Risicofactoren en vooruitzichten

De gediversifieerde Vietnamese economie blijft een sterk momentum genieten. Ze wordt aangedreven door de export en directe buitenlandse investeringen in de industriesector, meer bepaald in ICT. Veel Aziatische multinationals die China verlaten op zoek naar lagere arbeidskosten, komen er immers terecht. Daarnaast worden ook heel wat bedrijven aangetrokken door de Vietnamese handelsgezindheid en de vele Free Trade Agreements (FTA's). Als gevolg hiervan zijn de economische fundamenten de voorbije jaren versterkt, wat zich in 2016 uitte in een comfortabele betalingsbalans, matige inflatie en een relatief stabiele munt. Op (middel)lange termijn zijn de vooruitzichten positief onder de nieuwe regering die politieke stabiliteit garandeert. Er wordt verwacht dat de bbp-groei boven de 6% zal blijven. Het niveau van het financiële risico is aanvaardbaar, met een zwakke schuldaflossing op een gematigde buitenlandse schuld, al is die laatste sinds 2015 wel snel gestegen. Toch zijn er enkele neerwaartse risico's die dit mooie plaatje wat vertroebelen. Als exportgestuurde en open economie, is Vietnam kwetsbaar voor externe schokken. Zo is er om te beginnen de impact van Donald Trumps protectionistische handelsbeleid. Dat zou wel eens het einde kunnen inluiden van het Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP), maar ook hogere Amerikaanse importtarieven met zich kunnen meebrengen voor de belangrijke Vietnamese kledingsector. Bovendien vormt ook de globale context gekenmerkt door de repatriëring van kapitaal en depreciatiedruk tegen een sterke USD een potentiële bedreiging voor Vietnam. Het land beschikt immers maar over een beperkte buffer van buitenlandse-deviezenreserves, al lijken de risico's beheersbaar. Intern zijn er twee aanhoudende kwetsbaarheden die het land met een achterstand opzadelen: de relatief zwakke overheidsfinanciën – inclusief een tamelijk hoge en stijgende overheidsschuld – en een kwetsbare banksector. Deze risico's dragen ertoe bij dat het politieke risico voor Vietnam (4/7) op (middel)lange termijn hoger wordt ingeschat dan op korte termijn (3/7). In de toekomst zal er om de macro-economische stabiliteit te bewaren niet alleen vooruitgang geboekt moeten worden in de fiscale consolidatie, maar zullen ook de lopende hervormingen voor de banksector en staatsbedrijven versneld moeten worden. De lichte toename van de hervormingen die we zagen in 2016 volstond immers niet. De nood aan deze hervormingen, maar ook problemen zoals corruptie en politieke inmenging in justitie, benadrukken dat de economische transitie voor Vietnam nog niet voltooid is en verklaren eveneens het hoge commerciële risico (C/C).

Feiten & cijfers

Pro's

  • Politieke stabiliteit
  • Economische openheid en diversificatie
  • Aantrekkelijke bestemming voor investeringen (dynamisch arbeidspotentieel, concurrentiële arbeidskosten)
  • Matige buitenlandse schuld

Contra's

  • Dominante en slecht beheerde staatsbedrijven
  • Blootgesteld aan externe schokken
  • Zwakke overheidsfinanciën
  • Kwetsbare banksector

Secretaris-generaal van de Communistische Partij (CPV)

  • Nguyễn Phú Trọng

President

  • Trần Đại Quang

Eerste minister

  • Nguyễn Xuân Phúc

Volgende verkiezingen op het Nationaal Congres van de CPV (5-jarige termijn)

  • 2021

Bevolking

  • 91,7 miljoen

Inkomen per capita

  • 1.980 USD

Inkomensgroep

  • Laag-gemiddeld

Belangrijkste exportproducten

  • Telefoons en onderdelen (16,7% van de ontvangsten op de lopende rekening), textiel/kleding (12,6%), elektronische onderdelen en computeronderdelen (8,6%), schoenen (6,6%), private transfers (4,1%) en toerisme (4,1%)

Beoordeling landenrisico

Stabiel politiek klimaat draagt bij tot continuïteit van het beleid 

De verkiezing van de nieuwe Vietnamese leider tijdens het 12e Nationaal Congres van de Communistische Partij van Vietnam (CPV) in januari 2016 was een duidelijke keuze voor politieke continuïteit. Dat eerste minister Dũng tegen alle verwachtingen in gedegradeerd werd tot secretaris-generaal, was te wijten aan interne kritiek binnen de partij op zijn verantwoordelijkheid in het wanbeheer en de corruptie binnen staatsbedrijven, in het bijzonder het in gebreke vallen van Vinashin in 2010. De conservatieve secretaris-generaal Nguyễn Phú Trọng werd dan ook herverkozen, terwijl de meer liberale Nguyễn Xuân Phúc verkozen werd als nieuwe eerste minister. Die keuzes zullen de status quo op middellange tot lange termijn ten goede komen.

Hoewel protesten tegen het politieke systeem van de CPV sinds kort aangewakkerd worden door een strenger optreden tegen politieke dissidenten, blijven ze zeldzaam. De politieke stabiliteit zou dus moeten aanhouden. Protesten van sociale aard over de arbeidsomstandigheden in de industriesector, de achteruitgang van het milieu en controversiële landverwerving zijn frequenter, wat het verhoogde publieke bewustzijn en het gebruik van sociale media weerspiegelt. De publieke protesten verlopen over het algemeen wel vreedzaam en zijn eerder kleinschalig. Een uitzondering hierop deed zich voor in mei 2014. Chinese fabrieken en arbeiders in het hele land werden toen het mikpunt van ongezien gewelddadige aanvallen. Dit incident deed zich voor nadat de spanningen met China een hoogtepunt bereikten na een conflict over de betwiste Paraceleilanden in de Zuid-Chinese Zee.

De huidige regering is niet meteen van plan om van koers te veranderen. Zo behoudt ze de positieve houding ten opzichte van directe buitenlandse investeringen en handel en blijft het de bedoeling om het Chinese model te imiteren. Bovendien blijft de overheid geleidelijk stappen ondernemen richting lang aanslepende hervormingen, in het bijzonder betreffende economische liberalisatie en de herstructurering van staatsbedrijven. Beperkingen op buitenlands eigenaarschap worden in steeds meer sectoren geleidelijk versoepeld. In bepaalde domeinen is zelfs een volledige buitenlandse deelneming toegestaan. Het hervormingsproces blijft lopen onder de nieuwe eerste minister, maar wordt onvermijdelijk vertraagd door gevestigde belangen.

Op naar meer gebalanceerde buitenlandse relaties 

Het buitenlands beleid van Vietnam balanceert tussen zijn Chinese buur en de westerse machten, in het bijzonder de VS. De relaties met die laatste zijn fel verbeterd met de tijd. Het gaat zelfs zo ver dat het land een van de belangrijkste bondgenoten is geworden. Dit geldt in het bijzonder voor defensie- en veiligheidsoperaties, die onlangs hun hoogtepunt bereikten met de historische opheffing van het Amerikaanse wapenembargo. Hoewel deze aangehaalde bilaterale banden naar verwachting zo zullen blijven zolang Trump president is, zal Hanoi waarschijnlijk ook de banden met de ASEAN diversifiëren als tegenwicht voor Peking. Want al zijn de relaties met Peking genormaliseerd sinds de intense spanningen van 2014, Hanoi zou zijn leger en vloot moeten consolideren na de snelle modernisering van de laatste jaren. Hanoi wil, in eerste instantie om duidelijke economische redenen, goede relaties onderhouden met Peking. Toch blijven de mogelijke zetten van China wat betreft de betwiste eilanden de komende jaren een groot risico op spanningen en escalatie tussen de twee nationalistische regeringen.

Economische openheid en diversificatie stimuleren het economisch momentum

Als een van de best presterende en meest gediversifieerde in Zuidoost-Azië, profiteert de Vietnamese economie opnieuw van het sterke momentum en de veelbelovende positie, net als voor de globale crisis van 2008-2009. Ondanks het feit dat de landbouwgewassen in 2016 getroffen werden door ongekende droogtes, is de bbp-groei toch hernomen en bereikte hij 6,3% in 2014-2016. Voorspellingen kondigen een groeicijfer van 6,2% aan op (middel)lange termijn. De succesvolle terugkeer naar macro-economische stabiliteit is opnieuw te danken aan de sterke export van productiegoederen – zo'n driekwart van de goederenexport – en directe buitenlandse investeringen.

Deze keer werd de huidige expansie verwezenlijkt door een transformatie van de exportstructuur, met een snelle shift naar een steeds groter aandeel van hi-tech in de productie. De elektronica-, computer- en telefoniesector staan namelijk in voor het grootste deel van de export. In slechts enkele jaren is de ICT-industrie als geheel de grootste bron van exportinkomsten geworden. Ze is goed voor meer dan 25% van de totale goederen- en dienstenexport, waarvan 16% voor de telefoniesector alleen. Dit cijfer kreeg nog een boost door de productie van de Samsung-fabrieken. Dit verklaart deels de robuuste exportprestaties ondanks een minder ondersteunende globale vraag.

De positieve evolutie in de directe buitenlandse investeringen is een gevolg van de Aziatische multinationals die hun activiteiten weghalen uit China en verplaatsen naar Vietnam. Daar hebben ze immers het voordeel van relatief lagere en regionaal concurrentiële arbeidskosten. Daarnaast zijn de aanvaardbare infrastructuur, het dynamisch arbeidspotentieel en het over het algemeen ondernemingsvriendelijke klimaat belangrijke verklarende factoren voor het succes van Vietnam als bestemming voor nieuwe investeringen van buitenlandse producenten. De huidige aantrekkingskracht op investeerders komt ook uit de lichte versnelling van het liberalisatieproces onder de nieuwe regering (zie verder) en de handelsgezinde en open economie van Vietnam, getuige de talrijke vrijhandelsakkoorden.

Betere macro-economische omstandigheden 

De betere macro-economische omstandigheden uiten zich in een robuuste betalingsbalans. Enerzijds is de Vietnamese lopende rekening dankzij de snelgroeiende export ongeveer in balans. Aangezien Vietnam een netto-importeur van brandstoffen is, wordt dit positieve resultaat nog versterkt doordat de olieprijzen voor langere tijd lager zijn. En waarschijnlijk zal dit zo blijven. Anderzijds heeft de betalingsbalans baat bij de constante opwaartse trend in de directe buitenlandse investeringen. De netto-instroom daarvan is tussen 2014 en 2016 immers gestegen met een indrukwekkende 60%. De voorspellingen op middellange termijn voor de export en de directe buitenlandse investeringen zijn positief.

Als gevolg daarvan is de Vietnamese dong (VND), zelfs ondanks de verschuiving naar een flexibeler wisselkoerssysteem, grotendeels stabiel gebleven in 2016. Dit houdt in dat de wisselkoers dagelijks wordt aangepast aan een korf van vreemde valuta's en fluctueert met een maximum van 3% rond de USD. Daarnaast zijn de financiële voorwaarden gunstig voor consumenten en de binnenlandse activiteit aangezien de lagere olieprijzen ervoor zorgen dat de inflatie matig is en dat de rentevoeten verlaagd worden om de interne vraag te stimuleren. Dit is van groot belang voor de toekomstige bbp-groei, nu de binnenlandse vraag blijft toenemen naast de dominante exportsector. Tot nu toe is de export van goederen en diensten verantwoordelijk voor bijna 95% van het bbp.

Protectionisme van Trump werpt mogelijk een schaduw op de vooruitzichten

Het protectionistische handelsbeleid van Trump vormt een neerwaarts risico voor de positieve Vietnamese vooruitzichten. De Verenigde Staten zijn namelijk de eerste exportmarkt van Vietnam. De aankondiging dat ze zich zouden terugtrekken uit het TPP is dan ook slecht nieuws voor Vietnam. Er werd namelijk verwacht dat Azië de belangrijkste begunstigde van het akkoord zou worden. Toch zou Vietnam dankzij de mogelijke vervanging van het TPP door het Regional Comprehensive Economic Partnership van China, een minder ambitieus en klassieker vrijhandelsverdrag, nog wel wat vorderingen kunnen maken. Een groter risico – mogelijk getemperd door goede bilaterale relaties – zou wel eens kunnen schuilen in de potentiële verhoging van de Amerikaanse importtarieven. Dit zou vooral de Vietnamese textiel- en kledingsector treffen, 's lands tweede grootste bron van exportinkomsten die voor 50% van de goederen afhankelijk is van de Verenigde Staten (als belangrijkste exportbestemming).

Tot nu toe heeft Vietnam na de verkiezing van Trump in november amper te kampen gehad met de repatriëring van kapitaal en depreciatiedruk op de munt. Een volatieler en meer onzeker internationaal klimaat dat leidt tot kapitaaluitstromen uit opkomende landen, zou Vietnam en zijn munt zeker kunnen aantasten, vooral als de RMB waarde blijft verliezen. Toch kunnen de solide betalingsbalans, de rooskleurige economische vooruitzichten en de politieke stabiliteit het land helpen om druk van buitenaf het hoofd te bieden. Een gepast macro-economisch beleid van de overheid zal in deze context doorslaggevend zijn. Bovendien wordt verwacht dat het grote aantal bilaterale vrijhandelsakkoorden (inclusief dat met de EU, de tweede grootste handelspartner) de export en de directe buitenlandse investeringen in de industriesector zal stimuleren en zo zal bijdragen tot het sterke Vietnamese groeipotentieel.

Zwakke overheidsfinanciën en banksector blijven twee hardnekkige risico's

Ondanks een economische heropleving, blijft het Vietnamese MLT-vooruitzicht ietwat beknot door twee hardnekkige zwaktes: de gestage verslechtering van de overheidsfinanciën en een kwetsbare banksector. De overheidsschuld (inclusief garanties ten bedrage van 12% van het bbp) is hoog. Ze steeg sinds 2011 met 35% en bereikte in 2016 zoals verwacht 62% van het bbp. Dit wordt verklaard door belastingverlagingen, zwakkere olie-inkomsten en hogere rentelasten (van 4,1% tot 9,3% van de inkomsten in 2011-2016), wat heeft geleid tot een gemiddeld begrotingstekort van 6,6%. De stijging van de overheidsschuld, ook nog versterkt door de bankherstructureringskosten, is hoofdzakelijk in lokale valuta. Het buitenlandse deel van de schuld is over de betreffende periode immers afgenomen van 51% naar ongeveer 36%. Voor de toekomst wordt wel verwacht dat de groei van de overheidsschuld zal vertragen, al zal dit afhangen van de fiscale consolidatie – die voorziet in een geleidelijke afbouw van het begrotingstekort – en van moeilijk te beoordelen mogelijke verplichtingen van staatsbedrijven en commerciële staatsbanken.

De gezondheidstoestand van de banksector en problemen met niet-terugbetaalde leningen zijn er flink op vooruit gegaan dankzij sterke economische prestaties, toegenomen liquiditeit en de verkoop van een (klein) deel van de niet-terugbetaalde leningen aan de Vietnamese 'bad bank' (VAMC) sinds 2013, waarmee een opkuisproces werd gestart voor de balansen van de banken. Bovendien werden er vorderingen gemaakt inzake regulering en toezicht, zijn verschillende binnenlandse banken gefusioneerd en werd het voor buitenlandse banken toegestaan om bepaalde zwakke Vietnamese banken te kopen. Toch zijn er nog grote niet-terugbetaalde leningen (naar schatting veel meer dan de officiële 2,6%). De oplossingen komen te traag en er wordt onvoldoende geprovisioneerd door de VAMC-bank. De slechte leningen tasten dus de banksector aan en maken de economische vooruitzichten somberder. In deze situatie en gezien de budgettaire beperkingen voor een aanzienlijke herkapitalisatie, moet Hanoi meer buitenlands kapitaal aantrekken in de sector, zoals onlangs nog werd benadrukt door de beslissing om de beperking van 30% op het buitenlandse bezit van aandelen te verhogen. Bovendien kent het land sinds 2015 een snellere kredietexpansie (meer bepaald naar de financiële en de vastgoedsector) dankzij de licht verbeterde toestand van de banken. Dit doet vragen rijzen over de vernieuwde risico's voor de financiële stabiliteit in een land waar de verhouding krediet/bbp in 2016 geschat werd op 121% van het bbp, d.w.z. dicht bij het niveau van in 2010, vóór de kredietschaarste. De overheid zal bij de herstructurering van de banksector dan ook moeten focussen op het probleem van de niet-terugbetaalde leningen, een beter risicobeheer, sterkere kapitaalbuffers en meer transparantie.

Economische herstructurering aan laag tempo

Intussen gaat de economische transitie vooruit. Hoewel de staat de economie blijft domineren, is de privatisering van staatsbedrijven lichtjes versneld onder de nieuwe regering nadat buitenlandse investeerders toelating kregen om een groter aandeel te bezitten in grote staatsbedrijven in heel wat sectoren (bv. banken, telecom, voeding, verzekering, etc.). Dit is niet enkel een positieve ontwikkeling voor de directe buitenlandse investeringen en de publieke infrastructuurplannen (waarvoor gebruik wordt gemaakt van private inkomsten), maar ook voor de staatsbedrijven zelf. Zij zullen immers naar alle waarschijnlijkheid de vruchten kunnen plukken van de upgrade in hun financieel beheer en van hun toegenomen winstgevendheid, zeker nu ze voorbereid moeten zijn om de strijd aan te gaan met grotere buitenlandse concurrentie in de context van de vrijhandelsakkoorden en de ASEAN Economic Community.

Matige buitenlandse schulden, ontoereikende liquiditeitsbuffer

De buitenlandse schuld is de voorbije twee jaar sterk toegenomen. Ze steeg in 2016 met 26% in absolute termen en met 17% van het bbp en bracht zo de verhouding schulden/bbp naar zo'n 45%. Dat is het hoogste niveau sinds het begin van deze eeuw, maar nog steeds een gematigd niveau naar groeimarktnormen. De plotse stijging komt hoofdzakelijk uit de private sector dankzij de sterke krediettoename bij de commerciële staatsbanken. Volgens recente IMF-voorspellingen zouden de externe schuldratio's op middellange termijn moeten stabiliseren op dit redelijke niveau. De externe schuldaflossing blijft laag, onder de 5% van de exportontvangsten. Dit weerspiegelt de matige externe schuld en in verhouding langere vervaltermijnen die de terugbetalingsrisico's gelinkt aan een sterke USD temperen. In ieder geval is het aandeel van de private schuld in Vietnam toegenomen in vergelijking met enkele jaren geleden, toen concessionele financiering van internationale schuldeisers overheerste. In de toekomst kan dit grotere aandeel het land wel opzadelen met hogere herfinancieringskosten.

De buitenlandse-deviezenreserves hebben na een sterk 2016 een historisch hoogtepunt bereikt. Hoewel ze meer dan twee keer de kortetermijnschuld dekken, blijft de importdekking voor het grootste deel (m.u.v. 2007/2008) onder de gepaste drempel van 3 maanden (2,3 in september vorig jaar). Dit is onder andere te wijten aan de sterke import (import van kapitaalgoederen gelinkt aan directe buitenlandse investeringen) en aan het gebruik van de buitenlandse-deviezenreserves om de VND te beschermen tegen depreciatiedruk.

Het risico op dergelijke depreciatiedruk, dat mogelijk geprikkeld wordt door een klimaat van kapitaaluitstroom en regionale valutadepreciatie, zou kunnen afnemen met een iets flexibelere VND. In tussentijd blijft Vietnam kwetsbaar voor een verandering in het beleggerssentiment doordat het amper over een buffer van buitenlandse-deviezenreserves beschikt. Het investeerdersvertrouwen behouden is voor Hanoi dan ook van primordiaal belang.