Risicofactoren en vooruitzichten

Sinds de val van het regime van Ben Ali in het begin van 2011 is het politieke overgangsproces in Tunesië gestaag gevorderd, zij het niet zonder problemen. Begin 2014 slaagde het land erin de opwaartse spiraal van spanningen die sinds 2013 woedden te doen luwen door een akkoord te bereiken over een nieuwe grondwet en een nieuwe technocratische regering. Deze regering zal het land besturen tot de parlements- en presidentsverkiezingen die zijn gepland voor later dit jaar.

De revolutie en de daaropvolgende politieke transitie hebben het politieke risico beïnvloed en stellen het land voor een reeks stevige uitdagingen. Toch hebben de ratings voor het politieke risico in grote lijnen tamelijk goed stand gehouden, dankzij de stevige macro-economische buffers die het land voor de revolutie had opgebouwd. Hoewel een toenemend tekort op de lopende rekening en zwakke directe buitenlandse investeringen in het land de voorbije jaren gevolgen hebben gehad voor zowel de liquiditeit als de buitenlandse schuld, zijn deze op een beheersbaar niveau gebleven. Bovendien heeft Tunesië in juni vorig jaar een stand-by-overeenkomst afgesloten met het IMF, en kan het daardoor rekenen op multilaterale en bilaterale financiële steun om in de dringendste financiële behoeften te voorzien.

Het systemische commerciële risico, dat een indicatie geeft van het ondernemingsklimaat waar de Tunesische bedrijven in werken, lijdt onder onzekerheid, een economie die qua groei zijn potentieel niet bereikt, en een vertraging van de kredietgroei (met name voor economische sectoren die het moeilijk hebben, zoals toerisme, communicatie en transport). De afgelopen jaren is de betalingservaring van Credendo Group met Tunesische debiteuren zeer volatiel geweest en de tweede helft van vorig jaar zijn de betalingsachterstanden aanzienlijk toegenomen. De voorbije maanden is de betalingservaring echter sterk verbeterd.

De verbeterde politieke stabiliteit in 2014 moet het vertrouwen in het land herstellen en de financiële en economische situatie ondersteunen, maar de gevaren zijn zeker niet geweken. Zowel de huidige regering als de volgende regeringen zullen een reeks stevige uitdagingen voor de kiezen krijgen, zoals het verlagen van het begrotingstekort, het externe tekort, het stimuleren van de werkgelegenheid en inclusieve groei, en het aanpakken van de veiligheidssituatie.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Gediversifieerde economie
  • Locatie: dicht bij de Europese markt
  • Ondanks de verdeeldheid heeft de politieke klasse getoond in staat te zijn compromissen te sluiten en verder te bouwen aan de democratie

Contra's

  • Financieel-economische situatie ondervindt de gevolgen van de politieke transitie
  • Hervormingen zijn een uitdaging in tijden van hoge werkloosheid en ongelijkheid
  • De verdeeldheid tussen seculiere en islamitische politieke partijen kan de consensus nog steeds bemoeilijken
  • Een escalatie van de veiligheidssituatie kan verhinderen dat het vertrouwen bij de toeristen en investeerders wordt hersteld

Belangrijkste exportproducten

  • Machines en transportmiddelen (18% van de inkomsten op de lopende rekening), kleding (12,5%), netto-overdrachten (8,5%), toerisme (8%), chemie en aanverwante producten (7,5%)

Inkomensgroep

  • Hogere middeninkomens

Inkomen per capita

  • USD 4.150

Bevolking

  • 10,8 miljoen

Kiesstelsel

  • Nationale Grondwetgevende Vergadering werd verkozen in oktober 2011, en keurde in januari 2014 een nieuwe grondwet goed
  • Eerste presidents- en parlementsverkiezingen onder de nieuwe grondwet worden eind 2014 verwacht

Regeringsleider

  • Premier Mehdi Jomaa

Staatshoofd

  • President Moncef Marzouki

Beoordeling landenrisico

Politieke transitie gaat verder ondanks beroering

Tunesië gaat momenteel door een historische politieke transitie na de val van het regime van de voormalige president Ben Ali in januari 2011. De afgelopen jaren is deze transitie gestaag gevorderd, zij het niet zonder slag of stoot. Vooral in de loop van 2013 bleek de politieke situatie steeds moeilijker te worden, omdat de coalitieregering die in oktober 2011 was verkozen, geconfronteerd werd met steeds grotere uitdagingen, zoals de verslechterende veiligheidssituatie (zoals de toenemende radicalisering van salafisten en de moord op twee  leden van de oppositie, in februari en juli), de frustratie onder de bevolking over het gebrek aan  noemenswaardige economische verbetering en toenemende polarisatie tussen de seculaire bevolking en islamisten. Door de gebeurtenissen zagen twee premiers in twaalf maanden tijd zich gedwongen om af te treden.

Ondanks de groeiende problemen vorig jaar zijn de belangrijkste politieke krachten van Tunesië, die onder druk stonden van de machtigste vakbond UGTT, er in januari in geslaagd de politieke impasse te doorbreken door het eens te worden over een langverwachte grondwet en de benoeming van een nieuwe technocratische regering.

Op 27 januari, na meer dan twee jaar debatteren, heeft de Nationale Grondwetgevende Vergadering (NCA) de grondwet met een meerderheid van 90% goedgekeurd, wat erop wijst dat er een ruime steun bestaat voor de tekst. Deze grondwet wordt gezien als een van de meest vooruitstrevende in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Bovendien heeft de gematigde islamitische Ennahda, de grootste partij binnen de NCA, aanzienlijke toegevingen gedaan over de nieuwe machtsstructuur van het land, wat bewijst dat de politiek in staat is om overeenstemming te bereiken. Toch staat nog te bezien hoe doeltreffend regeren wordt onder het nieuwe semi-presidentiële systeem, waarin zowel de president als de premier aanzienlijke bevoegdheden zullen delen. Na de goedkeuring van een nieuwe kieswet vorige maand wordt nu verwacht dat er in oktober en november van dit jaar parlements- en presidentsverkiezingen zullen worden gehouden. Enigszins controversieel is dat volgens de nieuwe kieswet voormalige leden van de politieke partij van Ben Ali zich weer verkiesbaar mogen stellen, wat vooral in het voordeel zal spelen van de conservatieve partij Nidaa Tounes. Nidaa Tounes en Ennahda genieten aanzienlijke steun onder de kiezers, maar er wordt niet verwacht dat een van hen een absolute meerderheid zal winnen. De volgende regering die wordt verkozen zal daarom waarschijnlijk weer een coalitieregering zijn, mogelijk tussen beide partijen. Tot de verkiezingen wordt het land geleid door de regering van interim-premier Mehdi Jomaa. De technocratische regering moet het land een zekere stabiliteit brengen en buitenlandse investeerders en schuldeisers geruststellen, maar de uitdagingen voor deze (en de volgende) regering blijven enorm. De politieke stabiliteit kan weliswaar het begin zijn van een economisch herstel, maar de financiële en economische uitdagingen zijn de voorbije jaren alleen maar toegenomen. Hervormingen uitvoeren die de fiscale en externe tekorten rechttrekken, zal dus moeilijk zijn, omdat grote delen van de bevolking nog maar weinig hebben gezien van een verbetering van hun economische situatie, waar ze na de val van het regime van Ben Ali op hadden gehoopt.

Groei zal toenemen, maar blijft onder het potentieel

Hoewel de economie in 2012 is hersteld van de recessie in 2011, is de groei het voorbije jaar opnieuw vertraagd, tot 2,6%. Dat is ruim onder de gemiddelde jaarlijkse groei van 4,4% die Tunesië heeft gezien in de periode 2000-10. De aanbodzijde van de Tunesische economie heeft vooral geleden onder een slechte oogst en verstoringen  in de mijnbouwsector. Aan de vraagzijde waren een daling van de overheidsinvesteringen en een negatieve groei in de eurozone (de belangrijkste exportmarkt van Tunesië) de voornaamste oorzaken van de vertragende economie.

Tunesie_Graph1NL

Na het chaotische 2013 wordt voor dit jaar een bescheiden groei verwacht die voornamelijk wordt gedreven door het verbeterde vertrouwen bij investeerders en toeristen. Veel zal echter afhangen van de veiligheidssituatie en de politieke stabiliteit. Het kan echter nog tot 2016 duren voordat de groei naar zijn langetermijngemiddelde kan terugkeren. En dan nog blijft het maar zeer de vraag of dat zal volstaan om de werkloosheid terug te dringen en de komende jaren de nieuwkomers op de arbeidsmarkt een job te kunnen bieden. Officieel ligt de werkloosheid momenteel rond de 15%, een cijfer dat onder hoogopgeleiden zelfs meer dan 30% bedraagt. Aangezien begin 2011 de hoge werkloosheid en de ongelijkheid de voornaamste frustraties van de beweging tegen Ben Ali waren, is dit van bijzonder belang voor de stabiliteit van het land. Een sterkere en meer inclusieve groei is dus een prioriteit om meer werkgelegenheid te creëren en de economische en sociale verschillen tussen de regio's te verkleinen. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de privésector. Daarom zullen er hervormingen moeten komen die het concurrentievermogen en het ondernemingsklimaat verbeteren. Doordat heel wat Tunesische jongeren de voorbije jaren een hoger diploma hebben behaald, zal het ook van belang zijn om de discrepantie tussen het aanbod van en de vraag naar vaardigheden op de arbeidsmarkt aan te pakken, waar sectoren met een lage toegevoegde waarde en arbeidsintensieve sectoren nog steeds een belangrijke rol spelen.

Tunesie_Graph2NL

Ondertussen is de inflatie, een andere mogelijke bron van onvrede onder de bevolking, in 2013 hoog gebleven: 6%, terwijl in de periode van 2000-2010 nog sprake was van een jaargemiddelde van 3,3%. De voedselprijzen zijn nog sneller gestegen. In april was de inflatie op jaarbasis iets gedaald naar 5,1% doordat de centrale bank de beleidsrente had verhoogd, en door de meer gematigde inflatie van de voedselprijzen.

Hoger dubbel tekort zal dalen

Het uitdagende politieke en economische klimaat van de afgelopen jaren heeft geleid tot toenemende externe en budgettaire onevenwichten. Doordat de import van goederen en diensten sneller is gegroeid dan de export, is het tekort op de lopende rekening gestaag toegenomen, van 5% van het bbp in 2010 tot meer dan 8% vorig jaar. De inkomsten uit de toeristische sector vorig jaar zijn 20% onder het peil van 2010 gebleven en waren bijna 30% lager dan die van het topjaar 2008. Ondertussen lijdt Tunesië onder een zwakke vraag uit Europa, zijn grootste exportmarkt. De import is vooral toegenomen doordat er meer voedsel en energie wordt ingevoerd. De netto- invoer van energie is tussen 2010 en 2013 bijna vervijfvoudigd omdat het energieverbruik is toegenomen, terwijl de olie- en gasproductie is gedaald en de binnenlandse raffinagecapaciteit tekortschiet.

De lopende rekening zal dit jaar naar verwachting verbeteren doordat de iets sterkere economische activiteit in de eurozone (met name in belangrijke exportmarkten zoals Frankrijk en Italië) de vraag naar Tunesische exportproducten zou moeten verhogen. Dit zou samen met meer binnenlandse politieke stabiliteit ook de ontvangsten uit het toerisme en de transferten van Tunesiërs die in het buitenland werken ten goede moeten komen. Het tekort op de lopende rekening zou de komende jaren verder kunnen krimpen, maar zal veel hoger blijven dan het gemiddelde tekort van ongeveer 3% van het bbp over de periode 2000-2010.

Tunesie_Graph3NL

Ook de overheidsfinanciën zijn de afgelopen jaren getroffen. Vorig jaar lagen de overheidsuitgaven 50% hoger dan in 2010, ongeveer 30% van het bbp. De meeste stijgingen van uitgaven zijn gerelateerd aan hogere ambtenarensalarissen (+40% sinds 2010), overdrachten en subsidies (meestal voor voedsel en energie), die meer dan verdubbeld zijn. De stijgingen waren een reactie op sociaal-economische eisen die tijdens de revolutie zijn geuit. Hoewel ook de belastinginkomsten zijn toegenomen, was dit niet voldoende om het tekort onder controle te houden. Als gevolg daarvan is het overheidstekort gegroeid van 0,5% van het bbp in 2010 naar 6% vorig jaar. Om de achteruitgang te stoppen, zijn voor dit jaar een loonstop en hervormingen van de energiesubsidies aangekondigd. Concreet gaat het onder andere om hogere elektriciteits- en brandstofprijzen terwijl subsidies sterker gericht zullen worden op armere bevolkingsgroepen. Toch wordt verwacht dat het overheidstekort dit jaar verder zal uitbreiden en dat de schuldgraad eind dit jaar 50% zal bereiken, een stijging ten opzichte van de 40% in 2010.

De verdere toename van het overheidstekort dit jaar is vooral te wijten aan de herkapitalisatie van de openbare banken, die volgens de begroting 1,2% van het bbp zal kosten. Toch zal dit mogelijk niet volstaan: het IMF schat dat een bedrag van 2,6% van het bbp nodig zal zijn. De Tunesische bankensector heeft het aantal pijnpunten namelijk zien toenemen doordat de slabakkende economie negatieve gevolgen heeft gehad voor de kwaliteit van de activaportefeuille van de banken. De sector heeft het aantal non-performing loans zien toenemen, de winstgevendheid staat onder druk en ook de solvabiliteitsratio's gaan in dalende lijn, wat de regering ertoe dwingt een aantal banken te herkapitaliseren en maatregelen te treffen om het bestuur in de openbare banken te verbeteren. De afgelopen jaren is de groei van de kredietverlening aan de economie aanzienlijk vertraagd, met name voor sectoren die het moeilijk hebben, zoals toerisme, communicatie en transport.

Internationale steun helpt buitenlandse schuld beheersbaar te houden

Door het toenemende tekort op de lopende rekening en de zwakke directe buitenlandse investeringen in het land– vooral in 2011 en 2013 – gaat het bergaf met Tunesische liquiditeit en de financiële situatie.

De deviezenreserves zijn vrij krap en dekten in maart ongeveer 3 maanden import, terwijl dat vóór de revolutie nog 4,2 maanden was. Dat blijft een aanvaardbaar niveau, maar de liquiditeit is de afgelopen drie jaar vrij volatiel geweest. Zonder de 500 miljoen dollar in deposito's van de Qatar National Bank – die deels eigendom is van het Qatarese staatsbeleggingsfonds QIA – bij de Tunesische centrale bank zouden de deviezenreserves onder de drempel van de drie maanden zijn gevallen, en zou het land nog kwetsbaarder zijn geworden voor externe schokken.

De buitenlandse schuldgraad gaat in stijgende lijn, van 50% van het bbp in 2010 tot naar verwachting 58% van het bbp (130% van de ontvangsten op de lopende rekening) aan het einde van dit jaar, wat nog steeds een beheersbaar niveau is. Bovendien heeft Tunesië in juni vorig jaar een stand-by-overeenkomst gesloten met het IMF en heeft het toegang tot aanzienlijke financiële steun van bilaterale en multilaterale partners. Meer dan de helft van de Tunesische buitenlandse schuld is in handen van officiële crediteuren. Daardoor profiteert het land van een lagere rente, wat ook de schuldendienst binnen de perken houdt: minder dan 10% van de ontvangsten op de lopende rekening.

Tunesie_Graph4NL

Analyst: The Risk Management Team, r.cecchi@credendogroup.com