Risicofactoren en vooruitzichten

Zowel de economische als de financiële fundamenten zijn er na jaren van stagnatie en aanhoudende onzekerheid geleidelijk op achteruit gegaan. Al sinds de globale financiële crisis zit de regenboognatie in een impasse, en het ziet er niet naar uit dat de groei op korte termijn een sterke impuls zal krijgen. Structurele binnenlandse spanningen in combinatie met een onsamenhangend beleid en wanbeheer onder President Zuma hebben het (investeerders)vertrouwen nog verder onderuit gehaald. De instorting van de internationale grondstofprijzen, alsook de gekrompen Chinese vraag hebben de klap nog versterkt. Daarnaast werd ook de landbouwproductie zwaar getroffen door de droogte die El Niño veroorzaakt heeft. Ook de kapitaalinstromen werden vluchtiger, terwijl de globale investeringsappetijt voor groeimarkten daalt. Dit maakte Zuid-Afrika nog kwetsbaarder omdat het land afhankelijk is van portfolio- en andere investeringsinstromen voor de financiering van het structurele tekort op de lopende rekening. Toch blijft de externe schuld houdbaar, hoewel de ratio’s de voorbije tien jaar in stijgende lijn gingen.

Tot op heden moet Zuid-Afrika zijn uiterste best doen om de impact van deze aanslepende schokken op te vangen, terwijl het land al geplaagd wordt door binnenlandse structurele zwaktes. De invoering van geloofwaardige en effectieve fiscale hervormingen zal cruciaal zijn om het vertrouwen terug te winnen en het land zijn potentieel te laten ontwikkelen. Nochtans is het mogelijk dat in het geval van politieke apathie of een andere grote schok, de solvabiliteit van het land sneller verslechtert dan momenteel verwacht wordt.

Om deze redenen werd de classificatie voor het politieke risico op (middel)lange termijn in augustus 2016 verder verlaagd van categorie 3 naar 4. Ook het commerciële risico voor Zuid-Afrika is duidelijk verslechterd. De slepend trage groei en de aanhoudende muntdepreciatie impliceren dat het commerciële risico in de hoogste categorie valt. Maar hoewel het commerciële risico en het solvabiliteitsrisico duidelijk gestegen zijn, wordt het liquiditeitsrisico getemperd door de adequate buffer van internationale reserves en een diepe lokale kapitaalmarkt. De classificatie van Credendo Group voor het kortlopende politieke risico is dan ook stabiel gebleven in categorie 3.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Ruim potentieel aan natuurlijke rijkdommen
  • Goed ontwikkelde instellingen
  • Sterke dienstensector

Contra's

  • Hoge werkloosheid en ongelijkheid
  • Infrastructuurknelpunten, vooral in energie
  • Afhankelijk van volatiele kapitaalinstromen

Staatshoofd en regeringsleider

  • Jacob Zuma (2009/2014)

Kiesstelsel

  • Presidentsverkiezingen: 5-jarige termijn, volgende verkiezingen in 2019
  • Parlementsverkiezingen 5-jarige termijn, volgende verkiezingen in 2019

Bevolking

  • 55 miljoen

Per capita Income

  • 6.050 USD

Inkomensgroep

  • Hoger middeninkomen

Belangrijkste exportproducten

  • Toerisme (7,9% van de ontvangsten op de lopende rekening), ijzererts (6,6%), goud (5,6%), groenten (3,4%)

Beoordeling landenrisico

Ongenoegen over Zuma’s aanpak

Een reeks politieke veldslagen en talrijke corruptieschandalen in verband met President Zuma hebben zowel het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) als de reputatie van het land aanzienlijke schade toegebracht. De spanningen escaleerden in december 2015 nadat Zuma twee ministers van financiën had ontslagen in vier dagen. Dit leidde tot een schokgolf door de kapitaalmarkten. Zuma overleefde in april 2016 zelfs een afzettingsprocedure voor een inbreuk op de grondwet. Hij had namelijk aanbevelingen van de corruptiewaakhond – om de staatsfondsen die hij gebruikte om zijn privéverblijf te renoveren terug te betalen – genegeerd. Bovendien worden de banden met het westen nog bemoeilijkt door zijn almaar meer antiwesterse retoriek en beleidsinitiatieven, zoals de unilaterale herroeping van bilaterale investeringsakkoorden met Europese landen. Het ANC zal dus waarschijnlijk prioriteit blijven geven aan de relaties met de BRICS-landen (en vnl. met China), ondanks het feit dat de economieën van deze landen verzwakt zijn en ze te kampen hebben met grote handelsonevenwichten.

Over het algemeen hebben veel mensen echter vooral genoeg van de uitzichtloze socio-economische positie waarin ze zich bevinden. In feite is de vooruitgang in de structurele hervormingen sinds de aantreding van het ANC na de apartheid te traag geweest om de gemiddelde levenstandaard op te krikken en de gapende ongelijkheid binnen de maatschappij aan te pakken. Het werkloosheidscijfer van Zuid-Afrika steekt enorm uit boven dat van andere groeilanden en steeg in het eerste kwartaal van 2016 zelfs tot een ontstellende 26,7% van de beroepsbevolking. Een enorm deel van de bevolking, voornamelijk jongeren, wordt daardoor buitengesloten omwille van een gebrekkig onderwijssysteem en de mismatch tussen de beschikbare skills en de vraag van de arbeidsmarkt. Een andere oorzaak is het systeem van loononderhandelingen. Dit dient de belangen van de gevestigde zaken en de actieve beroepsbevolking, maar maakt de drempel hoger voor werklozen en voor kmo’s, die traditioneel gezien de meeste mensen tewerkstellen. Daarnaast zijn ook industriële stakingen voor loonsverhoging schering en inslag in Zuid-Afrika. De laatste jaren zijn heel wat langdurige stakingen uitgedraaid op geweld, wat weer tot enorme economische schade heeft geleid, denk maar aan het Marikana-bloedbad in 2012 en de 6 maanden durende staking in de platinasector in 2014.

Behalve de hoge werkloosheidsgraad, is ook de ongelijkheid een belangrijk probleem. Ongeveer 80% van de bevolking is zwart. De rest bestaat o.a. uit minderheidsgroepen (van gemengde of Indische origine). Toch blijven de topfuncties in de privésector overwegend in handen van blanken. Om de rassenongelijkheid (nog een erfenis van de apartheid) aan te pakken, werd het BEE-beleid (Black Economic Empowerment) ingevoerd en werd het een van de belangrijkste paradepaardjes van het ANC. In het kader van de BEE werd begin 2016 een wetsvoorstel voor landonteigening goedgekeurd. Dit zorgde ervoor dat de staat land kon kopen (zelfs zonder het akkoord van de eigenaars) tegen een officieel vastgelegde prijs, waarna het onteigend werd om het aantal zwarte landbezitters op te krikken. Dit is echter nog niets in vergelijking met de gewelddadige landroof waarmee men in buurland Zimbabwe te maken kreeg. In feite is het politiek populair en essentieel gebleken om een groter deel van de rijkdom naar de zwarte meerderheid te versluizen. In de praktijk vergemakkelijkt de BEE echter ook nieuwe patronagesystemen en corruptie, terwijl het bedrijven veel geld kost om te voldoen aan de eisen.

Gemeenteverkiezingen benadrukken afbrokkelende steun aan ANC

President Jacob Zuma is momenteel, sinds de verkiezingen van 2014, bezig aan zijn tweede presidentstermijn. De twee belangrijkste oppositiepartijen – de centrumrechtse liberale Democratische Alliantie (DA) en de radicaal-linkse Economische Vrijheidsstrijders (Economic Freedom Fighters, EFF) van de verbannen Malema, voormalig leider van de ANC-Jeugdliga – wisten hun aandeel in de stemmen op te krikken in 2014 door groeiende ontevredenheid over het ANC. In recente gemeenteverkiezingen op 3 augustus, behaalde de oppositie nog een grotere winst, het slechtste resultaat ooit voor het ANC sinds het einde van de apartheid. In Tshwane en Nelson Mandelabaai, waar ook hoofdstad Pretoria, Kaapstad en Port Elizabeth toe behoren, behaalde oppositiepartij DA een overtuigende overwinning. Van toen af aan kreeg het Zuid-Afrikaanse politieke landschap een ietwat andere vorm als gevolg van gedesillusioneerde stedelijke kiezers. Echter, over het algemeen behaalde het ANC nog steeds de meeste stemmen doordat de aanhang van Zuma’s partij zo sterk blijft in landelijke gebieden. De radicaal-linkse EFF-partij deed het het best in provincies met veel mijnbouw en eindigde derde met 8,2% van de stemmen.

Tijdens de partijconferentie van het ANC in 2017, zullen een nieuwe leider en een presidentskandidaat voor 2019 worden aangeduid. De kans is groot dat de partij intern meer en meer zal polariseren en dat Zuma almaar meer buiten spel wordt gezet gezien de resultaten van de gemeenteverkiezingen en zijn afbrokkelende populariteit. Dit zal zijn invloed op de keuze van een opvolger beperken en zo ook de kansen van de pro-business plaatsvervangende President Ramaphosa vergroten om hoofd van het ANC te worden, wat de huidige politieke patronagestructuren in beweging zou kunnen zetten. Misschien zijn de historische gemeenteverkiezingen van dit jaar wel een voorbode van de nationale verkiezingen in 2019. In ieder geval heeft Zuid-Afrika nood aan beleidsmakers die een frisse wind laten waaien en de structurele socio-economische problemen kunnen aanpakken. Fundamentele hervormingen en politieke moed om in te gaan tegen de gevestigde belangen zullen van vitaal belang zijn om opportuniteiten te creëren en de werkloosheid, ongelijkheid en economische uitsluiting te verhelpen.

Groeistilstand blijft aanslepen…

De meest geavanceerde en geïndustrialiseerde natie van het continent was vroeger de favoriet van internationale investeerders dankzij de solide instellingen en een florerende mijnbouw- en dienstensector. Sinds de uitbraak van de globale financiële crisis in 2009, is de regenboognatie er echter nog niet in geslaagd de groei opnieuw te laten opleven. Deze wordt immers belemmerd door ernstige structurele binnenlandse tekortkomingen alsook door ongunstige internationale omstandigheden. Na de teleurstellende groeicijfers van 2014 en 2015 (1,6% en 1,3%) is de verwachting van 0,1% bbp-groei voor 2016 de laagste sinds de recessie van 2009. Voor 2017 wordt er een minimaal groeiherstel van 1,1% beoogd, wat toch zou betekenen dat het inkomen per capita voor het derde jaar op rij daalt. De groeiverwachtingen op middellange tot lange termijn zijn gunstiger, rond de 2,4%, maar laag in vergelijking met de bevolkingsgroei (1,6% per jaar).

De Zuid-Afrikaanse rand daalt al sinds 2012 en verloor in 2015 nog een derde van zijn waarde ten opzichte van de Amerikaanse dollar. De depreciatie van de rand werd aangewakkerd door de verslechterende handelsvoorwaarden (ondanks het feit dat het land een olie-importeur is) en ongerustheid bij buitenlandse investeerders. De felle waardevermindering van de rand zal echter geen concurrentievoordeel opleveren, aangezien de munteenheden van de meeste andere groeimarkten ook verzwakt zijn. Door de stijging van de voedselprijzen en stroomtekorten, beiden veroorzaakt door de droogte, wordt een inflatie van 6,7% verwacht tegen het einde van het jaar. Hierdoor zou de bovengrens van het streefbereik van de SARB (Zuid-Afrikaanse Reservebank) van 3-6% overschreden worden. Begin 2016 trok de SARB voor de 4e keer sinds eind 2014 de interestvoeten op (reporente met 25 basispunten tot 7%) in een poging om de inflatieverwachtingen te stabiliseren ondanks de vertragende impact op de economische groei. Lage nationale spaarquotes en een vertraging in de huishoudelijke consumptie – vroeger de voornaamste groeimotor – dragen bovendien ook bij tot de aanhoudende underperformance. Momenteel ziet het er niet naar uit dat de groei in de nabije toekomst een sterke heropleving zal kennen. Het internationaal klimaat blijft immers moeilijk en de aanhoudende zwakte van de rand zal de druk op de rentevoeten waarschijnlijk ook hoog houden.

Vertrouwen aangetast door binnenlandse ellende en externe schokken

Zuid-Afrika heeft een enorm gediversifieerde economie (mijnbouw, landbouw, financiële dienstverlening, toerisme, productie, etc.) en het land herbergt bedrijven met een regionale en zelfs globale voetafdruk. Toch hebben de landbouw en de mijnsector de voorbije jaren klappen gekregen door het afgenomen investeerdersvertrouwen omwille van binnenlandse kwetsbaarheden zoals onzekere regelgeving, rigide arbeidsmarkten en infrastructurele knelpunten, gecombineerd met herhaalde gewelddadige stakingen en een zware elektriciteitscrisis. Sinds midden 2014 hebben zich aan dit lijstje nog twee grote externe schokken toegevoegd, namelijk de afgenomen vraag vanuit China (de belangrijkste exportmarkt) naar mineraalexport en de instorting van de internationale grondstofprijzen. Als gevolg van het wereldwijde surplus en het feit dat China zich meer op zijn eigen markt is gaan richten, wordt verwacht dat de mineraal- en metaalprijzen de komende jaren nog een stuk onder hun piekniveaus zullen blijven.

Bijgevolg is de Zuid-Afrikaanse mijnbouwproductie aanzienlijk gekrompen, met een aanzienlijke 18% (maart 2016 t.o.v. een jaar geleden). IJzererts en platinametalen kregen de zwaarste klappen te verwerken. Bovendien werd ook de landbouwproductie zwaar getroffen door de droogte veroorzaakt door El Niño, die het voorbije jaar door zuidelijk Afrika raasde. Dit leidde tot minder winstgevende bedrijven, in het bijzonder in de landbouw en mijnsector. Daarnaast kelderden dit jaar ook de aandelenkoersen van financiële instellingen, terwijl de hoge rentevoeten en inflatie in combinatie met een zwakke arbeidsmarkt druk uitoefenen op huishoudens met zware schulden. Bijgevolg is de groei van kredieten voor huishoudens vertraagd, terwijl de groei van kredieten voor de privésector robuust is gebleven. Desondanks worden de buffers van de banken adequaat geacht om een mogelijke opmars van niet-terugbetaalde leningen op huishoudkredieten en bedrijfsboekhoudingen te doorstaan.

Ondanks de gediversifieerde exportbasis heeft Zuid-Afrika te kampen met een structureel tekort op de lopende rekening, dat naar verwachting de volgende twee jaar ongeveer 12% van de ontvangsten op de lopende rekening zal bedragen, alvorens het geleidelijk zou afnemen. Dit tekort kon vroeger gemakkelijk gefinancierd worden omdat het land als meest liquide markt van Afrika kon rekenen op ruime kapitaalinvesteringsstromen (Johannesburg Stock Exchange en binnenlandse obligatiemarkt) en daarnaast aanzienlijke buitenlandse directe investeringen wist aan te trekken. De kapitaalstromen werden echter volatieler na de ‘tapering’ van de US Fed in 2014, wat wereldwijd een domper zette op de appetijt van investeerders voor groeilanden. Striktere internationale financiële voorwaarden als gevolg van de normalisatie van het monetaire beleid in de VS en recenter de Brexit zullen Zuid-Afrika blijven blootstellen aangezien het land sterk afhankelijk is van portfolio- en andere investeringsstromen (obligaties en aandelen in handen van buitenlanders). Bovendien werd het verlies aan investeerdersvertrouwen nog verergerd door talrijke corruptieschandalen en een combinatie van incoherent beleid en mismanagement. Daardoor boekte de betalingsbalans in 2015, na jaren van ruime surplussen, een financieringstekort van 0,25% van het bbp. Voor 2016 en 2017 wordt er eveneens een miniem tekort voorspeld. Gelukkig zijn de buitenlandse deviezenreserves in Zuid-Afrika op een behoorlijk niveau en worden de binnenlandse financiële markten diep en gesofisticeerd genoeg geacht om de externe financiële tekorten op te vullen.

Weg naar herstel rust in eerste plaats op budgettaire geloofwaardigheid

De fiscale ruimte voor groei-stimulerende overheidsinvesteringen blijft beperkt met een begrotingstekort dat de voorbije vijf jaar gemiddeld 4% bedroeg en naar verwachting 3,9% en 3,6% zal bedragen in 2016 en 2017. De hoge werkloosheid zadelt de regering op met almaar hogere welzijnskosten die al meer dan 35% van de totale overheidsuitgaven in beslag nemen. Bovendien vertegenwoordigen de zwakke financiële balansen van verschillende grote staatsbedrijven – zoals nationaal wegbeheerder Sanral en staatselektriciteitsmaatschappij Eskom – een gevaar voor de fiscale stabiliteit, niet het minst gezien de overheidsgaranties die op veel van hun verplichtingen van toepassing zijn. Ondanks eerdere consolideringsinspanningen sinds de begroting van 2013, hebben de stijgende rentekosten en de zwakke groei geleid tot aanhoudende begrotingsdruk.

Er wordt nu een uitgebreid pakket aan structurele hervormingen doorgevoerd die de primaire fiscale balans (exclusief rentebetalingen) in evenwicht zouden moeten brengen (0%) vanaf 2017 en de overheidsschulden weer houdbaar zouden moeten maken. De overheidsschuld stapelde zich in 2015 op tot 50,1% van het bbp terwijl ze in 2012 nog maar 40,9% bedroeg. Wel wordt verwacht dat ze zich over de komende vier jaar zal stabiliseren rond een gemiddelde van 52,7%. Hoe dan ook is ongeveer 70% van de overheidsschuld binnenlands en bijna 90% van de totale schuldenlast in Zuid-Afrikaanse rand. Dit doet de (wisselkoers)risico’s aanzienlijk afnemen. Het begrotingsbeleid zou meer moeten focussen op bestuur, efficiëntere uitgaven en deelnemingen van de privésector in staatsbedrijven, terwijl een combinatie van kostenbesparende maatregelen en een herprioritisering van de uitgaven ingevoerd zouden moeten worden. Bovendien zal het herstel van de budgettaire geloofwaardigheid door de implementatie van een betekenisvolle fiscale consolidatie de schuldvooruitzichten helpen stabiliseren en zal het dan ook essentieel zijn om een ophanden zijnde downgrade tot ‘junk-status’ door de drie belangrijke kredietagentschappen te vermijden. Vandaar dat de toekomstige overheidsschuldenratio’s in het geval van een traag beleid hoger zouden kunnen liggen dan de huidige verwachting.

Externe schuldratio’s zijn in opmars… maar blijven waarschijnlijk wel houdbaar

De externe schuldenlast ging de voorbije tien jaar in stijgende lijn. In 2006 bedroeg deze nog 72,3% van de ontvangsten op de lopende rekening (23,1% van het bbp), maar in 2016 stijgt deze naar een verwachte 133% (51% van het bbp). De stijgende schulden in de privésector en publieke sector in combinatie met aanhoudende economische stagnatie sinds 2008 hebben deze ratio’s doen stijgen. Over de komende vijf jaar wordt verwacht dat de buitenlandse schuldratio’s zich gaan stabiliseren rond de 135% van de ontvangsten op de lopende rekening, of 53% van het bbp, wat houdbare niveaus zijn. Traditioneel gezien is Zuid-Afrika vrij afhankelijk van buitenlandse kortetermijnschulden, die het voorbije decennium ook zijn toegenomen. Van 25% van de ontvangsten op de lopende rekening in 2006 gingen ze naar 32% in 2016, waardoor het ‘roll-over-risico’ in geval van een schok tot op een bepaald niveau toeneemt.

Sinds eind 2013 zijn de buitenlandse internationale reserves met zo’n 6,6% afgenomen. Toch beschikt Zuid-Afrika nog steeds over een relatief solide liquiditeitsbuffer die het equivalent van 4,4 maanden aan goederen- en dienstenimport dekte in juni 2016, terwijl de standaardnorm 3 bedraagt. De reserves dekken meer dan 1,5 keer de jaarlijkse buitenlandse schuldendiensten. Deze laatsten piekten in 2015 met 25,4% van de ontvangsten op de lopende rekening en zouden de eerstvolgende jaren boven de 20% van de ontvangsten op de lopende rekening blijven.