Passagiersvervoer ligt vooralsnog plat, maar luchtvrachtvervoer trekt sterk aan

De luchtvaartsector lijdt nog steeds onder de ernstige gevolgen van de pandemie. Volgens de jongste raming van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) van november 2020 zijn de luchtverkeercijfers voor 2020 gekelderd. Er is sprake van een daling van 66% ten opzichte van 2019. De COVID-19-uitbraak in de lente legde het passagiersvervoer voor enkele maanden stil. In de zomer was er sprake van enige heropleving, een voorzichtig herstel dat sindsdien nog maar eens stagneerde (zie grafiek 1). Het vliegverkeer voor passagiers daalde in januari 2020 opnieuw en lag 72% lager dan in januari 2019, vóór de crisis. Deze terugval kwam er nadat regeringen wereldwijd, omwille van de nieuwe COVID-19-varianten, verscherpte reisrestricties afkondigden. De reiscijfers voor de Chinese binnenlandse markt liepen ook sterk terug. Inmiddels is hier evenwel sprake van een voorzichtig herstel.

In schril contrast met de schrijnende toestand van het passagiersvervoer heeft het luchtvrachtvervoer de wind in de zeilen. In januari werden weer volumes van vóór de crisis gehaald (zie grafiek 1). Door de ontoereikende capaciteit in de vloot van de breedrompvliegtuigen blijven de vrachtkosten hoog en dat zorgt voor meer inkomsten. Echter, de inkomsten van het vrachtvervoer van vóór de crisis waren slechts goed voor 12% van de totale inkomsten. Door dit geringe volume biedt de activiteit nauwelijks compensatie voor het enorme en aanhoudende verlies aan passagiersinkomsten.

De sector had er een hele kluif aan om het verbruik van liquide middelen tijdens deze crisis onder controle te houden. De semivaste kosten (zoals voor arbeid en onderhoud) bleven immers doorlopen en daardoor was het onmogelijk drastisch te snoeien in de operationele kosten. Verschillende cashverbruikende bedrijven konden overleven dankzij de steunmaatregelen van hun respectievelijke overheden. Het betreft hier rechtstreekse steun of een verlichting van de fiscale lasten. 

Weinig bemoedigende vooruitzichten voor de korte termijn

Nu nieuwe coronavarianten uitbreken en de vaccinatie in veel landen slechts traag op gang komt, blijven de vooruitzichten voor de sector op de korte termijn weinig hoopgevend. In februari stelde de IATA haar prognoses voor het passagiersvervoer voor dit jaar naar beneden bij. Binnen het scenario met COVID-19-varianten zou het passagiersvervoer ten opzichte van vorig jaar slechts 13% groeien, tot gemiddeld 38% van het niveau van 2019. Volgens verschillende bronnen zal het luchtvervoer naar verwachting pas tegen 2023 of 2024 weer het niveau van vóór de crisis halen.

Het einde van de crisis is vooralsnog niet in zicht. De luchtvaartsector zal vermoedelijk pas tegen 2022 een positieve balans draaien en nog steeds aankloppen bij de overheden voor extra steunmaatregelen, voor zover de schuldenberg hierdoor niet nog hoger wordt. De toekomstige steun zal waarschijnlijk sterk verschillen van land tot land, afhankelijk van de feitelijke situatie van de luchtvaartmaatschappij en van de overheidsfinanciën van het land. Reken daarbij de brandstofprijzen, die nu schommelen rond het niveau van vóór de crisis. Bij de heropstart zal dit een extra uitdaging vormen om de luchtvaart weer cashpositief te krijgen. 

Regionale situatie

De striktheid van de maatregelen voor het internationale luchtverkeer bepaalt hoeveel impact de crisis op de sector heeft. Deze maatregelen zijn dan weer afhankelijk van de besmettingscijfers en van de globale vooruitzichten op basis van de snelheid van de vaccinatiecampagnes.

In Afrika waren de maatregelen het minst streng en het luchtverkeer getuigde er dan ook van veel veerkracht. Voor het grootste deel van 2020 kwamen de beste prestaties van dit werelddeel. De Aziatisch-Pacifische regio zette de slechtste prestaties neer. Zeven maanden lang ging het bergaf, met een absoluut dal in januari. Het internationale passagiersvervoer daalde in januari 2021 met 94,6% ten opzichte van januari 2019. Hoewel de COVID-19-besmettingen er de afgelopen tijd goed onder controle zijn, zijn de reisbeperkingen in deze regio het strengst.

Naar verwachting zal de Aziatisch-Pacifische regio er in de eerste plaats weer bovenop komen dankzij het herstel binnen de grote binnenlandse markten zoals China en India, alsook door de sterke economische heropleving in China. De Chinese binnenlandse markt ging al in 2020 terug naar het niveau van vóór de crisis, weliswaar met een lichte terugval in januari 2021. Ondanks de lagere tarieven, om de vraag te stimuleren, ging men ervan uit dat de luchtvaartmaatschappijen in China tegen eind vorig jaar break-even zouden draaien. Toch boekten de drie grootste luchtvaartmaatschappijen in China nog verliezen in het laatste kwartaal van 2020.

Het is mogelijk dat ook andere landen een geleidelijke heropleving van de binnenlandse vluchten te wachten staat. Toch als er een grote binnenlandse markt is, de besmettingscijfers lager zijn en de vaccinatiecampagne goed vordert. In Rusland was er in januari van dit jaar bv. 5% meer binnenlands passagiersverkeer dan in januari 2019. Dit valt te verklaren door de daling van het aantal COVID-19-gevallen na een piek eind december en door de feestdagen in het begin van de maand.

Analist: Florence Thiéry – f.thiery@credendo.com