Risicofactoren en vooruitzichten

Na een moeilijke periode enkele jaren geleden, zijn de economische prestaties van Vietnam er stilaan weer bovenop gekomen. De onevenwichten werden geleidelijk hersteld; dat uit zich in het huidige overschot op de lopende rekening, de inflatie die onder controle is, de gestabiliseerde dong en de stijgende buitenlandse directe investeringen. Daarbij komt dan nog dat de buitenlandse schuld zich op een houdbaar niveau bevindt. Het ziet er dus naar uit dat de macro- economische stabiliteit terug is, net als, in zekere mate, het investeerdersvertrouwen. Toch dreigen er nog neerwaartse risico's voor de over het algemeen positieve vooruitzichten van deze exportgerichte economie. Zo zijn de zwakkere internationale vraag, de Chinese vertraging en de mogelijk negatieve impact van de hernieuwde spanningen met China omwille van maritieme disputen, externe risico's die van nabij opgevolgd moeten worden. Intern blijft de trage kredietgroei de gematigde binnenlandse vraag ondermijnen, terwijl de zwakke overheidsfinanciën contracyclische maatregelen tegengaan.

Bovendien wordt de resulterende lagere groei nog gehinderd door structurele belemmeringen. De overheid heeft twee belangrijke prioriteiten: de hervorming van de bankensector en het grootschalige privatiseringsplan voor de inefficiënte staatsbedrijven. De projecten zijn aan de gang, maar de implementering verloopt te traag, voornamelijk wegens  politieke tegenstand van gevestigde belangen binnen de machtige communistische partij. Hoewel de economie weer op gang is geraakt en de stabiliteit is hersteld, blijft het land kwetsbaar voor interne en externe risico's die zich realiseren.

Dat verklaart de hoge rating van Vietnam voor het politieke risico op middellange tot lange termijn, die waarschijnlijk ook in categorie 5 (van 7) zal blijven. Op korte termijn wordt het politieke risico veel gunstiger beoordeeld (2/7). Dat is  dankzij de goede liquiditeitsindicatoren die nog een boost krijgen door de historisch hoge deviezenreserves, terwijl de kortetermijnschuld vrij laag is.

Feiten & cijfers

Pro's

  • Politieke stabiliteit
  • Aantrekkelijke en competitieve locatie voor buitenlandse directe investeringen, vnl. in de industrie
  • Gediversifieerde export
  • Dynamische en jonge consumptiebevolking, groeiende middenklasse

Contra's

  • Zwakke overheidsfinanciën
  • Economische groei gehinderd door kredietschaarste bij banken
  • Inefficiëntie en wanbeheer ondermijnen staatsbedrijven
  • Gebrek aan transparantie en betrouwbaarheid van financiële rekeningen en officiële gegevens

Belangrijkste exportproducten

  • Textiel (11,4% van de ontvangsten op de lopende rekening), ruwe olie (6,4%), rijst (6,1%), elektronica en computeronderdelen (5,9%), particuliere overdrachten (5,9%), schoeisel (5,5%), toerisme (5,2%), visserij (4,6%)

Inkomensgroep

  • Laaggemiddeld inkomen

Inkomen per capita (USD)

  • 1.730

Bevolking

  • 89,7 miljoen

Verkiezingen bij het Nationaal Congres van de CPV (5-jarige termijn)

  • Volgende in 2016

Eerste minister

  • Nguyen Tan Dung

President

  • Truong Tan Sang

Secretaris-generaal van de Communistische Partij (CPV)

  • Nguyen Phu Trong

Beoordeling landenrisico

Politieke stabiliteit overheerst ondanks zwakke regering

De politieke ontwikkelingen van de laatste jaren werden gekenmerkt door de verzwakking van het gezag van Nguyen Tan Dungs regering als gevolg van het macro-economisch wanbeleid en een opeenvolging van corruptieschandalen. Hoewel de dominantie van het communistische eenpartijstelsel tot hiertoe onbetwist is gebleven, dreigt voor de Communistische Partij (CPV) een nog diepere kloof tussen de conservatieve en reformistische partijfracties. Bovendien zijn de topambtenaren sinds 2013 voor het eerst onderworpen aan een jaarlijkse motie van vertrouwen van de Nationale Vergadering. Dit vormt (nog) geen risico voor de politieke stabiliteit en continuïteit op middellange termijn, zoals wordt aangetoond door het gebrek aan sancties tegen het heersende kabinet.

Eerste minister Dung werd negatief beoordeeld door de Vergadering en de elite ondervindt wel steeds meer druk om structurele hervormingen door te voeren, om het economisch beleid en beheer te verbeteren om zo het vertrouwen van de CPV te behouden tot aan de volgende verkiezingen in 2016, en in het bijzonder om de legitimiteit te bewaren onder het bewind van de CPV. Daartoe werd eind 2013 een herziening van de grondwet goedgekeurd die meer economische liberalisering toeliet. De herziening slaagde er echter niet in tegemoet te komen aan de nood aan politieke hervormingen aangezien de CPV het politieke leiderschap bleef behouden. De interne instabiliteit is veeleer te wijten aan factoren zoals sociale onrust omwille van arbeidsomstandigheden en protesten tegen het in beslag nemen van grond. Dat gebeurt steeds vaker en is een reden tot bezorgdheid voor de CPV.

Conflict met China om Zuid-Chinese Zee voorlopig gekalmeerd...

Vorig jaar werd Vietnams buitenlands beleid gekenmerkt door problemen met grootste buurland China. De relaties tussen beide landen waren in decennia niet zo slecht. De regionale verhoudingen waren al gespannen rondom de Zuid-/Oost-Chinese Zee, maar de Chinees-Vietnamese spanningen zijn nog toegenomen in mei, nadat Peking staatsoliebedrijf CNOOC toelating had gegeven om te boren in water nabij de betwiste Paraceleilanden. Die werden 40 jaar geleden ingenomen door China en worden opgeëist door Vietnam. Hanois nationalistische houding na schermutselingen met schepen leidde tot anti-Chinese rellen tegen Chinese (en geassimileerde) bedrijven die in Vietnam gevestigd zijn. Meer dan 200 (hoofdzakelijk Taiwanese) fabrieken werden getroffen, enkele etnische Chinezen werden gedood en duizenden arbeiders moesten worden gerepatrieerd.

Sindsdien zijn de spanningen beginnen afnemen en heeft Vietnam geprobeerd de bilaterale banden weer aan te halen. In oktober van vorig jaar hebben beide Eerste ministers elkaar ontmoet terwijl een Vietnamese militaire delegatie op bezoek was in Peking. Daar hebben beide partijen plechtig beloofd een directe communicatie op te zetten, aan de militaire samenwerking te werken en zich te onthouden van enige provocerende activiteiten in betwist gebied. Vietnam heeft er uiteraard belang bij de goede relaties met zijn voornaamste handelspartner te behouden. Bovendien beschikt die handelspartner ook nog over een enorme militaire overmacht. De opkomende militaire macht van China en de verhoogde veiligheid in Vietnam plus de militaire samenwerking met de VS voorspellen niet veel goeds voor de toekomstige onderlinge relaties. Waarschijnlijk zullen de spanningen dus escaleren en leiden tot nieuwe conflicten, met mogelijk onbedoelde gevolgen, in de Zuid-Chinese Zee.

Langdurig ondermaatse economische groei ondanks traag herstel

Voordat Vietnam getroffen werd door moeilijkheden met de betalingsbalans in 2008-2011 en de bankencrisis in 2011-2012, bedroeg de economische groei meer dan 8%. Intussen is de groei er langzaamaan weer bovenop gekomen en is de macro-economische stabiliteit hersteld. Als gevolg van de economische aanpassing in een verzwakte internationale omgeving, heeft Vietnam zijn gemiddelde groei toch zien dalen tot een meer gematigd cijfer van 5,5-6% per jaar, wat lager ligt dan de 7,6% die werd opgetekend in 2000-2007.

De goederenhandel in Vietnam is goed voor 75% van het bbp, een van de hoogste cijfers in Azië, wat het land  tot een van de meest exportgerichte economieën maakt. Het is dan ook begrijpelijk dat de industriële sector (textiel, elektronica) getroffen wordt door de verminderde vraag van de ontwikkelde landen, met name van de   EU. De betere vooruitzichten voor de VS zouden de vraag naar Vietnamese goederen positief kunnen beïnvloeden, aangezien de Amerikaanse markt goed is voor zo'n 17% daarvan. Vóór de spanningen omtrent de Zuid-/Oost-Chinese Zee, deed het toerisme (5% van de totale export) het vrij goed. De spanningen haalden het aantal toeristen vanuit China (20% van alle bezoekers) echter sterk naar beneden. Het is nog af te wachten in hoeverre de spanningen van vorig jaar niet enkel een impact zullen hebben op het aantal toeristen, maar ook op de instroom van buitenlandse directe investeringen. China is namelijk verantwoordelijk voor 10% van de totale buitenlandse directe investeringen (grotendeels door verhuizingen in de textielindustrie). Hoewel de bilaterale relaties er recentelijk op vooruit zijn gegaan, zijn er nog sluimerende risico's die op middellange termijn kunnen verergeren als de spanningen in de Zuid-Chinese Zee weer opkomen. Dat wordt aangetoond door het feit dat China zijn staatsbedrijven na de anti-Chinese rellen tijdelijk verboden heeft contracten af te sluiten met Vietnam. Dit komt nog bij de structurele economische vertraging van China, Vietnams voornaamste handelspartner. De vooruitzichten worden versomberd door buitenlandse neerwaartse risico's en een gematigde binnenlandse vraag, voornamelijk omwille van een afname in de kredietverlening. Toch laat de export over het algemeen een sterke groei optekenen met dank aan de hoge diversificatie (incl. de vele grondstoffen van olie tot rijst en vis) en levert hij een enorme bijdrage om de bbp-groei hoog te houden.

Betere fundamenten dankzij sterke export en buitenlandse directe investeringen

Vietnam heeft al een overschot op de lopende rekening sinds 2012 dankzij de combinatie van die binnenlandse en buitenlandse ontwikkelingen en aanpassingen in het beleid. Dit overschot zal naar verwachting geleidelijk afnemen met de jaren en omslaan in een tekort wanneer de binnenlandse vraag weer stijgt. Toch wordt verwacht dat de recente scherpe daling in de olieprijzen over het algemeen een positieve impact zal hebben op de Vietnamese economie en lopende rekening, aangezien het land een (kleine) netto-importeur van brandstof is.
Tegenwoordig is de betalingsbalans meer solide dankzij de hoge buitenlandse directe investeringen en de stijgende instroom (vooral in de industriële sectoren en de elektronica/computeronderdelen van Koreaanse en Japanse groepen, gezien de vele concurrentiële voordelen van Vietnam). Zo is ook het investeerdersvertrouwen in Vietnam weer toegenomen, en zijn de fundamenten van het land verbeterd. Investeerders, voornamelijk Japanse, worden aangetrokken door het 'equitisatieproces', i.e. de nieuwe privatiseringsgolf (beperkt tot de verkoop van minderheidsaandelen) van staatsbedrijven in o.a. de kleding-, infrastructuur- of transportsector.

Er wordt verwacht dat de VS in de tweede helft van 2015 het monetaire beleid zal verstrengen. Dat zou een invloed kunnen hebben op de Vietnamese economie via de handel, onrechtstreeks via China, Japan en de EU   en enige kapitaalvolatiliteit zoals midden 2013, toen er een uitstroom van kortetermijnkapitaal werd vastgesteld. Dit vormt echter maar een laag risico voor de stabiliteit op middellange termijn, gezien het huidige overschot op de lopende rekening en de lage portefeuille-investeringen. De macro-economische stabiliteit werd dus versterkt. Sinds 2012 is de inflatie onder de 10% gezakt als gevolg van de vertraagde groei, een zwakkere binnenlandse vraag, Hanois monetaire verkrapping waardoor de kredietverlening zwaar onder druk kwam te staan, en lagere prijzen voor geïmporteerde grondstoffen. De sterk verlaagde olieprijzen hebben de inflatie van de consumentenprijzen nog verergerd. Volgens de laatste officiële nationale data ligt die nu rond de 2%, het laagste cijfer in tien jaar. Voor de komende jaren wordt verwacht dat de gemiddelde inflatie onder de 5% zal blijven. Deze ontwikkelingen hebben bijgedragen tot de stabilisatie van de dong. Die stabilisatie is een bewijs van het verbeterde vertrouwen na de aanhoudende druk op de valuta, die tussen midden 2008 en 2011 tot verschillende devaluaties heeft geleid.

Vietnam_Graph1NL

Deviezen op recordniveau

De externe liquiditeit baarde Vietnam gewoonlijk de meeste financiële zorgen, maar is erop vooruit gegaan dankzij de historisch hoge deviezenreserves. In de eerste helft van 2014 stegen die met 38% tegenover het niveau van eind 2013. Dat was te danken aan de sterke export en geldoverdrachten van mensen die werkzaam zijn in het buitenland, en de gestabiliseerde dong waarvoor de centrale bank niet had hoeven tussenkomen (afgezien van een kleine devaluatie in juni vorig jaar om de export verder te ondersteunen). Dankzij deze stijging dekken de deviezenreserves 2,5 maanden import, waarmee Vietnam wel nog steeds onder de drempel van 3 maanden blijft. Dit is minder dan bij vergelijkbare landen in de regio, maar het hogere volume van deviezenreserves maakt toekomstige schuldendienstbetalingen wel comfortabeler. Momenteel blijven die stabiel, rond de 3% van de exportinkomsten.

De lage schuldendienst is te verklaren doordat de externe schuld hoofdzakelijk concessionair blijft. Dat deel vermindert wel met Vietnams gemiddelde inkomensstatus. De schuldendienst wordt houdbaar bevonden met beheersbare schuldratio's. De verhouding van de buitenlandse schuld tot het bbp zal op middellange termijn naar verwachting stabiel blijven rond de 38%. De overwegend positieve economische vooruitzichten zullen het schuldprofiel waarschijnlijk grotendeels ongewijzigd laten.

Overheidsschuld neemt toe

Toch staan er Hanoi nog vele uitdagingen te wachten. Een daarvan heeft te maken met de begrotingsvoorwaarden die verslechterd waren door het expansief beleid dat de economische groei na 2008 een boost moest geven. Gezien het gebrek aan consolidatie, meer overheidsinvesteringen en sterk verlaagde structurele fiscale opbrengsten, blijft het begrotingstekort records vestigen. Het zal waarschijnlijk boven een gemiddelde van 6% van het bbp blijven in 2012-2015 en nadien langzaam dalen tot 4% tegen 2019. Als we ook de negatieve impact op de staatsopbrengsten uit olie in acht nemen, bieden de sterk verlaagde olieprijzen dus een uitgelezen kans om de hoge brandstofsubsidies te verminderen (2,5% van het bbp in 2012). De overheid is van plan deze noodzakelijke stap te zetten, zoals ook in andere Aziatische landen het geval was (bv. India, Indonesië, Maleisië,...), zonder te veel inflatie te veroorzaken.

Ondertussen blijft de overheidsschuld stijgen en is ze goed op weg om de hoogste in de regio te worden. In 2011 bedroeg de overheidsschuld nog 46,7% van het bbp, voor 2014 wordt 54,8% verwacht, en voor 2017 zelfs tot 60%, zij het met een voornamelijk toenemend binnenlands aandeel. Bovendien heeft het te kampen met voorwaardelijke verplichtingen van zwakke overheidsbedrijven en commerciële staatsbanken voor geschatte bedragen rond de 10% van het bbp. Maar sinds het Vinashin-schandaal1 in 2010 is impliciete staatssteun allesbehalve  gegarandeerd.

Vietnam_Graph2NL

1Toen een faillissement dreigde voor een belangrijk staatsconcern (Vinashin), weigerde de overheid aanvankelijk voor financiële steun te zorgen om buitenlandse crediteuren terug te betalen.

Twee prioriteiten voor de overheid: een lopende maar moeilijke hervorming van de bankensector...

Naast de budgettaire beperkingen zijn er nog twee andere uitdagingen die topprioriteit zijn voor de overheid: de hervorming van de bankensector en van de publieke sector. Het proces is lopende, maar zou sneller moeten gaan om de economie op lange termijn weer op een duurzaam pad te krijgen. De crisis in de bankensector die werd aangewakkerd door de jarenlange kredietgroei, is overwonnen, maar de onderliggende moeilijkheden zijn er nog steeds. De zware last van niet-presterende leningen (NPL's), naar schatting zo'n 15% van de totale leningen (wat ver boven de officiële 4% ligt), stijgt nog steeds, voornamelijk als gevolg van de striktere classificatiecriteria voor dubieuze vorderingen. De NPL's schaden het vertrouwen, zijn nadelig voor de kredietverlening en ondermijnen zo de ontwikkeling van de privésector. De kredietgroei is, net als de bbp-groei, immers fel vertraagd en bereikte in de eerste helft van 2014 een dieptepunt van 3,5%. De aanslepende kredietschaarste is effectief een belangrijke factor voor de ondermaatse economische groei in Vietnam.

Vietnam_Graph3NL

In juli 2013 besloot de centrale bank om de Vietnam Asset Management Company (VAMC) op te richten om dubieuze vorderingen af te kopen van de balansen van de banken. De dubieuze vorderingen zouden dan worden ingeruild voor VAMC-obligaties met een looptijd van 5 jaar. Dat wil zeggen dat het NPL-probleem nog enkele jaren zal blijven duren. De gedeeltelijke en tijdelijke opkuis van de balans is voor veel banken welkom, maar lost de structurele problemen nog niet op. Niet alle vorderingen kunnen worden afgekocht en er zijn meer wijzigingen in de regelgeving en herstructureringen van de banken nodig om te vermijden dat het kredietrisico nieuwe hoogten bereikt.

Hoewel de banken, waarvan de grootste in handen van de staat zijn, meer liquide zijn geworden, zou er toch een kapitaalinjectie nodig zijn om de slechte activakwaliteit de baas te kunnen, maar dergelijke injectie behoort niet tot de overheidsplannen. Bovendien is de geplande consolidatie (van 40 naar minder dan 20 banken) complex door een gebrek aan kennis van risicobeheer, en wordt ze verhinderd door politieke weerstand binnen de CPV. De recente celstraf voor de oprichter van de Aziatische Commerciële Bank is een duidelijk teken van Hanois belofte om frauduleuze praktijken in de bankensector aan te pakken. En toch blijft de implementering van de hervormingen een hele klus, zeker met de verzwakte regering.

...en een mogelijke versnelling in het privatiseringsproces

De tweede belangrijke hervorming, namelijk de ruime gedeeltelijke privatisering van staatsbedrijven, neemt weer vaart sinds 2014, zoals wordt aangetoond door de recente IPO van de nationale luchtvaartmaatschappij Vietnam Airlines. Voor een deel lagen de inefficiëntie van de staatsbedrijven en de slechte financiële situaties ook aan de basis van de bankencrisis. De bankensector zou dus zeker ook baat hebben bij beter beheerde staatsbedrijven. De staat is niet van plan om zijn meerderheid in de staatsbedrijven op te geven, zeker niet in strategische sectoren, maar wil zijn participatie in 40% van de ongeveer 1000 bestaande staatsbedrijven verminderen en tegelijkertijd de overheidsontvangsten opkrikken. Toch is het beste om een afwachtende houding aan te nemen, gezien de gemengde vorige ervaring met een gelijkaardig proces en het gebrek aan transparantie in de financiële resultaten van de staatsbedrijven.

Die structurele problemen, de aanhoudende staatsdominantie en -interventie in de economie, herinneren ons eraan dat Vietnam nog niet helemaal is overgestapt naar een vrijemarkteconomie. Eind 2013 werd er een wijziging in de grondwet doorgevoerd, ter promotie van een model zoals het Chinese, met een socialistisch georiënteerde markteconomie waarin de staat een zeer belangrijke rol speelt. Deze wijziging heeft het investeerdersvertrouwen echter niet helemaal kunnen herstellen, aangezien ze de status quo in stand lijkt te houden.

Analyst: The Risk Management Team, r.cecchi@credendogroup.com