Risicofactoren en vooruitzichten

President Hugo Chavez heeft op 7 oktober zijn vierde mandaat op rij in de wacht gesleept, zodat de weg vrij ligt voor politieke continuïteit. Chavez zal met andere woorden zijn socialistische agenda uitbreiden en de staat zal op verregaande wijze blijven interveniëren. Nu oppositiekandiaat Capriles zijn nederlaag heeft toegegeven, worden op korte termijn geen grote schokken verwacht. Toch blijft er onzekerheid bestaan over de gezondheid van Chavez en zijn opvolging.

2012 werd gekenmerkt door een sterke economische groei, maar naar verwacht zal 2013 op dat vlak teleurstellen. De groei wordt namelijk beknot door de deviezen- en prijscontroles, een tekort aan energie en input, welig tierende corruptie en willekeurig overheidsingrijpen.

Er wordt verwacht dat Chavez de komende maanden een grote devaluatie zal doorvoeren omdat met de deviezencontroles niet kon worden verhinderd dat de deviezenreserves verder uitgeput zijn geraakt en een kritiek peil hebben bereikt.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Omvangrijke oliereserves
  • Redelijke buitenlandse schuld en schuldendienst

Contra's

  • Onzekerheid omtrent de gezondheid en de opvolging van Chavez
  • Economie sterk afhankelijk van olie
  • Prijs- en deviezencontroles
  • Welig tierende corruptie, willekeurig staatsingrijpen, gebrek aan transparantie en groot gevaar voor devaluatie

Voornaamste exportproducten

  • olie (91,1% van inkomsten op lopende rekening), factorinkomsten (2,1%), verwerkte goederen (4%) en ertsen en metalen (1,8%)

Inkomensgroep

  • hogere middeninkomens

Inkomen per capita

  • 11.590 USD

Bevolking

  • 28,4 miljoen

Electoraal stelsel

  • President: termijn van zes jaar; laatste verkiezing: 7 oktober 2012
  • Parlement: termijn van vijf jaar; laatste verkiezing: 26 september 2010

Staatshoofd en regeringsleider

  • Hugo Chavez (sinds 1999)

Beoordeling landenrisico

Vierde termijn op rij voor Chavez

Op 7 oktober heeft Hugo Chavez zijn vierde ambtstermijn op rij in de wacht gesleept. Ondanks de felle campagne van de oppositie deed hij dat met een ruime meerderheid. Anders dan bij de vorige verkiezingen was de heterogene oppositie goed verenigd en werd er één oppositiekandidaat naar voren geschoven: Henrique Capriles, de veertigjarige gouverneur van de dichtsbevolkte staat Miranda. Capriles gaf snel zijn nederlaag toe, en beperkte daarmee het gevaar voor sociale onrust in het politiek sterk gepolariseerde land. De belangrijkste uitdaging voor de oppositie nu zijn de komende gouverneursverkiezingen dit jaar in december.

President Hugo Chavez kwam in 1999 aan de macht en trok sindsdien meer en meer macht naar zich toe door de grondwet te wijzigen, leger en justitie in het gareel te houden, en zich in te mengen in de economie. Chavez heeft de Venezolaanse economie geleidelijk gekneed naar zijn visie van ‘het socialisme van de 21e eeuw’. Zo laat hij de staat meer ingrijpen in de economie, heeft hij particuliere eigendomsrechten uitgehold en zijn bedrijven in diverse sectoren (in de olie-, staal-, telecom-, elektriciteits-, voedings-, bouw- en financiële sector) genationaliseerd. Dankzij zijn sociale programma's is het armoedecijfer sterk gedaald: van 48,7% in 1999 naar 28,5% in 2009. Er worden geen grote beleidswendingen verwacht. Waarschijnlijk zal de overheid nog meer economisch gaan ingrijpen.

President Chavez is in juni 2011 en februari 2012 behandeld voor kanker. Over de precieze aard en de ernst van zijn ziekte is niets bekend gemaakt. Hij beweert volledig te zijn hersteld maar er blijft twijfel bestaan over de vraag of hij sterk genoeg zal zijn voor een vierde termijn. De onzekerheid omtrent de opvolging van Chavez blijft aanhouden door de verdeeldheid binnen de regeringspartij (PSUV) over de keuze tussen een gematigd socialisme en een socialisme Cubaanse stijl. Indien Chavez in de eerste vier jaar van zijn ambtstermijn overlijdt, moeten er volgens de grondwet verkiezingen komen. Gebeurt dat tijdens de laatste twee jaar van zijn presidentschap, dan neemt de vice-president het roer over. Nicolas Maduro, een gematigd man maar nauw medestander van Chavez, is benoemd tot vice-president. Hij is dus een potentiële opvolger indien Chavez beslist meer macht te geven aan zijn vice-president.

In het algemeen wordt het buitenlandbeleid gekenmerkt door anti-Amerikaans sentiment, ook al zijn beide landen tot nu toe pragmatisch geweest op het gebied van handel, bijvoorbeeld voor de levering van Venezolaanse olie aan de VS. Om een tegengewicht te bieden voor de Amerikaanse mondiale hegemonie en een multipolaire wereld te creëren, heeft Chavez er bewust voor gekozen de banden met zogenaamde parialanden zoals Libië, Syrië en Iran nauwer aan te halen. Het spreekt voor zich dat dit bij de Verenigde Staten in slechte aarde is gevallen.

Venezuela is in juli 2012 toegetreden tot het Mercosur-handelsblok, een diplomatieke en politieke overwinning voor Chavez. Het land had al sinds 2006 geprobeerd om tot Mercosur toe te treden maar ondanks de goedkeuring van het Argentijnse, Braziliaanse en Uruguayaanse parlement, werd de toetreding van Venezuela tegengehouden door Paraguay.

Afkalvende groei in 2013 na sterk 2012

Het bbp kende in 2011 een herstel nadat het in 2009 was gekrompen met 3,2% en in 2010 met 1,5%. De bbp-groei zal in 2012 naar verwacht 5% bereiken dankzij overheidsuitgaven in de aanloop naar de presidentsverkiezingen en de hoge olieprijzen. De groei zal in 2013 teleurstellend uitvallen omdat deze nog steeds wordt beknot door prijscontroles, een tekort aan energie en input, welig tierende corruptie en willekeurig overheidsingrijpen.

Ondanks de sterke groei bedaart de inflatie wat in 2012: 20,4% tegenover 27,6% in 2011 nadat de overheid in juli 2011 verdere prijscontroles had ingevoerd met een wet die de regering de macht geeft om de "billijke" prijs voor basisgoederen en -diensten te bepalen. Indien de wet niet wordt nageleefd, mag de overheid boetes of sancties opleggen en zelfs bedrijven nationaliseren. Als een gevolg van de prijsregulering is er sprake van tekorten voor basisproducten zoals geneesmiddelen. Voor 2013 wordt verwacht dat de inflatie ten gevolge van de devaluatie sterk zal toenemen en rond het einde van het jaar 40% zal bereiken.

Venezuela_Graph1NL

Venezuela_Graph2NL

Behoud overschot op lopende rekening dankzij controles

Venezuela is sterk afhankelijk van olie als deviezenbron. Die afhankelijkheid is gestegen van 68,7% van alle ontvangsten op de lopende rekening in 1999 tot 91,1% in 2011. De niet-oliesector presteert slecht door de overwaardering van de bolivar, de binnenlandse munt, en de weinig concurrentiële verwerkende sector die maar goed is voor 4% van alle ontvangsten op de lopende rekening. Ondanks de slechte prestaties van de niet-oliesector en de toenemende afhankelijkheid van de import om in voedsel en andere basisbehoeften te voorzien, blijft het overschot op de lopende rekening bestaan doordat de import trager is gestegen dan de export ten gevolge van de deviezencontroles die in 2003 werden opgelegd. Toen richtte de overheid de CADIVI (Comisión de Administración de Divisas) op, een commissie die de toestemming verleent om deviezen vrij te geven aan een betere wisselkoers.

Verhoogd risico voor devaluatie in 2013

In 2005 werd de bolivar (VEB) vastgelegd op 2,15 VEB voor 1 USD. De officiële vaste wisselkoers kon alleen verkregen worden via de CADIVI. Zo ontstond er een wettelijke parallelmarkt voor deviezen die harde valuta leverde tegen een hogere koers. In 2010 devalueerde Chavez de bolivar tot 2,6 VEB voor 1 USD voor de import van ‘prioritaire’ goederen zoals voedsel en geneesmiddelen, en tot 4,3 VEB voor 1 USD voor ‘niet-essentiële’ producten. De overheid doekte ook de parallelle markt voor vreemde valuta op en zorgde voor een nieuw systeem: het SITME (Transaction System for Foreign Currency Denominated Securities), dat onder toezicht staat van de centrale bank en harde valuta onder zeer strenge voorwaarden levert tegen een vlottende wisselkoers (5,3 VEB voor 1 USD in september 2012). Eind december 2010 besliste de regering om de bolivar verder te devalueren door het dubbele wisselkoerssyteem af te schaffen en de wisselkoers via de CADIVI vast te leggen op 4,3 bolivar voor 1 USD voor alle goederen.

De komende maanden zal Hugo Chavez naar verwacht een aanzienlijke devaluatie doorvoeren aangezien de deviezenreserves slinken, zoals blijkt uit de grafiek. Bovendien zullen er waarschijnlijk strengere deviezencontroles komen om de reserves te beschermen.

Hoog liquiditeitsrisico door krappe deviezenreserves

Ondanks de hoge olieprijzen en deviezencontroles is het peil van de deviezenreserves sterk afgenomen. In mei 2012 bereikten de reserves bijna het laagste peil in tien jaar. De reserves raken uitgeput door de sterke uitstroom van kapitaal (kapitaalvlucht) en de overdracht van "overtollige" deviezenreserves naar het ontwikkelingsfonds FONDEN. Het gevolg is dat de deviezenreserves in juli 2012 nog slechts goed waren voor 0,9 maanden import, wat bijzonder laag is volgens internationale normen en het vroegere peil van de Venezolaanse deviezenreserves.

PDVSA cruciale financieringsbron voor overheid

Sinds Chavez in 1999 aan de macht kwam, is Venezuela's olieproductie geleidelijk afgenomen door onderinvestering in de capaciteit (zie grafiek). Na de protesten van 2002-2003 heeft Chavez de werknemers van de PdVSA namelijk vervangen door loyalisten en heeft hij de kas van de PdVSA gebruikt voor sociale uitgaven en niet voor investeringen. Het onderhoud is er slordig op geworden en de infrastructuur wordt te pas en te onpas getroffen door storingen die het gevolg zijn van ongevallen. Het grootste voorbeeld is de ontploffing in de raffinaderij in Amuay in augustus 2012. Bovendien is het investeringsklimaat er onder Hugo Chavez op achteruitgegaan. Zijn regering handelt op basis van sociale idealen, een bedrijfsonvriendelijke agenda en de ambitie van Chavez om strategische sectoren onder controle te houden, wat buitenlandse investeerders afschrikt. Zo nationaliseerde Chavez in 2007 de olie-jointventures met Exxonmobil en ConocoPhillips. In april 2011 verhoogde de regering de belasting op olie-inkomsten. In januari 2012 trok de regering zich terug uit het Internationaal Centrum voor de beslechting van investeringsverschillen, wat betekent dat investeerders sinds juli 2012 geen gebruik meer kunnen maken van een internationale arbitrageprocedure. Een positief punt is wel dat Venezuela's bewezen oliereserves tot de grootste ter wereld behoren en onlangs zijn toegenomen.

Venezuela heeft er zich in het kader van het Petrocaribe-akkoord toe verplicht tegen gunstige financieringsvoorwaarden olie te verkopen aan landen in de regio. De deelnemende landen (uit het Caribische gebied en Centraal-Amerika) kopen olie van PDV Caribe, een dochteronderneming van PdVSA, tegen gunstige betalingsvoorwaarden. Het samenwerkingsverband werd in juni 2005 opgezet. Met het betalingssysteem kan olie worden gekocht tegen marktwaarde maar slechts een gedeelte wordt vooraf betaald. Het resterende bedrag (5 tot 50% van het totale bedrag) kan worden betaald door middel van een financieringsovereenkomst op 17 tot 25 jaar tegen 1% intrest met een aflossingsvrije periode tot twee jaar. Bovendien kunnen landen een deel van de kostprijs betalen met andere producten die zij aan Venezuela leveren zoals bananen, rijst en suiker. Deze overeenkomst vormt financieel gezien een zware last voor PdVSA en zal waarschijnlijk in stand worden gehouden omdat het een cruciaal aspect is in het beleid van Chavez.

Steeds slechtere overheidsfinanciën

De overheidsschuld is tussen 2008 en 2011 meer dan verdubbeld. Ondanks de hoge olieprijzen zullen de sterk stijgende uitgaven in 2012 het begrotingstekort en dus ook het overheidstekort verder laten toenemen. De devaluatie van de bolivar zal dus positief worden onthaald omdat de olie-inkomsten er in binnenlandse munt door zullen toenemen.

Gezien de achteruitgang van Venezuela's overheidsfinanciën is PdVSA voor de overheid een cruciale bron van financiering geworden. Het bedrijf draagt namelijk veel bij tot sociale programma's maar het doet ook de schulden toenemen door leningen in ruil voor olieleveringen in de toekomst. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen zorgen deze leningen voor de financiering van sociale overheidsprojecten van strategisch belang, zoals het creëren van huisvesting of stroominfrastructuur. Wel leggen ze beslag op de financiële positie van PdVSA en de investeringscapaciteit. Na de herverkiezing van Chavez zal PdVSA verder onder druk worden gezet om de overheid te financieren, waardoor de financiële toestand van het bedrijf er nog op zal achteruitgaan.

Positief is dat zowel Venezuela's buitenlandse schuld als de schuldendienst op een gematigd peil blijft. Als het land PdVSA blijft gebruiken als bron van buitenlandse financiering, zal de buitenlandse schuld verder toenemen en zal het steeds moeilijker worden om deze af te betalen.

Risicoprognose

Door de herverkiezing van president Chavez ligt de weg naar de continuïteit weer open. Hij zal zijn sociale agenda waarschijnlijk uitbreiden, de deviezencontroles opvoeren en het staatsingrijpen in de economie opvoeren. In de komende maanden wordt verwacht dat Hugo Chavez een grote devaluatie zal doorvoeren. De deviezenreserves raken namelijk uitgeput en waren in juli 2012 slechts goed voor minder dan één maand import, wat bijzonder laag is volgens internationale normen en het vroegere peil van de Venezolaanse deviezenreserves. Indien de deviezenreserves hun neerwaartse spiraal voortzetten, dan zal het kortlopend politiek risico, dat de liquiditeit van het land weergeeft, negatief worden bijgesteld. Gezien het moeilijke zakenklimaat en het gevaar voor verdere devaluatie in 2013 heeft Delcredere NV het commerciële risico in de hoogste risicocategorie geplaatst.

Analyst: The Risk Management Team, p.dellafaille@credendogroup.com