Risicofactoren en vooruitzichten

In 2014-2015 werd Oekraïne zwaar getroffen door het conflict in zijn oostelijke regio en door ongunstige externe factoren. Als gevolg hiervan alsook door de bestaande structurele zwakte, kromp het bbp sterk, daalde de grivna aanzienlijk in waarde, stonden de internationale reserves onder druk en voerde de centrale bank wisselrestricties in. Sindsdien is de situatie ietwat verbeterd. De wisselkoers en de internationale reserves zijn gestabiliseerd, en voor 2016 wordt er een positieve groei van het bbp verwacht. Bovendien is de centrale bank begonnen met het geleidelijk aan versoepelen van de wisselrestricties. Gezien de betere liquiditeitssituatie heeft Credendo Group beslist de classificatie van het politieke risico op korte termijn te verbeteren tot categorie 6 en de dekking voor kortetermijntransacties (buiten de Krim en het Donetsbekken) te hervatten. Het systemisch commercieel risico blijft wel in de hoogste categorie, aangezien de toegang tot krediet beperkt is, de rente op leningen hoog, de grivna zwak en het ondernemingsklimaat moeilijk.

Het politieke risico op (middel)lange termijn blijft in categorie 7 aangezien de externe schuld en de rentebetaling op een alarmerend hoog peil staan, de overheidsfinanciën in precaire toestand verkeren en de banksector zwak is. De binnenlandse politieke situatie blijft bovendien gekenmerkt door een gebrek aan vertrouwen tussen de regeringspartijen. Zeker omdat deze slechts over een beperkte parlementaire meerderheid beschikken, is het onwaarschijnlijk dat er snel werk zal worden gemaakt van het goedkeuren en implementeren van belangrijke institutionele hervormingen (zoals gevraagd door het IMF en verwacht door de bevolking na de Maidan-revolutie). Tot slot mogen de zware gevechten in het Donetsbekken dan wel gestopt zijn na de ondertekening van het Minsk II-akkoord in februari 2015, het conflict in de oostelijke regio blijft onopgelost en er zijn sporadische opflakkeringen van geweld.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Geleidelijke afbouw van wisselrestricties
  • Verbeterde liquiditeit en matig tekort op de lopende rekening
  • Flexibele wisselkoers
  • De groei van het bbp zal in 2016 waarschijnlijk positief zijn

Contra's

  • Zeer hoge kortetermijnschuld
  • Moeilijk ondernemingsklimaat en zwak bestuur
  • Hoge externe en overheidsschuld en zwakke banksector
  • Onopgelost conflict in het Donetsbekken, geen administratieve controle in het Donetsbekken en op de Krim

Belangrijkste exportproducten (in 2014)

  • Verwerkte producten (41,4% van de ontvangsten op de lopende rekening), voeding (23,2%), transportdiensten (8,7%), erts en metalen (6,8%), toerisme (2,2%) en private transfers (1,3%)

Inkomensgroep

  • Laag - middelhoog

Inkomen per capita

  • 3.560 USD

Bevolking

  • 45,4 m

Beschrijving van het kiessysteem

  • Presidentsverkiezingen: ambtstermijn van 5 jaar, laatste verkiezing: mei 2014
  • Parlementsverkiezingen: ambtstermijn van 5 jaar, laatste verkiezing: oktober 2014

Regeringsleider

  • Eerste minister Volodymyr Groysman

Staatshoofd

  • President Petro Poroshenko

Beoordeling landenrisico

Oekraïne verloor de bestuurlijke controle over een deel van zijn grondgebied

Sinds de afzetting van president Yanukovych in februari 2014 is Oekraïne ingrijpend veranderd. Rusland annexeerde de Krim in maart 2014 en separatistische rebellen – waarvan vermoed wordt dat ze steun krijgen van Rusland – hebben de controle over het Donetsbekken overgenomen (de regio's van Donetsk en Luhansk). De zware gevechten in het Donetsbekken zijn gestopt na het Minsk II-akkoord dat in februari 2015 werd gesloten, maar het staakt-het-vuren wordt regelmatig geschonden en er zijn sporadische uitbarstingen van geweld. Verder zijn additionele maatregelen die in Minsk overeengekomen zijn nog niet geïmplementeerd. Zo heeft Kiev de speciale status die werd aangevraagd door de regio's Donetsk en Luhansk nog niet toegekend – dat zou heel slecht vallen in de rest van het land – en heeft de overdracht van de grenscontrole tussen de door Rusland gesteunde Oekraïense rebellen en Kiev nog niet plaatsgevonden. De toestand in het oostelijke deel van Oekraïne is dus gespannen, en dat zal de komende maanden waarschijnlijk ook zo blijven. Hetzelfde geldt voor de relaties met Rusland.

Belangrijke institutionele hervormingen gevraagd door het IMF en verwacht door de bevolking

Hoewel voormalig eerste minister Yatsenyuk in februari 2016 een vertrouwensstemming overleefde, nam hij toch ontslag in april. Wel bleef zijn Volksfront coalitiepartner in de nieuwe regering geleid door Volodymyr Groysman, voormalig parlementsvoorzitter en lid van het Petro Poroshenko Bloc. De voornaamste uitdaging van deze nieuwe regering bestaat erin de cruciale hervormingen door te duwen die geëist worden door het IMF. De goedkeuring in juni 2016 van de wetgeving om corruptie binnen het gerechtelijk systeem te bestrijden vormt alvast een positief signaal dat de Verenigde Staten ertoe aanzette een waarborg voor een lening ter waarde van 1 miljard USD uit te schrijven. Het initiatief zal ook de relatie met het IMF verbeteren (nadat de tweede herziening van het Extended Fund Facility-programma – voorzien voor september 2015 – eerder werd uitgesteld). Het IMF benadrukte in mei 2016 namelijk dat de “vastberaden implementatie van structurele en institutionele hervormingen nu van essentieel belang is om het recente herstel om te zetten in sterke en duurzame groei, met de onwrikbare vastberadenheid in de strijd tegen corruptie als een lakmoesproef voor het vermogen van de overheid om de brede binnenlandse en internationale steun voor haar beleidsmaatregelen te behouden.” Toch blijven de uitdagingen voor de toekomst immens groot – denk aan de privatisering van overheidsbedrijven, de goedkeuring van de onpopulaire wetgeving om het Donetsbekken meer autonomie te verlenen, beter bestuur, strijd tegen corruptie en verworven rechten – niet in het minst gezien de krappe meerderheid die de regering geniet in het parlement. De relaties tussen de hoofden van de twee regeringspartijen blijven bovendien gespannen (na het ontslag van Yatsenyuk). Binnen deze context kunnen vervroegde verkiezingen niet worden uitgesloten. Gelet op de zeer hoge verwachtingen na de Maidan-revolutie, bestaat het risico dat de kiezers opnieuw ontgoocheld zullen worden door het gebrek aan hervormingen. Dat was ook in 2010 het geval, toen Viktor Yanukovych uittredend eerste minister Yulia Tymoshenko versloeg deels omdat het kiespubliek gedesillusioneerd was door de voortdurende conflicten tussen Tymoshenko en Yushchenko (2005-2010), de twee leiders van de Oranjerevolutie van 2004. Geen van beide had er immers ooit werk van gemaakt hun pleidooien voor minder corruptie, nauwere banden met de Europese Unie en de hervorming van het ondernemingsklimaat ook door te voeren. Wel integendeel. De regering die gevormd werd na de Oranjerevolutie werd getekend door politieke instabiliteit.

Na diepe recessie wordt dit jaar opnieuw groei van het bbp verwacht

Ukraine_Graphe1NL

De economie van Oekraïne werd zwaar getroffen door het conflict in het oosten – het industriële bolwerk – en ongunstige externe factoren. Als gevolg hiervan kromp het bbp met 6,5% in 2014 en met 9,9% in 2015. Voor dit jaar is de prognose positiever en verwacht het IMF (WEO april 2016) een bbp-groei van 1,5%.

Tot voor kort vormden de oostelijke provincies Donetsk en Luhansk – samen met de hoofdstad Kiev – de stuwende kracht achter de Oekraïense economie. In 2012 waren ze goed voor 15% van het bbp, met name dankzij industriële productie (zware industrieën waaronder steenkoolmijnen, ferrometallurgie, engineering en machinebouw waren in de regio gevestigd). In het eerste kwartaal van 2014 waren beide provincies goed voor meer dan 20% van de goederenexport en droegen ze ook aanzienlijk bij aan de centrale begroting. De Krim daarentegen, vertegenwoordigt slechts een klein deel van het Oekraïense bbp en was een netto-ontvanger van belastinggelden van de centrale overheid. Vandaar dat het weinig waarschijnlijk is dat de annexatie door Rusland een grote economische impact zal hebben.

De scherpe verslechtering van de bilaterale relaties met Rusland – alsook de Russische economische crisis – heeft uiteraard ook gevolgen voor de Oekraïense buitenlandse handel. In 2013 was Rusland immers goed voor ongeveer een kwart van de goederenexport van Oekraïne en was het land een belangrijke gasleverancier. Sindsdien is de handel tussen beide landen echter sterk verstoord (bv. het transport over land in februari 2016) en is het aandeel van de goederenexport naar Rusland teruggelopen tot minder dan 15% (in het derde kwartaal van 2015). Ondanks de EU-Associatieovereenkomst die in 2014 werd ondertekend, is het onwaarschijnlijk dat de EU zich op korte termijn zal opwerpen als vervanger voor Rusland. De vankrachtwording van de overeenkomst werd immers uitgesteld, eerst door objecties van Rusland en nu door het Nederlandse referendum waarin de ratificatie van de EU-Associatieovereenkomst werd verworpen. Verwacht wordt dat de Nederlandse regering tegen september een definitieve beslissing over deze kwestie zal nemen.

Matig tekort op de lopende rekening en stabilisering van de wisselkoers

Ukraine_Graphe2NL

Deels ten gevolge van de vaste wisselkoers en het soepele fiscale beleid, kende Oekraïne voor 2014 een groot tekort op de lopende rekening. Sindsdien is het deficit echter substantieel verkleind (zie grafiek) door de scherpe daling van de energieprijzen en de binnenlandse vraag. De import liep dan ook sneller terug dan de export. Verwacht wordt dat het tekort op de lopende rekening dit jaar opnieuw zal stijgen, gezien de verwachte heropleving van de binnenlandse vraag en de geleidelijke afbouw van de wisselrestricties. Ondanks enige verbetering blijft het tekort vooral zorgen baren omdat de deviezenontvangsten zo dramatisch gedaald zijn (met bijna 40% tussen 2013 en 2015). Bovendien is het geen eenvoudige zaak om voldoende kapitaalstromen aan te trekken (zoals buitenlandse directe investeringen, portefeuille-instromen en leningen) om het tekort op de lopende rekening te financieren. Dit is te wijten aan de zwakke perceptie van Oekraïne door buitenlandse investeerders. Binnen deze context zou een goedkeuring door het IMF van de tweede schijf van zijn EFF-programma bijzonder goed nieuws zijn. Dit zou niet alleen leiden tot nieuwe IMF-financiering, maar mogelijk ook bijkomende officiële steun losweken en het vertrouwen van buitenlandse investeerders enigszins verbeteren.

Ukraine_Graphe3NL

Begin 2014 heeft de centrale bank haar vaste wisselkoers met de USD overboord gegooid. Daarop is de grivna zowel in 2014 als in 2015 sterk in waarde gedaald, grotendeels ten gevolge van het conflict in het oosten en de ongunstige externe factoren. In de loop van 2016 is de munt enigszins gestabiliseerd (zie grafiek). Binnen deze context en gelet op het hogere niveau van de wisselreserves (zie grafiek) is de Nationale Bank van Oekraïne begonnen met een geleidelijke afbouw van de wisselrestricties die in 2014-2015 waren ingevoerd.

Ukraine_Graphe4NL

Hoge publieke en externe schulden en zwakke banksector baren zorgen

Het niveau van de buitenlandse schulden (zowel algemeen als op korte termijn) blijft zorgwekkend. Hoewel de kortetermijnschuld in absolute cijfers opmerkelijk is gedaald, is de ratio ten opzichte van de buitenlandse deviezeninkomsten gestegen tot meer dan 50%. Dat is een bijzonder hoog niveau, zeker voor een land met een zeer beperkte herfinancieringscapaciteit zoals Oekraïne (dat amper toegang heeft tot de kapitaalmarkten). De totale buitenlandse schuld is eveneens bijzonder hoog – meer dan 100% van het bbp – net zoals de schuldendienstbetalingen.

Ook de overheidsfinanciën hebben zwaar te lijden onder de economische crisis. Het overheidstekort, met inbegrip van Naftogaz, bedroeg 10,1% van het bbp in 2014 en de overheidsschuld steeg aanzienlijk. Dankzij de fiscale consolidatie die heeft plaatsgevonden onder toezicht van het IMF is het begrotingstekort evenwel licht gedaald. Zo werden de energiesubsidies, die in 2012 goed waren voor 7,5% van het bbp, verminderd en zijn de gasprijzen vrij gemaakt. Ook werd er een grootschalig privatiseringsplan aangekondigd, met onder meer de verkoop van Odessa Portside Plant – de eerste privatisering van een bedrijf in overheidshanden – maar deze verkoop werd door het IMF en de EBRD bekritiseerd omdat hij niet beantwoordde aan de internationale normen. Met de verwachting dat de overheidsschuld dit jaar zal uitkomen boven 90% van het bbp – een zeer hoog niveau – blijven de fiscale vooruitzichten in elk geval uitdagend.

De banksector – die een negatieve buitenlandse activapositie heeft en eerder al zwaar getroffen werd door de wereldwijde financiële en economische crisis van 2008 – is niet immuun gebleken voor de recente economische problemen. Als gevolg van een sterke toename van niet-performante leningen, is een groot aantal banken failliet gegaan. Sindsdien hebben ondernemingen nog altijd maar een beperkte toegang tot kredieten, hoewel de banksector zich langzaam aan het stabiliseren is. Bovendien zijn de rentevoeten voor leningen bijzonder hoog. Samen met de zwakke groei, een zwakke munt en een moeilijk ondernemingsklimaat, zorgt dit ervoor dat het commercieel landenrisico voor Oekraïne in de hoogste categorie blijft.