerders. Het arbeidsconflict heeft de sector al miljarden dollars aan productieverlies gekost. De onzekere economie wordt op de proef gesteld doordat vakbondsacties zich verder verspreiden (in de automobielsector, luchthavens, benzinestations en landbouwbedrijven). Jammer genoeg worden voor de nabije toekomst meer problemen verwacht.

Stagnerende lage groei blijkt moeilijk om te keren

Sinds 1994 heeft Zuid-Afrika een enorme groei gekend, te danken aan zijn natuurlijke rijkdommen en zijn gediversifieerde economie, zijn sterke beleidskader en aan de indrukwekkende wijze waarop het zijn instellingen heeft opgebouwd. De wereldwijde financiële crisis van 2008-2009 betekende een zware klap voor de Zuid-Afrikaanse economie, die haar eerste recessie in 16 jaar tijd beleefde. Die recessie werd veroorzaakt door wat ooit een troef was: de sterke integratie met de wereldeconomie. Het herstel van de economie werd verhinderd door binnenlandse en buitenlandse factoren. Sinds 2009 heeft de gemiddelde groei daardoor slechts 3% bereikt, en de prognose voor 2013 is een magere 2%.

ZuidAfrika_Graph1NL

De binnenlandse economische groei gaat gebukt onder ernstige structurele tekortkomingen (zie onder) en lagere particuliere consumptie ten gevolge van het kleinere aantal nieuwe banen, beperkingen ten  gevolge van inflatie en het zwakkere consumentenvertrouwen door het economische klimaat en onvrede over de politiek, en de hoge schulden van huishoudens. Met kredieten gefinancierde consumptie was namelijk vóór 2008 de grootste binnenlandse groeimotor. De verhouding van de schuldenlast van huishoudens tot het beschikbare inkomen bereikte daardoor bijna 75%, wat de financiële stabiliteit kan bedreigen doordat de blootstelling van banken aan huishoudens met hoge schuldenlasten goed is voor 45% van uitstaande bankkredieten.

Buitenlandse factoren hebben ook een zwaar aandeel in de groeivertraging van Zuid-Afrika. Zo is het door de crisis geplaagde Europa de belangrijkste handelspartner voor industriële goederen. Tegelijkertijd vertonen de prijsverwachtingen op de wereldwijde grondstoffenmarkt algemeen genomen een stagnatie of daling. Bovendien zetten arbeidsconflicten en hoge inputkosten de concurrentiekracht van de cruciale mijnbouwsector onder druk. De sector moet al jaren aan belang inboeten doordat de mijnen verouderen (de goudproductie is het voorbije decennium met meer dan 50% gedaald).

In 2014 zal volgens de prognose de groei op jaarbasis licht herstellen en 2,9% bereiken dankzij een bescheiden mondiaal herstel en publieke infrastructuurprojecten in het kader van het 'National Development Plan' (NDP). Het gevaar voor stagflatie blijft echter bestaan (lage groei en hoge inflatie). De oorzaak is een gebrek aan fiscale bewegingsruimte voor stimulerend beleid, en een monetair beleid dat zijn limiet heeft bereikt gezien de historisch lage intrestvoeten en de inflatoire druk (zie hieronder).

Structurele tekortkomingen staan vooruitgang in de weg

De Zuid-Afrikaanse economie staat voor aanzienlijke structurele uitdagingen. Zo zit het bij de slechtste landen ter wereld als het gaat om werkloosheids- en ongelijkheidscijfers. In vergelijking met andere groeilanden is in Zuid-Afrika vooral de werkloosheid het grote probleem. Deze treft 25% van de beroepsbevolking en zelfs 50% van de jongeren.

Het slechte onderwijsstelsel en het grote tekort aan opgeleide werkkrachten dragen bij tot de buitensporige werkloosheidscijfers. Het tekort aan geschoolde werkkrachten is problematischer geworden omdat het belang van de dienstensector de vraag op de arbeidsmarkt heeft doen verschuiven van ongeschoolde arbeid (vooral in de mijnbouw) naar geschoolde arbeid. Daarbij heeft de traditie om halfweg het jaar te onderhandelen over collectieve loonovereenkomsten ertoe geleid dat de lonen boven het marktgemiddelde liggen. Samen met de groeiende kloof tussen de reële lonen en de productiviteit heeft de complexe wetgeving inzake aanwerving de concurrentiekracht van de economie doen afbrokkelen en het creëren van nieuwe banen in de privésector ondermijnd. Een andere tekortkoming is de te lage investeringsquote (nog steeds onder de 20% van het bbp) die het groeipotentieel in gevaar brengt. De nationale spaarquote, die in 2012 een historisch laagtepunt van 13,2% van het bbp heeft bereikt, schiet ook te kort. Het gevolg is dat Zuid-Afrika afhangt van buitenlandse financiering van investeringen, zodat het land kwetsbaar blijft voor volatiele internationale kapitaalstromen.

ZuidAfrika_Graph2NL

ZuidAfrika_Graph3NL

Knelpunten in de infrastructuur, en dan vooral de gebrekkige stroomvoorziening, schrikken bedrijven af die willen investeren. Eskom, het openbare nutsbedrijf dat 95% van alle elektriciteit produceert, is er niet in geslaagd de snel groeiende vraag naar energie bij te houden. Jarenlang is te weinig in de voorziening geïnvesteerd. De dunne marge tussen vraag en aanbod en de vele stroomonderbrekingen hebben gevolgen voor de gehele economie. Zuid-Afrika is van de meest van kolen afhankelijke landen ter wereld. Kolen worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit en zelfs om wagens aan te drijven. Vijf jaar geleden is er geïnvesteerd in de bouw van nieuwe koolcentrales om de elektriciteitsvoorziening uit te breiden. Om investeerders aan te trekken, zijn de prijzen voor elektriciteit elk jaar met gemiddeld 25% gestegen. Maar doordat deze projecten ondertussen al drie jaar vertraging hebben opgelopen en nog steeds geen elektriciteit produceren, blijft de voorziening krap. Vorig jaar is 5,5 miljard dollar uitgetrokken om investeerders in wind- en zonne-energie aan te trekken (hernieuwbare energie moet tegen 2030 goed zijn voor 9% van de energiemix) aangezien kool een van de meest vervuilende fossiele brandstoffen is en het land snel meer elektriciteit nodig heeft.

Het land biedt echter nog heel wat troeven voor investeerders zoals de mature en betrouwbare instellingen, de locatie als toegangspoort tot het Afrikaanse continent en de goed gediversifieerde economie. Economische activiteit komt vooral voort uit de dienstensector (kleinhandel, financiële diensten, vastgoed, toerisme, enz.) en in tweede instantie ook uit de industriële sector, maar gezien de enorme reserves ijzererts, kool en platina heeft de mijnbouw nog steeds een enorm potentieel. Structurele hervormingen en politieke moed zullen echter van doorslaggevend belang zijn om het potentieel van Zuid-Afrika te ontsluiten. Er worden geleidelijk aan hervormingen ingevoerd om het pessimisme bij de investeerders aan te pakken. Dat pessimisme is te wijten aan politieke onzekerheid, hoge looneisen en de slechte wereldeconomie, en zet een rem op grote langetermijninvesteringen. Het National Development Plan (NDP) inclusief arbeidsmarkt- en productmarkthervormingen is eind 2012 goedgekeurd als een stappenplan voor structurele hervormingen terwijl tijdens de laatste ANC-conferentie gesprekken over nationalisering officieel werden verworpen. Ondanks de merkbare inspanningen om investeerders over de streep te krijgen, blijft scepsis troef. Dat is duidelijk niet onterecht aangezien de implementatie van het NDP tergend traag verloopt.

Externe balansen op de slechte weg, maar schuldratio's blijven draaglijk

Het tekort op de lopende rekening is gestegen van 2,8% van het bbp in 2010 naar 6,3% in 2012. Zuid-Afrika is in 2012 minder naar Europa en meer naar Azië en sub-Sahara-Afrika gaan exporteren, maar het exportvolume is gestagneerd terwijl investerings- en consumptiegerelateerde invoer sterk is blijven toenemen. Als lid van de BRICS-landen bleek de concurrentie voor Zuid-Afrika van de andere lidstaten bikkelhard te zijn. Veel consumenten zijn overgeschakeld op goedkopere Chinese invoer. Daardoor is een tekort op de handelsbalans met China ontstaan van 4 miljard dollar (de helft van het totale handelstekort   in 2013). Doordat Zuid-Afrika een netto-importeur van voedsel is geworden, bedraagt het handelstekort met Brazilië bijna 1 miljard dollar. De depreciatie van de rand (zie onder) zou moeten helpen om het handelstekort terug te dringen, maar als hervormingen uitblijven, wordt verwacht dat de externe concurrentiekracht fragiel zal blijven gezien de structurele problemen in het binnenland.

Om het tekort op de lopende rekening te financieren, hangt Zuid-Afrika sterk af van de instroom van buitenlands kapitaal. Die instroom bestaat voor het grootste deel uit buitenlandse portfolio-aankopen van lokale effecten/bonds en kortlopende bankkredieten. De voorbije drie jaar konden de groeilanden gemakkelijk financiering vinden dankzij de ruime beschikbaarheid van liquiditeit op de wereldmarkt. Die kapitaalstroom lijkt nu echter de andere kant op te gaan, wat een dreiging vormt voor de externe balans van Zuid-Afrika. De munteenheden van de groeilanden in het algemeen hebben de afgelopen vier maanden klappen gekregen. Investeerders nemen namelijk weer hun toevlucht tot veiliger activa nu de kans bestaat dat de VS zijn onconventionele monetaire stimuleringsbeleid zal terugschroeven.

Tezelfdertijd staat de financiële rekening onder druk van de toenemende uitstroom van directe buitenlandse investeringen (FDI) van Zuid-Afrika naar sub-Saharaans Afrika terwijl de instroom van FDI afneemt door het lage investeerdersvertrouwen. Op korte termijn kan een grote uitstroom van kapitaal een ernstig risico vormen voor Zuid-Afrika's fiscale en externe solvabiliteit.

De totale buitenlandse schuld blijft echter beheersbaar, ook al neemt deze snel toe (28,4% van het bbp in 2011 en volgens de prognose 35,5% in 2013). Meer dan de helft van de schuld in buitenlandse handen zijn uitgedrukt in rand, wat het zuivere wisselkoersrisico wegfiltert. Tot dusver wordt Zuid-Afrika's vermogen om te betalen niet in twijfel getrokken, vooral wanneer men rekening houdt met het vlekkeloze betalingsverleden.

Sinds de wereldwijde economische crisis in 2009 lag het begrotingstekort rond de 5% van het bbp ten gevolge van het fiscale stimuleringsbeleid om de groei weer op gang te trekken en door de conjunctuurgerelateerde daling van belastinginkomsten. Daardoor is de overheidsschuld de voorbije vijf jaar toegenomen, van 31,3% tot 43%. Deze schuld is voor het grootste deel in het binnenland gefinancierd. De hoge overheidsuitgaven, die voor een deel te wijten zijn aan een bijna-verdubbeling van de overheidssalarissen, samen met de verplichtingen ten aanzien van kapitaalinvesteringen in het kader van het National Development Plan (NDP) zullen de fiscale balans onder druk blijven zetten. Daarnaast zal de politieke druk om meer uit te geven waarschijnlijk toenemen in de aanloop naar de verkiezingen van 2014. De budgettaire consolidatie die is aangekondigd voor het begrotingsjaar 2013-2014 zal moeilijk zijn maar is broodnodig om de overheidsschuld te stabiliseren, de fiscale buffers weer op te bouwen en om hervormingen in te voeren met het oog op efficiëntere overheidsuitgaven.

Delicate evenwichtsoefening voor monetaire beleidsmakers

Zuid-Afrika heeft een van de best gereguleerde en meest gesofistikeerde kapitaalmarkten ter wereld, en een veerkrachtig financieel stelsel dat wordt gesteund door een goed afgelijnd wettelijk kader. Zoals eerder vermeld heeft de snelle groei van kredieten aan huishoudens met hoge schulden het kredietrisico verhoogd.

ZuidAfrika_Graph4NL

Tussen juli 2012 en juli 2013 heeft de Zuid-Afrikaanse rand zo'n 20% van zijn nominale waarde verloren ten opzichte van de dollar. De rand heeft zijn laagste peil in vier jaar bereikt door het groeiende tekort op de lopende rekening en de steeds frequentere arbeidsacties. De oorzaak van de zwakke rand en de volatiele valuta van India, Brazilië en Indonesië wordt echter deels gezocht bij het mogelijke einde dat de US Federal Reserve zal maken aan het losse monetaire beleid. Jarenlang vond dit geld gemakkelijk zijn weg naar de groeilanden, waar hoogrenderende financiële investeringen een perfect vervangmiddel vormden voor westerse obligaties.

Op de korte termijn wordt een volatiele rand verwacht. Toch heeft de overheid geen plannen om de zwakke munt te verdedigen. Zo zal de South African Reserves Bank zich blijven onthouden van de verkoop van buitenlandse deviezenreserves. Die zijn nu goed voor 3,6 maanden importdekking, wat een adequate liquiditeitspositie is. Bovendien werd de rand tot vorig jaar als overgewaardeerd beschouwd, wat de indruk wekt dat het land geen echte muntcrisis doormaakt. Dat neemt niet weg dat de depreciatie van de rand wel inflatie in de hand werkt. Daardoor moeten de monetaire autoriteiten balanceren tussen de inflatie in toom houden en de zwakke groei stimuleren. In juli 2013 bereikte de inflatie een peil van 6,3% en overschreed daarmee de fluctuatiemarge van 3-6%. Om te verhinderen dat er nog geld uit de economie zou wegvloeien en om de inflatiedruk terug te dringen, zou de SARB het misschien eerder opportuun vinden om de rente te verhogen. Op korte termijn lijkt een intrestverhoging echter onwaarschijnlijk omdat deze een bijkomende rem zou zetten op de nu al zwakke groei.

Analyst: The Risk Management Team, l.vancauwenbergh@credendogroup.com